Akte
Motorflugzeuge Nat. Luftfahrt-Schule Private Sportflieger
(Dit artikel verscheen eerder in LUCHTVAARTKENNIS)
In LUCHTVAARTKENNIS 1996/2 heb ik het dokument van
Feldluftpark Holland gepubliceerd waarin een opsomming van de Nederlandse
vliegtuigen werd gegeven met de mate waarin ze geschikt bevonden werden/waren
voor de NSFK.
Via Marcel Hogenhuis van de Stichting Historische
Werkgroep Vliegveld Venlo kwam ik in het bezit van nog veel meer gegevens over
de Duitse aktiviteiten op dit terrein.
Deze werkgroep heeft research gedaan in het
Bündes-Militär Archiv te Freiburg en heeft daar de bovengenoemd dossier
gevonden.
Uit deze bundel dokumenten komt onderstaande informatie.
Hierbij zal ik niet proberen er een 'lopend verhaal' van
te maken maar me beperken tot een opsomming van de meest interessante
dokumenten met hun inhoud.
* Een brief
d.d. 12-7-1940 van Fl.Ing.a.Kr. Sachsenberg aan de Wehrmachtsbefehlhaber in den
Niederlanden (W.B.Nd.)
De heer Sachsenberg deelt hierin mede dat hij op
Soesterberg gezocht heeft naar de PH-VYG van de NLS maar deze niet heeft kunnen
vinden. Ook het aanwezige personeel kon hem niet wijzer maken.
Van de PH-AIV en PH-DSA wist hij te vertellen dat ze te
Ypenburg op een boot geladen waren.
Hij stelt voor om deze vliegtuigen als ze aangetroffen
worden aan de betreffende eigenaren terug te geven omdat ze toch niet geschikt
zijn als opleidings- dan wel verbindingstoestel.
Mochten ze al eventueel door de Luftwaffe gevorderd zijn,
dan stelde hij voor om de eigenaren schadeloos te stellen “wie dies bei der Uebernahme von Kraftfahrzeugen geschehen ist”.
* Een brief
d.d. 14-8-1940 van Abtlg.II/Flugbereitschaft aan Luftgau Holland (L.g.H)
betreffende "Flugzeuge Holländischer
Sportflieger, die nicht beschlagnehmt wurden".
Hierin wordt gezegd dat de laatste tijd Nederlandse
eigenaren herhaaldelijk verzochten om de toezegging dat toestellen die
gedemonteerd en buiten een vliegveld waren opgeslagen niet in beslag genomen
zouden worden.
Om een indruk te krijgen om welke toestellen dat dan wel
ging, was aan de NLS gevraagd een opgave te doen van betreffende vliegtuigen.
Er werd voorgesteld de 26 opgesomde toestellen, voor
zover niet interessant voor de Luftwaffe, bij elkaar te brengen en gezamenlijk
op te slaan. Het onderhoud kon dan door het NLS-personeel geschieden dat toch
al zorg droeg voor het onderhoud van de resterende NLS-vloot.
Hiermee kon het toezicht op deze vliegtuigen ook
doelmatiger plaatsvinden.
* De NLS-lijst.
Reg. Type Eigenaar Opgeslagen te:
PH-AJS Bird L.
Müller, Stationsplein 18,
PH-KGH Schelde
S 12 H.Th.van Marken, Emmalaan
11, Baarn Garage de
Waal, Amsterdam
PH-LFK Klemm
L 25 F.J. Koch, Quellijnstraat
57, Amsterdam Quellijnstraat 98,
Amsterdam
PH-WPK Wiley
Post F.J. Koch,
Quellijnstraat 57, Amsterdam Quellijnstraat
98, Amsterdam
PH-ATB Puss
Moth A.M. Noordenbos, Langestraat
31, Enschede Langestraat 31,
Enschede
PH-AMN Puss Moth A.M.
Bauling, Everh. V. Reydtstraat 43,
Deventer Flugplatz Teuge
PH-CEG D.H. Moth ,,
,, Flugplatz Teuge
PH-AJI D.H. Moth ,,
,, Flugplatz Teuge
PH-ARI Taylor
Cub H.S. Heijmans, Keizersgracht
431, Amsterdam Jachthaven Kersken,
Kudelstaart
Scheldemeeuw Kon.Mij. “De Schelde”, Vlissingen Jachthaven
Kersken, Kudelstaart
PK-WDR Hornet
Moth W.D. Rous, Keizersgracht
431, Amsterdam Colijn,
Aalsmeerweg, Haarlemmermeer
PH-HCA Percival Gull H.M.
Schmidt Crans, Stationsdwarsstr. 2, Utrecht Meelfabriek Koechlin, Prinses Mariannelaan
326,
Voorburg
PH-APA Klemm
L 26a Zeeuwsche Ver. v.
Luchtvaart, Koudekerke Middelburg
PH-ARS D.H.
Moth J. Luijmes, Amsterdam Garage Morsch, Nieuwe Meerdijk 140,
Badhoevedorp
PH-ASU D.H.
Moth A.D. de Koster, Pr.
Mariannelaan 326, Voorburg Meelfabriek
Koechlin, Prinses Mariannelaan
326,
Voorburg
PH-ATL Puss Moth J.
Tempelman, Gronauschestr. 12, Enschede Garage Avon,
Borstelweg, Enschede
PH-AIB Pander N. Hazewinkel, Stalstraat 5,
Groningen A.
Korteweg, “De Kooikamp”, Glimmen
PH-ATH Percival Vega Gull
Tj. Bendien, Sportlaan
6,
PH-JAC Puss
Moth (Ist kürzlich verkauft
worden, Käufer unbekannt) Keine Nachricht
angekommen.
PH-AJE D.H.
Moth Eindhovensche Aero
Club, Mauritsstraat 8, Keine
Nachricht angekommen.
Eindhoven
PH-AIX Pander J. Bovée, Halsteren Keine Nachricht angekommen
PH-APN Koolhoven
FK 46 NV NLS, Weteringslaan 13,
Wassenaar Garage Bengsch,
Westvlietweg 122,
Voorburg
PH-FKA Koolhoven
FK 46 ,, ,, Garage Morsch,
Nieuwe Meerdijk 140,
Badhoevedorp
PH-AIA Pander ,,
,, Garage Morsch,
Nieuwe Meerdijk 140,
Badhoevedorp
PH-AJZ Koolhoven
FK 41 ,, ,, Garage Morsch,
Nieuwe Meerdijk 140,
Badhoevedorp
PH-FDK Leopard
Moth ,,
,, Garage Morsch,
Nieuwe Meerdijk 140,
Badhoevedorp
* Een brief
d.d. 14-8-1940 van W.B.Nd. aan de NV NLS over bovenstaande lijst:
“Der Eingang Ihres Schreibens
vom 6 August wird bestätigt. Für weitere Veranlassung ist das Schreiben sowie
die Liste der Sportflugzeuge an Luftgau Holland gegeben worden, der sich in
dieser angelegenheit direkt mit Ihnen ins Benehmen setzen wird”.
* Brief d.d.
19-8-1940 van L.g.H. aan de NV NLS waarin toestemming verleend wordt “zur Instandsetzung der sechs Sportflugzeuge
der Nationalen Luchtvaartschool in dem Versuchslaboratorium der Bataafschen
Petroleum Mij Gesellschaft in Delft”.
Hierbij werd uitdrukkelijk verboden ermee te vliegen en
om deze “missbräuchliche Benutzung”
te verhinderen werd zelfs verboden de vleugels aan de rompen te bevestigen!
* Brief d.d.
19-8-1940 van L.g.H. aan het Ministerie van Waterstaat / Luchtvaartdienst. In
de door de NLS opgestelde lijst worden ook de PH-WPK en PH-WDR genoemd. Die
waren echter niet meer ingeschreven en men wilde weten of deze toestellen
misschien elders ingeschreven werden en of er eventueel nog meer niet
ingeschreven toestellen in Nederland aanwezig waren.
Bovendien wordt gevraagd naar de verblijfplaats van de
PH-AIX van de heer Bovée.
Opmerkelijk is dat hier dus de verschrijving PH-WDR
i.p.v. PK-WDR voor het eerst opduikt en dat niet om de verblijfplaats van de
PH-JAC en PH-AJE wordt gevraagd.
Ook wordt in de brief geconstateerd dat de hen bekende
Nederlandse “Luftfahrzeugstamrolle” begon met PH-ACT en eindigde met
PH-VYG terwijl niet teruggekomen wordt op de onbekende
verblijfplaats van de laatste.
* Brief d.d.
21-8-1940 van L.g.H aan de W.B.Nd.
Hierin wordt medegedeeld dat aan de Luchtvaartdienst
opdracht is gegeven “eine Veränderung im
derzeitiger Unterstellraum ohne besondere Genehmigung des Luftgaukommandos
Holland nicht vorzunehmen”.
Het werd toch beter geacht de toestellen te laten waar ze
op dat moment opgeslagen waren. Wèl werden de houders der vliegtuigen er
persoonlijk voor verantwoordelijk gesteld dat ze daar ook bleven.
Onderhoud zou op deze manier ook goed verzekerd
zijn. En ook het de controle zou zo goed
uitgevoerd kunnen worden. L.g.H. verzoekt dan ook aan W.B.Nd. om instemming met
deze regeling.
* Brief d.d.
26-8-1940 van de W.B.Nd. aan L.g.H. met een aanvulling op de NLS-lijst van
14-8-1940.
PH-JAO Puss Moth C.
Sipkes, Thierenskade 132,
PH-AJE Unbekannt Aero
Club
* Brief (d.d.
28-8-1940) van NV NLS aan L.g.H. waarin de NLS dank zegt voor de toestemming
hun zes vliegtuigen onder zich te mogen houden.
Tevens deelt de NLS mede dat “Morgen werden wir das Flugzeug PH-APN, Koolhoven FK 46, Nummer 4610,
Motor Gipsy Major
Nr. 5638, von Westvlietweg 122, Voorburg nach unserer
Instandsetzungswerkstätte zu Delft bringen. Wir werden mit der Instandsetzung
dieses Flugzeuges anfangen”.
* Brief d.d.
2-9-1940 van NV NLS aan L.g.H.
Het is niet handig om vijf toestellen in Garage Morsch op
te slaan en ze voor onderhoud steeds naar de werkplaats in het BPM-proefstation
in Delft te moeten transporteren. Er werd toestemming gevraagd de toestellen
als volgt in de buurt van Delft op te slaan:
PH-AIA en PH-ARS bij Garage Bengsch, Westvlietweg 122 te
Voorburg
PH-FKA, PH-FDK en PH-AJZ in Meelfabriek Koechlin, Prinses
Marioannelaan 326 te Voorburg
* Brief d.d.
10-10-1940 van NV NLS aan L.g.H.
Inmiddels is de verblijfplaats van de PH-AIX bekend
geworden, het toestel staat in een schuur van de heer Bovee in het dorp Slikkenburg,
vlak bij Halsteren.
* Ene Otto
Krause heeft kennelijk ‘verklapt’ dat in een garage te Voorburg twee
vliegtuigen verstopt zijn. De ‘klikbrief’ is niet aanwezig, wèl de reactie
(d.d. 7-1-1940) van Abt.II/Flugbereitschaft:
“Dem Otto Krause
dürfte somit irgend eine Belohnung nicht zustehen, da es sich um ordnungsgemäss
gemeldetes Fluggerät handelt”.
* Eind januari 1941 was de PH-APN klaar en werd naar Garage
Bengsch gebracht, terwijl de PH-ARS op zijn beurt naar de werkplaats werd
gebracht.
Ook de PH-FKA was klaar, de romp werd naar Koechlin
gebracht, de vleugels bleven opgeslagen in het proefstation.
* Eind februari
werd de PH-FDK van Koechlin naar Delft gebracht om onderhanden genomen te
worden.
* Twee
verklaringen van overdracht, beide d.d. 14-5-1941.
De PH-WPK en de PH-LFK werden allebei door de eigenaar
F.J. Koch overgedragen aan Kühn, Obfw. Feldpost Nr. L. 30309.
Uit latere stukken blijkt dat ook deze toestellen in
beslag genomen waren.
Op 5 mei 1941 ontsnapten Leegstra en Vos met een Fokker G-1 naar Engeland.
Als reactie hierop namen de Duitsers alle privé-vliegtuigen in beslag. De rest
van het dossier gaat over de gevolgen hiervan voor de individuele
vliegtuigeigenaren
en met name over de financiële afhandeling.
* Brief d.d.
29-5-1941 van KNVvL aan L.g.H.
Hierin wijst de KNVvL erop dat aan de eigenaren geen
bewijs van inbeslagname is afgegeven, en suggereert om dat d.m.v. een
collectieve verklaring alsnog te doen.
Ook attendeert de KNVvL op het verhoogde risico dat deze
vliegtuigen lopen als ze op een vliegveld opgeslagen zouden zijn en dat
dergelijke risico’s ongetwijfeld niet door de normale verzekeringen zullen
worden gedekt.
Behalve de vliegtuigen werden ook nog andere zaken in
beslag genomen:
- van de heer H.Th. Van Marken een Gipsy Major motor
- van de NV NLS een Gipsy major motor, een Gipsy I motor,
32 vliegtuiginstrumenten, oude motor onderdelen, een partij oude banden, een
compleet FK 46 wiel, twee lege olievaten, drie propellers, een compleet
onderstel van een Taylor Cub, een onderstel van een door oorlogsgeweld vernield
vliegtuig.
De KNVvL vroeg om teruggave van deze laatste zaken omdat
ze voor de eigenaren zeer waardevol waren en eigenlijk buiten de kwestie van de
vliegtuigen gehouden konden worden.
* Brief d.d.
3-6-1941 van NV NLS aan L.g.H.
De NLS vraagt om teruggave van hun door oorlogsgeweld
beschadigde toestellen. Hierbij werd (natuurlijk) niet om de complete
vliegtuigen gevraagd maar vroegen ze om de te repareren rompen en vleugels
afzonderlijk en om de beurt te mogen repareren.
Indien het verzoek ingewilligd zou kunnen worden “dann möchten wir am liebsten zuerst den
Rumpf des PH-FDK, weil wir daran beschäftigt waren, zurückhalten”.
* Brief d.d.
13-6-1941 van Feldluftzeuggruppe Holland aan de KNVvL.
Deze brief was een reactie op het schrijven aan L.g.H.
d.d. 29-5-1941.
Er werd een nauwkeurige opgave gedaan van de in
beslaggenomen vliegtuigen en ander materieel. Aan het eind van de brief wordt
informatie gevraagd teneinde op een verantwoorde manier de eigenaren schadeloos
te kunnen stellen.
Een afbeelding van deze brief is bij dit artikel
geplaatst.
* Twee brieven
d.d. 24-6-1941 van F.J. Koch aan de KNVvL.
Hierin begroot hij de waarde van de PH-LFK en de PH-WPK
op resp. ƒ 6075,- en ƒ 3693,-
* Brief d.d. 4-9-1941
van Der Reichsminister der Luftfahrt und Oberbefehlshaber der Luftwaffe aan
W.B.Nd.
Het ging over Wright-Cyclone onderdelen die ‘destijds’
van Schiphol meegenomen waren door de Luftwaffe. Men wilde weten of hierover
met de KLM onderhandeld was en zo ja, wat dan de afspraken waren.
Het probleem ontstond omdat men wilde weten of bij
verkoop de opbrengst voor de KLM was, dan wel “dem Reich zusteht”.
* Brief d.d.
4-9-1941 van Feldluftzeuggruppe Holland aan KNVvL.
“Nach einer vorläufigen Stellingnahme des
Reichsluftfahrtministerium, Berlijn, ist bezüglich der Beschlagnahmten
holländischen Zivilflugzeuge wahrscheinlich damit zu rechnen, dasz diess als
beuteflugzeuge behandelt und demgemäsz entschädigungslos eingezogen werden”.
* Brief d.d.
6-11-1941 van de KNVvL aan W.B.Nd.
Ook deze brief, mèt de bijbehorende lijst, is hier
afgebeeld.
Zéér interessant is de tweede alinea: “... in derselben Lage wie die “Nederlandsche
Luchtvaart Maatschappij” und Herr Reinders befinden, von denen in 1940
Flugzeuge übernommen wurden und wofür von den Deutschen Militärbehörden Preise
festgesetzt wurden”.
KLM en Reinders werden dus voor de toen in beslaggenomen
toestellen betaald. Welke KLM-toestellen dit betreft is wel duidelijk,
maar Reinders had op dat moment maar twee vliegtuigen die
voor deze transactie in aanmerking komen: PH-ARK en PH-ARL de
twee Envoy’s waarvan we vermoedden dat ze naar Duitsland
waren gebracht. Hier treffen we dus voor het eerst een Duitse aanwijzing dat
dit inderdaad is gebeurd.
* Brief d.d.
20-11-1940 van W.B.Nd. aan L.g.H.
De eerste tekenen dat de financiële kant van de zaak
mogelijk gunstig afgewerkt zal worden.
Ten eerste had H.J. Koch als ‘Reichsdeutscher’ natuurlijk
geprotesteerd tegen de inbeslagname van zijn vliegtuigen PH-LFK en
PH-WPK. De W.B.Nd. erkent dat deze vliegtuigen natuurlijk
moeilijk als ‘Beuteflugzeuge’ gekenmerkt kunnen worden en geeft aan dat ze
volgens de richtlijnen betreffende overname van civiele vliegtuigen van het RLM
behandeld en aangekocht dienen te worden.
En over de andere vliegtuigen uit de KNVvL-lijst wordt
gezegd: “Die Flugzeuge dürfen under den
Artikel 53 der Haager Landkriegsordnung Abs.2 fallen, die besagt, dass
Privatflugzeuge, die auch während der Kriegshandlungen ausschiesslich für
zivile Zwecke bestimmt geblieben sind, nur gegen Entschädiging der Eigentümer
beschlagnahmt und verwertet werden können”.
* Brief d.d.
28-11-1941 van de heer Koch “An Dienststelle o 14 82 Abt.II Fl.”
Waarin hij nog even de aandacht vestigt op de
sleepinstallatie voor zweefvliegtuigen waarmee zijn PH-LFK was uitgerust, en
dat zijn Klemm volgens opgave van de fabriek op dat moment zo’n 14.000,- Rm.
waard was.
* Het dokument
dat in LUCHTVAARTKENNIS 1996/2 al werd afgedrukt.
* Brief d.d.
4-3-1942 van de heer A.M. Noordenbos aan de Fliegerhorstkommandantyus Twente.
Van Noordenbos was de PH-ATB in beslaggenomen en hij
vraagt in deze brief bij wie hij moet zijn voor de schadeloosstelling.
* Opdracht d.d.
9-9-1942 aan de KNVvL om de schadeloosstelling voor te bereiden. Hierbij
afgedrukt.
* Tenslotte
vier dokumenten die deze zaak besluiten.
- Brief d.d. 26-3-1943 van W.B.Nd. Abt.II aan de
Chefintendant van W.B.Nd. over de de afwikkeling van de schadeloosstelling.
- De bijbehorende lijst met opgave van de uit te keren
bedragen.
- De verklaring van de Chefintendant W.B.Nd. dat “de Angelegenheit damit erledigt ist”.
Na
den oorlog
![]()
(Dit artikel verscheen eerder in LUCHTVAARTKENNIS)
In LUCHTVAARTKENNIS 1996/2 en 1999/2 hebben we al
uitgebreid aandacht besteed aan de wederwaardigheden van onze civiele
luchtvloot na de meidagen van 1940.
Daarbij ging het echter voornamelijk of het uiteindelijke
lot van de toestellen en werd slechts fragmentarisch aandacht geschonken aan de
lotgevallen in de periode direct na de meidagen. Ook al omdat we bij een
dergelijk 'moeilijk' onderwerp natuurlijk geheel afhankelijk zijn van het
bronnenmateriaal dat boven water gebracht wordt.
De gegevens in bovengenoemde aflevering waren afkomstig
uit het Bundes-Militair Archiv te Freiburg.
Onderstaand artikel is geheel gebaseerd op onlangs
teruggevonden Nederlandse documenten van de Luchtvaartdienst.
Al vrij vlug na de meidagen wilde de Luchtvaartdienst een
overzicht hebben van de toestand van de luchtvloot. Dat geschiedde door een
rondzendbrief aan de diverse eigenaren.
Aan wie precies deze brief werd gezonden heb ik niet
kunnen achterhalen, maar het merendeel van de reacties is wel teruggevonden. In
hoeverre e.e.a. compleet is, is niet te beoordelen. Van niet aangetroffen zaken
valt natuurlijk nu niet meer te beoordelen of ze er ooit geweest zijn.
Behalve dat het op zich natuurlijk heel interessant is,
noopt het ook tot enige correcties in de geschiedschrijving.
Het betreft met name de PH-AIB, PH-AIV, PH-ALG, PH-ASA,
PH-ATI, PH-HJP en PH-TOL waarvan het lot zoals beschreven in “75 Jaar etc.”
toch enigszins anders blijkt te zijn.
N.V. Koninklijk Luchtvaart Maatschappij voor Nederland & Koloniën.
Aan de KLM werd op 30 mei 1940 een brief gestuurd met de
volgende inhoud.
Ik verzoek U mij zoo spoedig mogelijk een opgave
te doen toekomen omtrent de staat van al Uwe vliegtuigen, zulks met vermelding
van den aard van de beschadigingen e.d. Tevens verzoek ik U mij mede te deelen
welke vliegtuigen Uwer maatschappij zich in het buitenland bevinden.
Het antwoord op 21 juni 1940 was een uitgebreide opgave
van de positie en de staat van alle KLM-vliegtuigen:
Naar aanleiding van Uw verzoek hebben wij de eer U hieronder een overzicht
te doen volgen van den toestand der vliegtuigen onzer maatschappij.
Douglas DC3-vliegtuigen1)
Van de zich op Schiphol bevindende DC3-toestellen zijn er drie thans
vliegklaar, namelijk:
PH-ALV (Duitsche
registratieletter NA - LC)
PH-ASK ( ,, ,, NA - LB)
PH-ASM ( ,, ,, NA - LE)
In reparatie zijn:
PH-ALH ( ,,
,, September ,,
,, ,, )
PH-ASR (welke
omstreeks half Juli gereed kan zijn)
Verbrand en afgeschreven zijn: PH-ALU, PH-ARX, PH-ASP, PH-AST
Te Lissabon bevindt zich: PH-ARW
In Engeland bevinden zich: PH-ALI,
PH-ARZ
Langs de Indië-route bevinden zich PH-ALN,
PH-ALO. PH-ALP, PH-ALR, PH-ALT, PH-ALW,
PH-ARB,
PH-ARE, PH-ARG
Douglas DC2-vliegtuigen
Van de zich op Schiphol bevindende DC2-toestellen zijn er drie thans
vliegklaar, namelijk:
PH-AKI (Duitsche
registratieletter NA - LD)
PH-AKS (Duitsche
registratieletter NA - LF)
PH-AKT (Duitsche
registratieletter NA - LA)
In reparatie zijn:
PH-AKJ (welke
in begin Juli gereed kan zijn)
PH-AKO ( ,,
in September gereed kan zijn)
PH-AKQ ( ,, ,, ,, ,,
,, )
PH-AKR ( ,,
omstreeks half Juli gereed kan zijn)
Verbrand of beschadigd en afgeschreven zijn: PH-ALD, PH-AKK, PH-AKN, PH-AKP
Te Lissabon bevindt zich: PH-ALE
Diverse vliegtuigen
Te Schiphol is vliegklaar: PH-AKD
(FK-43)
In reparatie zijn: PH-AJL(FK-43),
PH-AJX(FK-48), PH-AKB(FK-43), PH-ASO(FK-43)
Onherstelbaar beschadigd: PH-ACT(F 7a), PH-AEB(F
7a), PH-OTO(F 8a)2)
In West-Indië bevinden zich: 2 Fokker F-18, 4 Lockheed 12 en 2
DC5-vliegtuigen.
Omtrent den aard van de beswchadigingen der vliegtuigen, welke gerepareerd
worden, zullen wij U op de hoogte stellen door U te doen toekomen een
raparatiestaat van elk vliegtuig.
De reparaties waarover in bovenstaande brief wordt
gesproken werden uitgevoerd volgens de ook voor de oorlog gebruikelijk
procedures. De Luchtvaartdienst verzoekt aan (inspecteurs van) het NLL om
toezicht uit te oefenen op de reparaties. Deze inspecteurs doen daar dan later
verslag van.
Zo stuurde inspecteur H.J. Takens op 4 oktober 1940 een
verslag betreffende de reparaties van de DC2 PH-AKR “Rietvink” en de DC3 PH-ALH “Hop”
die door hem werden gecontroleerd en in orde bevonden:
Van de “Rietvink” werden de
rompreparaties gekeurd volgens bijgaande teekening. Deze reparaties zijn niet
zoodanig van belang, dat hiervoor een nadere sterkte-verantwoording
noodzakelijk is. De vleugelreparaties, die aan dit vliegtuig zijn geschied,
werden niet gekeurd, daar deze reeeds waren uitgevoerd voordat met de keuring
was begonnen.
Omtrent de herstelling van de “Hop”
kunnen dezelfde opmerkingen gelden als boven. Ook hiervan zijn alleen de
rompherstellingen gekeurd.
Daar de keuring dezerzijds is
begonnen, toen hiertoe mondeling opdracht kwam en verschillende
vleugelherstellingen reeds waren uitgevoerd, kan uiteraard alleen
verantwoording worden gedragen voor hetgeen door ons werd gekeurd.
Van de toestellen “Jan van Gent” en
“Kwak”, die momenteel in herstelling zijn, zal het mogelijk zijn alle
herstellingen te volgen.
Het enige verschil met de voor-oorlogse
reparatierapporten is dat de legenda op de bijbehorende tekeningen in het Duits
zijn. Wat de “Rietvink” betreft wees de Luchtvaartdienst bij schrijven van 2
oktober 1940 trouwens wel de verontwoordelijkheid voor de luchtwaardigheid van
de hand “aangezien de controle op de
herstelling onder de huidige omstandigheden niet volledig kon geschieden”.
Van de hierboven genoemde PH-AKJ “Jan van Gent” wordt de schade opgegeven als:
Romp: Aan de romp was weinig beschadigd. Eenige kleine gaten
zijn gerepareerd door het inzetten van een plaatje. Aan een vloerspant
(No.379½) is een versterking aangebracht (was beschadigd door een bomscherf).
Vleugels: Hiervan is de huid op veleplaatsen vernieuwd. Een
aantal doorgezette ribben is gedemonteerd geweest, gericht en versterkt. Op
plaatsen waar de huid slechts weinig beschadigd was, is een nieuw plaatje
ingezet.
En zo worden de beschadigingen aan het hele vliegtuig en
de reparatie daarvan opgesomd. De Luchtvaartdienst stemde in met de
voorgestelde reparaties, met dien verstande dat een reparatie aan de ophangarm
van het hoogteroer niet werd geaccepteerd “aangezien
het materiaal, hetwelk gebruikt wordt voor de reparatie niet geschikt is voor
laschwerk”
Maar nog vóórdat de Luchtvaartdienst met haar
inventarisatie begon, was de KLM zelf al actief bezig haar toekomst te plannen.3)
Zoals ook andere bedrijven probeerden hun bestaan zeker te stellen (Fokker -
Bückers, Pander - SG.38's en Schneekufen) probeerde ook de KLM haar activiteiten
in te passen in de nieuw-ontstane situatie.
In die tijd speelde natuurlijk het contract van 26
januari waarin de KLM bij Fokker vier F.24 toestellen bestelde. De daarvoor
benodigde Amerikaanse onderdelen waren natuurlijk nu niet meer leverbaar zodat
geprobeerd zou worden om ze af te bouwen met o.a. Duitse landingsgestellen en
de bouw zóver te voltooien dat “later nog
slechts Amerikaansche motoren ingebouwd zouden behoeven te worden”.
Er werd dus duidelijk rekening gehouden met de
mogelijkheid dat ontstane situatie slechts tijdelijk was. Dat blijkt ook uit de
opmerking van de her Van Tijen dat “met
de voltooiing der vliegtuigen zooveel tijd zou zijn gemoeid, dat na afloop
daarvan, zij het dan ook met eenige vertraging, de Amerikaansche motoren zouden
kunnen worden gemonteerd”.
Ook werd de mogelijkheid overwogen of wellicht Duitse
motoren met een vermogen van 1700 pk beschikbaar zouden zijn, dan wel dat door
de Fokker-fabriek een kleiner type vliegtuig zou kunnen worden gebouwd met b.v.
twee Wright Cyclone G.102 motoren.
Zoals hierboven al opgemerkt, de Nederlandse industrie
was duidelijk aan het inspelen op de nieuwe situatie. Oók de KLM probeerde haar
'product luchtlijnen” op die manier in te passen.
Ook al in mei 1940 nam de KLM contact op met Ministerialdirektor
Fisch te Berlijn, het hoofd van de burgerluchtvaart in Duitsland, teneinde
toestemming voor een paar diensten te krijgen.
Te weten:
a. een dagelijkse dienst Amsterdam - Kopenhagen
b. een dagelijkse dienst Amsterdam - Berlijn
c. een dienst Amsterdam - Napels of Amsterdam - Athene
tweemaal per week.
Met de op dat moment zeven beschikbare
Douglas-vliegtuigen zouden die diensten ruimschoots uitgevoerd kunnen worden.
De maatschappij was al bezig om toewijzingen van brandstof en olie te regelen
en ook werden de lijnen al organisatorisch voorbereid.
Wèl maakte men zich zorgen over de financiële toekomst.
Dat het rendement op de geplande lijnen gering zou zijn werd natuurlijk
onderkend en of ze met de beperkte middelen waarover de maatschappij beschikte,
in stand gehouden konden worden was niet duidelijk.
Dit werd natuurlijk mede veroorzaakt door het
personeelsbestand dat voor zo'n gering aantal lijnen natuurlijk veel te groot
was. Een gedeeltelijke oplossing daarvoor zou zijn, “dat een gedeelte van het
technisch personeel reparatiewerk voor Duitse militaire vliegtuigen op Schiphol zal kunnen uitvoeren