ILLEGALE VLUCHTEN NAAR DE REPUBLIEK 1947 – 1949

1947 / 1948 / 1949

                                                                                                                                                                  Terug naar de index


1947

31.03.1947
Een CALI (Commercial Airlines) vliegtuig landt te Djocjakarta.
Het bedrijf/de piloot was niet op de hoogte, dat verplicht was eerst te Batavia te landen en pas daarna, na verkregen vergunning naar het uiteindelijke doel.
16.04.1947
Het chartervliegtuig van Oriënt Airways kwam op 15/4 te Singapore aan met Campbell en de Indonesiërs die aan de Delhi conferentie hadden deelgenomen. 
De volgende dag is het rechtstreeks doorgevlogen naar Djocja.
22.04.1947
Een vertegenwoordiger van Cathay verklaart dat zij een Dakota aan de republiek hebben 
verkocht en dat het toestel de dag erna afgeleverd zou worden.
23.04.1947
“...deel ik u mede dat het vliegtuig hedenmorgen toch naar Djocja is vertrokken”.
Bestuurder Leslie, 3 bemanningsleden, 10 passagiers. (Dit betrof de VR-HDJ. HD)
28.04.1947
In Singapore wordt uit Djocja het verzoek ontvangen om met “het betrokken vliegtuig dat aan de republiek is verkocht” voorzien van Indonesische merktekens te mogen landen. 
Dit werd geweigerd. Daarop kwam het verzoek om met de oorspronkelijk merktekens te mogen landen, hetgeen werd toegestaan.
Het toestel kwam op 29/4 aan en werd daarop vastgehouden ten einde te verifiëren of de 
verkoop ongedaan gemaakt is, hetgeen thans door Cathay en de Indonesiërs wordt beweerd, 
en de oorspronkelijke merktekens nog ten onrechte worden gevoerd.
13.05.1947
“...bericht ik u dat het betrokken Cathay vliegtuig, na advies van Hongkong dat de 
verkoop geen doorgang heeft gevonden, is vrijgegeven”.
10.06.1947
Een DC-3 vliegtuig van de republiek arriveert op Makati (Manilla) airport met een lading 
kinine sulfaat en vanillebonen. De bestuurder beweert dat hij de eigenaar van het 
vliegtuig is en dat hij het gekocht heeft van de Foreign Liquidation Commission.
Een paar dagen daarvoor had hij verklaard op weg te zijn naar de republiek om het toestel 
daar af te leveren. Maar nu keerde hij dus terug met een lading, voorzien van 
exportvergunning van Djocja en bovendien zou het toestel nu in de republiek ‘officieel’ 
van een registratie voorzien zijn.
Het betreft Robert E. Freeberg met als bemanning: copiloot Moeharto; telegrafist 
Boediardio; purser Soeparto; bwk I. Vincencio; bwk J. Dicerdo.
Over het eigendom heerst enige onduidelijkheid, er schijn nog een partner te zijn. 
Het eigendom van de lading lijkt te liggen bij de Amerikaan Thomas Lee.
En of de genoemde Indonesische inzittenden inderdaad een luchtvaartachtergrond hebben 
(i.p.v. een politieke) is ook nogal twijfelachtig.
Thomas Lee wordt trouwens elders ook genoemd als copiloot op deze (terug-)vlucht.
12.06.1947
Het privé-vliegtuig van Patnaik (vermoedelijk de VT-CLA HD)passeerde Singapore op een 
tocht rechtstreeks naar Djocja en kwam op 29/6 van Djocja weer naar Singapore terug.
Dezelfde dag weer vertrokken naar Sumatra, vermoedelijk Bukit Tinggi, en van daaruit 
heeft het Moh. Hatta naar India gebracht en later weer terug naar de republiek.
14.06.1947
De Avro Anson VH-AHK landde op het noodvliegveld Soengai Boeah bij Palembang met de 
Australische piloot G.R. Board.
14.07.1947
Het vliegtuig dat te Manilla in beslag genomen was, behoort aan de South Eastern 
Airways Ltd. Deze heeft in totaal 2 vliegtuigen, een thans te Manilla en een in reparatie 
ergens in India.
De manager van South Eastern Airways is ene Hugh Savage, Rohsonroad 86a.
De piloot van zijn vliegtuig te Manilla dat weer vrijgegeven zou zijn heeft hem verzocht 
om op het vliegveld Labuan (N. Borneo) benzine gereed te houden. Of het vliegtuig via 
Labuan naar Djocja dan wel naar India zal vliegen is nog niet bekend.
21.07.1947
In de nacht van 21 op 22 juli bracht het privé-vliegtuig van Patnaik Sutan Sjahrir met 
zijn twee pleegkinderen van Djocja naar Singapore en op 22 juli maakte het nogmaals een 
vlucht naar Republikeins gebied.
Dit is dus ook vermoedelijk de VT-CLA die op 29/7 neergeschoten werd. 
Zie hiervoor het uitgebreide artikel in de afdeling “Nederlandse Luchtvaarthistorie”.
12.08.1947
De eigendomskwestie betreffende de RI-002 wordt geregeld. Het toestel wordt vrijgegeven 
aan Freeberg na wat financieel geschuif met waarde en recent gemaakte winsten.
09.10.1947
Een groen geverfd Dakota vliegtuig te Bangkok. Zonder registratietekens, genummerd 1002.
14.10.1947
De RI-002 vertrekt uit Bangkok met als gezagvoerder Robert I. Freeberg met een 
republikeinse bemanning en aan boord Air Vice-Commodore Halim Perdana Kusuma.
Via Fort de Kock vliegt het naar Manilla.
19.10.1947
Het vliegtuig RI-002 arriveert te Manilla vanuit Labuan. Tussen de twee eigenaren 
Freeberg en Walters botert het niet, er loopt een civielrechtelijke procedure en hangende 
het proces wordt het vliegtuig vastgehouden.
Bovendien wordt een onderzoek naar de gedragingen van Freeberg ingesteld die in afwijking 
van de order van de rechtbank tóch lading en/of passagiers naar de republiek had vervoerd
en personen zonder inreisdocumenten naar de Filippijnen had vervoerd.
Dit laatste betrof de volgende personen:
Mardjoeni; Brenthel Soesile; R. Soenarjo; Banbang Saptoadji; Soetardji; Harnoko; 
Moeljono; R. Moeljono; Daomber; Boedihardjo
21.09.1947
De RI-001 vliegt rechtstreeks van Manilla naar Djocja.
17.11.1947
Onlangs is Patnaik (zie VT-CLA HD) met zijn privé vliegtuig te Batavia aangekomen.
Aangezien deze vlucht volkomen buiten de regels om is geschied, leverde dat wel wat (diplomatieke) problemen op.
Patnaik zal terugkeren naar Singapore om daar alsnog te voldoen aan de Nederlandse immigratievoorschriften.
01.12.1947
VH-BBY arriveert uit Australië te Singapore. In de middag vroeg de bestuurder klaring 
voor een vrachtvlucht naar Palembang en werd dus verwezen naar het Nederlandse Consulaat.
Deze klaring werd, ook door de Engelsen, geweigerd.
Op 4/12 kreeg hij klaring van de Siamese autoriteiten voor een vlucht naar Bangkok via 
Penang en Mergui.
05.12.1947
De Anson VH-BBY kwam niet te Penang aan maar landde te Bukit Tinggi. 
Naar verluidt is het toestel overgenomen door een Indonesische firma.
Op 10/12 vloog het door naar Siam via Malaya.
Kennelijk was deze vlucht ook illegaal want op 6/12 vroegen Lloyd’s agenten al om meer 
informatie betreffende het ‘vermiste’ toestel terwijl de RAF al een survey vlucht had 
gemaakt om het wrak op te sporen.
Eigenaar dus inmiddels de regering van de republiek terwijl de verzekeringspolis op 
naam gesteld was van Australian Air Transport Company. Reden voor Lloyd’s om niet uit 
te betalen.
Bestuurder was capt. Keegan, mede-inzittenden waren H. Savage, Tamine en Simon.
09.12.1947
Het Nederlandse gezantschap te Manilla geeft, in de persoon van Gezant A.J.D. Steenstra Toussaint, een exposé over de luchtvaartsituatie m.b.t. te Filippijnen. 
Het is momenteel niet opportuun om onderhandelingen op hoog niveau te beginnen. 
De ervaring (Zuid-Afrika, India, Siam, China) leert dat het beter is om dat vlak na 
het afsluiten van de lopende besprekingen en de daaruit voortgekomen overeenkomsten met 
Verenigde Staten en Engeland te doen.
Omstreeks januari of februari 1948 verwacht men dergelijke besprekingen te kunnen starten.
Er is wel een tweetal complicaties:
-de illegale vluchten van het vliegtuig van de Djocja Republiek (RI-002)
-de regionale overeenkomst, gesloten te Batavia in maart 1947
Men waarschuwt nadrukkelijk voor de sympathie die in de Filippijnen bestaat t.a.v. de 
jonge republiek. Niet dat de houding t.a.v. Nederland negatief te noemen valt, er kunnen 
prima zaken gedaan worden, maar voorstellen die neigen naar een nadelige positie van 
de republiek moeten beslist vermeden worden.
Bijvoorbeeld, in dit verband ook maar suggereren dat er opgetreden moet worden tegen het Republikeinse smokkelvliegtuig moet beslist afgeraden worden.
Ook al omdat de ICAO (nog) niet berekend is op, en het gezag opgebouwd heeft, om snelle 
adequate uitspraken te doen over geschillen met een enigszins politiek karakter.
Daarom is indertijd ook afgezien van een protest tegen de eenzijdige opschorting van de
overeenkomst met India.
Mogelijk dat via de zeer invloedrijke Amerikaanse Ambassadeur in Manilla O’Neal, de 
Filippijnse President op uiterst behoedzame/vriendelijke wijze op deze ‘onbehoorlijkheid’ 
gewezen kan worden.
10.12.1947
Een onbekend tweemotorig vliegtuig landt onaangekondigd te Songkha. 
De bestuurder was een Australiër en er waren 7 Indonesische passagiers aan boord.
De volgende dag steeg het toestel weer op, maar landde een uur later weer. de passagiers 
bleven toen nog een nacht over en opvrijdag 12/12 stapten 6 passagiers en de Australiër 
op de trein naar Singapore en de twee overgebleven Indonesiërs vlogen het vliegtuig 
terug naar Singapore.
Daarna bleek dat het gezelschap kans had gezien 70 baht goud te verkopen. 

14.12.1947

De Avro Anson VH-BBY crasht te Tanjong Hantu bij Lumut, Perak.
Het toestel was nog maar een paar dagen daarvoor afgeleverd aan de republiek en zou daar kenmerk RI-003 krijgen.
Het zou van Singora overgevlogen worden naar de republiek maar kwam na Penang in zeer slecht weer terecht. Het zicht was slecht en de onderzoekscommissie veronderstelt dat de bestuurder, VFR-vliegend, het grondzicht verloor, merkte boven water te vliegen en weer in de richting van de kust stuurde.
De kust naderend zag opeens hoog terrein voor zich opdoemen en maakte een zeer scherpe bocht waarin
hij de controle over het toestel verloor.
Het sloeg met hoge snelheid net buiten het strand tegen het waten. Beide inzittenden kwamen om het leven.
Bestuurder: Flt.Lt. Iswahjoedi. Copiloot: Vice Air-Commodore Halim Perdana Kusama.
NB. Halim was Commandant Auri Sumatra, het vliegveld van Jakarta is naar hem genoemd.
14.12.1947
29.12.1947
De 43-16112/RI-002 was op een vlucht van Djocja naar Pakan Baroe, vanwege het slechte 
weer boven Sumatra en omdat de brandstofsituatie het bereiken van Republikeins gebied 
niet meer toestond en werd per radio vergunning gevraag om op Changi te mogen landen.
Het toestel had een bemanning van vijf en vervoerde 25 Indonesische passagiers.
  Bemanning:
Freeberg    piloot
Moeharto    copiloot
Boediardjo  marconist
Soenardjo   bwk
Domai       steward
  Passagiers
Moetalib; Koesamosoejanto; Hadi Sampadi; Protjojo; Soeharjono; Soergandi; Samsoedin; 
Pavdjaman; Soedarmo; Soemantri; Bimo; Hasan Djajasamita; Doediarto; Soijadi; 
Slamat Noerprapto; Partono; Soesatyo; Soedjalmo; Agoes Legawo; Soeharsono; 
Abdoel Kadir(Gen.-Maj.); Soedjono; mrs. Soedjono; Iskander; mrs. Iskander.
Na de landing bleken de vereiste bescheiden niet in orde en bovendien werd de 
luchtwaardigheid van het toestel sterk betwijfeld. Een onmiddellijk vertrek was 
daardoor onmogelijk. Na overleg en onderhandeling werd overeengekomen dat de RI-002 
naar Kallang gevlogen zou worden en daar door de TD van Malaysian Airways in revisie 
zou worden genomen. Waarna het toegestaan zou worden dat het toestel zonder passagiers 
en goederen zou kunnen vertrekken. Nederlands commentaar dat dit toch wel een zeer
onreglementaire vlucht zou worden (geen geldig BvI en BvL) werd afgedaan met de (terechte)
opmerking dat dergelijke ontheffingen tot de bevoegdheden der autoriteiten behoorden.
Over de passagiers verschillen de diverse verklaring, één bron zegt “(op één na) per 
schip naar Sumatra teruggestuurd”.
Consul-generaal Winkelman echter zegt het volgende: “...zijn in de avond van 31 december
“up-country” vertrokken. Zij zullen trachten van een kustplaats van Malaya naar Sumatra 
over te steken. Drie passagiers zouden te Singapore onder een valse naam zijn 
achtergebleven. De inzittenden van het vliegtuig staan onder commando van Soedjono. 
Onder de passagiers bevindt zich ook Generaal Majoor Abdoel Kadir. 
Deze groep was door het militaire commando van Djocja naar Sumatra gestuurd om de 
verdediging te versterken en vooral het vliegveld van Pakan Baroe te vergroten. 
Mevrouw Soedjono en mevrouw Iskander hadden een speciaal mandaat van Djocja en zijn 
voorbestemd om de republiek te vertegenwoordigen op toekomstige buitenlandse conferenties 
van vrouwenorganisaties. Te Singapore werden de gestrande passagiers ondergebracht in 
het White House Hotel op kosten van mr. Oetoyo. Chadidja Binti Sidik kreeg opdracht 
om voor het eten te zorgen, hetwelk vanuit het Indonesische doorgangshuis, Joo Chiat 
Road No.41 werd verzorgd. In de avond van 30 december waren zijn de gast van Darousman, 
Oxley Rd. 15. Toen het vliegtuig te Singapore landde waren zij niet in het bezit van 
Straits Dollars.”


1948                                                                        Terug
09.01.1948
De staat van de RI-002 wordt als volgt beschreven:
De RI-002 maakt van buiten af gezien een verwaarloosde indruk. De romp is kennelijk 
groenachtig geschilderd geweest doch was op het tijdstip van waarneming geheel blank. 
Het verwijderen van de verf was op ruwe wijze geschied en er waren overal sporen van 
krassen. De voorkant van het verticale stabilo is beschadigd geweest en ter ongeveer 
halverhoogte is dit met zwart materiaal gerepareerd. Het hoogteroer is beplakt met 
pleisters. Van de oorspronkelijke ramen zijn de meeste verdwenen en door een op mica 
gelijkende stof vervangen. De rapporteur werd medegedeeld dat de revisie en reparatie 
nog circa 2 dagen zouden duren. Aan de hand van het feit, dat de motoren waren ingebouwd 
en het vliegtuig ogenschijnlijk bedrijfsklaar stond, zou kunnen worden geconcludeerd dat 
de revisie reeds was voltooid en de machine om een andere reden op de grond bleef. 
Volgens mededelingen zou de vergunning voor vertrek gegeven moeten worden, indien na 
een proefvlucht, ten overstaan van Civil Aviation, voor een zodanige vlucht zonder 
passagiers en lading geen technische bezwaren bestonden. 
Naar de mening van een autoriteit op het vliegveld kon van een Bewijs van Luchtwaardigheid 
geen sprake zijn aangezien naar zijn zeggen de machine geen drie weken meer zou kunnen 
vliegen”.
Het toestel werd “fit for flying” verklaard door de autoriteiten op 13 januari.
Het werd toegestaan Singapore te verlaten op of na de 15de, op voorwaarde dat “no 
passengers or freight other than the coffin was carried”.
Op 15 januari is het uit Singapore met bestemming Pakan Baroe vertrokken en na een 
tussenlanding op Sumatra (waarschijnlijk Pakan Baroe) op 16 januari te Manilla 
gearriveerd.
10.01.1948
Een persbericht beschrijft het lichaam in de kist als dat van “Achmad, a minor Republican 
soldier whose rich family had arranged the air passage of his body to Sumatra after his 
death in Djocjakarta”.
Chattaway (Dir. CAA Singapore) verklaarde na het vertrek dat het lijk te Pakan Baroe zou 
worden achtergelaten.
Op last van de coroner is de kist geopend. Er lag inderdaad een Indonesiër in. 

De verwachting, dat de kist wapenen zou bevatten of ledig zou zijn en bestemd voor het 
lijk van de 2e piloot van de VH-BBY, bleek dus ongegrond”.

17.01.1948
De RI-002 bestuurd door Freeberg arriveerde te Manilla met het lijk van een zekere Ikeng Garcia van Cebu. Het hele transport, dat begeleid werd door enige republikeinse officieren, en alle verder informatie was met de grootste geheimhouding omgeven.
Ook de begrafenis vond op 17/1 in het grootste geheim plaats.

De Philippine Free Press stelde (op verzoek van de familie) een onderzoek in en concludeerde dat Ikeng Garcia in werkelijkheid Ignacio Resper Espina was, die door de Philippijnse autoriteiten uitgezonden was als vlieginstructeur bij de republikeinse luchtmacht, hij werd daar kapitein. De omstandigheden rond zijn dood (‘heldendood’) bleven evenwel onbekend.
De redacteur van PFP vermoedde dat Espina bij een wapensmokkelaffaire het leven gelaten had.
17.01.1948
Er werden illegale landingen van ongeïdentificeerde vliegtuigen gemeld op een positie ca. 50 mijl ten zuiden van Darwin. Men vermoedt smokkelen van juwelen en immigranten naar Australië en illegale uitvoer richting Indonesië van wapens uit verlaten dumps in Northern Territory.
09.02.1948
In een brief aan dr. Zain geeft Balhorn een nader advies en een uitgewerkt plan betreffende het voorstel een luchtlijn te openen. Geleverd kunnen worden:
24 Dakota’s 1.200.000
24 Anson’s    480.000
15 Catalina’s                           600.000
 9 Hudson’s   270.000
 4 Sunderlands                          240.000
 6 Halifax    300.000
 2 Workshops                            220.000
            ---------
               £ 3.310.000
24.03.1948
Dezer dagen is van Singapore een vliegtuig met Birmese registratie rechtstreeks naar Pankan Baroe en Bukit Tinggi vertrokken: volgens mededeling van de piloot is het toestel verkocht aan de republiek.
De beruchte RI-002 van Bobby Freeberg, gestationeerd op Manilla, is nog steeds actief en vermoedelijk juist dezer dagen weer naar Djocja vertrokken”.
663/24.03.1948
De nieuwe Australische luchtvaartmaatschappij “Asian Air Lines” gaat toch wel luchtdiensten openen, n.l. van Sydney naar Singapore. Directeur is G.H. Campbell.
De maatschappij heeft 12 Catalina vliegboten uit surplusvoorraden gekocht. De diensten zullen worden uitgebreid tot Birma, Siam en de Chinese kust. Volgens Campbell niet naar Indonesië.
Maar ondertussen is bij de Australische luchtvaartdienst wèl een verzoek ingediend voor een vlucht naar een “ongenoemde Indonesische luchtbasis”.
06.04.1948
Bob Freeberg landt met de RI-002 in alle vroegte te Djocja.
14.05.1948
De Dakota PC103 vertrekt uit Singapore om naar Pakan Baroe te vliegen. Dit was de eerste illegale P.O.A.S. vlucht. Het toestel was op Kallang geklaard voor Bangkok.
Na een paar uur kwam het terug, zonder de passagiers.

Gezagvoerder: D.F. Fowler; Copiloot Suriya (Siamees); Radio officer Chon (Siamees); Waarnemer Baldwin.
Passagiers: Haier; Sohir; Datok; Bagindo; Ali Algadri, M.S. Semini (John Coast); Tan Ngui Hee(Thai Sirigar).
13.03.1948
De levering van door Patnaik (zie VT-CLA HD) aan de republikeinse regering toegezegde (6 HD) vliegtuigen is voorshands opgeschort met het oog op het feit, dat de republikeinse regering thans niet wel in staat is het met Patnaik afgesloten textielcontract na te komen.
24.05.1948
De republikeinse vertegenwoordigers te Singapore en Bangkok, Oetoyo en Ishak Mahdi werden door Mohammed Hatta gemachtigd om met de P.O.A.S. een contract af te sluiten voor het openen van een luchtlijn.
Begin juni 1948
De vertegenwoordiger van de Republiek, John Coast, onderhandelde met de P.O.A.S. over een overeenkomst voor het openen van een luchtverbinding naar Indonesisch gebied.
De bedoeling was een voorlopige overeenkomst die een tweeledig doel had: voorbereiding
op het toekomstige definitieve contract en het zou ook gebruikt worden als een ‘fait accompli’-politiek wapen tegen de Hollanders die bij de komende onderhandelingen ongetwijfeld om een monopoliepositie voor de KLM zouden vragen.

In Sumatra kwamen er nog twee opdrachten bij. Kolonel Sujojo wilde de mogelijkheid van landingsrechten op Songkhla onderzocht hebben en bovendien drong hij aan op snelle faciliteiten om de RI-002 te kunnen repareren.
En Haji Thorir verzocht om voorbereiding van een nieuwe charter t.b.v. C.T.C. die moest lopen van Singapore naar Bukit Tinggi – Djocja – Bukit Tinggi en terug naar Singapore.
Het leek John Coast een goed plan om de afzonderlijke kwesties landingsrechten en luchtverbinding in de beraadslaging met P.O.A.S. te combineren.
De kwestie met de RI-002 lag wat gecompliceerd. Die was te Songkhla geland zonder goede papieren, mét zeven passagiers waarvan er één ook nog z’n paspoort vergeten had.
Daar kwam nog bij dat de Anson al meerdere malen zonder behoorlijke aankondiging op Songkhla was geland. De Siamese autoriteiten drongen aan op een goede regeling van een en ander. Het vliegtuig bleef er vier á vijf dagen totdat er een lading brandstof was gekocht en het weer naar Sumatra gevlogen werd.
Songkha is een militair veld en in geval van nood kan daar natuurlijk geland worden, maar er zijn geen tankfaciliteiten anders dan voor de P.O.A.S, de T.A.A.S. die met luchtmacht gelieerd zijn.
Maryonani zal Rangoon nog om speciale toestemming verzoeken om landingsrechten voor door de Republiek gecharterde vliegtuigen op Mergui in Zuid-Birma.
Als de Anson, die in Australië geregistreerd is, regelmatig in Siam blijft landen zal dat in Siam én in Australië problemen opleveren.
Een complicerende factor is ook de het tweemaal onverantwoordelijk landen van een Australische Catalina op de Klongtoi rivier. Dit vliegtuig werd bestuurd door een zekere heer Cobley, die openlijk spreekt over zijn illegale (wapen-)vluchten naar de Republiek, dat hij in Bangkok op doorvlucht was en uiteindelijk uitgeklaard voor Songkhla.
Toen hij na deze vlucht terugkeerde naar Bangkok was het wel duidelijk dat hij deze plaats al basis gebruikte. De Siamese CAB en de Australische autoriteiten waren zeer ontstemd en gingen hem actief tegenwerken. Duidelijk is dat hij de mogelijkheid van vluchten van Australisch geregistreerde vliegtuigen naar Siam bedorven heeft.
03.06.1948
De Avro Anson VH-AGK (“die in vrij slechte conditie verkeerde”)kwam van Sumatra en landde te Singora. Piloot was de Brit Wade Palmer, de andere drie bemanningsleden waren klaarblijkelijk Indonesiërs, een van hen droeg een tommygun.
Palmer merkte op dat Singora gebruikt ging worden voor vluchten vanuit de republiek omdat dat te Singapore niet meer mogelijk was. Later is dit vliegtuig naar meerdere malen hier geland, met ‘gedoogsteun’ van de autoriteiten aangezien de ‘vaste procedure’ was dat de bestuurder bij het naderen toestemming om te landen vroeg wegens brandstofgebrek.

Aangezien Palmer dit toestel van een Australische eigenaar heeft gekocht, is de legaliteit van het nog steeds gevoerde kenmerk dubieus.
04.06.1948
Een Dakota uit de republiek landt te Singora. De bemanning bestond uit 1 Amerikaan, 1 Filippino en 1 Indonesiër. Aan boord waren 8 passagiers, John Coast plus 7 Indonesiërs.
Hun namen: M.S. Tamini; Hadji Achmad Tohir; Tahi Halomoan Siregai; Ali Algadri; Usman Adamy Acheh; Sartar; Tan Mai Hie.
Coast
heeft geen visum voor Nederlands Indië, de 7 Indonesiërs staken illegaal per trein de grens met Malakka over teneinde naar Singapore te gaan.

09.06.1948
Op 9 juni arriveerde de VH-BDP te Bangkok. Het toestel kwam uit Singapore, dus niet zoals aanvankelijk werd medegedeeld, uit Rangoon. De bemanning bestond uit gezagvoerder R.R. Cobley, copiloot I.S. Smith en C.S. Jeffrey.
Er was geen vergunning gevraagd en Cobley zei in eerste instantie, dat men in transit onderweg was naar Hongkong en wegens benzinegebrek gedwongen werd te landen.
Later verzocht Cobley echter toestemming om naar Indonesië te vliegen, en bovendien landingsvergunning voor Singapore.
Later bleek dat hij ook om een uitvoervergunning voor autobanden had gevraagd.

10.06.1948
John Coast onderhandelt met Haji Thorir, dr. Oetyo en Mas Tamimi met de heer Baldwin van de P.O.A.S. Er werd overeenstemming bereikt inzake enkele chartervluchten en de basis voor een voorlopige luchtlijnovereenkomst.
14.06.1948
De Australische vliegboot VH-BDP verliet Klontoi voor een vlucht naar de republiek met een tussenlanding te Singora. Men zegt dat dit vliegtuig gebruikt wordt voor smokkelvluchten, autobanden en opium. Op 19/6 keerde het terug.
Daarna werd het toestel aan de ketting gelegd wegens ‘onregelmatigheden’.

19.06.1948
De laatste twee maanden vinden op ongeregelde tijden vluchten met een Catalina plaats van de Zuidkust van Java neer Singora en vandaar naar een plaats ergens aan de kust van Malakka. Daar worden goederen bestemd voor Java ingeladen die dan rechtstreeks worden overgevlogen. Bij de laatste tocht van het vliegtuig is o.a. de communist Tony Wen alias Boon, die veelvuldig in de Chinese taal voor Radio Djocja spreekt, van Malaya naar Djocja teruggekeerd. Hij zou een kort bezoek aan Malaya hebben gebracht teneinde met de M.C.P. wapenleveranties aan de republiek te bespreken.
De Catalina zou bestuurd worden door majoor Gobbeling en S.L. Coombs.

27.06.1948
De PC-103 vertrekt uit Singapore naar Singora. De bestuurder was gewaarschuwd niet naar Bukit Tinggi te vliegen en had daarna klaring voor Bangkok gevraagd.
Onder de 15 passagiers waren: Hadji Tohir; Tahi Halomoan Siregai; Moetalib; Usman Adamy.
Kennelijk durfde de bestuurder het niet aan rechtstreeks van Singapore naar Bukit Tinggi te vliegen en vloog dus naar Singora.
Op 28/6 steeg hij daar op voor Bukit Tinggi.

Onder de bemanning waren Navigator Baldwin (directeur P.O.A.S.) en waarnemer John Coast.
Op 1/7 vertok het toestel weer uit Bukit Tinggi en vloog naar Bangkok.
John Coast was niet meer aan boord, zijn plaats was ingenomen door Wade Palmer.

juni 1948
Op Singora landen republikeinse vliegtuigen. In de periode daarna, tot september, nog drie à vier maal. Het gerucht gaat dat door Indonesiërs die aan boord waren, goud werd overhandigd aan Amerikanen, naar men zegt ter betaling van vliegtuigen welke door de republiek waren aangekocht.
Juni 1948
John Coast geeft een overzicht van de stand van zaken betreffende de diverse luchtvaartmaatschappijtjes die in Siam opereren.
P.O.A.S.
Schijnt in stijgende lijn te gaan. De regering heeft nog onlangs haar aandelenbezit van 26% tot 51% verhoogd en de maatschappij schijnt een voordelige regeringslening van ongeveer 3.250.000 verkregen te hebben. Door deze lening zullen zij weer in staat zijn een Skymaster te laten vliegen en daar deze reeds voor Australië gecharterd is, raden zij 'motorstoring' op de thuisreis en een gedwongen landing te Djocja aan.
Ze hebben twee Dakota's en straks nog deze Skymaster in dienst en er wordt beweerd, dat zij andere vliegtuigen proberen te kopen. Zij hebben uitstekende relaties met de huidige minister van verkeer, wiens neef in de maatschappij zit, en zij hebben goede steun van het kabinet. De C.A.B. staat op goede voet met deze maatschappij en op de laatste bijeenkomsten werd besloten de P.O.A.S. toe te staan zich in deze Zuidelijke richtingen uit te breiden. Hun onderhoudsfaciliteiten zijn goed.

T.A.A.S.
Gaat op het ogenblik in dalende lijn en heeft een slechte naam door smokkel en onluchtwaardigheid. Zij nemen risico's en hun onderhoudsfaciliteiten zijn twijfelachtig. Ze hebben drie Dakota's en een PBY-Amphibian, die zij onlangs van mr. Cobley kochten. Slechts de PBY en één Dakota kunnen volgens deskundigen van andere luchtvaartmaatschappijen luchtwaardig genoemd worden.
Zij willen naar Indonesië vliegen met het oog op de toekomst en onderhandelden een jaar geleden met de heer Sjahrir. De Siamese regering stelde hun onlangs voor zich in Siam op reparatie en onderhoud toe te leggen, hetwelk hun oorspronkelijk hoofddoel was.
Ze hebben goede relaties, daar één van hun directeuren een schoonzoon van de eerste minister is, bovendien is mr. Davis een grote en indrukwekkende man en in overeenstemming hiermee een 'big talker'.

SIAMESE AIRWAYS
Is een 100% regeringsbedrijf. Maar haar doelstellingen zijn intern georiënteerd.
Het is derhalve onwaarschijnlijk, dat de regering uitbreiding naar Indonesië zal toestaan.
Zij hebben ongeveer zes Dakota's en eenzelfde aantal kleine Bonanza's.
Hun relaties door generaal Chai, hun voorzitter, zijn goed. Zij staan op goede voet met M.C. Rang, minister van luchtverdediging, terwijl Chai verbindingsofficier van de eerste minister in de oorlogsjaren was. Maar generaal Chai is geen populaire figuur, terwijl hij slechts gedreven wordt door een kleingeestige ambitie, en daar het zijn bedoeling is een interne luchtlijn te onderhouden en de C.A.B. meent, dat hij in feite nog niet zover is, dat hij zich buiten Siam kan begeven, zijn de "Siamese Airways" op het ogenblik slechts geïnteresseerd in chartervluchten.
Het grote voordeel van inschakeling de "Siamese Airways" zou zijn het onbelemmerde gebruik van Bhuket als alternatieve basis.

Generaal Chai deed zeker hoogst baatzuchtige en verdachte aanbiedingen voor wapenvervoer naar Indonesië aan Izak Mahdi. Daar reeds met de eerste minister overeengekomen was geen illegale vrachten van of naar Siam te vervoeren, werd deze aanbieding van de hand gewezen.
Mr. R. Cobley
Vliegt met een Catalina vliegboot en beweert, dat hij er in de nabije toekomst nog één of twee bij zal krijgen uit Australië, die eveneens daar geregistreerd zijn.
Aan wie deze boten toebehoren is onbekend. Wij waren slechts in mr. Cobley geïnteresseerd in zoverre hij ons vertelde erover te denken samen te gaan werken met Siamese Airways met Bhuket als basis. Dit had een zeer goede combinatie kunnen zijn.
Maar nu beweert Cobley, dat hij snel geld wil maken en ook blijkt hij alleen te werken. Indien van Cobley's diensten gebruik mocht worden gemaakt, moet hij voortdurend gadegeslagen en onder de duim gehouden worden.
Hij heeft zekere relaties met generaal Chai, voornamelijk door een agent genaamd M.R. Steeg, maar is persoonlijk niet in de gratie bij het merendeel van de Siamese luchtvaartautoriteiten, de Britse Ambassade, de Australische Consul-generaal en de Birmese regering. Het is een onaangenaam type.

De heren SCOTT, GRAY, LUANG RORB en NAI CHUEN
Vormen een maatschappij, die nog in haar beginstadium van oprichting verkeert, zogenaamd in het bezit van twee C-46's; zij zou gaarne op Indonesië en Manilla willen vliegen.
Tot nu toe heeft de C.A.B. geweigerd hen toestemming te geven een maatschappij op te richten. Scott is ons sympathiek, maar hij en zijn groep zijn sterk anti-P.O.A.S. Gray is één van de beste technici in Bangkok.
Luang Rorb is inderdaad een zeer rijke man, maar niet gezien bij het huidige regime.
Deze groep is mogelijk geïnteresseerd in de scheepvaart tussen Sumatra en Siam.
Zij heeft enige goede relaties, maar is voor ons een te riskante onderneming, daar zij geen werkelijke maatschappij vorm.

POLITIEKE REACTIES
a. Zijne Excellentie de Eerste Minister, Field Mrashall Pibun, was oorspronkelijk bevreesd voor Engels-Amerikaanse reacties, maar nadat wij hem verschillende malen bezocht hadden en uitgelegd dat wij hem slechts vroegen een oogje toe te doen, stemde hij er tenslotte in toe de hele zaak aan zijn deskundigen over te laten.
Ik kreeg een persoonlijke verzekering van de Britse zaakgelastigde, dat hij niet van plan was zich te mengen in wat zijn zaken niet waren, en wat hem betrof konden de Siamezen naar eigen verkiezing vliegtuigen naar Indonesië laten gaan; de Britten hadden hier geen belang bij.
Deze verzekering beviel Pibun en ik veronderstel, dat hij geen moeilijkheden zal geven.

b. Zijne Excellentie de Minister van Verkeer staat welwillend tegenover de P.O.A.S. en zal toestaan, dat de luchtlijn over Songkhla neer Sumatra loopt.
c. Phra Suvabhanda, van de C.A.B. en het Ministerie van Verkeer, is ook gunstig gestemd t.a.v. de P.O.A.S. en staat toe, dat het plan wordt uitgevoerd.
d. Nai Konti, ambtenaar aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en belast met alle luchtvaartzaken, staat volkomen aan onze kant en heeft zelfs de ontvangst van een technische protest over de P.O.A.S.-clearing naar Sumatra op de vlucht van 14 mei vanuit Singapore nog niet bevestigd.
e. Nai Phairoj Chayanama, Directeur-generaal  van het Protocol, staat ook aan onze kant en helpt ons bij visa- en immigratiezaken.
f. M.C.Rangsyakorn, Minister van Luchtverdediging, staat meer aan de zijde der Siamese Airways en wel om persoonlijke redenen. Maar hij is een slappe figuur en een oude vriend; van hem persoonlijk hebben wij geen moeilijkheden te verwachten.
g. Wij hebben de gelegenheid ook aangegrepen om onze positie aan zekere uitgezochte invloedrijke leden van de andere politieke partijen uiteen te zetten.
Wij voerden gesprekken met Nai Khuang, M.S. Seni Pramoj en M.R. Kukrit Major van de Democratische Partij. De eerste twee zijn beiden in het verleden Eerste Minister geweest en laatstgenoemde was Minister van Financiën in het laatste kabinet.
Wij bezochten ook Luang Arthakiddi Phanomyong, halfbroer van Nai Pridi en ex-minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet van deze Nai Pridi, de man die dr. Soedarsono uitnodigde naar Siam te komen; verder Nai Tawi Bunyaket, ook ex-premier en dikke vriend van N. Pridi.

Verdere onderdelen van ons werk  kunnen het best mondeling worden besproken; de hoop wordt uitgesproken, dat dit rapport nuttig zal zijn uit "referentie-oogpunt".
w.g. John Coast.
08.07.1948
Moeso en Soeripno komen aan te Rangoon, 19.7 vertrokken naar Bangkok, 26/7 terug in Rangoon en 30/7 naar Singora vertrokken ‘per private plane van Eastern Airlines’ en dat was dus de VH-ASV van Grigware.
10.07.1948
Het vliegtuig dat de luchtverbinding Republiek – Singora onderhoud is een Catalina zonder amfibie-uitrusting. Er wordt opium mee gesmokkeld ter versterking van de deviezenpositie. De opium wordt voor de kust van Singapore overgeladen in een tongkang waarna het toestel leeg doorvliegt naar Singora. Op de terugweg wordt op dezelfde manier op zee een retourlading opgepikt.
14.07.1948
De Australische vliegboot VH-BDP vertrok naar Sumatra. Bestuurder Cobley noemt 28/7 als datum van terugkomst.
24.07.1948
De heer Cobley blijkt geen Australiër te zijn, doch Brit. Gedurende de oorlog officier in het Britse leger. Hij is eigenaar van de Conway Aviation Company te Melbourne en heeft reeds aangekondigd, dat deze maatschappij een tweede vliegboot in Siam zou doen landen.
Cobley is bij zijn vertrek uit Australië door de autoriteiten aldaar een Bewijs van Luchtwaardigheid verstrekt, dat slechts geldig is tot 5 augustus, zulks in verband met zijn plan de vliegboot zo spoedig mogelijk te verkopen te Hongkong of op weg daarheen. Waarschijnlijk zal de Australische registratie derhalve in augustus komen te vervallen.
Cobley hoopt nog steeds de vliegboot (het landingsgestel van deze Catalina is gesloopt) aan de Siamese Airways te verkopen, dan wel aan haar te verhuren voor een half jaar. Zowel de Australische Consul-generaal als de Britse luchtmacht attaché kenschetsen Cobley als een typische avonturier, die zich aan geen enkele regel zal houden, indien zulks niet in zijn kraam te pas komt. Het schijnt wel zeker, dat hij op zijn eerste vlucht autobanden heeft vervoerd (men noemt een getal van 206), terwijl er geruchten gaan als zou hij op de terugtocht opium gesmokkeld hebben.
24.07.1948
Ook Wade Palmer is geen Australiër, maar ook een Brit. Waarschijnlijk is hij oud-piloot van de RAF. Zijn Anson toestel dat de Australische registratie VH-AGX draagt, maakte verschillende landingen te Singora, zich op het laatste moment aankondigende, onder vermelding dat benzinegebrek tot landen noopte.
Palmer deelde bij verschillende gelegenheden mede, dat hij het toestel in Australië had gekocht en dat het uitsluitend werd gebruikt in dienst van de Indonesische republiek.
De Australische Consul-generaal, de heer Eastman, rapporteerde over deze aangelegenheid aan Canberra en vernam van het Department of External Affairs aldaar, dat genoemd vliegtuig begin maart naar Singapore was vertrokken. De eigenaar, een Australiër genaamd Denton, had bij de bevoegde autoriteiten nog geen mededeling gedaan van de verkoop.
Deze autoriteiten hadden de zaak thans met Denton opgenomen en, indien vastgesteld zou worden dat het vliegtuig verkocht was, zou het van de lijst de Australische vliegtuigen worden afgevoerd. Bij ongeldig worden van de Australische registratie mocht stellig niet verwacht worden dat de Britse autoriteiten te Singapore en Hongkong zouden ingaan op een verzoek tot registratie van Palmer voor zijn VH-AGX noch van Cobley voor zijn VH-BDP.

Juli 1948
Er wordt gesproken over ‘het Republikeinse Anson vliegtuig VH-AGX’.
03.08.1948
De Australische vliegboot VH-BDP vertrekt (vermoedelijk) naar Sumatra. Voor het vertrek wilde Cobley nog 6 zware autobanden laden maar dat werd verboden omdat hij geen uitvoervergunning kon tonen.
Het Bewijs van Luchtwaardigheid van de VH-BDP was trouwens op 5/8 verlopen.
Naar verluidt is Cobley van plan deze Catalina in Singapore of de republiek te verkopen,maar hij is echter ook voornemens met een tweede Catalina naar Siam te komen.
06.08.1948
De Lockheed Hudson VH-ASV landt onaangekondigd te Rangoon om brandstof in te nemen.
Na onderzoek door Immigratie en Douane werd het toestel naar Mingaldon gedirigeerd en aan de ketting gelegd. Het had geen geldig Bewijs van Luchtwaardigheid, het in Sydney uitgereikte certificaat, dat door de piloot capt. J. Hurst werd getoond, was al een maand verlopen.
Volgens inlichting van de Director Civil Aviation Group-Captain Holroyd Smith had het toestel een bemanning van drie man een vervoerde het vier passagiers.

Er was verdenking van smokkelarij of andere illegale activiteiten tegen dit toestel ontstaan omdat het tot vier maal toe ‘noodlandingen’ had uitgevoerd op Mergui.
De eigenaar F.J. Grigware (die als purser op de bemanningslijst stond) is gearresteerd.
06.08.1948
Uit de verklaring die Grigware na zijn arrestatie aflegde:
Grigware kocht voor £ 8500,- de VH-ASV van “The International Airways” van Warren H. Penny. Het toestel stond te Darwin en Grigware bleef daar 6 weken om het op te knappen.
De eerste vlucht zou zijn gemaakt van Darwin via Bali, Batavia en Palembang naar Medan en van daar naar Rangoon. Hierop zou een vlucht via Akyab (Arakan) naar Calcutta gemaakt zijn, zonder vracht, mét vier passagiers.
Vandaar ging het blijkbaar naar Delhi, waar passagiers en vracht werden verkregen voor Sumatra van de “Indonesian Government’s representative”. Deze laatste zorgde ervoor dat in Calcutta meer passagiers, aantal ongenoemd, werden opgenomen voor Rangoon, vanwaar de reis, na 8 dagen oponthoud, Singora, naar Sumatra werd vervolgd.
In Rangoon kreeg het vliegtuig 2 passagiers voor Sumatra, vermoedelijk door tussenkomst van de Republikeinse vertegenwoordiger. Deze laatste komt opnieuw ter sprake.
Hij zou namelijk aan Grigware hebben verzekerd, dat het vliegtuig zo nodig op de terugweg van Sumatra in Birma te Mergui zou kunnen landen voor het innemen van benzine, waartoe hij de toestemming der Birmaanse Regering zou vragen. Dat is blijkbaar niet gebeurd.

Wat gebeurd is met de twee passagiers voor Bangkok en de derde voor New-Delhi, die op deze vlucht van Sumatra zouden zijn meegegaan, is niets bekend geworden.
Het dossier bevat de mededeling, dat bij aankomst van het vliegtuig in Rangoon geen passagiers aan boord waren.

Als bemanning wordt daarin genoemd: Capt. J. Hurst, F/O J. Danaher, purser F.J. Grigware.
Na inspectie van het toestel verklaarde gwk Castlebury dat het voor een volgende vlucht gerepareerd diende te worden en dat daarvoor reserve onderdelen benodigd waren.
In oktober wachtte Grigware daar nog steeds op.

11.08.1948
PC103 vliegt naar Singora met bemanning 7 en één passagier Ishak Mahdi
Terug in Bangkok op 16/8 met bemanning 5 en passagiers 4.
29.08.1948
PC103 vertrekt naar Singora met bemanning 5 en passagiers 16.
Onder de passagiers twee Siamese dames miss. Prapasri, editor van het dagblad Makorsarn en haar secretaresse miss. Mali. Vermoedelijk ook Saroso, Thamir en Kamil
Terugvlucht uit Sumatra 31/8, bemanning 5, passagiers 11, gezagvoerder Fowler.
30.08.1948
De beweegredenen van Campbell (zie 9/9) zijn niet zozeer het op poten zetten van geregelde lijnen naar Australië maar hij wil enkele Catalina’s te Singapore stationneren en daarmee smokkelvluchten naar de republiek maken.
Augustus 1948
In een (vooral beschouwende) nota over de ontwikkeling van de Indonesische luchtvaart wordt de mogelijkheid geopperd om in Australië aan te schaffen:
15 Catalina’s,
 4 DC-2
 2 DC-5
 4 Lockheed Hudson
12 Avro Anson
 2 Sunderland
 6 Halifax
Alle toestellen met een geldig Bewijs van Luchtwaardigheid.
Deze complete luchtvloot zou geleverd kunnen (met bemanningen) worden door S.C. Balhorn. tevens was het mogelijk hierbij twee geheel ingerichte werkplaatsen te leveren.
03.09.1948
Freeberg vliegt met gewoon lijnvliegtuig van Bangkok naar Singapore en terug.
09.09.1948
De Australische CAA onderzoekt de beschuldiging dat een Australisch geregistreerde Catalina betrokken zou zijn bij opiumsmokkel.
De handelsvertegenwoordiger van de republiek in Australië verklaarde dat hij een bezoek had gehad van ex-RAF officier Major Daniels die hem aanbood twee Catalina’s van hem te kopen. Wegens de smokkelgeruchten ging een contract met de Australische overheid niet door en was hij gedwongen ze te verkopen. Hij vroeg er £ 1000,- per stuk voor.
Deze Daniels zou samenwerken met de heren Coombs, Cobley, John Coast en aan A.D.C. van de Gouverneur van Singapore. En die heren hadden hem verteld dan zijn maatschappij “Asia Airlines” bij genoemde opiumsmokkel betrokken was.
De ‘groep Daniels’ had ook nauw contact met de Sultan van Johore i.v.m. de benodigde vergunningen. Onlangs was bij Zijne Hoogheid een Ford V.8 als cadeau voor de deur achtergelaten.
12.09.1948
Vanuit Bangkok vond via Singora een illegale P.O.A.S. vlucht naar Sumatra plaats. Bemanning 6, passagiers 11, gezagvoerder Fowler.
Terugvlucht 14/9, bemanning 6, passagiers 11, gezagvoerder Fowler.
Ook vanuit Mergui vinden illegale (P.O.A.S.)vluchten plaats. P.O.A.S. ontvangt $ 8000,- per vlucht.
14.09.1948
Op Airaboe, behorende bij de groep Anambas, werd een Australische motorboot afkomstig van Singapore en een Catalina amfibie van Insular Airways Corp. (beide met wapens totale waarde 300.000 Strait dollars) aangehouden.
Van de motorboot werden 2 Engelsen en een Engelse vrouw gearresteerd en verder de vliegtuigbemanning bestaande uit 3 Amerikanen en een Philippino. De arrestanten worden per boor naar Tandjong Priok gebracht, de Catalina wordt door een Marinebemanning naar Batavia overgevlogen.
Onder de arrestanten bevindt zich vermoedelijk de bekende wapensmokkelaar Hire uit Singapore. Het staat vast dat Hire vooraf contact heeft gehad met Kolonel Kawilarang.
16.9.1948
B.E. Freeberg krijgt clearance om met de RI-002 een lading van 1800lbs. naar Indonesië te vliegen.
17.09.1948
Daniels, Cole en John Coast die allen in het Mitre hotel logeren, vertrekken van Singapore weer naar Bangkok.
18.09.1948
Dept. van Luchtvaart te Melbourne weigeren Asian Airlines (Campbell) vergunning voor vluchten tussen Australië en Singapore.

27.09.1948
Een B-25 signaleert op Djambi de illegale Catalina die vroeger de Australische registratieletters VH-BDP voerde.
20.09.1948
Uit militaire inlichtingen blijkt dat thans jagers van de Filippijnen naar Republikeins gebied worden overgevlogen.
20.09.1948
Wade Palmer, de adviseur van de Republikeinse luchtmacht te Bukit Tinggi ligt zien ik het Mitre hotel te Singapore.
Men zegt dat Freeberg binnenkort naar Singapore zal terugkeren en zijn intrek zal nemen in het Sea View Hotel.
27.09.1948
De Dakota PC103 stond op Djambi. In de nacht van 28 op 29 september vertrokken naar Djocja en in de loop van 29/9 teruggekeerd. Op 30/9 was hij weer in Bangkok.
Deze vlucht was geheel illegaal en Batavia drong aan op een protest bij Siam.
In Bangkok stapten 5 bemanningsleden (gezagv. Fowler) en 13 passagiers (waaronder Oetoyo en 5 Amerikanen) uit het vliegtuig wat aanleiding was tot een ernstige waarschuwing tegen het beschieten van dergelijke toestellen. Amerikaanse slachtoffers zouden ‘onze zaak’ zeker geen goed doen!
30.09.1948
Harris Jackson was passagier in de PC103 die uit Djocja te Bangoko aankwam. Hij was er zeker van dat Moeso niet in dat toestel zat.
Bij zijn vertrek had hij Freeberg’s RI-002 op vliegveld Djocja zien staan

September 1948
Autoriteiten te Singapore weigeren Asian Airlines (Campbell) vergunning om chartervluchten vanuit Singapore te maken.

September 1948
Moeso en Soeripne kwamen aan met een door de republiek gecharterd vliegtuig, de VH-ASV.
01.10.1948
RI-002 (43-16112) vermist.
13.10.1948
Cobley’s Catalina landt op het meer van Songklah.
19.10.1948
Volgens rapporten door de Britse ambassade in Batavia ontvangen van de Britse consul te Singora is er wederom een Catalina op het binnenmeer nabij genoemde –plaats geland.
Aan boord bevonden zich twee Europeanen en een Aziaat.
Het vliegtuig daalde in de avondschemering en vertrok de volgende morgen weer.
Het is zeer waarschijnlijk dat het hier wederom Cobley’s vliegboot betrof.

22.10.1948
Cobley heeft zich in Birma aan oplichting schuldig gemaakt.
Als hij daar land wordt zijn vliegtuig direct aan de ketting gelegd.
Vandaar dat hij opereert vanaf het meer te Singora

27.10.1948
De ouders van Bobby Freeberg verklaren dat zij contact hebben gehad met Indonesiërs die van volkomen betrouwbare personen zouden hebben vernomen dat zij Freeberg in de macht de Nederlanders hebben gezien.
29.10.1948
Onder referte aan uw telegram 210 bericht ik u, dat het vermiste Republikeinse vliegtuig RI-002, hetwelk door Robert Freeberg werd bestuurd, niet op Nederlands gebied is geland, noch door 6 Nederlandse jagers tot landen is gedwongen, zoals door Republkeinse vertegenwoordigers te Manilla en Singapore werd gemeld. Dat het vliegtuig op Nederlands gebied landde, werd nooit door Aneta gemeld. Omtrent het lot van Freeberg is ten enenmale niets bekend. Bovendien kruiste hij op zijn vlucht van Tandjongkarang naar Bengkoelen geen Nederlands gebied.” Aldus ‘Batavia’ aan Min. Van Overzeese Gebiedsdelen.
(Het wrak van de RI-002 werd pas in 1970 gevonden in de buurt van Begkulu! HD)
Oktober 1948
De Lockheed Hudson VH-ASV van Grigware bracht de communistische activist Moeso naar Indonesië. Het vloog via Singora naar Sumatra.
02.11.1948
In Siam opereren thans drie Siamese luchtvaartmaatschappijen: Siamese Airways, Trans Asiatic Air Services Siam (T.A.A.S.) en Pacific Overseas Airways Siam (P.O.A.S.)
De eerstgenoemde maatschappij, welke tevens de grootste is, en waarvan de aandelen in handen de Siamese regering zijn, heft het monopolie voor het binnenlandse luchtverkeer. Aan het internationale luchtverkeer neemt zij deel met vluchten naar Penang, Singapore, Saigon en Hongkong.
De vliegtuigen van T.A.A.S. en P.O.A.S. vliegen op o.m. Hongkong en Singapore en verrichten daarnaast ook chartervluchten. Alleen de eerste twee maatschappijen maken winst. P.O.A.S. kan zich ondanks het contract met de republiek financieel niet staande houden. P.O.A.S. beschikt over twee Dakota’s  waarvan slechts één bruikbaar is.
Momenteel is er sprake van een fusie van deze drie maatschappijen.
02.11.1948
Het lijkt erop dat de Siamese regering onder internationale druk (ICAO) toch wel iets wil doen aan de illegale vluchten van figuren als Cobley en Wade Palmer.
Ook de nieuw opgerichte Far Eastern Air Transport Company, die plannen had vluchten naar de republiek te gaan uitvoeren, kreeg geen toestemming voor haar activiteiten vanuit Siam.
Trouwens de oprichters van deze maatschappij maakten oorspronkelijk deel uit van de P.O.A.S.
03.11.1948
Het Dakota vliegtuig VR-HEC vertrok van Rangoon naar verluidt voor een illegale vlucht naar Djocjakarta met Thakin Tha Din en twee Indonesische passagiers, Sait Noor en Wiweko Supono .
Het vliegtuig zou door de Amerikaan L.A.D. Moore zijn aangekocht van Dalmia Jain Co. Ltd., een der grootste aandeelhouders in de India National Airways.
De bewuste Dakota is hier (= Rangoon HD) zonder passagiers van Hongkong zijn binnengekomen, bestuurd door 1e piloot capt. Maupin en als 2e piloot James Tate van de Peacock Air Lines. Bwk was Castlebury.
03.11.1948
In Bangkok zijn nog steeds de beide leden van Cobley’s bemanning: I.S. Smith en C.S. Jeffrey zij kwamen daar eind september/begin oktober aan in gezelschap van majoor Daniels, de agent van Cobley’s maatschappij Conway Aviation. Daniels vertrok half oktober naar Penang, uit zijn uitlatingen zou opgemaakt kunnen worden dan hij van plan was de banden met Cobley te verbreken.
Terwijl de Chinees Lee in een hotel verblijft en op zoek is naar kantoorruimte. E.e.a. zou erop wijzen dat de bende van Cobley thans van Siam uit zou opereren.
04.11.1948
De Siamese regering heeft de P.O.A.S. gewezen op het illegale karakter van haar activiteiten en erop aangedrongen zich aan de betreffende regelingen te houden.
Waarop P.O.A.S. schriftelijk verzocht om landingsvergunning te Batavia en verdere klaring naar Djocjakarta e.a.
Er zou gevlogen worden met de Dakota’s HS-PC103 en HS-PC103.
De Siamese regering kan moeilijk om maatregelen tegen illegale vluchten worden gevraagd als wij niet bereid zijn legale vluchten toe te staan.
P.O.A.S. is er wel van overtuigd dat de dreiging met harde maatregelen door ML-KNIL serieus genomen moeten worden. Daar staat tegenover dat het neerschieten van Amerikaanse piloten zeer scherpe reacties teweeg zal brengen.
09.11.1948
Telegram aan FIELDAIR CROYDON: “REFURLET 9 NOV 48 STOP REQUIRE IMMEDIATELY ONE DC3 FOR CARGO ONLY DELIVERY BANGKOK STOP QUOTE BIJ RETURN STOP LETTER FOLLOWS INCLUDING LIST OF SPARES FOR OUR PBY5 STOP ALSO REQUIRE PBY 5 AN C46” / CRITON
Telegram aan LC INSULAR AIRLINES MANILA en aan PHILLIPINE AIRLINES: “ATTENTION QUASHA STOP REQUIRED FOR IMMEDIATE DELIVERY BANGKOK ONE AMPHIBIAN CATALINA OR ONE DAKOTA FUNDS AVAILABLE SINGAPORE OR BANGKOK NOW” / CRITON
13.11.1948
P.O.A.S. Verzoekt toestemming voor een vlucht van Dakota HS-PC102 of 103.
Heenreis 21/11 via Singapore, aankomst Batavia 09.30 uur, vertrek naar Djocja 14.00 uur, terugreis 22/11, aankomt Batavia uit Djocja 07.00 uur, vertrek naar Singapore 09.00 uur, alles plaatselijke tijd Batavia.
18.11.1948
RI-001 vliegt met vice-president naar Sumatra. Vandaar doorgevlogen naar Rangoon, en
komt daar onaangekondigd en na sluitingstijd aan.

21.11.1948
De RI-001 arriveert te Rangoon met gezagvoerder James Tate, 2e piloot Maupin, bwk Castlebury, marconist Budiardjo en stewardess Surita. Passagiers dr. Soedarsono en mr. Wiweko Soepono.
20.11.1948
Telegram d.d. 23/11: “Sujadi te Djocja verzocht op 20 november voor de RI-001, het vliegtuig waarmee Hatta naar Sumatra reisde, aam Murjunani te Rangoon een ‘landingpermit’ tussen 25/11 en eind. November op de vliegvelden MENGUI en RANGOON”.
23.11.1948
Mr. Emilio Acuda vraagt landingsvergunning in Manilla voor “an Indonesian registered plane No. R-013, with markings 006 en tevens voor eventuele tankstop te Zamboanga.
Op 25 november wordt hem die vergunning verleend.
23.11.1948
In de Bangkok Post verschijnt een artikel over de Amerikaanse piloot Bobby Freeberg en zijn collega’s David F. Fowler en de Brit Richard Ralph Cobley.
24.11.1948
Van Rangoon naar Calcutta zijn vertrokken: dr. Soedarsono, Wiweko Soepono, capt. James Tate mrs. Jean Surita.
James Tate werd ook genoemd als 2e piloot op de VR-HCE op 3/11 van Rangoon naar Kotaradja.
24.11.1948
De nieuwe Haagsche Courant: “De correspondent van A.P. te Singapore meldt, dat behalve Freeberg, die thans vermist wordt, twee andere buitenlanders als piloot van de republiek optreden, n.l. de 26-jarige Engelsman Richard Ralph Cobley die in de republiek woont en meestal tussen Java en Sumatra vliegt met een uit de Filippijnen afkomstige Catalina.
De tweede is de Amerikaan David F. Fowler, die vliegt voor de “Siamese” Pacific Overseas Airways (vermoedelijk is hier bedoeld de Pacific Overseas Airlines, die door Sowjet-Rusland via de handelscommissaris Plakkin gekapitaliseerd werd, Vertegenwoordiger is Bonstead & Co., welke firma ook de Sovjetpropaganda verzorgt.-Red). Fowler is te Coleman in Texas geboren en maakt elke 14 dagen een vlucht naar de republiek
”.

November 1948
De controle op doortrekkende vliegtuigen te Morotai wordt aangescherpt.

18.11.1948
Bij Lloyds werd een claim ingediend inzake de verzekeringspenningen in verband met het verlies van RI-002. En Lloyds sluisde deze claim door naar de Nederlandse autoriteiten.
De eis werd afgewezen.
Het bleek dat per abuis op het uitklaringsmanifest van het toestel de plaatselijke KLM agent genoemd was als agent van de eigenaren.
26.11.1948
De gezant te Bangkok meldt weer het een en ander.
Er zijn hem geen nieuwe illegale vluchten ter ore gekomen. Wade Palmer schijnt voornemens te zijn bezigheden voor de republiek te hervatten. Hij vliegt met een Anson.
Voorts probeert de Amerikaan Grigware zijn Lockheed Hudson te verkopen aan de T.A.A.S. of aan andere gegadigden. Het schijnt moeilijk te zijn in dit gebied een Hudson vliegende te houden. Er zijn geen onderdelen in Zuidoost Azië voor dit type.
Grigware is wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten na betaling van een boete van Rupees 50,-. Hij zou op illegale wijze Birma binnengevlogen zijn.
Wél schijnt vast te staan dat hij te Mergui goud uit Indonesië heeft binnengesmokkeld.

29.11.1948
Onder piloten op Manilla International Airport gaat het verhaal dat de republiek een contract heeft afgesloten met ‘Filippijnse belanghebbenden uit officiële kringen” inhoudende, behalve de levering van diverse handelswaar, dat maandelijks drie retourvluchten Manilla – Djocja worden ondernomen. Daarvoor beschikt men thans nog maar over één vliegtuig, de Catalina geregistreerd onder RI-006.
De Amerikaanse piloot Fleming van de RI-006, die $ 5000,- voor iedere vlucht zou ontvangen, zou in opdracht van Djocja doende zijn een tweede amfibievliegtuig, Brits type “Walrus”, aan te kopen. Een oud (naar verluidt in 1942 gebouwd) toestel van dit type bevindt zich te Manilla en zou voor een vlucht naar Djocja gereed worden gemaakt.

29.11.1948
De Catalina RI-006 wordt binnenkort uit Djocja terugverwacht met als passagiers dr. Ratulangi en staf, die hier ter stede een handelsvertegenwoordiger annex “Indonesian Information Office” zouden komen openen.
29.11.1948
De Australische CAA deelt mee dat verschillende vliegtuigen, waaronder die gebruikt door Cobley en Wade Palmer uit het Australische register zijn geschrapt. Met uitzondering van de VH-BHB, dat zich thans in Birma bevindt, is geen der zich in Zuidoost Azië bevindende toestellen nog gerechtigd de Australische registratietekens te voeren.
In het bijzonder geldt dit voor het vliegtuig van F.J. Grigware, de vroegere VH-ASV, waarvan de letters nog niet schijnen te zijn verwijderd.
30.11.1948
John Coast, optredend als vertegenwoordiger van het Republikeinse Ministerie van Buitenlandse zaken, stelt pogingen in het werk gebruikte Dakota’s te kopen van Siamese Airways Co. Ltd. Deze maatschappij zou momenteel bezig zijn in Engeland kleinere toestellen aan te schaffen, indien dat lukt is verkoop van de Dakota’s (aan Coast) dus waarschijnlijk.
01.12.1948
Het illegale vliegbedrijf wordt mogelijk verplaatst naar de Filippijnen. Mede omdat de mogelijkheden om geheime vluchten in dat eilandrijke gebied beter zijn.
De Amerikanen Grigware en MacMillan en de Australiër MacCallum zijn al naar Manilla vertrokken.
Deze drie heren waren betrokken bij de vluchten van de VH-ASV welke nog te Rangoon lijkt te zijn, en ze staan bovendien in relatie met de groep van Cobley.
08.12.1948
Sedert het afsluiten van het contract op 24/5 werden door de Dakota HS-PC103 tenminste acht vluchten vice-versa uitgevoerd.
Bovendien beschikt de republiek sinds kort over een Dakota, de RI-001.
08.12.1948
De commandant van de republikeinse vliegbasis Djambi heeft i.v.m. de aankomst van een aantal waarnemers van de CGD instructies gevraagd wat er wél en wat niet aan hen gerapporteerd mocht worden. In het bijzonder indien zij vragen zouden stellen omtrent het in Djambi aanwezige vliegtuig RI-005 en de identiteit van de eigenaar.
01.12.1948
Opheffing van het verbod te schieten op illegale vluchten dienst opgeschort te worden tot de instelling van luchtcorridors geregeld is en nadat de ICAO gelegenheid heeft gehad de contracterende staten te waarschuwen.
04.12.1948
Dagbladbericht: Ergens op de Djambi ligt een van de twee vliegtuigen die de republiek nog over heeft na de crash van Freeberg.
Het betreft een Catalina, piloot Richard Ralph Cobley, die goed gecamoufleerd wordt met takken en bladeren. Zes weken geleden keerde het toestel uit Bangkok terug met motorpech en wacht sindsdien op, per boot aan te voeren, reserveonderdelen.
Alleen de Dakota van David Fowler is momenteel dus operationeel.
14.12.1948
Na overleg met/tussen de militaire luchtvaart, burgerluchtvaart en Marineluchtvaartdienst wordt besloten om geen luchtcorridors in te stellen. Handhaving is vrijwel onmogelijk, terwijl onze eigen vliegtuigen nauwelijks zodanig zijn uitgerust dat ze met enige zekerheid binnen zo’n corridor zouden kunnen blijven.
16.12.1948
Ter voorkoming van moeilijkheden als destijds in juli 1947 (neerschieten VT-CLA HD) wordt in Batavia wordt overwogen tot het uitvaardigen van een verklaring waarbij geheel Java en Sumatra, met uitzondering van het gebied rond de luchthavens Medan, Palembang, Batavia en Soerabaja voor vreemde vliegtuigen verboden te verklaren.
16.12.1948
Een aanvraag van Alagappan werd ontvangen voor het vliegtuig VT-COA voor een vlucht op 17/12 via Batavia naar Djocja. In overleg met Beel beslissing aangehouden, om meer inlichtingen gevraagd.
Uit een onderschept telegram bleek dat president Soekarno in een gezelschap van 21 personen op 17/12 uit Djocja zou vertrekken, twee nachten in Bukit Tinggi te blijven en op 19/12 in Birma te arriveren. Er werd om lodging voor één nacht te Rangoon verzocht. Het gezelschap zal 20 dezer in New Delhi aankomen.
Al met al werd daaruit de conclusie getrokken dat e.e.a. zou wijzen op een vlucht en de vorming van een Regering in exile.
19.12.1948
De Amerikaanse piloot James Henry Fleming wordt met z'n Catalina aangehouden. Hij landde met zijn Catalina RI-006 op vliegveld Djocjakarta ten tijde van de 2e politionele actie terwijl dat vliegveld al weer in Nederlandse handen was. De lading bestond uit textielen, medicijnen en olie.
Deze Fleming verkeerde in de veronderstelling dat zijn vluchten naar en van de Republiek legaal zouden zijn.
19.12.1948
Cargo Manifest Pacific Overseas Airlines (SIAM) Ltd.
Trip No. SPEC-CHARTER.
Aircraft No. HSPC102.
21.12.1948
De Amerikaan Fleming verzoekt aan de Amerikaanse Consul-generaal om teruggave van zijn Catalina met lading.  
Zijn verzoek was in de vorm van een vrij uitgebreid vluchtverslag:
“  I departed Manila International Airport December 15, 1948 at 2.45 pm bound for Jogjakarta direct in my pby-Catalina type plane.
  
My cargo was 7.000 yds. Of cotton rayon, 400 ladies dresses, samples of medicine, and 50 gals. of oil. I was flying my PBY in accordance with the United Nations rules and with a permit from the Philippine Governement to fly with goods for Indonesian Relief registry. Every flight to and from the Philippines was cleared by Philippine Customs.
   We arrived in Jogjakarta December 16, at 3.30 am. I had no passengers, only the 2 above mentioned cargo. I turned the cargo over to customs at the airfield and on the 18 December 1.30 a.m. I departed for Lampong, Sumatra. The trips were chartered bij the Indonesian Federal Commercial Organization. I arrived in Lampong at 5.30 a.m. and returned to Jogjakarta at 4.30 a.m., landing in Jogjakarta at 9.30 p.m. 18 December 1948.
   At 1.30 a.m. 19 December I departed for Lampong and upon returning at Jogjakarta at 10.30 a.m. I saw a destroyer from 5.000 feet. The destroyer was laying approximately 25 miles south of Jogjakarta. I was in the clouds of about .9 coverage and let down to 3000 feet to see it better. It was Dutch so I proceeded on West of Jogjakarta for 10 miles at 3.000 feet and saw some P-51 planes strafing the East side of Jogjakarta.
There was smoke up to 8.000 feet above the city and I saw only one fire in the heart of Jogjakarta. I took my binoculars, as I was flying away from the action and saw many planes and paratroopers on the airfield and knew it was Dutch.
Since I am a businessman and felt I was operating legally according to Philippine and Indonesian regulations with the United Nations that the best thing for me to do was land and tell the Dutch why I was in Indonesia since I have no fear of them and my record is good.

   As soon as I was evacuated to Batavia I heard a broadcast state that I had been flying government officials from Jogjakarta and it disappointed me very much to hear that I was accused of such. That is the main reason I landed in Dutch held Jogjakarta.
I hoped to clear my name of any rumours that I may unjustly accused of.
When I landed I explained to the Dutch officials that I could have easily flown to Singapore rather than turn all my property over in hope of fair consideration from the Dutch. I still had seven hours of fuel.

   Mr. Arkin, an American with my crew, got separated from us and is in room No.6 of the hotel Merdeka with the remains of my goods. My goods and medicine cost 25 thousand Pesos and my plane cost 25 thousand dollars.
   I would appreciate any help from your Consul in helping me to receive my goods and PBY type plane since it was not captured from me, but turned over by me to the Dutch in good faith.
Sincerely yours, James Harvey Fielding.
Met de door hem genoemde United Nations bedoelde hij ongetwijfeld de ICAO, in beide gevallen is dat echter formeel niet waar.
Het verzoek werd met commentaar doorgestuurd naar de Nederlandse autoriteiten in Batavia.
23.12.1948
De Gezant te Bangkok schrijft: Grigware is vertrokken naar Manilla, evenals mevrouw Prapee Chotikapukane, geboren Siwong, een Siamese die een der grootste aandeelhoudsters is van P&M Co, welke hier is opgetreden als agent voor Cobley. Genoemde dame is een kapsalon-magnate en beschikt over een aanzienlijk vermogen.
Ook een zekere heer Steeg te Bangkok zou betrokken zijn bij de Cobley-Grigware-gang.
Deze heer Steeg bleek in werkelijkheid te zijn Mom Rajawong Pongamorn, bijgenaamd “Stick”, manager van bovengenoemde P&M Co., en een zwager van de Oud-minister van Defensie, Group Captain Prince Rangsiyakorn Aphakorn. Bovendien is bij deze combinatie betrokken de Amerikaan Ruegg, die eveneens naar Manilla is vertrokken.
Het vliegtuig van Grigware zou nog in Rangoon zijn onder toezicht van een van z’n handlangers, die heet waarschijnlijk Friedeberg. (=Freeberg HD)
Een zekere Webb te Bangkok zou ook bij de wapensmokkel van bovengenoemden betrokken zijn. Mogelijk betreft dit echter John Wester, een Amerikaanse manager van de International Engineering Co, alhier.(=Bangkok HD). Wester staat in verbinding met Ishak Mahdi en zou vorig jaar betrokken zijn geweest bij de wapensmokkel naar de Vietnam republiek.
23.12.1948
In een afzonderlijk telegram suggereert Schuerman dat een formeel protest tegen de illegale vluchten nu wél opportuun zou zijn. Èn met het oog op het in de toekomst eventuele neerschieten van illegaal vliegende toestellen, èn het verminderde risico dat de regering van Siam daarin aanleiding zou zien de republiek te erkennen.

1949                                                                     Terug
03.01.1949
In een nota van Buitenlandse Zaken aan de Amerikaanse Consul-generaal wordt een zevental formeel juridische argumenten aangedragen waarom de vlucht(en) van Fleming toch echt illegaal waren.
Die nota besluit met:
"By way of an act of grace Mr. Fleming has been allowed to leave the country without having been charged for the numerous offences committed by him. Should he desire so he will be tried in conformity with Indonesian law in which case he will have to re-enter Indonesian territory. In the meantime the Catalina and the imported goods will be kept at the disposal of the authorities as pieces of evidence".
Februari 1949
In een stuk van Buitenlandse Zaken aan de Secretaris Generaal komt de onderstaande beschrijving van Fleming voor:
"De hier bedoelde Amerikaanse piloot James Harvey Fleming, met zijn Catalina RI-006, is een van de beruchtste luchtpiraten, die reeds ruim een jaar lang, ontelbare illegale vluchten tussen Djocjakarta en de buitenwereld heeft ondernomen."
07.03.1949
De Minister van Buitenlandse Zaken van Birma verklaarde ongevraagd tegen de Nederlandse gezant Van Beusekom dat hij reeds lang ernstig van plan was de Republiek Indonesië de jure te erkennen. Van dit plan was echter nog niets gekomen, omdat Nehru hier voorlopig tegen was, doch vooral omdat de regering haar handen vol had met eigen zaken.
De vervroegde overdracht van de soevereiniteit was volgens hem verheugend, doch het feit, dat de republikeinse leiders nog niet waren vrijgelaten, wekte wantrouwen en deed de republikeinse versie geloven.
Onder aanhaling van de verklaring van Van Royen, dat Nederland de ervaring zoals in Birma wilde voorkomen, zei de minister, dat evenals in India na de onafhankelijkheid van Indonesië aldaar ook gevechten zouden ontstaan, doch dit zou van voorbijgaande aard zijn, terwijl de vrijheid blijvend is.
07.03.1949
Het is typerend, dat, ofschoon de militaire toestand kritiek is, vooral in centraal Buurman, en men geen cent in kas heeft, de Minister en andere leiders optimistisch gestemd zijn, aangezien een astroloog een dezer dagen heeft voorspeld, dat alle moeilijkheden eind april voorbij zullen zijn.
12.03.1949
Door Maramis, Sudarsono en Utoyo, met Wiwekosupona als general manager, werd te Rangoon opgericht Indonesian Airways. In exploitatie is de RI-001, de ex. VR-HEC die sinds januari vliegt in charter voor het Birma War Office.
Maramis heeft aan New York $ 40.000 gevraagd om een tweede Dakota te kunnen aanschaffen.
De bemanning bestaat uit vier Amerikanen met copiloten Sutardjo en Sudarjono en telegrafist Sumarmo.
Het vliegtuig is na terugkeer uit Calcutta op 26 januari niet meer buiten Birma geweest.
Hoewel de Republiek en daarmee de RI-001 onwettig is, vindt de gezant protesteren niet opportuun aangezien het toestel uitsluitend in Birma vliegt en slechts financieel voordeel oplevert, en een protest zou mogelijk bij Birma de aanleiding kunnen zijn om de Republiek de jure te erkennen.
15.03.1949
Enige weken geleden werd toevallig vernomen dat het vliegtuig RI-001, oorspronkelijk de van Hongkong afkomstige VR-HEC, door het Birmaanse leger voor transportdiensten in de strijd tegen de Karens werd gebruikt en daarbij al eens was beschoten.
Het toestel wordt geëxploiteerd door de onder toezicht van de Republiek staande "Indonesian Airlines". Deze is gevestigd aan de Phayre Street no. 56.

De exploitatie van dit vliegtuig is een goede zaak gebleken. Marjunani is de laatste tijd financieel in beter doen gekomen, twee auto's en een mooie woning.
Het toestel vliegt gemiddeld 5 uren per dag in charter. Er zijn enige Indonesiërs in Rangoon erbij gekomen.
De opzet van de operatie ziet er professioneel uit en zal dan ook wel door de vakman (Wiweko) zijn uitgewerkt. Uit een van 7 maart daterende brief die de Nederlandse gezant in afschrift kreeg bleek het volgende:
a. Met de Birmaanse autoriteiten zijn besprekingen gevoerd o.a. omtrent transfer van een deel der charterprijs naar India.
b. Dr. Sudarsono ziet terecht in dat het op deze wijze ter beschikking stellen van luchtvervoer de relaties in de toekomst ten goede zal komen.
c. Marjunani maandelijks Rs. 5000 uit de opbrengst van het vliegtuig (evt. de vliegtuigen) zal krijgen.
d. Er zijn thans een tweetal Indonesische 2e piloten (Sutardjo en Sudarjono) beschikbaar.
e. De Birmaanse autoriteiten geven er de voorkeur aan van Aziaten te charteren, zij zijn in het verleden dikwijls bedrogen door Europeanen.
f. Als het Birmaanse Dept. van Oorlog het toestel niet meer nodig heeft, zal Union of Birma Airways het charteren.
g. De republikeinse vertegenwoordiging in New York is goed van US dollars voorzien. Immers dr. Maramis vraagt daar om 40.000 dollars. Vroeger werd New York uit Azië gefinancierd, dat lijkt nu andersom te zijn.
Opmerkelijk is de charterprijs. In de bijlage wordt genoemd Rs 5 per mijl, terwijl de Director of Civil Aviation de Birmaanse regering Rs 5,8 per mijl betaalt.
Waar deze halve roepie per mijl (per maand ca. Rs. 10.000) blijft hangen is niet bekend.

De Nederlandse gezant meldde dat hij zich wist te beheersen, waarmee hij doelde op het feit dat hij zelfs geen lichte verwondering liet blijken over het feit dat de Birmaanse regering een vliegtuig chartert dat niet is voorzien van een internationaal erkend kenmerk, van een evenmin officieel erkend vertegenwoordiger van de Republiek Indonesië en het dan, bemand door buitenlanders in te zetten t.b.v. de strijd tegen de Karens.
16.03.1949
Ons Min. van Buitenlandse Zaken meldt aan Rangoon dat de charterovereenkomst betreffende de RI-001 van het Birma War Office met het oog op art.17 van de Chicago Conventie, inderdaad een inbreuk vormt op onze soevereiniteitsrechten.
"Niettemin deel ik uw mening, dat een protest terzake thans ongewenst zou zijn"
17.03.1949
De eerste verscheping van I.E.F.C. rijst naar de Republiek is een feit. De SS Bust vertrok uit Bangkok met 800 ton en 200 ton per Landbris.
18.03.1949
In het codetelegram meldt gezant Schuurman te Bangkok dat de zekerheidstelling t.a.v. het krediet van $ 215.000 uit vier Skymasters bestaat (en niet uit één, zie 25/3)
25.03.1949
De Siamese regering die al 26% van de aandelen van Pacific Siamese Airways in haar bezit had, heeft aanvullende aandelen opgekocht. Dat zou gebeurd zijn tegen ca. een vijfde van de nominale waarde tot een totaal bedrag van 7.000.000 Tcs. Zij bezit thans 95% van de aandelen. De overige 5% is in handen van de Amerikaan L.A. Lewis, de vertegenwoordiger te Bangkok van William Hunt & Co. Ltd. De waarde van Lewis' aandelenpakket zou ca. 350.000 TCS bedragen.
25.03.1949
Generaal Chai Pratiphasen de directeur van Siamese Airways, waarvan de aandelen geheel in handen van de Siamese regering zijn, heeft onlangs de wens uitgesproken dat P.O.A.S. en Siamese Airways Co gefuseerd zouden worden.
Volgens een der directeuren van P.O.A.S., zouden de verliezen in 1947 220.000 Tcs. hebben bedragen. In 1948 zou het verlies zijn teruggebracht tot 170.000 Tcs. terwijl het verlies in het begin van dit jaar verder verminderd zou zijn tot 54.380 Tcs.
25.03.1939
Daartegenover stonden uitgaven/inkomsten in 1948 en 1949 van resp. 5.443.240/5.765.102 en 1.146.052/1.422.150 Tcs.
Dat deze cijfers onderling tegenstrijdig zijn kon Gezant niet verklaren.
De enige manier waarop P.O.A.S. tot een sluitende exploitatie kon komen is waarschijnlijk het uitvoeren van chartervluchten voor de Republiek.
Na de tweede politionele actie stuitte dit op bezwaren.
Voor zover in Bangkok waarneembaar hebben die sindsdien ook niet meer plaatsgevonden.
Wel waargenomen werd de raadselachtige vlucht in januari 1949 van de Skymaster naar Australië "voor oefeningsdoeleinden".

25.03.1949
Enige dagen geleden ontving de P.O.A.S. een lening van het Fox Concern van US$ 215.000, tegen zekerheidsstelling van haar Skymaster. Hiermee kan P.O.A.S. weer even vooruit en mogelijk de fusie met Siamese Airways kunnen omzeilen.
04.05.1949
RI-007 arriveert in Rangoon. Piloot is de Amerikaan Mac Moore.
Het toestel blijft te Rangoon voor Charters t.b.v. Birmaanse regering.

Nog leesbaar op het toestel: Philippine Airlines Corp.
09.05.1949
Te Rangoon is Indonesian Airways opgericht. Heeft nu twee vliegtuigen RI-001 en RI-007.

13.05.1949
Cathay Pacific Airlines koopt (de) vliegtuigen van Philippine Airlines Corp.
Deze vliegtuigen zullen aan derden worden doorverkocht.

Zes stuks gingen naar een nieuwe combinatie in China en Birma. In deze combinatie zijn de "Amerikaanse piloten-vrijbuiters Roy Parrell, James Fleming en Lad Moore" geïnteresseerd.
"Luchtpiraat Parrell" is thans trouwens voor 10% eigenaar van Cathay.
Eén is bestemd voor de Lutheran Mission in China.
Begin mei 1949
Het Lockheed Hudson vliegtuig van Grigware is aan mevr. Prapee Chotipukana verkocht.
Het bevindt zich nog te Rangoon. Mevr. Prapee wil het toestel in Siam laten registreren, daar neemt men het met de luchtwaardigheid niet zo nauw. De autoriteiten te Rangoon (waar een Brit chef is van de burgerluchtvaart) weigeren echter een BvL af te geven, zodat het toestel niet naar Siam kan komen.

Mei 1949
De vliegtuigen van Union of Burma Airways (6 Doves) worden gebruikt voor wapendroppings. Ze vliegen boven door opstandelingen bezet gebied en worden met enige regelmaat beschoten. Hiervoor worden ook regelmatig vliegtuigen gecharterd.

19.05.1949
De RI-007 werd boven Meiktila beschoten en geraakt.

19.05.1949
Charteren is vanwege de risico's ontzettende duur, de Birmaanse regering heeft dus dringend vliegtuigen nodig. Bo Set Kya (één van de 'dertig helden') bood zijn bemiddeling aan. Hij wordt financieel gesteund door Cathay Pacific Airlines die voor de deviezen zou zorgen voor de aankoop van vliegtuigen in Manilla.

Airways Burma zal over 8 Dakota's beschikken, vier uit Manilla en vier gecharterd van Cathay. Ze gaan onder Birmees kenmerk vliegen en zullen een eind maken aan de lucratieve operaties van Indonesian Airways. (sommige vliegtuigen brachten in een half jaar meer dan tweemaal hun waarde op!)
Er moet dus rekening mee gehouden worden dat RI-001 en RI-007 het land zullen verlaten.
20.05.1949
Asian Airlines was een te Sydney opgerichte maatschappij die medio 1948 een twaalftal Catalina’s kocht met als doel vluchten naar Singapore, Saigon, Bangkok, Rangoon en Brits Borneo.
Feitelijk richtte de belangstelling zich voornamelijk op illegale vluchten naar de Republiek. Leiding had C.H. Campbell, destijds z.g. Indonesisch handelswaarnemer (republikeins) te Sydney. Een overtuigd communist.

Door de tegenwerking van de autoriteiten verplaatste Campbell zijn bedrijf over naar Manilla.
20.05.1949
P.O.A.S. beschikt nu behalve over een Skymaster en twee Dakota's ook over een Catalina die gebruikt wordt voor goudtransport naar Macao.

27.05.1949
De Nederlandse journalist Alfred van Sprang kreeg een vliegtocht naar Noord-Birma aangeboden door generaal Ne Win. Deze vlucht werd gemaakt met de RI-001 en er werd vrijwel de gehele vlucht op één motor gevlogen.

02.06.1949
Piloot Tate is vertrokken, zijn plaats wordt ingenomen door de Amerikaan Carl Wiss.

Begin juni 1949
De RI-001 werd na grondige revisie (Moore had in mei jl. uit Hongkong onderdelen meegebracht) begin juni weer in bedrijf gesteld. Reeds na de eerste vlucht bleken de motoren ernstig beschadigd, men dacht aan sabotage en de politie zou een onderzoek instellen. Nieuwe motoren werden in Hongkong besteld en zullen deze week arriveren.

Van de Britse vliegofficieren der Militaire Missie werd echter vernomen dat naar hun mening van sabotage geen sprake was, een dergelijk verhaal werd overal en altijd door slechte werktuigkundigen opgehangen als een vliegtuig iets onverklaarbaars aan de motoren kreeg.
Begin juni 1949
De RI-007 is regelmatig in gebruik. De behoefte aan vliegtuigen voor binnenlands verkeer is dermate groot dat de nieuw opgerichte "Air Burma" zoals de naam thans luidt, die dagelijks met vijf Dakota's en twee Catalina's  vliegt, er niet aan kan voldoen.

Begin juni 1949
Er zijn geen aanwijzingen dat een vliegtuig van Indonesian Airways naar Indonesië opgeroepen is. Het is trouwens de vraag of aan zo'n oproep gehoor gegeven zou worden. Het bedrijf hier in Rangoon is een prima en winstgevende zaak.

Begin juni 1949
Toekomstige samenwerking met Air Burma is niet uitgesloten.
De invloedrijke Bo Set Kya is van plan zich van alle concurrentie te ontdoen en daar hij goede vrienden is met de heer Marjunani, zou zulks t.a.v. Indonesian Airways wel op vriendschappelijke wijze kunnen geschieden.

Begin juni 1949
De RI-001 en RI-007 zijn tot op heden nog niet buiten Birma geweest.

23.06.1949
Mevr. Prapee heeft haar Hudson onlangs verkocht aan de Amerikaan Castlebury.
Deze Amerikaan is de gwk die beide vliegtuigen van Indonesian Airways onderhoudt.
Hij is thans doende het vliegtuig in orde te maken om een BvL te verkrijgen.
Hij wil het in Birma laten inschrijven (en liet er alvast XY opschilderen) en hij wil
het exploiteren in samenwerking met Holmes, een piloot van Trans Asiatic Airlines.

23.06.1949
Mevr. Prapee is geïnteresseerd bij de Siamese firma "P&M Co". Deze firma is nog steeds vertegenwoordigster van majoor Daniels. Deze laatste vertoefde de laatste weken in Bangkok, hij werd vergezeld door een andere Europeaan, Hoseason, die bij Daniels werkt. Beiden werden gezien in gezelschap van John Coast. Het waarom van hun bezoek was niet duidelijk, ze maakten een 'ongunstige indruk'.

24.06.1949
De Republikeinse vliegtuigen RI-002 t/m RI-006 zijn verongelukt dan wel bij de militaire actie van 19 december jl. zijn buitgemaakt. Van vliegtuigen met hogere nummers is niets bekend.

24.06.1949
Een aantal Catalina vliegtuigen van Asian Airlines wordt verkocht.

24.06.1949
Izak Mahdi arriveerde in Rangoon, op 26/6 ging hij terug naar Bangkok.

28.06.1949
Izak Mahdi brengt rapport uit van zijn bezoek. Een deel van de kosten van zijn bezoek werden gedragen door Indonesian Airlines te Rangoon, de rest werd betaald uit de Atjehkas door capt. Lie.

- Landingsvergunning in Thailand slechts verkrijgbaar bij waarschuwing van vier dagen vooraf.
- P.O.A.S. is bereid voor $ 8000 per vlucht een dienst Bangkok - Djocjakarta v.v. te gaan onderhouden.
- In Bangkok liggen nog vliegtuigonderdelen die maximaal daar voor een duur van 4 maanden in transito mogen blijven. Ter verhindering van openbare verkoop werd e.e.a. met behulp van de heer Soebekti en het personeel van de AURI binnengebracht.
- Er is in Atjeh dringend behoefte aan papiergeld dat niet nagemaakt kan worden.
28.06.1949
Er is sprake van de oprichting van een Joint Airlines met verschillende firma's in Bangkok.

29.06.1949
Uit een brief aan de Australiër Campbell blijkt dat "Asian Airlines" in liquidatie is.

Juli 1949
 Over de P.O.A.S. /Pacific Overseas Airways Siam.
Oorspronkelijk was 26% van de aandelen van de P.O.A.S. eigendom van de Siamese regering. Deze aandelen werden voor laatstgenoemde gehouden door de nationale Siamese luchtvaart Maatschappij, de "Siamese Airways Co." welker gehele kapitaal gefourneerd is door de regering.
25% Der aandelen van de P.O.A.S. was in den beginne geplaatst bij een groep Siamese particulieren, die bijna allen in nauwe relatie stonden met, of deel uitmaakten van het bestuur van de Bangkok Bank. Deze bank vertegenwoordigde de economische belangen van een groep aanhangers van de toenmalige eerste minister Pridi Panomyong.
Op typisch Siamese wijze werd deze instelling gebruikt om, parallel aan zekere gouvernementele acties, de belangen van de heersende groep op economisch terrein te behartigen.
Dat tevens goede betrekkingen van de P.O.A.S. met het gouvernement van Pibul gewaarborgd zijn, moge blijken uit het feit dat generaal majoor Phao Sriyanond, assistent directeur generaal van de Politie en een steunpilaar van het huidige regime, eveneens onder de particuliere Siamese aandeelhouders paraisseert. \De genoemde groep van Siamese aandeelhouders, welke grote belangen heeft bij de Bangkok Bank, beheerst tevens de vennootschap 'Siamese American Trading Co. Ltd.", waarvan de Canadees Carroll directeur is.
Laatstgenoemde Siamese maatschappij heeft vanouds relaties met de Indonesische Republiek. Ook zij had enkele van voornoemde 25% aandelen in de P.O.A.S. op haar naam. Van de aandelen in Amerikaanse handen (49& van het totaal) was 5% in het bezit van de heer Lewis, vertegenwoordiger te Bankok van de Amerikaanse firma William Hunt, die eveneens vanouds in nauwe verbinding stond met de Indonesische Republiek, o.a. met de minister Maramis en met de American Indonesian Corporation, en het restant ad 44% eigendom van de P.O.A., de Pacific Overseas Airways", de in Amerika gevestigde moedermaatschappij.

De verdeling van het aandelenbezit was derhalve vóór december 1948 aldus:
Siamese Regering (Siamese Airways Co) 26% 
Bangkok Bank groep                    25%
P.O.A.                                44%
Lewis (William Hunt)                  5%

Het verloop van de onderlinge onenigheden tussen de verschillende bovengenoemde belangengroepen, welke vertegenwoordigd zijn in de P.O.A.S., is voor een buitenstaander moeilijk geheel te volgen.
Vermeld moge worden, dat de Siamese Airways Co, onder leiding van haar directeur, de generaal Chai Pratiphasein, streeft naar een overheersende positie in de Siamese civiele luchtvaart en daartoe onder haar leiding een fusie van de bestaande Siamese luchtvaartmaatschappijen tot stand wil brengen.
Aan het eind van 1948 had voorts de P.O.A. beslag gelegd op de Skymaster van de P.O.A.S., welke zicht toentertijd in Californië bevond, daar de dochtermaatschappij haar schulden aan de P.O.A. niet kon voldoen.
Tezelfdertijd was er schijnbaar, zowel bij de Siamese regering als binnen de P.O.A.S., verzet gerezen tegen de bedrijfspolitiek, die had geleid tot illegale vluchten naar republikeins territoir voor rekening van de republikeinse regering.
De P.O.A.S. trachtte derhalve met de Indonesische regering tot een overeenkomst te komen voor legale non-scheduled vluchten naar Djocjakarta.
Op de eerste legale vlucht moest het toestel wegens het begin der politie actei van Batavia naar Bangkok terugkeren.
In november en december 1948 had inmiddels volgens mededeling van de KLM-vertegenwoordiger te Bangkok, een briefwisseling plaatsgevonden tussen de heer Plesman, die toen in New York vertoefde, en een vertegenwoordiger van de P.O.A.
De P.O.A. bood hierbij aan de KLM ter overname aan haar aandeel (44%) in het kapitaal van de P.O.A.S.
Het door de P.O.A. voor dit aandelenbezit uitgelegde kapitaal bedroeg Tcs. 2.400.000 (volgens haar opgave overeenkomend met ruim US $ 210.000). De P.O.A. was geneigd deze aandelen van de hand te doen voor een som vertegenwoordigende ongeveer 25% van het door haar geïnvesteerde kapitaal.
Er werd tevens door de P.O.A. op gewezen, dat de Siamese regering een optie had op deze aandelen, welke echter afliep op 20 december 1948.
Wegens bepaalde belastingmoeilijkheden had de P.O.A. bijzondere haast om deze aandelen te verkopen. De KLM is op dit aanbod niet ingegaan.
De P.O.A. heeft daarop toch in begin december 1948 haar aandelen van de hand kunnen doen en wel, naar in de Bangkokse couranten werd gepubliceerd, door verkoop aan de Siamese regering, welke dus van haar voorkeursrecht gebruik had gemaakt, terwijl zij bovendien het aandelenbezit van de Bangkok Bank groep zou hebben overgenomen.
Uit een memorandum d.d. 12.5.1949 blijkt echter dat de aandelen van de P.O.A. in handen van de Fox groep zijn overgegaan en dat Fox bovendien belangrijke betalingen heeft gedaan aan de P.O.A. ter aflossing van de schulden die de P.O.A.S. nog aan de P.O.A. had. Voorts had, volgens het memorandum, Fox nauw samen kunnen werken met de Siamese regering in deze aangelegenheid.
Fox gaf aan P.O.A.S. een voorschot van US $ 218.000, met als zekerheidsstelling de Skymaster van deze maatschappij.
Daar de P.O.A. voor haar aandelenbezit (44%) van de KLM slechts een vierde van $ 210.000 vroeg, kon Fox derhalve met bovengenoemd bedrag een meerderheid der aandelen verworven hebben en bovendien geholpen hebben bij het afbetalen van oude schulden en het beschikbaar stellen van bedrijfskapitaal.
Gebruik makend van de verwarde constructies, die in Thailand gebruikelijk zijn, en het gebrek aan integriteit bij bepaalde overheidspersonen, is Fox er derhalve naar alle waarschijnlijkheid in geslaagd, zich van de P.O.A.S. meester te maken, hetzij door de 95% participatie der Siamese regering over te nemen, hetzij door met laatstgenoemde terzake tot een akkoord te komen. (Lewis van William Hunt zou nog steeds 5% bezitten.)
De veronderstelling van P.O.A.S. in handen van Fox is geraakt vindt steun in de volgende feiten.
1.  Omstreeks midden december 1948, in de dagen voor de politie actie, hervatte P.O.A.S. haar illegale activiteit. Haar Skymaster, door Fox vrijgemaakt, verscheen in Manilla voor een vlucht naar Djocjakarta.
2.  Op 8 januari 1949 werd met deze Skymaster goud voor de Republiek vervoerd van Manilla naar Amerika.
3.  In juni 1949 onderhandelde P.O.A.S. met bepaalde republikeinse vertegenwoordigers over een hervatting van een directe dienst Bangkok - Djocja v.v, met haar Skymaster, tegen een vergoeding van US $ 8000 per vlucht.
4.  Voorts is het, volgens deskundigen der KLM te Bangkok, onmogelijk dat de P.O.A.S. winst kan maken bij de exploitatie van haar luchtlijn van Bangkok naar Hongkong en Singapore. Herhaaldelijk bleek ook nog in de laatste tijd, dat P.O.A.S zeer krap bij kas zit en slechts ternauwernood de kosten van haar bedrijfsstoffen kan betalen.
Het enige winstgevende bedrijf, nl. de vluchten met een Catalina voor goudvervoer naar Macao, is thans door een ongeluk dat bij de landing aldaar heeft plaatsgehad, en waarbij deze vliegboot ernstig werd beschadigd, stopgezet.

Niettemin heeft de P.O.A.S. gedurende de laatste maanden het aantal Amerikaanse piloten en technici in haar dienst uitgebreid. Deze Amerikanen voeren hier een onbekrompen staat; zij beschikken bijvoorbeeld allen over eigen auto's.
Het is, volgens genoemde deskundigen, duidelijk dat de P.O.A.S. haar bedrijf niet gaande zou kunnen houden zonder een ruime kasvoorziening van de zijde van het Fox concern.
5.  Door de overwegende invloed van Fox en de P.O.A.S. wordt het begrijpelijk dat, hoewel de Siamese regering thans, volgens haar eigen -nog niet weersproken- verklaring, over 95% van het aandelenkapitaal van de P.O.A.S. zou beschikken, toch geen voortgang wordt gemaakt met de samensmelting van deze maatschappij met de "Siamese Airways", hoewel deze laatste daar een voorstandster van zou zijn en een dergelijke samenvoeging ook om bezuinigingsredenen gewenst is.

Fox schijnt de P.O.A.S. te beschouwen als een belangrijk instrument voor zijn politiek ten aanzien van Indonesië. Wellicht hoopt hij te zijner tijd van een onafhankelijke Indonesische regering, als beloning voor de hulp door P.O.A.S. verleend aan de Republiek, het recht te verkrijgen om luchtlijnen te exploiteren, hetzij binnen het eilandenrijk, hetzij vandaar naar Amerika of Europa. Wellicht ook zal hij zich voldaan betonen, indien hem, als beloning voor al deze goede diensten in moeilijke tijden verleend, volledige schadeloosstelling met een ruime vergoeding voor het genomen risico wordt geboden.
Hoe het ook zij, Fox geeft de moed nog niet op. Dit moge ook daaruit blijken, dat zijn vertegenwoordiger, de heer Lee, binnenkort uit Amerika in Bangkok wordt terugverwacht, en dat deze voornemens schijnt te zijn, zich met zijn echtgenote daar voor lange tijd te vestigen.
21.07.1949
Mogelijkheden om te komen tot meer verbinden Republiek - buitenland worden onderzocht P.O.A.S. zou voor $ 8000 per vlucht een dienst Bangkok - Djocja met haar C-54 willen onderhouden.

21.07.1949
Naar verluid worden vliegvelden op Atjeh hersteld.

21.07.1949
Er worden besprekingen over landingsrechten in Thailand gehouden.

21.07.1949
De RI-001 en RI-007 worden momenteel door Indonesian Airways gebruikt voor chartervluchten t.b.v. het Birmese gouvernement. Dat levert aanzienlijk bedragen in Rupees op.

21.07.1949
Te Bangkok bevinden zich nog verschillende vliegtuigonderdelen die vóór 19 december 1948 zijn gekocht maar nog niet naar de Republiek konden worden vervoerd.

21.07.1949
Uit Buurman gevluchte Karens hebben aan Indonesische jongelui in Thailand aanbiedingen gedaan voor de aankoop van militaire goederen.

21.07.1949
Vanuit Atjeh is een scheepvaartafdeling van de Republiek opgericht met de bedoeling scheepsruimte te verkrijgen voor transporten van Malakka en Siam naar Atjeh.

21.07.1949
Speedboatkapitein John Lie ontplooit activiteit op het gebied van wapenaankopen in Malakka en Siam.

21.07.1949
Nederlandse scheepvaartkringen melden activiteit in Zuid-Siamese havens i.v.m. transporten naar Atjeh.

21.07.1949
In Penang zou een Republikeins deviezeninstituut zijn opgericht.

21.07.1949
Bij de pogingen de luchtverbindingen van de Republiek uit te breiden zijn ook betrokken: John Coast (vertegenwoordiger van Fox), de Atjeh Trading Co, mr. Oetyo te Singapore, terwijl ook regelmatig de naam van mr. Maramis (Min. van BuZa N.R.I.)  wordt genoemd.

23.07.1949
Wiweko Soepeno arriveert te Bangkok uit Rangoon per Siamese Airways.

29.07.1949
Niets wijst erop dat de RI-001 en RI-007 spoedig naar buiten Birma geredigeerd zullen worden. RI-001 is trouwens nog in reparatie.

29.07.1949
P.O.A.S. (Pacific Overseas Airways Siam) maakte in 1948 illegale vluchten naar de Republiek. Werd goed aan verdiend.

29.07.1949
Wiweko Soepeno en Ibrahim Bekti (van Atjeh Trading Cy) vertrekken van Bangkok naar Rangoon met Siamese Airways.

Eind juli
Auri-officier Ibrahim Bekti bezoekt Rangoon vanuit Bangkok. Hij moest trachten een Indonesian Airways Dakota te beschikking te krijgen.

07.08.1949
RI-007 vertrok naar Hongkong, gezagvoerder Carl Wiss, copiloten Sudardjono en Sumarmo, stewards Moore en (een tot dusver onbekende) Aiyward.

Voor vertrek werd bij de Britse ambassade geïnformeerd of de Republikeinse paspoorten voor Hongkong geviseerd zouden kunnen worden. Men was voornemens (net als in juni 1948 aan Murjani voor een reis naar Singapore) slechts een "emergency travelling certificate for stateless persons" uit te reiken, maar voordat deze beslissing genomen was, was het vliegtuig al vertokken.
11.08.1949
RI-001 werd na aanbrengen nieuwe motoren weer in gebruik genomen.

18.08.1949
De Siamese maatschappij P.O.A.S. is in handen gekomen van Matthew Fox, dan wel diens American Indonesian Corporation.

20.08.1949
RI-007 keert terug uit Hongkong (naar Bangkok) met dezelfde bemanning. Er was in Hongkong een luchtwaardigheidscertificaat gehaald.

20.08.1949
Wiweko Soepeno van Indonesian Airways arriveert te Bangkok uit Rangoon.

20.08.1949
TNI-officieren uit Rangoon arriveren te Bangkok.

22.08.1949
De manager van Indonesian Airways, Wiweko Supono reist herhaaldelijk naar Bangkok en terug.

22.08.1949
Er werd een nieuwe Amerikaanse piloot, Brown genaamd, in dienst genomen.

22.08.1949
In Bangkok arriveerde de Indonesische copiloot Budiardjo, een zoon van de bekende mr. Iskar uit Soerabaja.

29.08.1949
De militaire adviseurs der Republikeinse delegatie ter Ronde Tafel waren van plan te Bangkok over te stappen op een Republikeins vliegtuig. Dat betrof waarschijnlijk de RI-007 die op 14 augustus Bangkok aandeed onderweg van Hongkong naar Rangoon.
Bemanning 7, gezagvoerder Swiss, vracht 4000 lbs.

09.09.1949
Civil Air Transport van Chennault is voornemens zich uit China terug te trekken en overweegt zich te vestigen in Israël en/of Indonesië.

Een woordvoerder van CAT (Chiu Teh-pei) noemde deze geruchten belachelijk. CAT was bezig materiaal naar Hongkong over te brengen en tevens een belangrijk deel van het kapitaal (Chiu: 49 of 51%) over te doen aan de Birmaanse regering.
Indonesian Airways had het hoofdkantoor in Rangoon, dat maakt vluchten naar Indonesië door CAT toch niet geheel onwaarschijnlijk.
13.09.1949
De heer Wiweko te Rangoon ontvangt nog regelmatig instructies inzake de aankoop van vliegtuigen o.m. 4 trainingsvliegtuigen en een tweemotorig vliegtuig.

13.09.1949
Er zijn moeilijkheden ontstaan betreffende de betaling van de opleiding van Indonesische air-cadets in India.

13.09.1949
De RI-007 maakte in augustus een vlucht van Rangoon naar Hongkong en terug. Op de terugweg zou 4000 pond vracht meegenomen zijn. Samenstelling onbekend.

13.09.1949
Aangenomen mag worden dat, ondanks de te Batavia bereikte overeenkomst, de wapensmokkel op beperkte schaal wordt voortgezet.

13.09.1949
Atjeh Trading Company heeft $ 100.000 overgemaakt aan de Republikeinse Blue Ribbon Shipping Company voor de oprichting van een kantoor in Penang. Leiding van dit kantoor wordt Hadji Thohir. Winsten uit dit bedrijf worden in de kas van de Republikeinse regering gestort (minus 5% commissie). Hoofd van Blue Ribbon is Sumar Soeriapoetra, vertegenwoordiger van de ALRI (= Republikeinse zeemacht) in het buitenland.

13.09.1949
Fox lijkt ook geïnteresseerd in Blue Ribbon want vertegenwoordigers van American Indonesian Corp. treden al als adviseur op voor Blue Ribbon.
In Bangkok en Manilla wordt Blue Ribbon vertegenwoordigd door P.O.A.S.

13.09.1949
De speedboatkapitein John Lie begaf zich begin augustus naar Manilla, vermoedelijk voor de aankoop van vliegtuigen uit de dumps van de marine ter plaatse.

16.09.1949
Soetardjo en Soedarjono, piloten van Indonesian Airways, vertrokken per Cathay Pacific Airways van Bangkok naar Rangoon.

06.10.1949
Gezantschap Bangkok meldt dat Air-Commodore Suriadarma Bangkok passeerde per KLM op weg naar Calcutta. In Bangkok telegrafeerde hij aan Rangoon het Republikeinse vliegtuig RI-001 ten spoedigste naar Calcutta te zenden.

07.10.1949
Aan boord van hetzelfde vliegtuig vertrokken op 7 oktober van Bangkok naar Calcutta Soepono (waarschijnlijk Wiweko Soepono) en de Amerikaan Grisvold (ex O.S.S.). Grisvold vergezelde indertijd Lacey (State Dept.) op diens tocht van Bangkok naar Indonesië. Op Banka bezochten zij de geïnterneerde Republikeinse leiders, waarbij Grisvold vriendschap sloot met Suriadarma. Grisvold verbleef een dag te Calcutta en vertrok vandaar per KLM via Nederland naar Amerika.

07.10.1949
RI-001 vloog van Rangoon naar Calcutta en kwam 13 oktober terug zonder passagiers.
09.10.1949
De "Calcutta Statesman" meldt "Air Vice-Commodore Suriadarma arrived in New Delhi in a Dakota belonging to the Transport Command of the Indonesian Air Force. This is the first time that an Indonesian plane is landing in Indian soil".

11.10.1949
Suriadarma vertrok op 11 oktober per KLM van Karachi naar Amsterdam.

11.10.1949
Fusie Siamese Airways Co en P.O.A.S. De Thaise regering bezit resp. 100% en 95% van deze maatschappijen. Belemmeringen zijn de schuld van P.O.A.S. in de V.S.(i.c. het Fox-voorschot) en de 5% aandelen van de Amerikaan L.A. Lewis.
Zijn poging die 5% te verkopen mislukte o.a. vanwege de eis van de Thaise regering dat ze in particulier Thailandse handen moeten overgaan.

Tegenover genoemde schuld zal ingebracht worden de activa in de vorm van een -al dan niet schriftelijk vastgelegde- overeenkomst tot "deelname aan het nationale en internationale luchtverkeer van Indonesië na de souvereiniteitsoverdracht"
22.10.1949
Het Gezantschap der Nederlanden meldt: "Lad Moore van "Indonesian Airways" vertoeft momenteel in de Verenigde Staten, de Amerikaanse piloot Mills trad onlangs in dienst; de onderneming heeft thans de beschikking over 4 complete bemanningen en maakt gemiddeld 8

vlieguren per dag per vliegtuig".



Bovenstaand opsomming is geheel gebaseerd op documenten die ik aangetroffen heb in het Nationaal Archief. Toegang 2.05.117, inventarisnummer 9969 .