10.01.1947 PH-NAH Koolhoven
F.K.43
6166 Ypenburg Terug / Top
Staartsteun gebroken.
16.01.1947 PH-UBV Beech
D18S
A-106 Twente Terug / Top
Voor het maken van de landing werd toestemming gevraagd deze, als oefening, op
één motor
te mogen uitvoeren. Na verkregen toestemming werd de linker propeller
in vaanstand gezet. Het rugwind deel van de nadering werd normaal gevlogen op
ca. 250 m
hoogte.
Het vliegtuig daalde daarna normaal voor de landing. Vlak voor de landing werd
er nog wat gemanoeuvreerd omdat het toestel niet recht voor de baan zat.
Even daarna gaf de instructeur de nog werkende motor vol gas teneinde nog een
keer rond
te gaan voor een nieuwe landing omdat het toestel te laag zat voor
een normale landing
op de aangewezen baan. De motor maakte een gierend geluid,
blijkbaar stond de propeller
op kleine spoed. Het gas werd weer enigszins
teruggenomen, terwijl de instructeur
probeerde de linker motor weer op gang te
brengen.
Hierbij bevond het vliegtuig zich op 30 m hoogte. De linker motor pakte echter niet.
Inmiddels vloog het vliegtuig op 25
m hoogte over baan 24. Even voor het eind van de
baan
begon het toestel naar links af te glijden, het werd iets opgetrokken
maar rolde vervolgens snel linksom. Het schoof met de linkervleugel enige
meters over de grond terwijl het vliegtuig verder om zijn langsas draaide.
Tenslotte sloeg het op de rug onder een vrij sterke helling tegen de grond.
Het
schoof nog enkele meters over de grond, draaide over z'n langsas verder en kwam
nog steeds op de rug liggend tot stilstand. Leerling-vlieger Muiswinkel zag een
gat in de
romp, maakte zijn riem los en kroop snel naar buiten.
Enkele seconden daarna brak er brand uit en die ontwikkelde zich heel snel tot
een
enorme vuurzee.
De beide andere inzittenden werden zeer waarschijnlijk bij de botsing al gedood
of
althans zeer ernstig verwond. Ondanks de snel ter plaatse zijnde hulpverlening
konden
de twee niet meer gered worden.
Het ongeval is in de hand gewerkt doordat de bestuurder verzuimd heeft het
onderstel
en de landingsklappen in de trekken, zodra hij merkte dat een normale
landing op de aangewezen baan niet meer mogelijk was. Voorts had hij moeten
beseffen dat het
beschrijven van een linker bocht, terwijl de linker schroef in
vaanstand stond, de mogelijkheid van het niet in de hand houden van het toestel
vergroot.
De Raad was nogal kritisch over het feit dat de betreffende instructeur slechts
één uur theoretisch èn één uur praktisch onderricht op de Beech had gehad. Zij
achtte het "niet verantwoord dat hij met dit vliegtuig onderricht ging
geven en daarbij een oefening uitvoerde, die als uiterst moeilijk kan worden
aangemerkt".
Na dit ongeval werd voor het geven van instructie op de Beech, een
minimum van 25 uur ervaring verplicht gesteld.
Instructeur: A.F. Postmaa(┼)
Leerling-vliegers: W. Bekker(┼) en C.J. Muiswinkel.
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
Eén foto van dit tragische gebeuren lijkt me voldoende! (Coll. H. Dekker)
20.01.1947 PH-NAR Fokker
S.9
6174 Ypenburg Terug / Top
Toen de bestuurder naar de baan taxiede reed hij over een spade die, niet
zichtbaar, in
het gras lag. Er werd toen nogal op het veld gewerkt en een der
werklieden had hem daar laten liggen of mogelijk was hij van een wagen
gevallen.
Hoe het ook zij, de spade werd omhoog geworpen en kwam tegen de
propeller. Van de propeller werd een stuk van 20 centimeter
afgeslagen.
Bestuurder: H. Bulten.
Het rapport van controleur Bezemer voor de Luchtvaartdienst.
(Coll. H. Dekker)

25.01.1947 PH-UBF North American AT-6A Texan 77-4400
Gilze-Rijen Terug / Top
Linker vleugeltip beschadigd door grondzwaai.
De oorzaak was dus een "groundloop". (Coll. H. Dekker)

26.01.1947 PH-TCR Douglas
C-47A
25479/14034 Kopenhagen(OY) Terug / Top
Onderweg van Amsterdam naar Stockholm werd een tussenlanding gemaakt te
Kopenhagen.
Omstreeks 15.31 uur startte het toestel weer om de reis naar Stockholm voort te
zetten.
De aanloop langs de startbaan was kort, ongeveer 200 à 300 meter, doch gelet op
de zeer sterke tegenwind, overigens normaal.
Het vliegtuig begon, toen het los
was, iets sterker te stijgen dan normaal en de klim, steeds toenemend in
steilte - meer dan 45°- eindigde tenslotte in het overtrekken van
het vliegtuig
op een hoogte van 75 tot 100
meter.
Het vliegtuig rolde naar links en viel bijna
loodrecht omlaag waarbij het begin van een tolvlucht ontstond.
De botsing met
de grond vond plaats op ongeveer 1000m van het startpunt even ten westen
van de baan waarop
het was gestart.
Onmiddellijk nadat het vliegtuig met de neus en de linkervleugel omlaag tegen
de
grond was gebotst, brak een hevige brand uit waardoor het gehele wrak
onmiddellijk in vlammen werd gehuld.
Reeds voordat het vliegtuig tegen de grond
was gebotst, klonk de alarmsirene van het vliegveld. De hulpdiensten waren
binnen drie minuten ter plaatse maar konden niets uitrichten ten behoeve van de
inzittenden.
Er bestaat geen twijfel aan dat alle inzittenden onmiddellijk bij
de botsing zijn gedood.
Omstreeks 15 minuten na de ramp werd door een lid van het bewakingspersoneel,
op "75 m
ten oosten van het wrak, een metalen hoogteroerklamp gevonden van het type dat
bij de KLM in gebruik was".
Aan het wrak werd niets gevonden dat het ongeval kon
verklaren.
De gevonden klamp, het feit dat het verwijderen van de klamp de taak was van
"een
19-jarige jongeman die eerst op 7 januari 1947 zonder enige
voorafgaande ervaring,
bij de gronddienst in dienst was gekomen en onvolledige
instructies had gekregen", rechtvaardigden de conclusie dat het toestel
met een aangebrachte hoogteroerklamp was gestart en dat deze tijdens de val of
bij de botsing met de grond was weggeslingerd.
Bovendien waren de klampen niet voorzien van de opvallende linten omdat die
versleten waren!
Vliegproeven bevestigden dat een Dakota met een dergelijke
klamp zich op deze wijze
zou gedragen.
De Raad kwam tot de conclusie dat er ernstige fouten zijn gemaakt.
Niet alleen
in dit geval maar ook omdat er geen lering was getrokken uit incidenten
die bij
dit onderzoek aan het licht kwamen.
In juli of augustus 1946 had op Schiphol een KLM-employé gezien dat bij een
Zweeds
toestel, dat al startvergunning had gekregen, een dergelijke klamp niet
verwijderd was.
Niet lang voor de ramp met de PH-TCR was een vliegtuig van de KLM, óók op
Kastrup,
al op weg naar de baan toen een Deens politieagent zag dat de
hoogteroerklamp niet verwijderd was.
Hij waarschuwde een KLM-er (Van der Voort)
en die reed met een auto snel achter het
toestel aan en wist nog voor de start
de klamp te verwijderen.
Deze incidenten waren nooit gerapporteerd en men had
er dus organisatorisch ook geen
lering uit kunnen trekken.
Gezagvoerder: G.J. Geysendorffer(┼)
Co-piloot: G.J. Rietman(┼)
Telegrafist: S.M.A. Pijnenburg(┼)
Telegrafist: W. Brandenburg(┼)
Bwk: W.A. van Bommel(┼)
Hofmeester: H. Hoek(┼)
Passagiers: B.O. Brix(┼); P. Engel(┼); P.E.M. Fehrman(┼); E. Grant(┼): Prins Gustav Adolf(┼); J. Izequierdo(┼); H.G.B. Mackeprang(┼); M.R.X.V. Malbecq(┼); M.W.G. Moore(┼);
G. Neumann-Thomassen(┼); J.L. Peltier(┼); B.L. Sorbon(┼); A.G.H. Stenbock(┼);
J.D. Thomassen(┼); H.H. Thomsen(┼); R.B. Tuvhagen(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
Onder de zestien omgekomen passagiers bevonden zich de Zweedse kroonprins
Gustav Adolf en de beroemde zangeres Grace Moore. Elvis Presley noemde zijn landgoed Graceland naar haar.
De uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
Twee foto's van het totaal uitgebrande wrak. (Coll. H. Dekker)
Een luchtfoto van de rampplaats. De fail-safe oplossing die in Nederland daarna ingevoerd werd, in
plaats van gekleurde linten werden de klampen van richtingsroer en hoogteroer met elkaar verbonden.
De richtingsroerklamp kán niet vergeten
worden, die wordt bij taxieën zeker opgemerkt. (Coll. H. Dekker)
28.01.1947 PH-UBT Beech
D18S
A-104 Gilze-Rijen Terug / Top
Bij het wegtaxiën kwam er een wiel in een kuil terecht, de schroef sloeg tegen
de grond en werd geheel vernield.
Ook de NACA-kap zakte op de grond en werd,
samen met de ophanging daarvan, beschadigd.
Het rapport van chef-TD Deltenre. (Coll. H. Dekker)

Drie foto's beschikbaar gesteld door Doewe Pelleboer.
Of ze echter bij het bovenomschreven incident horen staat niet vast!

30.01.1947 PH-UBS Beech
D18S
A-103 Schiphol Terug / Top
Om 09.00 uur startte het toestel voor een lesvlucht. Direct na het loskomen
helde het toestel plotseling sterk naar rechts over. De leerling corrigeerde
direct met vol ailerons en voetenstuur waardoor het toestel nu naar links
overhelde en toen weer naar rechts. Zóver naar rechts dat de vleugel
bijna de grond raakte. Toen werd het vlakgetrokken en na een bocht beschreven
te hebben is het toestel veilig geland.
Het vreemde loskomen werd veroorzaakt door het niet verwijderen van het ijs op
de vleugels voor de start. Hoewel de leerling -als gezagvoerder-
hiervoor verantwoordelijk gesteld zou kunnen worden, was de inspecteur van de
RLD terecht van mening dat de instructeur in dit geval de verantwoordelijke persoon
was.
Instructeur: J.F.A. Jansen. Bestuurder: F.A.E. Roelofs. Mede-leerling R. de
Roos en nog twee passagiers.
Het rapport van Van der Wal en een schetsje van de "ijssituatie". (Coll. H. Dekker)
31.01.1947 PH-UBK North American AT-6A Texan 78-6580 Gilze-Rijen
Terug / Top
De leerling reed, terwijl hij remde, van het gladde gras op het stroeve beton.
Daar heeft remmen opeens een heel ander effect. Het toestel ging dus op de neus
staan. Propeller en NACA-kap beschadigd.
Het rapport van chef-TD Deltenre. (Coll. H. Dekker)

01.02.1947 PH-UBM North American AT-6A Texan 78-6599
Gilze-Rijen Terug / Top
Lichte grondzwaai waarbij een vleugeltip de grond raakte. Tip en aileronbeslag
moesten vervangen worden.
De 'kampcommandant' meldde de grondzwaai bij de RLD.
(Coll. H. Dekker)
19.02.1947 G-AJTS Percival Proctor
II
H.32 Hontenisse Terug / Top
Tijdens de vlucht verslechterde het zicht en omdat de brandstof ook begon op te
raken, zette de bestuurder het toestel in een weiland aan de
grond.
28.02.1947 PH-UBH North American AT-6A Texan 78-7154
Gilze-Rijen Terug / Top
Het toestel was opgebokt voor controle van het hydraulisch systeem.
Bij het
wegnemen van de crick zakte de wielpoot, die eerst uit was blijven staan,
plotseling in doordat het systeem niet onder voldoende druk stond. De vleugel
kwam op de crick terecht en werd beschadigd.
De beschadigde vleugel werd vervangen door een reserve-exemplaar.
(Coll. H. Dekker
00.02.1947 PH-NAG Difoga 421 # = Terug / Top
Na een noodlanding, waarvan de oorzaak mij niet bekend is, werd het toestel met
behulp
van één pk weggesleept.
Deze noodlanding werd in Vliegwereld 1.3.1947 gedateerd als 'onlangs', vandaar dat ik hem hier heb vermeld.
Er wordt echter ook beweerd dat er na die van 28.8.1946 niet meer met het toestel gevlogen is.
Commentaar is dus zeer welkom!
Deze twee foto's kreeg ik eens van Jaap Schoonhoven. Of ze bij dit incident horen weet ik niet, dus
commentaar is, zoals gezegd, zeer welkom!
00.02.1947 PH-TBX Douglas C-47A
9978 Schiphol Terug / Top
Inspecteur Van der Es inspecteerde reparatie van een gat in de vleugel van deze C-47A.
Het was een oude
reparatie van een gat van ca. 8x8 cm waarbij vanuit de bij de reparatie gemaakte klinkgaatjes
scheurtjes ontstaan waren.
(Coll.
H. Dekker)
00.02.1947 PH-TBY Douglas
C-47A
12767 Schiphol Terug / Top
Het past niet helemaal in deze serie, maar het geval is curieus genoeg om te
vermelden.
Bij demontage van de linkervleugel werden beschadigingen door een granaatsplinter van de
centersectie
zichtbaar.
De boven- en onderhuid waren met plaatjes dichtgemaakt,
binnenin
waren twee stringers beschadigd en een verstijvingsplaat doorboord.
(Coll. H. Dekker)
03.03.1947 PH-TBU Douglas C-54A Skymaster
10377 Schiphol Terug / Top
Motorstoring vlak na de start. De motor werd uitgeschakeld en er werd veilig
geland.
Wat er aan de hand was geweest kon niet meer worden vastgesteld. De
motor was inwendig dermate beschadigd dat hij in z'n geheel werd
afgeschreven.
De motor was dus, zoals men zegt, "geheel in de soep gedraaid"!
(Coll. H. Dekker)
16.03.1947 PH-UBA Junkers Ju
52/3m
5717 Gilze-Rijen Terug / Top
Door de storm werden de klinknagels van de vastzetinrichting van de ailerons
uit de vliegtuighuid gewrongen. Hierna hingen ze dus vrij en klapperden hevig.
Ze sloegen door hun aanslagen heen en werden, net als hun ophanging,
beschadigd.
De oplossing bestond uit het vastzetten met twee i.p.v.
één vastzetstang. (Coll. H. Dekker)

17.03.1947 PH-TCI Douglas
C-47A
12720 Bromma(SE) Terug / Top
Hoewel het toestel volgens het grondpersoneel perfect ijsvrij was gemaakt,
bleek dat het na loskomen volstrekt niet reageerde op de ailerons en de
neiging had te stallen.
De bestuurder zette het direct weer aan de grond en
taxiede terug naar het platform.
Er bleek op beide ailerons een laag natte
sneeuw te liggen en de romp zelf was bedekt met een laagje ijs.
Bestuurder: I. Smirnoff.
Het rapport van de 'administrator'van vliegveld Bromma.
(Coll. H. Dekker)

20.03.1947 OO-APN Avro 652A Anson
19
1357 Schiphol Terug / Top
Het vliegtuig vertrok van Croydon naar Amsterdam met, volgens de berekening,
nèt
voldoende brandstof om -maximaal beladen- Schiphol te bereiken.
Het zou beter geweest zijn wat lading achter te laten en wat meer brandstof te
tanken.
Toen het toestel dan ook boven Schiphol arriveerde, was de brandstofvoorraad al
aan de krappe kant.
Bovendien viel toen ook nog de radioverbinding uit terwijl bestuurder zonder
grondzicht moest landen. Hij liet het toestel voorzichtig hoogte verliezen en
toen hij grondzicht kreeg heeft hij zijn toestel op het eerste het beste veld
geprobeerd aan de grond te zetten.
Dit terrein lag net buiten de grenzen van het vliegveld en bij de landing werd
het toestel ernstig beschadigd. De bemanning bleef ongedeerd. Naderhand heeft
men de oorzaak van de radiostoring niet meer kunnen vaststellen.
Gezagvoerder: A.P.H. Lemaire. Telegrafist: L.J.C. Vanderstocken.
De Raad besloot om geen onderzoek in
te stellen.
(Coll. H. Dekker)
23.03.1947 PH-146 De Schelde ESG
= Venlo Terug / Top
Door de sterke wind werd het vliegtuig omver geblazen. Hierbij werd het
hoogteroer beschadigd. Het toestel werd voor reparatie naar De Schelde
gebracht.
De betreffende pagina uit het logboek. (Coll. H. Dekker)

25.03.1947 PH-UBL North American AT-6A Texan 78-6044
Gilze-Rijen Terug / Top
Tijdens de landing met een zeer sterke cross-wind, wilde het toestel sterk naar
rechts draaien. Bij het corrigeren door links roer te geven en te remmen,
raakte de linker vleugeltip even de baan. Lichte schade.
Bestuurder: A. Richter.
Het rapport van Richter met enig commentaar. (Coll. H. Dekker)

26.03.1947 PH-UAR de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86581
Ypenburg Terug / Top
Het vliegtuig stond klaar om weg te taxiën voor de start. Op dat moment was er
geen grondpersoneel in de buurt om de blokken voor de wielen weg te trekken,
dus zat er niets anders op dan even te wachten.
Maar tot zijn schrik zag de bestuurder opeens een hem onbekende jongen naderen
die de blokken wegtrok en daarna nog een paar stappen naar voren deed.
Hierbij werd hij aan het hoofd geraakt door de draaiende propeller en op slag
gedood.
Het bleek een toeschouwer die behulpzaam had willen zijn.
Bestuurder: C.L.J.P. Bakx
Leerling: J.W. Westerkamp
Slachtoffer J. Akkerman(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
28.03.1947 PH-UBD North American AT-6A Texan 78-6714
Gilze-Rijen Terug / Top
Na een solo-vlucht taxiede de leerling terug naar het platform. Hierbij week
hij een
stukje uit om een tegemoetkomende Harvard te laten passeren.
Bij het weer opdraaien van de baan bediende hij de wielremmen een beetje
onhandig, met als gevolg dat het toestel voorover dompte en een neusstand
maakt.
De propellertippen sloegen tegen de baan. Ze werden niet alleen
een paar centimeter korter maar ook motor en onderstel raakten beschadigd.
Aangezien er niet direct onderdelen leverbaar waren werd het toestel tot
januari 1948 een onderdelenbron voor andere Harvards gebruikt.
Bestuurder: S.
Buys.
Hieronder het rapportje van de bestuurder, en hiernaast de reden waarom
de reparatie al met al bijna een jaar duurde. (Coll. H. Dekker)
 |
 |
28.03.1947 PH-UBP North American AT-6A Texan 78-6538
Gilze-Rijen Terug / Top
Tijdens een landingsoefening kwam de bestuurder geheel normaal met een
driepuntslanding
aan de grond. Er was geen zijwind.
Direct na de landing voelde hij dat het toestel naar rechts ging afwijken en
hij gaf dus links voetenstuur.
Dat had niet geheel het gewenste effect en hij begon links bij te remmen.
Daardoor zwiepte de linkervleugel opeens naar beneden en raakte de grond.
Hierna kwam de vleugel weer omhoog en de rest van de uitloop was geheel
normaal.
De schade was licht.
Bestuurder: Tj. Dijkstra.
De schade was zó licht dat het toestel twee uur later al
weer werd ingezet. (Coll. H. Dekker)

31.03.1947 PH-UBT Beech
D18S
A-104 Gilze-Rijen Terug / Top
Na een instructievlucht nachtvliegen, werd het toestel naast Flying-Control
voor de nacht geparkeerd.
Toen het echter de volgende ochtend voor de eerste instructievlucht werd
geïnspecteerd, werden beschadigingen aan het linker kielvlak en richtingsroer
ontdekt.
De oorzaak bleef
onbekend.
Instructeur: J.F.A. Jansen.
Instructeur Jansen rapporteerde de mysterieuze schade.
(Coll. H. Dekker)

05.04.1947 PH-TBK Douglas
C-47A
9910 Schiphol Terug / Top
Tijdens een lesvlucht ontstond een motorstoring. De motor moest verwisseld
worden en er bleek metaal in het filter te zitten. Een schilfer ter grootte van
een cent was van de krukwang losgeslagen.
08.04.1947 PH-# Douglas
C-47A
= Hemswell(G) Terug / Top
Er stond een behoorlijke, vlagerige storm, en het zicht was zeer beperkt.
Vanaf de grond werden ze met vuurpijlen naar het begin van de baan geloodst en
alles leek perfect te gaan tot ongeveer na 100 meter uitloop een
plotselinge vlaag het toestel optilde en een vleugel de grond raakte.
De
vleugeltip moest gerepareerd worden en pas twee dagen later kon de terugreis
worden aanvaard.
Gezagvoerder: H. Dill.
Gezagvoerder Dill omschreef het incident uitvoerig, niet echter welk toestel het betrof. (Coll. H. Dekker)
09.04.1947 PH-UBG North American AT-6A Texan 77-4295
Gilze-Rijen Terug / Top
Slecht weer in Europa! Het stabilo werd beschadigd door de storm.
Bovendien was de PH-UBG na het ongeval te Warga op 16.10.1946 afgeschreven!
Welk toestel het wél was blijft een raadsel! (Coll. H. Dekker)
12.04.1947 PH-UCC de Havilland D.H.82A Tiger
Moth
85006 Ypenburg Terug / Top
Bij de tweede doorstart drukte de bestuurder de neus te ver voorover met als
gevolg dat
het vliegtuig op de neus kwam te staan. De schroef brak en delen
daarvan vlogen door de rechter bovenvleugel.
Bestuurder: W.J.
Blaisse.
Rapport van instructeur Van Wijk. (Coll. H. Dekker)

14.04.1947 PH-UBO North American AT-6A Texan 78-6384
Gilze-Rijen Terug / Top
De leerling, die landingen aan het oefenen was, vergat de flaps te gebruiken.
Zijn snelheid was dus aan de hoge kant, bovendien kwam hij vanwege een
transformatorhuisje nogal hoog binnen.
Dat hij dus ver op de baan tot stilstand
zou komen was geen verrassing en dat was wel te hanteren door na de landing het
toestel naar links uit te schoppen.
Wel verrassend was dat het toestel, ondanks het volledig blokkeren van de
linker rem, de bocht naar links niet vlot wilde maken. De bocht werd veel te
ruim en daardoor botste hij met de rechtervleugel tegen een boom. Tot slot
ging het toestel daardoor ook nog op de neus staan waardoor de schroef tegen de
grond sloeg.
Vleugel en schroef moesten beide vervangen worden.
Bestuurder: W.F. de Jong.
De beschrijving van de botsing door leerling De Jong.
(Coll. H. Dekker)

15.04.1947 PH-TBM Douglas
C-47A
19549 Schiphol Terug / Top
PH-TBU
Douglas C-54A Skymaster 10377
Bij het wegtaxiën naar de kop van de baan botste de rechter vleugeltip van de
PH-TBU
tegen de neus van de geparkeerd staande PH-TBM. De neus werd ernstig
beschadigd.
Instructeur: J.J. Mulder. Leerling: Kooper.
De beschrijving van de schade en de reparatie waarin
werkmeester Elzerman de begrippen 'vernieuwen' en
'vernielen' verwart.. (Coll. H. Dekker)

Zo
te zien was het een forse klap! (Coll. H. Dekker)
16.04.1947 LN-NAN Auster J/2
Arrow
2356 Brouwershaven Terug / Top
Dit is het verhaal van het korte, maar ó zo veelbewogen, leven van een
Auster.
Op 2 april vertrok de bestuurder van Rearsby, waar hij bij de fabrikant zijn
gloednieuwe Auster in ontvangst had genomen. Onderweg naar Lympne raakte hij in
slecht weer verzeild en moest een noodlanding maken in de buurt van Folkestone.
Hierbij raakte hij met de rechtervleugel een hek.
Het vliegtuig werd over de weg naar Lympne gebracht, daar werd een
fabrieksnieuwe vleugel met vleugelstijl gemonteerd. Ook die was trouwens
tijdens het transport naar Lympne beschadigd geraakt en moest voor de eerste
proefvlucht nog provisorisch gerepareerd worden. Inmiddels was er ook ontdekt dat er olie op de voorruit lekte; de bouten van de
klepdeksels zaten los. Ze werden dus aangedraaid en opnieuw geborgd.
Toen terug naar Rearsby voor definitieve reparatie van de schade aan de nieuwe
vleugel.
Op 15 april weer van Rearsby naar Lympne gevlogen. Zonder dat er iets
bijzonders gebeurde. De dag daarna vertrok hij om 13.15 uur om via Amsterdam en
Hamburg naar Oslo te vliegen.
Helaas, het mocht niet zo zijn. Hij was net op een hoogte van 600 meter de kustlijn bij
Brouwershaven gepasseerd toen opeens het toerental tot 1100 à 1200 omw/min.
zakte en de motor hevig begon te trillen.
Hij keerde direct terug richting land en zocht een terrein voor een
noodlanding.
Inmiddels kon hij zien dat er een bougiekabel los was getrild en tegen de
bekapping tikte.
Hij vond een schijnbaar geschikt veld en zette de landing in. Hij kwam echter
te laag binnen, en om een paar telegraafdraden te ontwijken moest hij scherp
optrekken zonder dat hij daarbij extra vermogen van de motor kon aanwenden.
Kortom, het toestel raakte overtrokken en dook de grond in. Het vloog
onmiddellijk in brand en de bestuurder kon zich ternauwernood uit het brandende
wrak redden. Hij liep daarbij een lichte verwonding aan zijn hoofd op alsmede
enige tweedegraads verbrandingen aan handen en hoofd.
Onderzoek aan de motor wees uit dat de linker achterste cilinder losgewerkt
was, vijf van de zes tapeinden waren gebroken terwijl de zesde moer los zat.
Als oorzaak moest worden aangenomen dat de motor in de fabriek slecht
gemonteerd was. De loshangende bougiekabel was eerder een gevolg dan de oorzaak
van een en ander.
Bestuurder: K.M.
Aas.
Enige toelichting van de Auster fabriek. (Coll. H. Dekker)

20.04.1947 PH-88 Grunau 9
(ESG)
= Venlo Terug / Top
Wat er gebeurd is, vermeldt het ongevallenformulier niet. Wél de schade: toren
gekraakt.
In rechtervleugel enkele diagonaalverstijvingen los
geraakt.
Ongevallenrapport 1947-1. (Coll. H. Dekker)

21.04.1947 PH-UBL North American AT-6A Texan 78-6044
Gilze-Rijen Terug / Top
Er ging iets mis bij het remmen maar mijn bron zegt niet wàt. Beschadigd werden
de rechter vleugeltip en het aileron en het zal dus wel een grondzwaai geweest
zijn.
Bestuurder: J.J.
Webster.
22.04.1947 PH-UBF North American AT-6A Texan 77-4400
Gilze-Rijen Terug / Top
Linkervleugel beschadigd. De aard van de schade doet een botsing met een
obstakel vermoeden.
27.04.1947 PH-TCU Douglas
C-47A
13472 Schiphol Terug / Top
Tijdens de start voor de lijnvlucht naar Parijs (KL870) zag de
boordwerktuigkundige dat
het noodluik boven de piloot openging. Hij greep het
direct vast en toen de gezagvoerder dit zag, brak hij de start af. Na goed
sluiten werd nogmaals, normaal, gestart.
Gezagvoerder: W.K. Verhey. Boordwerktuigkundige: Bisschop.
Het storingsrapport van bwk Bisschop. (Coll. H. Dekker)

27.04.1947 PH-45 Schneider Grunau Baby II 2 serie
I Heerlen Terug / Top
De bestuurder vloog een paar onnauwkeurige bochten waardoor hij veel
hoogte verloor.
Daardoor kon hij nét niet meer over een rijtje berken heen vliegen.
Hij bleef in de kronen hangen, maar indachtig de oude waarheid dat er nog nooit
één boven is gebleven, vervolgt de aviateur met "vervolgens viel door de
zwaartekracht de A-romp
naar beneden en brak voor het stabilo."
Verder waren er nog een aantal ribben (van de Baby!) gebroken en was er wat
linnen beschadigd.
Bestuurder: H.M.
Mengels.
Ongevallenrapport 1947-2. (Coll. H. Dekker)

Pas op 30.6.1951 werd het toestel weer voor een BvL gekeurd! (Coll. H. Dekker)
01.05.1947 PH-TAS Douglas DC-4-1009
42924 Schiphol Terug / Top
Vlak na de start kwam er een brandmelding uit het vrachtruim. Het blussen met
de CO2 blussers had geen effect en de gezagvoerder landde dus direct weer.
Bij
het leeghalen van het bagageruim kon geen oorzaak ontdekt worden zodat de
melding geweten werd aan een defecte thermo-schakelaar in het ruim.
Later bleek
dat door een niet goed gesjorde lading een koffer tegen een schakelaar
geschoven was.
Gezagvoerder: Powell.
De melding van het incident én het resultaat van het onderzoek. (Coll. H. Dekker)
04.05.1947 PH-86 Schneider Grunau Baby IIa 2 serie
III Twente Terug / Top
Kabelbreuk tijdens de start op een hoogte van ongeveer 70 meter. De bestuurder
besloot
naar de startplaats terug te keren. Hij draaide een linker bocht en
gleed af.
De bestuurder liep een aantal lichte schrammen op, het toestel scheuren in
triplex bekleding en rompgordingen. Beide vleugels ook licht beschadigd.
Bestuurder: J. van Ulzen.
Ongevallenrapport 1947-3. (Coll. H. Dekker)

05.05.1947 Rambaldo Vrije
ballon
= Den Haag Terug / Top
Bij de start van de ballonwedstrijd Coupe Andries Blitz zakte de ballon weer
wat naar beneden en kwam op het glazen dak van de Houtrusthallen terecht.
Na het lozen van enige ballast kon de reis worden voortgezet.
Even later bleef de landingslijn ook nog even aan een bunker in de
duinen haken.
Ballonvaarder: Jacquet.
06.05.1947 PH-UAG de Havilland D.H.82A Tiger Moth
85886 Beek Terug / Top
Ten gevolge van een fout bij het aanslaan van de motor maakte het toestel een
neusstand. Schroef en rechter ondervleugel beschadigd, motorbeplating
ingedeukt.
Het rapport over de neusstand waarin ir. Bijvoet wel een
héél aparte manier beschrift voor de reparatie van de
ingedeukte motorbeplating.. (Coll. H. Dekker)

07.05.1947 PH-NBA Fokker F.25 Promotor 6066 Schiphol Terug / Top
Onderstel kon niet neergelaten worden en de bestuurder moest een buiklanding maken.
Krantenknipsel, herkomst onbekend. (Coll. H. Dekker)

07.05.1947 PH-UAP de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86548
Ypenburg Terug / Top
PH-NAR
Fokker
S.9
6174
De PH-NAR was net van een rondvlucht teruggekeerd en was op het meest rechtse
gedeelte van het veld geland. Verderop stond de PH-UAP die eveneens net geland
was.
Waarschijnlijk had de bestuurder van de S.9 de Tiger Moth niet opgemerkt, want
hij startte direct weer door. In de richting van de PH-UAP.
Op het laatste moment nam hij het andere vliegtuig waar, en probeerde met snel
optrekken een fatale botsing te voorkomen.
Dit gelukte gedeeltelijk, alleen de linkervleugel van de PH-NAR raakte de
rechtervleugel van de PH-UAP. Maar wél zodanig dat deze ernstig beschadigd
werd. De PH-NAR kwam verder goed los, maakte een circuit en landde weer.
Bestuurders: W. Lakay (PH-NAR) en L. Bik (PH-UAP).
Het handgeschreven rapport betreffende de botsing. (Coll. H. Dekker)
Leo Bik voor de geamputeerde Tiger Moth. (Met dank aan F.E.J. Jansen)

07.05.1947 PH-UAX de Havilland D.H.82A Tiger Moth 82077
Ypenburg Terug / Top
Bij de start kwam het toestel kennelijk wat laat los want het botste met het
linker wiel tegen een grensbord. Het wiel stond hierna dwars op de vliegrichting.
De bestuurder werd met een rode lichtkogel gewaarschuwd.
De landing werd dus op één wiel vakkundig uitgevoerd; er kwam niet nog meer
schade bij.

10.05.1947 PH-99 DFS Kranich
I
7002 Eelde Terug / Top
Het vliegen werd vanwege een dreigende bui gestaakt, dus werd de Kranich achter
een jeep naar de hangaar gesleept.
Ondanks het feit dat het toestel èn aan de vleugeltippen èn aan de staart werd
vastgehouden, wierp een hevige windvlaag het toestel enige meters steil omhoog.
De tiploper ging een eind mee de lucht in, maar die ‘landde’
veilig.
De 'landing' van de Kranich was heel wat beroerder: op de punt van de neus.
Rompvoorkant totaal vernield, staart afgebroken, vele ribben vernield.
Assistent havenmeester Dijkstra beschreef het incident.
(Coll. H. Dekker)

12.05.1947 PH-UBN North American AT-6A Texan 78-5955
Gilze-Rijen Terug / Top
Na een lesvlucht waarbij alle oefeningen perfect verliepen, volgde een iets
minder perfecte landing.
Het toestel trok in de uitloop eerst naar rechts. Dit corrigeerde de bestuurder
met het voetenstuur en een beetje links remmen.
Hierop zwiepte het toestel fors
naar links en kwam na een grondzwaai van 270° tot stilstand.
Lichte schade aan rechter wielstijl en linker vleugeltip. In de buurt staande
brandweermensen wenkten dat er rustig weggetaxied kon worden, maar bij latere
inspectie bleek de schade aanzienlijk te zijn.
Bestuurder: C.J. van
Vliet.
De bestuurder maakte een rapport van het incident.
(Coll. H. Dekker)

17.05.1947 PH-38 Grunau 9 (ESG
29)
= Soesterberg Terug / Top
De bestuurder hield zich niet aan de opdrachten die hij voor de vlucht van de
instructeur had gekregen: het maken van een paar eenvoudige figuren en het
draaien van een paar bochten.
Het geheel draaide uit op een scherpe bocht op ongeveer 20 meter hoogte terwijl de
snelheid al heel laag was.
Het toestel gleed dan ook af en dook van een hoogte van 8 à 10 meter loodrecht de
grond in. De bestuurder had een gekneusd been en enige schrammen. ]
Het toestel
was zodanig beschadigd, dat het ter plaatse werd verbrand.
Bestuurder: L. Bosman.
Ongevallenrapport 1947-4. (Coll. H. Dekker)

25.05.1947 PH-160 Schneider Grunau Baby IIb
6042 Soesterberg Terug / Top
Bij de landing nam de bestuurder wat extra snelheid teneinde een stapel
verbogen buizen, die vlak voor de baan lag, te kunnen overvliegen.
Helaas blokkeerde vlak voor deze hindernis de stuurknuppel, zodat de vleugel en
de achterkant van de romp door diverse omhoog stekende buizen werden geraakt.
Romp achter de vleugel afgebroken en verbrijzeld, stabilo ook vernield.
Ligger
van de linkervleugel beschadigd.
Bestuurder: N. Molenaar.
Ongevallenrapport 1947-8. (Coll. H. Dekker)

26.05.1947 PH-NAL Koolhoven
F.K.43
6169 Ypenburg Terug / Top
Om 16.52 uur startte de bestuurder om, met drie passagiers, een rondvlucht uit
te voeren. Kort na het loskomen weigerde de motor, zodat de bestuurder
genoodzaakte was een noodlanding uit te voeren op een weiland even buiten het
veld.
Daarin lagen echter een paar sloten, de eerste kon door weer op te trekken nog
'genomen' worden, de tweede die honderd meter verder lag niet meer.
Het onderstel werd eraf geslagen waarna het toestel aan de overkant na ongeveer
vijf meter buikschuiven tot stilstand kwam. De inzittenden bleven ongedeerd.
Eerder op de dag had de bestuurder een start met hetzelfde toestel afgebroken
omdat de motor niet voldoende vermogen leverde. Het verwisselen der bougies
leek toen dat probleem opgelost te hebben. Niet dus.
Bestuurder: B. de Geus.
Uit het ongevallenrapport. (Coll. H. Dekker)

26.05.1947 PH-NAN Koolhoven
F.K.43
6171 Ypenburg Terug / Top
Na het gebeurde eerder op de dag met de PH-NAL, startte de bestuurder om 17.30
uur voor nog een rondvlucht. Weer met drie passagiers. Weer stopte de
motor. Nu op een hoogte van ongeveer 15 meter.
Hoewel hij door bijsteken en pompen met de gashandel de motor weer aan de praat
kreeg was de snelheid te ver teruggelopen en de hoogte zodanig dat van
doorvliegen geen sprake meer was.
Gas dicht en rechtuit noodlanden dus. Hij had zelfs geen tijd meer een
landingsplaats uit te kiezen. Na 60
meter botste het vliegtuig tegen een slootrand. Het onderstel werd
weggeslagen waardoor het vliegtuig naar links wegdraaide en in de
langsloot tot stilstand kwam. De beschadigingen waren ernstiger dan bij de vorige crash.
De oorzaak van beide crashes was een onjuist geconstrueerd brandstofsysteem.
Het bleek namelijk dat de aanvoer van brandstof naar de motor voor de tweede
helft van de tankinhoud geheel op hevelwerking berustte als het vliegtuig in
een stand als tijdens de start was!
Bij een start van ruw terrein was het niet verwonderlijk dat deze hevelwerking
werd onderbroken, in dat geval kon de motor nog 24 seconden volgas draaien.
Deze constructie moest dus onmiddellijk gewijzigd worden.
De reparatie duurde wegens gebrek aan onderdelen langer dan verwacht, in
februari 1948 werd de reeds gerepareerde vleugel op de PH-NAH gezet. Van dat
toestel was de vleugel wegens inwatering afgekeurd.
Bestuurder: B. de Geus.
Uit het ongevallenrapport. (Coll. H. Dekker)

Tekening van het gewijzigde brandstofsysteem. (Coll. H. Dekker)

26.05.1947 PH-98 Wijkens
Universal 2 serie I
Teuge Terug / Top
Er werd met twee lieren gewerkt en één der kabels was wat ruim uitgelegd.
Toen de PH-98 na de landing nog midden op het veld stond, begon de lier aan de
ruimliggende kabel te trekken. De kabel werd in één keer strakgetrokken en
sloeg
tegen de Universal aan.
Ongevallenrapport 1947-6. (Coll. H. Dekker)

28.05.1947 PH-UAE de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85988
Gilze-Rijen Terug / Top
Linker ondervleugel beschadigd.
31.05.1947 PH-UBS Beech
D18S
A-103 Ypenburg Terug / Top
Bij het begin van de startaanloop zwiepte het toestel opeens naar links en kwam
na een draai van 270° tot stilstand. Het bleek dat het staartwiel geblokkeerd
was.
Bestuurder:
Overwijn.
"Bericht aan Luchtvarenden", tegenwoordig heet het
"Mededeling aan Luchtvarenden" oftewel een MAL.
(Coll. H. Dekker)

31.05.1947 PH-116 Grunau 9
(ESG)
6004 Beek Terug / Top
De bestuurder zou op 2 à 3
meter hoogte vliegen. Dat ging prima tot er geland moest
worden. Toen kwam hij veel te hard tegen de grond, het toestel sprong omhoog tot vier
meter hoogte waarna hij van schrik de stuurknuppel naar voren duwde en het
toestel definitief tegen de grond vloog.
De schade was groot hoewel de bestuurder er goed vanaf kwam.
Bestuurder: A. Kortschak.
Ongevallenrapport 1947-5. (Coll. H. Dekker)

31.05.1947 PH-141 Grunau 9
(ESG)
6029 Hilversum Terug / Top
Tegen de instructies in, trok de bestuurder het toestel hoger op dan de genoemde
30 meter.
Toen hij dan ook, de instructies wél opvolgend, rechtuit probeerde te landen,
kwam hij
baan te kort. In de uitloop kwam hij in een pas gegraven
scheidingssloot terecht.
Diverse lichte beschadigingen aan romp, schaats en vleugel.
Bestuurder: A.
Franssen.
Ongevallenrapport 1947-9. (Coll. H. Dekker)

01.06.1947 PH-UCB de Havilland D.H.82A Tiger Moth 84259
Ypenburg Terug / Top
Bij de start stond de trim in de achterste stand. Het vliegtuig kwam dan ook
veel te vroeg, in overtrokken toestand, los. De bestuurder bracht het toestel
weer even aan de grond maar trok toen weer op.
Wéér in nagenoeg overtrokken toestand, vloog hij recht op de gebouwen in de
west-hoek van het veld af. Hij zag nog kans het vliegtuig wat op te trekken,
maar toen hij boven de gebouwen vloog, begon het toestel waggelend hoogte te
verliezen.
Er zat niets anders op dan rechtdoor een noodlanding te maken op een daar
liggend weiland. Plotseling zakte echter de neus naar beneden, dus gas dicht,
afvangen en proberen de zaak zo heel mogelijk te houden.
Helaas gleed het toestel het laatste stukje af en kwam terecht op de weg Den
Haag - Rotterdam.
De oorzaak was zoals gezegd het verkeerd ingestelde trimvlak, maar de
Raad had toch ook kritiek op de bedrijfsvoering bij de NLS want het niet uitvoeren
van de pre-flight check werd rechtstreeks in verband gebracht met de
opleidingsmethoden.
Een ander punt was, dat voor deze Tiger Moth nog geen Nederlands Bewijs van
Luchtwaardigheid was uitgereikt. Dat kon ook niet, het toestel was nog niet
eens in het N.L.R. ingeschreven! Dat zou pas op 12 juni daarna gebeuren.
Bestuurder: L.H.J.
Teepe.
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart zoals gepubliceerd in de Staatscourant. (Coll. H. Dekker)
15.06.1947 PH-140 Grunau 9
(ESG)
6028 Eelde Terug / Top
Na een paar slecht gevlogen bochten waren zowel de hoogte als de snelheid niet
meer voldoende.
Toen de bestuurder op een hoogte van 30 meter, eigenlijk al in overtrokken toestand,
dan ook nog een scherpe bocht wilde maken, gleed het toestel af en dook na ¼
tolvluchtslag met de neus de grond in.
Van de A-bok brak de neus af, van beide vleugels waren ribben en
achterlijsten gebroken. De bestuurder was ongedeerd.
Bestuurder: S.
Dijkstra.
17.06.1947 PH-101 Schneider Grunau Baby IIa 7 serie III 't Gooi Terug / Top
De vlucht had ruim 20 minuten geduurd, en zou volgens afspraak besloten worden
met een laplanding. Gedurende die tijd was de wind echter gedraaid en waren de
lappen dus verlegd. Toen de bestuurder weer binnenkwam en op het laatste moment
aan de lappen zag dat de wind gedraaid moest zijn, raakte hij in de war en maakte
"een serie ernstige stuurfouten", overtrok het toestel op enkele
meters boven de grond en maakte een zeer harde landing.
Aan de romp een paar
spanten beschadigd, kielbalk beschadigd. Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder: C.W.
Luyendijk.
Ongevallenrapport 1947-11. (Coll. H. Dekker)

20.06.1947
PH-PB# #
#
Soesterberg Terug / Top
Een bewaker pakte ongeautoriseerd een jeep van de prins en ging een eindje rijden.
"Hij beschadigde daarmede een vliegtuig van Z.K.H."
22.06.1947 PH-76 Schneider Grunau Baby IIa 2 serie
II Teuge Terug / Top
Door onregelmatig lieren begon het toestel wat heen en weer te schuiven waarbij
de
rechtervleugel afgeremd werd door het hoge gras.
De romp sprong een meter omhoog en dook toen onder een hoek van 110° graden
t.o.v. de startrichting de grond in. Neus behoorlijk beschadigd dus. Bestuurder
ongedeerd.
Bestuurder: W.J.
Hondsmerk.
Ongevallenrapport 1947-11. (Coll. H. Dekker)

24.06.1947 PH-UAX de Havilland D.H.82A Tiger Moth 82077
Ypenburg Terug / Top
G-AHXJ Beech
D17S
6686
De bestuurder van de Beech had toestemming gekregen om op te stijgen.
Hij
wachtte nog even, maar dat is geoorloofd.
Nèt toen hij zijn vliegtuig in beweging had gezet, kwam van links achter de
PH-UAX in voor de landing. De bestuurder voltooide de landing niet, maar steeg
onmiddellijk weer op om de hem voorgeschreven oefeningen verder uit te voeren.
Hij had de Beech in het geheel niet gezien. Toen de bestuurder van de Beech
opeens de
Tiger Moth zag, draaide hij, om een botsing te vermijden, zover
mogelijk bij en hield
zijn toestel laag.
Beide vliegtuigen botsten echter kort daarop tegen elkaar. De PH-UAX werd
praktisch
geheel vernield, de Beech zeer ernstig beschadigd.
Alle inzittenden, twee in de Beech en één in de Tiger Moth, bleven ongedeerd.
De oorzaak lag wat gecompliceerd, de bestuurder van de Tiger beweerde dat hij
toestemming had om te landen.
De verkeersleider was een leerling die pas een week daarvoor aan zijn opleiding
begonnen was, terwijl zijn instructeur hem toch al zonder direct toezicht liet
werken.
De bestuurder van de Tiger Moth had, beter oplettend, de Beech moeten opmerken
en de bestuurder van de Beech op zijn beurt had, toen hij de Tiger Moth
waarnam, direct weer moeten landen.
Een botsing op de grond is tenslotte te verkiezen boven een in de lucht.
Tenslotte bleek de bestuurder van de Beech geen geldig vliegbewijs te hebben.
De Raad besloot haar Uitspraak met enige kritiek op de verkeersleiding te
Ypenburg waar, gezien het intensieve gebruik, de communicatie toch niet meer
gebaseerd moest zijn op optische middelen.
En zij vond dat de verkeersleiding door verkeersleiders (eventueel ervaren
adspiranten) moest worden uitgeoefend.
Bestuurders F.J.J.M. ten Bosch (G-AHXJ) en A.N. Saaltink (PH-UAX).
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
Een situatieschets van vliegveld Ypenburg. (Coll. H. Dekker)

En tenslotte twee foto's van de 'slachtoffers'. (Coll. H. Dekker)
26.06.1947 PH-137 Grunau 9
(ESG)
6025 't Gooi Terug / Top
Niet goed opgelet bij het bochten draaien boven het veld. Tegen een boom
gevlogen.
Behalve de te verwachten krassen werden het richtingsroer, de linkervleugel en het aileron beschadigd. Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder: J. Bierens.
28.06.1947 PH-133 Grunau 9
(ESG)
6021 't Gooi Terug / Top
Er moest alleen een sprongetje van ongeveer 20 meter hoogte gemaakt
worden, gevolgd door een landing rechtuit.
Maar de leerling draaide wat naar links af, en corrigeerde dit echter zo
langzaam dat het toestel al tegen dezelfde boom als bij het hiervoor gemelde
geval, gevlogen was.
Deze keer werd de rompneus flink beschadigd, de bestuurder bleef weer
ongedeerd.
Bestuurder: I. Croenhoven.
Ongevallenrapport 1947-13. (Coll. H. Dekker)

29.06.1947 PH-9 Grunau 9 (ESG
29)
455 Teuge Terug / Top
Bij de landing met de rechter vleugeltip tegen de grond gekomen. Bovengording
en rechter achterligger beschadigd.
Bestuurder: B.
Klein-Klouwenberg.
29.06.1947 PH-102 Schneider Grunau Baby IIa 8 serie III
Welschap Terug / Top
De bestuurder verkeek zich op de variabele harde wind. Hij kwam dientengevolge
te laag binnen zodat het toestel wèl op het vliegveld maar nog vóór de baan aan
de grond kwam.
Daar werd een greppel door hoog gras aan het zicht onttrokken.
Neus van de romp werd door de botsing met de greppelwand ingedrukt; zij- en
bovenbeplating gekraakt tot aan de hoofdspant van de romp.
Bestuurder: J. van Engelenburg.
Ongevallenrapport 1947-17. (Coll. H. Dekker)

29.06.1947 PH-121 Grunau 9
(ESG)
6009 Beek Terug / Top
De bestuurder voerde zijn opdracht voor de eerste sprong keurig uit.
Maar toen
hij na zijn sprong(etje) weer netjes geland was, bleef de lierman doortrekken.
Naar zijn mening lag het toestel mooi recht. Tot grote schrik van de bestuurder
vloog hij toen opeens op twee meter hoogte, en hij drukte van schrik de knuppel
naar voren en vloog het toestel de grond in.
Schaats gebroken, langsspanten gebroken en verder alles verbogen wat bij dit
type incident past: dwarsspanten, stuurknuppel en voetenstuur.
De bestuurder
had wat schaafwonden, veroorzaakt door de riemen en een knelwond waar verder
geen uitleg over nodig is; iedere jongen die wel eens van z'n fietszadel
gegleden is begrijpt precies wat ik bedoel.
Bestuurder: P.A.J.
Gielen.
04.07.1947 LN-OAR
Convair Catalina =
IJsselmeer Terug / Top
Noodlanding bij Pampus omdat de automatische piloot defect was geraakt. Vandaar taxiede de bestuurder naar Schellingwoude.
Bericht in de Leeuwarder Courant 5.7.1947.

De bij Pampus gelandde Catalina. (Gemeente Archief Amsterdam)
10.07.1947 PH-NAM Koolhoven
F.K.43
6170 Gilze-Rijen Terug / Top
De bestuurder werd door een marshaller naar een parkeerplaats gedirigeerd.
Hierbij moest hij vanaf het gras op het beton rijden. Daar was enig
hoogteverschil en bovendien was een hevige windvlaag ook 'behulpzaam' bij het
daaropvolgende neusstandje.
Bestuurder: E.H.
Kloosterhuis.
Het door Oosterhuis geschreven rapportje. (Coll. H. Dekker)

10.07.1947 NL-303 Douglas C-54A Skymaster
10421 Schiphol Terug / Top
Of er een incident aan voorafging is mij niet bekend, maar ik kwam een paar
foto's van een gescheurde velg van deze Skymaster tegen.
Mogelijk werd de velg aangetroffen bij een inspectie.
De brief van KLM aan de RLD. (Coll. H. Dekker)

11.07.1947 PH-TBI Douglas
C-47A
11855 Schweinfurt(D) Terug / Top
Onderweg van Praag naar Amsterdam werd het toestel op een hoogte van 8000 ft door de bliksem getroffen. De luide knal legde het uitbundig zingende voetbalelftal effectief
het zwijgen op. Toen het echter geen gevolgen bleek te hebben zat de stemming
er weer snel in.
Bij inspectie te Amsterdam bleek de bliksem de volgende route gevolgd te
hebben: inslag op de pitotbuis, sloeg over naar antenne en antennekoker (radio
kompas) en verliet het toestel weer via linker rol- en hoogteroer.
De antenne was verbrand, rolroer slechts licht beschadigd maar het hoogteroer
vrij ernstig, ca. 3 cm
was weggebrand en ook het linnen had brandschade.
Bestuurder: R.C.
Waring.
Het rapport van de
gezagvoerder, en een foto van de schade. (Coll. H. Dekker)
13.07.1947 PH-137 Grunau 9
(ESG)
6025 't Gooi Terug / Top
Onhandige landing, van drie meter hoogte te snel neergezet waardoor het toestel
weer omhoog sprong. Toen te veel geprikt waardoor het op de neus terecht kwam.
De bestuurder kennelijk ook, die had een tand door de lip.
Het vliegtuig was behoorlijk beschadigd. Schaats gebroken, ophangbeslag van de
vleugel ontzet, rompliggers afgebroken, voetenstuur ontzet, knuppel omgebogen,
staaldraad verbinding van valgordel gebroken, borstriem gaten doorgetrokken,
rompje voor en achterkant beschadigd, vier staartverspanningskabels
stukgetrokken, van linkervleugel voor- en achterligger gebroken.
Hoewel er een krabbeltje "grote reparatie" bij staat, betwijfel ik of
dat ooit gebeurd is, het toestel is -voor zover mij bekend- nadien niet meer
waargenomen.
Bestuurder: H.S.H. Harbers.
Ongevallenrapport
1947-18.
(Coll. H. Dekker)

16.07.1947 PH-UAA de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86585
Twente Terug / Top
Teneinde een zijwindlanding te vermijden, landde de leerling dwars op de Auster
baan.
Die was daar niet erg breed, slechts 90 meter, maar dat moet zelfs met windstil weer
voor een geoefend leerling geen probleem zijn.
Omdat het terrein achter de baan volkomen onbegaanbaar was, kwam hij zo kort
mogelijk binnen. Dat ging verder prima, maar bij het uitrollen kwam hij met z'n
linker wiel in een -door het gras onzichtbare- kuil terecht en de wielpoot brak
af.
Bestuurder: G.C. van der Born.
Niet alleen het terrein ten oosten van de strip was
dus onbegaanbaar!
(Coll. H. Dekker)

18.07.1947
PH-#
#
= Grenoble(HB) Terug / Top
Vliegend van Genève naar Rome viel ter hoogte van Grenoble de 2e piloot achter
het levier flauw.
De stuurautomaat stond gelukkig wel aan. De gezagvoerder daalde direct van
12000ft naar 10000 ft.
Na enige tijd kwam de tweede piloot weer bij maar bleef nog geruime tijd
slaperig.
Gezagvoerder: A. van Ulsen. Tweede piloot: Burger.
Rapport "Flauwvallen vliegtuigbestuurder Burger".
(Coll. H. Dekker)

19.07.1947 PH-132 Grunau 9
(ESG)
6020 Beek Terug / Top
Opdracht was een sprongetje van twee meter boven de grond en met enige nadruk
"niet prikken". Die twee meter hoogte ging prima, maar daarna stuurde
de leerling het toestel rechtstandig de grond in.
Spantoren vernield, bovenste ligger van de staartdrager gebroken, richtingsroer
ontzet, van de linkervleugel drie ribben ingedeukt.
De bestuurder had kneuzingen aan de linker zwevende(!) rib(!!).
Bestuurder: L. van Noorden.
Ongevallenrapport
1947 No.19.
(Coll. H. Dekker)

20.07.1947 PH-83 Grunau 9
(ESG)
2 serie II Teuge Terug / Top
De leerling maakte eigenlijk al heel langzaam vorderingen.
Na 25 starts mocht hij een vlucht maken op één meter hoogte. Hij steeg in
eerste instantie naar slechts ½ meter, kwam weer aan de grond maar schoot toen
als een raket omhoog naar zes meter hoogte.
Toen was de snelheid er geheel uit en dook het toestel met de neus de grond in.
A-bok totaal verwoest, een ligger in de staart en een paar ribben gebroken.
Het toestel werd wel weer gerepareerd, in 1951 werd het BvL nog een keer
verlengd. Dat moet dus met een andere A-bok (rompje dus) gebeurd zijn.
Bestuurder: P.K. de Graaf.
25.07.1947 PH-TAI Douglas C-54A Skymaster
3079 Bromma(SE) Terug / Top
Een mysterieus geval. Toen het toestel bij de landing aan de grond kwam bleken
de wielen geblokkeerd. De bestuurder verklaarde er volkomen zeker van te zijn
dat hij niet remde en hij werd hierin gesteund door de andere bemanningsleden.
Ook de parkeerrem was niet aangetrokken. Na de landing waren de remtrommels
niet warm. Kortom er is geen verklaring gevonden.
Gezagvoerder: R.E. MacDill. Eerste piloot: A.F. Coggon (die de landing
uitvoerde). Boordwerktuigkundige: J.A. Poppen.
Ook Coggon begreep wel dat z'n verhaal niet echt
geloofwaardig overkwam...( Coll. H. Dekker)

26.07.1947 NL-304 Douglas C-54A Skymaster
3081 Basrah(YK) Terug / Top
In Basrah klepbreuk van motor #1, waarbij cilinder #4 beschadigd werd. Karachi
automaat defect, Bangkok idem. Tank ingebouwd. In Rome twee magneten
verwisseld. In Colombo sextant defect, van de RAF werd een sextant geleend.
Gezagvoerder: Van Ulsen.
Uit het verslag "Indië-bespreking 14/8". (Coll. H. Hazewinkel)

28.07.1947 PH-UAR de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86581
Leidschendam Terug / Top
De leerling wilde met gas dicht, een vrij scherpe bocht draaiend, hoogte
verliezen voor de landing. Toen hij het toestel weer recht trok sloeg de motor
af, waarna hij direct weer een duik inzette om hem weer in de lucht te starten.
Helaas dat lukt niet en ook een tweede keer niet zodat er een veld voor een
noodlanding uitgezocht moest worden. Om recht voor een geschikt veld te komen
moest nog een bocht gedraaid worden, in die bocht gleed het toestel naar binnen
af.
Vlak boven de grond had hij het toestel weer recht, maar toen was er natuurlijk
niets meer te kiezen w.b. de plaats van de landing. Na de eerste grondaanraking
stuiterde het toestel weer omhoog, over een sloot heen, weer aan de grond, weer
de lucht in.
En bij de derde ’landing’ tenslotte, kwam het in een greppel
terechten sloeg het over de kop.
Het toestel werd zwaar beschadigd, de leerling kwam er goed af.
Bestuurder: J.J. Wiegant.
Het Rapport van Wiegant. (Coll. H. Dekker)

Joop Wiegants' Tiger, op de rug aan de waterkant. (Coll. F.E.J. Jansen)

29.07.1947 PH-NAO Koolhoven
F.K.43
6172 Ypenburg Terug / Top
PH-UAE de
Havilland D.H.82A Tiger Moth 85988
De Koolhoven werd gestart om met drie passagiers een rondvlucht te maken. Toen
het toestel net los was, kwam het met het rechter wiel in botsing met de linker
bovenvleugel van de Tiger Moth.
Deze was vlak daarvoor geland en stond nog op het landingsterrein. De
bestuurder van de PH-NAO zag dat zijn landingsgestel ernstig beschadigd was,
hij draaide een circuit en landde behoedzaam op z'n linker wiel.
Aan het eind van de uitloop moest hij natuurlijk ook het rechter wiel belasten.
Dat bezweek en het toestel zakte door op de rechter vleugeltip.
De schroef en de vleugeltip werden beschadigd. De vleugel van de Tiger Moth
werd ook ernstig beschadigd.
Ook hier (zie 24 juni) was een fout van de verkeersleider de belangrijkste
factor bij het ontstaan van dit ongeval. Hij had de F.K.43 toestemming gegeven
voor de start terwijl de Tiger nog op de baan stond en bovendien de baanlengte
die een zwaarbeladen F.K.43 nodig heeft om te starten onderschat.
Bestuurders: J.A. van Glabbeek (PH-NAO) en J. Visser (PH-UAE).
Bij Diepen werd de schade geïnventariseerd. (Coll. H. Dekker)
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
29.07.1947 VT-CLA Douglas
C-47B
26916 Wodjo(PK) Terug / Top
Er zullen wel altijd twee lezingen over dit ongeval blijven bestaan. De
Nederlandse versie was dat de de twee patrouillerende P-40's het toestel tot landing
wilden dwingen en ongerichte waarschuwingsschoten voorlangs afvuurden.
Bovendien werd gezegd dat ze dachten van doen te hebben met het toestel
waarvoor ze opgestegen waren, een Sonia bommenwerper. Beide verklaringen samen
zijn niet echt overtuigend...
De C-47 dook echter naar boomtophoogte om te
vluchten, raakte daarbij de bomen en stortte neer. Alle negen inzittenden
kwamen om het leven.
De Republikeinse versie was dat het een neutraal Rode Kruis toestel was en
gewoon neergeschoten werd. Het aan boord zijn van Republikeins militair
personeel, waaronder
Air Commodore Adisutjipto, haalt het 'neutraal argument'
behoorlijk onderuit.
Gezagvoerder: A.N. Constantine(┼)
Copiloot: R. Hazlehurst(┼)
Bwk: B. Ram(┼)
Telegrafist: A.Q. Wirjokoesoemo(┼)
Passagiers: A. Adisutjipto(┼); A.G. Handonotjokro(┼); A. Saleh(┼).
Bestuurders van de P-40's: Elt. B.J. Ruessink en sgt.adj. W.E. Erkelens.
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
Vanwege de internationale commotie die ontstond, besteed ik in
"Nederlandse Luchtvaarthistorie" uitgebreid aandacht aan dit incident.
30.07.1947 PH-101 Schneider Grunau Baby IIa 7 serie
III Soesterberg Terug / Top
De bestuurder liet in de landing de snelheid te veel teruglopen zodat het
toestel begon af te glijden. De landing viel dan ook nogal hard uit.
Kiellijst gebroken, vleugelbeslagen van hulpliggers ontzet, wat gordingen
gebroken en wat scheuren in het triplex. Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder: M. Jansen.
Ongevallenrapport
1947 No. 22
(Coll. H. Dekker)

31.07.1947 PH-UBL North American AT-6A Texan 78-6044
Gilze-Rijen Terug / Top
“Tengevolge van een aanraking van de linkervleugel der PH-UBL met de
grond bij de uitloop na de landing werd het vliegtuig als volgt beschadigd.
Linker vleugeltip en aileron”.
Het zal dus wel weer (zie 21/4) een grondzwaai geweest zijn.
Met reservedelen uit het magazijn werd de reparatie
uitgevoerd.
(Coll. H.
Dekker)

00.07.1947 PH-91 Schneider Grunau Baby IIa 3 serie
III Hoogeveen Terug / Top
Schaats gescheurd, oorzaak niet bekend.
00.07.1947 PH-163 Schneider Grunau Baby IIb 6054 = Terug / Top
Beschadiging aan de vleugelneus geconstateerd. De oorzaak daarvan heb ik niet aangetroffen.
De vleugelneus moest eerst gerepareerd worden. (Coll. H. Dekker)

00.07.1947 PH-189 DFS Kranich
II
= Rotterdam Terug / Top
De Kranich werd vanuit Zürich naar Ypenburg gesleept. In de buurt van Rotterdam
brak de sleepkabel en moest een noodlanding gemaakt worden.
01.08.1947 PH-186 Grunau 9
(ESG)
KZC-1 Teuge Terug / Top
De lier stopte toen het toestel op ongeveer 25 meter hoogte was. De
bestuurder reageerde niet adequaat, hij draaide naar links weg en prikte niet
genoeg bij.
In overtrokken toestand kwam het toestel, traverserend in een korenveld tot
stilstand.
Door de extra remmende werking van het koren, was eigenlijk het hele toestel
ontzet.
En door de gebroken liftdraden klapten de vleugels ook nog naar
beneden.
Bestuurder: C.F. Vring.
Ongevallenrapport 1947-21. (Coll. H. Dekker)

07.08.1947 PH-TAH Douglas C-54A Skymaster
10392 Schiphol Terug / Top
PH-TBK
Douglas
C-47A
9910
Met beide toestellen werden instructievluchten uitgevoerd.
De PH-TBK zou een schijnbakenlanding uitvoeren op baan 23 d.w.z dat de leerling
onder
de kap zat en geheel op z'n instrumenten moest binnenkomen.
Althans bijna geheel; de afspraak tussen KLM en verkeersleiding was dat bij dit
soort naderingen niet onder de 60
meter hoogte zou worden gedaald.
Tegelijkertijd zou, op baan 32, een leerling met de PH-TAH voor het eerst een
landing
maken waarbij de neuswielbesturing gebruikt zou worden.
De nadering van de PH-TAH was als gevolg hiervan wat langer dan normaal.
Het uitzicht vanuit de PH-TBK werd ernstig gehinderd door de blindvliegkap en
de
afgeplakte ruiten. En bovendien hield de bestuurder van de PH-TBK zich
niet aan de
afspraak betreffende de hoogte; hij landde ècht om direct daarna
door te starten.
Inmiddels was de verkeersleider de PH-TAH eigenlijk kwijtgeraakt en tegen de
tijd dat
hij hem weer zag, kon hij niet meer ingrijpen.
Op het kruispunt van beide banen kwamen de vliegtuigen bijna met elkaar in
botsing, de kleinste afstand was niet meer dan enige tientallen meters. De
bestuurder van de PH-TBK, die al weer aan de start bezig was, zag voor zich een
flits van een passerend vliegtuig
en trok zijn vliegtuig daarna sterk op om
vervolgens te landen.
De instructeur in de PH-TAH heeft van de gevaarlijke situatie niets gemerkt
omdat hij zo geconcentreerd zijn leerling observeerde.
Instructeurs L.C. Ackerson (PH-TAH) en R.E. Roy (PH-TBK).
Verkeersleider Bakker schreef een rapport. (Coll. H. Dekker)

09.08.1947 PH-TAA Douglas C-54A Skymaster
10421 Caïro(SU) Terug / Top
Na vertrek olielek in motor #4.
10.08.1947 PH-NAI Koolhoven
F.K.43
6167 Ypenburg Terug / Top
PH-UCI Piper
L-4J Grasshopper 13351
De Piper stond geparkeerd terwijl de F.K.43 een meter of twaalf erachter stond
te proefdraaien voor de start.
Toen dat gebeurd was, taxiede het toestel in de richting van de startbaan
terwijl twee monteurs van Avio Diepen erbij stonden.
En ernaar keken! Maar ze deden niets om te verhinderen dat de bestuurder met
z'n
propeller de vleugel van de Piper in draaide.
Ernstige schade aan propeller
en vleugel dus.
Bestuurder: J.A. van Glabbeek.
Uit het rapport blijkt dat het incident vermijdbaar was. De Piper werd gerepareerd met de vleugel van de PH-UCP.
(Coll. H.
Dekker)
10.08.1947 PH-UCF Piper L-4J Grasshopper
13341 Twente Terug / Top
Toen de bestuurder met zijn tweede solovlucht bezig was, kreeg hij opdracht om
drie landingen uit te voeren.
Bij de doorstart na de tweede landing sloeg de motor af, door de gashandel
geheel naar achteren te halen en dan weer naar voren, zag hij kans hem weer
even aan de praat te krijgen.
Dat gebeurde daarna nog twee maal. Inmiddels had hij echter zóveel hoogte en
snelheid verloren dat er geen weloverwogen noodlanding meer gemaakt kon worden.
Om de keus tussen de bosrand links en enkele LSK-vliegtuigen verderop te
vermijden, besloot hij nog een bocht te draaien. Maar daarvoor was de
snelheid inmiddels te laag geworden.
Hij gleed af en sloeg tegen de grond. De bestuurder kreeg geen lichamelijk
letsel.
Het vliegtuig zakte door het onderstel en werd vrij ernstig beschadigd.
Maar kon nog wel gerepareerd worden. Helaas moest er dan natuurlijk nogal wat
aan gelast worden.
Dàt werd het toestel wèl fataal, op 27 augustus brandde het als gevolg daarvan
geheel uit. Wel komt het gerepareerde onderstel nog terug in de
levensgeschiedenis van de PH-UCY,
zie bij 14 september.
Bestuurder: J.F. Reerink.
Het was dus de tweede solovlucht van deze leerling.
(Coll. H. Dekker)

10.08.1947 PH-85 Schneider Grunau Baby IIa 1 serie
III Valkenburg Terug / Top
In het te hoge gras lag een benzineblik en de Baby landde er bovenop.
Dat leverde aan de romp de voor de hand liggende beschadigingen op, dus;
hoeklijsten gebroken spanten beschadigd, beplating stuk.
Bestuurder: W. Hoffmann.
Ongevallenrapport
1947-22.
(Coll. H. Dekker)

10.08.1947 PH-123 Grunau 9
(ESG)
6011 Twente Terug / Top
Het vliegtuig werd door de startauto opgetrokken. Toen het op ongeveer 45 meter hoogte
was, brak
de kabel.
De neus kwam even omhoog, maar direct daarna ging het toestel voorover in een
loodrechte duik en sloeg op het beton te pletter. De leerling werd gedood.
Een duidelijke verklaring werd niet gevonden. Omdat er geen technische oorzaak
aan te wijzen was, zocht men de oorzaak bij de bestuurder.
Die zou eigenlijk niet zo geschikt zijn geweest en die zou in een verkrampte
toestand de knuppel voorover gedrukt hebben gehouden.
Achteraf konden diverse personen een dergelijke handelwijze op basis van hun
oordeel over de leerling wel verklaren. Uit hun beoordelingen van hem van vóór
het ongeval bleek dat echter niet.
Bestuurder: K.A.H.M. Pieters(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
Een korte omschrijving van het tragische ongeval. (Coll. H. Dekker)

(Coll. H. Dekker)

11.08.1947 PH-UDA de Havilland D.H.82A Tiger Moth 3729
Valkenburg Terug / Top
Voorzorgslanding wegens brandstoftekort.
19.08.1947 PH-UAY de Havilland D.H.82A Tiger Moth 3180 Ypenburg Terug / Top
De leerling zou een laplanding maken en dat betekent vrijwel automatisch dat er
in het laatste stadium van de nadering nog gemanoeuvreerd moet worden.
Bij het maken van een bocht leidde dat in het verleden al vaker tot het
overtrekken van
de binnenvleugel, zo ook deze keer. Na ongeveer een halve bocht
beschreven te hebben verscherpte hij zijn bocht op ongeveer 40 meter hoogte nog een
beetje teneinde nog
goed voor zijn landingsbaan te komen. Hij gaf nog iets meer
richtingsroer en trok ook
nog een beetje aan het hoogteroer.
Het vliegtuig dook daarop plotseling in een rechter tolvlucht en botste na
driekwart
slag tegen de grond. Het vliegtuig werd zeer zwaar beschadigd. Helaas
waren de riemen van zodanige kwaliteit dat ze bezweken waardoor de bestuurder
met het hoofd tegen het instrumentenbord sloeg. Aangezien de zitplaatsen geheel
intact waren, zouden met goede riemen zijn verwondingen vrijwel zeker minder
ernstig zijn geweest.
Bestuurder: F.
Hartman.
Korte
beschrijving van het ongeval.
(Coll. H. Dekker)

Dat het toestel afgeschreven wordt lijkt niet verwonderlijk. Hoewel de normen voor zoiets tegenwoordig
wel anders liggen!.
(Coll. H. Dekker)
21.08.1947 PH-TAR Douglas
DC-4
42923 Natal(PT) Terug / Top
Toen het vliegtuig vanuit Dakar boven vliegveld Parnamirim te Natal arriveerde
was het weer weliswaar niet best, maar de weersvoorspelling was zodanig dat een
landing met grondzicht mogelijk was.
Bij de nadering bleek echter dat pas op 100 meter hoogte
grondzicht gekregen werd.
De gezagvoerder besloot, vertrouwend op zijn ervaring, toch een nachtlanding
uit te voeren. Toen het vliegtuig dan ook binnenkwam met de hoogtemeters
ingesteld volgens de luchtdruk-opgave van de verkeersleiding, werd op een
hoogte van 150 meter
een obstakel gevoeld. Later bleek dit kreupelhout te zijn geweest.
De gezagvoerder gaf direct volgas en besloot, rekening houdend met mogelijk
beschadiging van het landingsgestel, uit te wijken naar het 400 km verderop liggende
Fortaleza. Daar was het zicht goed.
Hoewel de opgave van de verkeersleiding waarschijnlijk foutief was geweest, was
de Raad ook van mening dat de gezagvoerder te veel risico had genomen. Maar
gezien zijn ervaring en staat van dienst zou hij naar haar mening "niet in
een onjuist gebleken procedure blijven volharden."
Gezagvoerder: P. Both. Tweede piloot: P.J. Krouwel. Derde piloot: J. Noomen.
Boordwerktuigkundige: WK P.C. Molenaar. Telegrafisten: C. Schut en P. den Daas.
De Uitspraak van de Raad voor
de Luchtvaart.
(Coll. H. Dekker)
24.08.1947 PH-91 Schneider Grunau Baby IIa 3 serie
III Valkenburg Terug / Top
Een lid van de club wilde een mooie foto van de landing maken en waagde zich
daarbij te dicht bij de baan.
Hij kreeg een tik van de linker vleugeltip en liep een hersenschudding op. Het
vliegtuig werd slechts licht beschadigd. Of er nog een foto gemaakt is, vertelt
de historie niet.
Bestuurder: H. Veder. Fotograaf G.J. Mechelsen.
Ongevallenrapport
1947-24.
(Coll. H. Dekker)

28.08.1947 PH-UCU Piper L-4J Grasshopper
13276 Eelde Terug / Top
De bestuurder voerde boven het veld een nummertje ‘crazy-flying’
uit, waardoor de KLM-lijndienst vastgehouden moest worden. De voorstelling werd
besloten met een low-pass over het terras waar veel bezoekers zaten.
Een en ander was bedoeld om de passagier (een wachtmeester der Rijkspolitie)
luchtziek te maken en om een beetje te showen natuurlijk. En zo wil iedereen
z’n ‘moment of glory’.
Dit duurde echter slechts kort, zeker in vergelijking met het drie maanden
durende verbod om op vliegtuigen van de NLS te
vliegen.
De havenmeester van Eelde P.J.J. Vogelzang. die tevens onbezoldigd
rijksveldwachter was, maakte proces-verbaal op. (Coll. H. Dekker)

00.08.1947 G-AISE Miles M.57 Aerovan
4 6395
Eindhoven Terug / Top
Botsing tegen een RAF-voertuig. Van de rechtervleugel was de randboog voor de
voorligger stuk en waren negen kopribben afgebroken.
Fokker lichtte het Air Registration Board in. (Coll. H. Dekker)

03.09.1947 PH-TCE Douglas
DC-4
42995 Kemajoran(PK) Terug / Top
Volgens ooggetuigen kwam het toestel te hoog binnen en dientengevolge was niet
de gehele baan voor de landing beschikbaar. Bovendien was de asfaltbaan bedekt met ongeveer 1 cm water, waardoor ook de
remmen natuurlijk niet optimaal gebruikt konden worden.
De machine kwam 50 m
voorbij het einde van de baan tot stilstand in vrij zacht terrein waarin de
wielen voor een groot deel wegzakten. Maar dat was juist een gelukkige
omstandigheid, want zes meter verder was een diepe sloot.
De gezagvoerder beweerde dat de verlichting aan het begin van de baan niet
gebrand had, maar inspectie door de chef stationsdienst, dhr. Loo, wees uit dat
deze normaal brandde.
Maar daar was wel iets op af te dingen.
Ten eerste was de baanverlichting als geheel niet optimaal omdat de stroom
geleverd werd door het lichtnet van Batavia en daar stond te weinig spanning
op.
Er werden vlak daarop twee 7 KW generatoren geïnstalleerd.
Bovendien waren de lampen bij het begin van de baan, gezien vanuit de
landingsrichting, geel geschilderd ter voorkoming van verblinding. De heer De
Loo: "M.i. is dit overdreven".
Kortom, het lijkt wel begrijpelijk dat de gezagvoerder ze niet gezien heeft.
Gezagvoerder: W.C.J. Versteegh.
Het rapport van Versteegh aan Hoofd Vliegbedrijf.
(Coll. H. Dekker)

06.09.1947 PH-TBV
Douglas C-47A
19795 Schiphol Terug / Top
PH-TSA Douglas C-54A Skymaster 10398
PH-TER Lockheed 749 Constellation 2541
De
gezagvoerder van de PH-TBV veroorzaakte een gevaarlijk situatie door de
"Hold position" opdracht van de verkeersleiding te negeren. Na de
landing van de PH-TSA naderde hij de 'life runway' zodanig dat PH-TER
de start moest afbreken.
Bestuurders: Muiswinkel(PH-TSA), Chaquist(PH-TER) en A.P. Ruige(PH-TBV).
07.09.1947 PH-186 Grunau 9
(ESG)
KZC-1 Valkenburg Terug / Top
Terwijl er in kalm tempo gelierd werd, maakte de leerling enige beheerste
sprongetjes.
Het hieronder afgebeelde ongevallenrapport zegt "Geheel onverwacht werd hij door de lier tot 20 meter hoogte
opgetrokken",
wat nogal mysterieus klinkt. De lierman regelt slechts de snelheid van
het lieren, de bestuurder heeft invloed op stijgen en dalen.
Hoe het ook zij, als reactie drukte de bestuurder het toestel met de neus naar beneden en
vloog dus tegen de grond.
Schaats gebroken, stuurknuppel verbogen, triplex van zitplaats losgelaten. De
bestuurder liep ontvellingen aan borstkas en een wond aan het zitvlak op.
Dit was het gevolg van de ondeugdelijke constructie van het bankje en het
bezwijken van de buikriem. Dat was op andere toestellen al door Fokker
veranderd, nu dus ook bij de PH-186.
Bestuurder: P.J. Smit.
Ongevallenrapport
1947-26.
(Coll. H. Dekker)

12.09.1947 PH-NBP Piper L-4H Grasshopper
12047 Lympne(G) Terug / Top
Er stond een vrij krachtige, vlagerige, wind. De onervaren bestuurder (100
uur, incl. instructie, op de Cub) koos zijn startrichting weliswaar zó dat een
lange aanloop mogelijk was, maar raakte toch in de problemen.
Toen het toestel bij een toerental van tegen de 2200 tpm loskwam, bleek het
niet te willen klimmen. Hij durfde toen niet wat bij te prikken omdat hij
vreesde te dicht bij de grond te komen door de helling van het veld.
Hoger dan tien meter lukte niet en omdat er verderop een nog steilere helling
was, besloot hij terug te keren. Inmiddels was de snelheid echter teruggezakt
tot zo'n 90 km/u, en toen hij een bocht inzette, gleed het toestel dan ook af.
Het sloeg tegen de grond, waarbij het onderstel eraf werd geslagen. Het kwam,
nadat het ca. 15 m
over de grond was geschoven, tot stilstand. Het vliegtuig werd vrij ernstig
beschadigd. De inzittenden bleven ongedeerd.
Bestuurder: H. Koekebakker. Passagier(en eigenaar van het vliegtuig): J.B.Th.
Hugenholtz.
De Uitspraak van de Raad voor de
Luchtvaart.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
 |
De inspectie van de PH-NBP nadat het toestel in Engeland gerepareerd was en overgevlogen naar Ypenburg.
(Coll. H. Dekker)
 |
Twee foto's van de "Piepmuis' op de
buik.
(Coll. H. Dekker)
14.09.1947 PH-UCY Piper L-4J Grasshopper
13258 Soesterberg Terug / Top
De bestuurder zette de Piper al voor de splitsing van de banen O-W en ZO-NW aan
de grond en hield bij het uitrollen geen rekening met de splitsing.
Hij kwam dus in het gras naast baan O-W terecht en rolde tenslotte tegen een
baken aan. Hierbij werd het onderstel ingedrukt.
Toen een RLD-inspecteur twee dagen later de zaak inspecteerde was men al bezig
een ander onderstel te monteren. Dit bleek afkomstig te zijn van de gecrashte
PH-UCF. Zie 10 augustus.
Bestuurder: H. Vrielink.
 |
Links: het rapportje van inspecteur Van der Wal. (Coll. H. Dekker)
Onder: De PH-UCY op de neus. (Coll. R.P. Wassink)
 |
14.09.1947 PH-96 Schneider Grunau Baby IIa 6 serie III Eelde Terug / Top
Bij de landing op de betonweg met de rechtervleugel tegen een lantaarnpaal gebotst.
Bestuurder: Legro.
16.09.1947 PH-UDE de Havilland D.H.82A Tiger Moth DHP-26
Ypenburg Terug / Top
De instructeur had aan een aantal nieuwe leerlingen iets over de inrichting van
de cockpit verteld. Daarbij was het hem opgevallen dat de stuurknuppel van de
voorste cockpit ontbrak. Een van de leerlingen keek desgevraagd in het
bagageruim, vond daar de knuppel en monteerde die toen weer in de cockpit.
De instructeur verzuimde echter deze montage te controleren.
De eerste vlucht met het toestel verliep geheel normaal. Direct na het loskomen
voor de tweede vlucht zat -dezelfde- instructeur opeens met een losse
stuurknuppel in de hand.
Hij probeerde met de trim nog wat tijd te winnen teneinde de knuppel weer te
bevestigen maar dat mislukte. Het toestel raakt met de wielen de grond en sloeg
over de kop.
De instructeur en de leerling bleven ongedeerd. Alle vleugels werden
beschadigd, richtingsroer en propeller vernield, motorbeplating zwaar beschadigd.
Na dit ongeval moesten verwijderde stuurknuppels altijd bij de TD worden
ingeleverd,
en die zorgde dan voor een correcte montage.
Instructeur: G. van Schaik. Leerling: D.H. Kup.
17.09.1947 PH-UCC de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85006 Teuge
Terug / Top
Teneinde zo dicht mogelijk in de buurt van de kabel van een wachtend
zweefvliegtuig te landen moest er vlak voor de landing nog wat gecorrigeerd en
gemanoeuvreerd worden.
In het verleden was al diverse malen gebleken dat je dat bij een Tiger, bij
lage snelheid, niet moet doen. Het toestel gleed af en kon, ondanks direct
volgas geven, niet meer gecorrigeerd worden.
Het raakte met de staart het eerst de grond en sloeg daarna met onderstel en
ondervleugels tegen een 75 cm
hoge puinwal. De bestuurder en de passagier werden gewond. Het vliegtuig werd
zeer zwaar beschadigd.
Bestuurder: J.G.
Hulsbergen.
De Uitspraak van de Raad voor
de Luchtvaart.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
 |
Foto H. Vrielink, via R.P. Wassink.
 |
Toch werd het
toestel wél weer gerepareerd!
(Coll. H. Dekker)
26.09.1947 PH-NAI Koolhoven
F.K.43 6167 Leeuwarden Terug / Top
Tijdens de landing brak de staartsteunbuis. Lichte schade aan het richtingsroer.
In de terminologie van de RLD zijn de begrippen 'ongeval'
en 'licht beschadigd' met elkaar in tegenspraak.
(Coll. H. Dekker)

28.09.1947 PH-127 Grunau 9
(ESG)
6015 Valkenburg Terug / Top
Na het ontkoppelen op vijf meter hoogte, naar rechts afgeweken en met te hoge
snelheid, traverserend, geland.
Beide stijlen van A-bok gescheurd, rugleuning gescheurd.
Bestuurder: Fiedeldij.
Ongevallenrapport
1947-27.
(Coll. H. Dekker)

30.09.1947 PH-UAS de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86575
Noordzee Terug / Top
Al vanaf de start hielden de leerlingen zich niet aan de voorgeschreven hoogte
van 1200 ft
maar brachten het toestel bij de duinenrij al op een hoogte variërend van 30
tot 150 meter.
Toen ze op vier kilometer uit de kust de loodsboot "Altair" zagen,
gingen ze er op af.
Ze beschreven op lage hoogte enige scherpe bochten om het schip en vlogen
daarna op geringe hoogte van achteren op het schip aan.
Op een hoogte van 15 m
trok de bestuurder het vliegtuig sterk op, waarbij het overtrokken geraakte,
naar links afgleed en in zee stortte.
De beide inzittenden konden zich nog bijtijds uit de riemen losmaken en werden
ongedeerd door de "Altair" aan wal gebracht.
De Raad voor de Luchtvaart ontnam hem zijn bevoegdheid voor de duur van een jaar, de RLS sloot hem uit van de verdere opleiding.
Inzittenden M. Snijder en H.R. Werker.
De Uitspraak van de Raad voor
de Luchtvaart.
(Coll. H. Dekker)
02.10.1947 PH-UBL North American AT-6A Texan 78-6044
Gilze-Rijen Terug / Top
De derde grondzwaai van dit toestel dit jaar. Behalve de gebruikelijke schade
aan een vleugeltip was nu ook de rechter onderstelpoot
beschadigd.
Schaderapport van ir. A.J.J.M. Bijvoet. (Coll. H. Dekker)

04.10.1947 PH-133 Grunau 9
(ESG)
6021 Soesterberg Terug / Top
Na de lierstart zette de bestuurder een linker duikende bocht in. Daardoor
raakte het vliegtuig, nog dicht bij de startplaats, met de stuurboordvleugel
een boomtop.
Het werd daardoor vrij soepel afgeremd, zakte met romp en vleugel over takken
glijdend naar beneden en bleef toen, op de bakboord vleugel steunend, hangen.
Beschadigingen aan hoogteroer en stuurboordvleugel, enige verspanningskabels
gebroken.
Bestuurder: B. Westerveld.
Ongevallenrapport
1947-28.
(Coll. H. Dekker)

10.10.1947 G-AFHY de Havilland D.H.89A Dragon Rapide 6417
Pijnacker Terug / Top
De bedoeling was om van Croydon naar Evère bij Brussel te vliegen waar zijn
verwachte aankomsttijd 18.50 GMT was.
Toen het vliegtuig ter hoogte van Duinkerken de Franse kust passeerde, werd de
radioverbinding zeer slecht. Zó slecht dat hij geen kans meer zag zijn positie
vast te stellen of zijn koers goed te bepalen.
De bestuurder vloog verder op het kompas maar slaagde er niet in de koers te
corrigeren naar de windinvloed.
Toen hij er van overtuigd raakte dat hij Evère al lang gepasseerd was, verlegde
hij zijn koers in noordelijke richting en daarna weer westwaarts om de kust te
bereiken om daar eventueel een noodlanding uit te voeren.
Het zicht was goed. Na ongeveer drie uur vliegen werd een vrij grote plaats
gepasseerd waar een kanaal doorheen liep; vermoedelijk Tilburg.
Te 20.25 uur cirkelde hij boven een grote (haven)stad en, omdat zijn
brandstofvoorraad nu zeer klein begon te worden, zond hij d.m.v. zijn
boordlicht SOS-signalen uit.
Plotseling zag hij een grote verkeersweg onder zich, hij aarzelde geen moment
en zette zijn toestel daar op neer. Hij moest wel gebruik maken van even een
luwte in de verkeersdrukte.
Hij landde achter een onder hem passerende auto die hij echter inhaalde, hij
wipte zijn toestel nog even op, over die auto heen en kwam ervoor weer aan de
grond.
De enige schade was een deukje in de rechter ondervleugel die tegen een boompje
botste. De passagiers (5) zijn direct naar Brussel doorgereisd, het vliegtuig
is de volgende morgen weer van de weg gestart naar Rotterdam.
Bestuurder: P. Michelson. Telegrafist W. Long.
Bericht in de Leeuwarder Courant 11.10.1940.
Na
de noodlanding en taxiënd over de straatweg.
(Coll. H. Dekker)
11.10.1947 PH-139 Grunau 9
(ESG)
6027 Eelde Terug / Top
De leerling moest voor het eerst een volledige cirkel draaien. Daar begon hij
ook wel keurig aan, maar halverwege sloeg hem de schrik om het hart en zette
het toestel aan de rand van het veld neer.
En daar stond een paaltje. Linker vleugeltip en rompje beschadigd, schaats
kapot, spandraad gebroken. Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder: H.L.
Visser.
Ongevallenrapport
1947-30.
(Coll. H. Dekker)

22.10.1947 PH-TCF Douglas
DC-4-1009
42996 Rangoon(VT) Terug / Top
Onderweg naar Nederlands-Indië met aan boord mariniers in burger en een
bemanning met
NGAT badges (i.p.v. KLM!) dreigde het toestel in een typhoon terecht te komen.
Het
plafond van de DC-4 sloot er overheen vliegen uit en dus werd er
noodgedwongen een tussenlanding 'op een oud militair vliegveld' bij
Rangoon gemaakt.
Gezagvoerder: W.C. van Veenendaal.
25.10.1947 PH-170 Schneider Grunau Baby IIb
6052 Soesterberg Terug / Top
De start vond plaats met enige dwarswind. De leerling corrigeerde onvoldoende
met de rolroeren waardoor hij de linkervleugel in de sterkere bovenwind stak.
Daardoor werd het effect nog versterkt. De lier trok niet sterk door, dus
ontkoppelde hij.
Hij probeerde met een bocht weer voor de baan te komen maar voerde deze bocht
niet precies genoeg uit.
Hij draaide met geringe snelheid, met de rechter tip laag boven (en op?) de
grond, een bocht van 180° en landde toen met de neus op de startbaan. Rompneus
tot de tweede spant ernstig beschadigd, linkervleugel gescheurd.
Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder: L.R. Lucassen.
Ongevallenrapport 1947-29.
(Coll. H. Dekker)

00.10.1947 PK-SAB Bücker Bü 131 Jungmann
883 Tandjong Priok Terug / Top
Verongelukt. Meer informatie zou zeer gewenst zijn!
01.11.1947 PH-171 Schneider Grunau Baby IIb
6053 Soesterberg Terug / Top
In de uitloop raakte het toestel een trottoirrand die verscholen lag tussen het
gras. Vroeger had op die plaats een gebouw gestaan.
Zware schade; schaats eraf gerukt, zes spanten gebroken, onderzijgording
gebroken en de kielgording op meerdere plaatsen gebroken.
Bestuurder: N. Hoxel.
Ongevallenrapport
1947-31.
(Coll. H. Dekker)

|
Twee scans waarvan de herkomst mij niet (meer) bekend is!
 |
 |
07.11.1947 PH-UBL North American AT-6A Texan 78-6044
Gilze-Rijen Terug / Top
De vierde grondzwaai van dit toestel dit jaar. Het toestel kwam er deze keer
niet zo goed af als de vorige drie keer: Rechter vleugel: hoofdligger geknikt,
wordt niet meer gerepareerd. Beide onderstelstijlen zwaar beschadigd.
Vleugelmiddenstuk: hoofdligger geknikt, waarschijnlijk niet meer te repareren.
Het schaderapportje van ir. Bijvoet. (Coll. H. Dekker)

10.11.1947
PH-#
#
=
Wunstorf(D) Terug /