08.01.1935 PH-AGQ Koolhoven
F.K.41 4105 Vreewijk
Terug /
Top
Op kruishoogte aangekomen na de start
vanaf Waalhaven, hield de motor er plotseling mee op.
Bij de
daaropvolgende noodlanding konden nog
net de daken van een huizenrij vermeden worden,
maar tijdens de uitloop over een slootje 'wippen' lukte
slechts gedeeltelijk.
De linker wielpoot sloeg tegen de
slootrand en brak af. Het toestel schoof nog een meter
of dertig door alvorens met een grondzwaai tot
stilstand te komen.
Bestuurder: S. de Mul.
De
rapporten betreffende de noodlanding van De Mul en Schmidt Crans,
en het proefvluchtrapport van
Schmidt Crans na de reparatie door
Koolhoven.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
Foto beschikbaar gesteld door E. Nolte.
Hieronder twee krantenfoto's, de rechter komt uit de Leeuwarder Courant van 9.1.1935.
12.01.1935 PH-12 Grunau 9 (ESG
29) # Eindhoven Terug /
Top
De bestuurder
vloog het toestel tegen de grond en deed dat bovendien nog enigszins traverserend.
De schaats brak er onderuit.
Bestuurder: Davidson.
12.01.1935 G-ABJU de
Havilland D.H.80A Puss Moth 2156 Tandjongmeruk(PK) Terug /
Top
De bestuurder
was op de terugweg naar Groot Brittannië en had al wegens slecht weer een
noodlanding in
Australië gemaakt.
Na de de oversteek naar Nederlands-Indie werd hij vermist
en werd er met vliegtuigen naar hem
gezocht.
Men vond zijn toestel tussen Ramdang en Soerabaja maar de bestuurder
was er niet meer bij.
Die bleek te voet en per bus op zoek te zijn naar
brandstof. Dat lukte hem kennelijk; de
volgende dag kwam hij op Darmo aan.
Bestuurder: Lord Sempill.
13.01.1935 PH-12 Grunau 9 (ESG
29) # Eindhoven Terug /
Top
Bij de laatste landing die dag (22
vluchten) brak de 'linker achter boven' spandraad.
Bestuurder:
Van Thijssens.
15.01.1935
# Miles
Hawk
# Kampen
Terug /
Top
Op zondag 13
januari arriveerde de Zweedse vlieger Von Schinkel met een passagier in zijn
Hawk
op Schiphol.
Ze waren onderweg van Mombasa naar Zweden. Wegens mist bleven
ze ook de maandag daar nog maar
dinsdag de 15e vertrokken ze weer. In de buurt
van Kampen moesten ze vanwege de mist toch een
noodlanding maken.
Bestuurder: Von Schinkel.
19.01.1935
PH-AJK Koolhoven
F.K.43
4305 Esschen(OO) Terug /
Top
Een leerling
moest tijdens een oefenvlucht wegens een dichtgeslibde brandstofleiding een
noodlanding maken. Instructeur G. Bax was met de reparatiewagen meegekomen en
vloog het
toestel weer terug naar Schiphol.
NB. Voor de
landing wordt door een KLM-bron 18/1 als datum opgegeven.
03.02.1935
PH-AJH Koolhoven
F.K.46
4601 Waalhaven Terug /
Top
De bestuurder
zou wegtaxiën om een oefenvlucht te gaan maken. Het gedeelte van het veld
naast
het platform was nogal drassig en daar moest dus rustig en beheerst gereden
worden.
Al op het
platform had hij echter de staart al omhoog en toen hij op het gras kwam was er
niet veel meer nodig voor een neusstand. En dat gebeurde dus ook. De schade
viel mee, de
schroef was gebroken maar beplating en krukas bleven onbeschadigd.
Bestuurder: J.J. van Straaten.
De NV NLS meldde het incident aan de directeur
van de Luchtvaartdienst. (Coll. H. Dekker)
04.02.1935 G-ACSG de
Havilland D.H.85 Leopard Moth 7066 Vlissingen/Deventer Terug /
Top
De bestuurder
zou van Londen naar Enschede vliegen. Hij had onderweg wat oponthoud, zo stond
hij na een voorzorgslanding vanwege het slechte weer enige tijd bij Vlissingen
aan
de grond.
Daarna moest een passagier te Rotterdam ingeklaard worden. En
tijdens de laatste etappe bleek
dat Enschede voor het donker niet meer gehaald
kon worden en maakte hij een voorzorgslanding
op de Bergweide te Deventer. De
volgende dag vloog hij alsnog naar Enschede.
Bestuurder: J.A. Auping.
Het rapport van de gemeentepolitie
van Deventer.
(Coll. Jan Evert Leeuw)
 |
 |
25.02.1935
PH-AES Koolhoven
F.K.40
101 Schiphol
Terug /
Top
Tijdens het
taxiën zakten de wielen in de zachte aarde weg en omdat de bestuurder extra
gas
gaf was een lichte windvlaag al voldoende om het toestel op de neus te zetten.
Schroef beschadigd, landingsgestel gebroken, vleugeltip beschadigd.
Bestuurder: J.J.E. Duimelaar.
Het telefonisch bericht van de KLM. (Coll. H. Dekker)
27.02.1935
D-#
#
# Nieuw Scheemda Terug /
Top
De bestuurder
raakte op z'n eerste solovlucht vanaf vliegveld Celle bij Hannover de
weg
kwijt.
Na geruime tijd zoeken moest hij wegens brandstofgebrek een noodlanding
maken.
Tot zijn verbazing bevond hij zich toen in Nederland. Na overnachting
bij de eigenaar
van het weiland waarop hij geland was, D.J. Mellema, steeg hij de volgende ochtend
weer op.
Bericht in de Alkmaarder Courant 28.2.1935.
05.03.1935
PH-#
#
# Schiphol Terug /
Top
Tijdens de vlucht van Londen naar
Amsterdam brak de uitlaatklep van cilinder #6.
Brief over het breken van de uitlaatklep en enige consequenties daarvan voor de inzet de vliegtuigen.
(Coll. H.
Dekker)
 |
 |
06.03.1935
PH-AIQ Fokker
F.XVIII
5310 Palembang(PK) Terug /
Top
Wegens motorstoring (gebroken
klepstoterhuis) kon de “Quartel” de retourvlucht (#224)
niet voortzetten.
De dienst werd overgenomen door de
“Oehoe”.
Pas na een week oponthoud kon de
vlucht voortgezet worden.
Gezagvoerder: G.J. Geysendorffer. Co-Piloot:
J.S.W. van der Feijst.
Boordwerktuigkundige: J. Deltenre. Telegrafist: S. van
Straten.
Zie ook de hierboven afgebeelde brief!
09.03.1935
PH-AED Fokker
F.VIII
5041 Schiphol
Terug /
Top
Tijdens het taxiën sleepte de staart
over een oneffenheid. Staartconstructie ontzet.
10.03.1935
PH-AED Fokker
F.VIII
5041 Rotterdam
Terug /
Top
Echt ernstig
kan het niet geweest zijn. De dag erna wordt een verbogen rompbuis
gerapporteerd,
die veroorzaakt was door een gebroken pianodraad.
15.03.1935 SU-ABI de
Havilland D.H.84 Dragon 6031 El Arish(YI) Terug /
Top
Het toestel
kwam in een zandstorm terecht en dat veroorzaakte een dubbele motorstoring.
De
noodlanding mislukte en de bestuurder en twee passagiers kwamen om het leven.
Eén van de passagiers was de heer Schmid Heiny, de directeur van de
ENCI-fabriek te Maastricht.
Bestuurder: H. Spooner(┼).
Passagiers: Schmid Heiny; E. Schmid Heiny(┼).
Terug naar de opsomming "
Ernstige ongevallen"
20.03.1935 PH-AJC Focke
Wulf S.24C Kiebitz 93 Rijssen Terug /
Top
Noodlanding
wegens motorstoring. Van Graft kwam vanaf Twente om de situatie te beoordelen.
Het defect was niet al te ernstig want vlak daarna werd het toestel door Willem
van Graft
weer naar Twente gevlogen.
Bestuurder: J. Tempelman.
De melding van de burgemeester van Rijssen aan de
Luchtvaartdienst. (Gemeentearchief Rijssen 1.814.2
met dank aan Jan Evert Leeuw)
21.03.1935
PH-AJB Pander
EK
80
47 Eindhoven Terug /
Top
De bestuurder
schatte bij zijn laatste landing z'n hoogte verkeerd. Het toestel plofte
van
ongeveer tien meter hoogte met nauwelijks voorwaartse maar des te meer
verticale
snelheid tegen de grond. Hierdoor stuikte de onderkant van de romp
naar binnen.
Verbogen buizen en daardoor slap hangende besturingsdraden was het
gevolg.
Bestuurder: Casteleijns.
De diverse commentaren op het
ongeval én op de vliegstijl van dhr. Castelijns.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
21.03.1935 PH-32 Wolf Hirth Grunau
8 = Schiphol Terug /
Top
Het zweefvliegtuig
werd door de PH-FKA opgesleept, maar op een hoogte van 300 meter ontkoppelde
de
bestuurder van het motorvliegtuig plotseling. De instructeur dacht eerst
dat
z'n leerling ontkoppeld had maar besefte al snel dat de kabel nog aan de neus
hing.
Toen daarop geprobeerd werd de kabel van de PH-32 los te koppelen lukte
dit niet.
Dit betekende dus zweven en landen met de sleepkabel aan de neus.
Dat ging
verder wel goed, maar hoe lager je dan vliegt hoe meer kabel over de grond
sleept en dat geeft dus steeds meer weerstand.
Tijdens de
uitloop werd de neus dan ook naar links getrokken en kwam het toestel
tenslotte
tegen paaltjes met prikkeldraad tot stilstand.
Instructeur : W.M. van Neijenhoff. Leerling: van
Hulst.
Het relaas van de instructeur. (Coll. H. Dekker)
22.03.1935
PH-AFV Fokker
F.XII
5284 Schiphol Terug /
Top
De nadering werd te laag uitgevoerd
en de wielen botsten tegen een hek.
28.03.1935
PH-AIJ Fokker
F.XII
5302 Athene(SX) Terug /
Top
Door een
opstand in Griekenland werd het luchtverkeer ernstig gehinderd. De “IJsvogel”
kon niet regulier vertrekken en na veel moeite kwam er toestemming om op eigen
risico
te starten.
Gezagvoerder: P. Both. Co-piloot: W.E. de Graaf.
Boordwerktuigkundige: Chr. Biesheuvel.
Telegrafist: J.J. Stodieck.
00.03.1935
PH-AIH Fokker
F.XII
5300 =
Terug /
Top
Tijdens de landing ontbrandde,
vermoedelijk door zelfontbranding, een flare.
00.03.1935 PH-12
Grunau 9 (ESG
29) #
= Terug /
Top
Een
foto uit het jubileumboek van de EAC. Het bijschrift dateert hem in
maart 1935 maar
uit het dagboek van de PH-12 blijkt niet dat er in die
maand iets bijzonders gebeurd is!
03.04.1935
PH-AIH Fokker
F.XII
5300 Marseille(F) Terug /
Top
Uit het
logboek van Indiëvlucht #221 blijkt dat het toestel uit Marseille vertrok met
een motor waarvan alle zuigerveren vastzaten. Met een propeller in verlaagde
grote spoed
kwam het toestel in Amsterdam aan.
Weer een probleem met een Wasp-motor. (Coll. H. Dekker)
05.04.1935
PH-AFU Fokker
F.XII
5247 Dortmund(D) Terug /
Top
Het vliegtuig
vloog, met uitgelaten sleepantenne, in een hagel- sneeuwstorm die vergezeld
ging van onweer. Het werd getroffen door de bliksem en dat richtte nogal wat
schade aan.
Het inspectieverslag met een uitvoerige opsomming
van de aangerichte schade. (Coll. H. Dekker)
06.04.1935
PH-AFL Fokker
F.XII
5242 Brilon(D) Terug /
Top
Na een
tussenlanding te Halle-Leipzig op het traject Praag-Amsterdam vertrok het
toestel
om 13.14 MET voor de laatste etappe. Om ongeveer 14.40 uur raakte het
in een onweersbui
annex sneeuwstorm en om 14.50 werd Essen nog om een
weerbericht gevraagd.
Toen meldde de telegrafist dat ze op 450 meter hoogte vlogen.
Daarna is er
geen contact meer met het toestel geweest.
Afgaande op getuigenverklaringen
heeft het toestel boven Brilon rondgecirkeld want het
werd daar enige malen
gehoord, en ook in Hoppecke en Rösenbeck, dorpjes in de buurt ,
werd het
gehoord.
Alle getuigen
verklaarden dat het motorgeluid fluctueerde, er werd afwisselend gas
gegeven en
teruggenomen. Tot op het laatste ogenblik.
Het Duitse
ongevallenrapport komt tot de conclusie dat de bestuurder in het slechte
weer
geprobeerd heeft grondzicht te houden. Aangezien op het moment van de bui het
zicht te Brilon minder dan 100
meter was kan dus geconcludeerd worden dat hij zeker
lager dan 100 meter
gevlogen moet hebben.
Daarbij kwam hij in een dal terecht en toen hij daarin
cirkelde, of wilde terugkeren,
is hij tegen een heuveltop gevlogen.
Het vliegtuig
werd daarbij vernield en het vloog vrijwel onmiddellijk in brand.
De zeven
inzittenden kwamen om het leven.
Gezagvoerder: P. Soer(┼)
Co-piloot: E.A.J. Prillwitz(┼)
Bwk: P. Welman(┼)
Bwk: H. Wingelaar(┼)
Marconist: Th.J. v.d. Klein(┼)
Passagiers: H.L.A. Briel(┼); W. de Vlugt(┼)
Terug naar de opsomming "
Ernstige ongevallen"
Het Duitse onderzoeksrapport. (Coll. H. Dekker)
Twee foto's uit het Duitse onderzoeksrapport.
(Coll. H. Dekker)
Een
foto uit de Katholieke Illustratie.
En
tenslotte een kaartje van de omgeving.
NB. De
onderzoeksverslagen in het archief van de Raad voor de Luchtvaart zijn
geheim.
Maar aangezien het archief van de Commissie Verhoging
Veiligheid Luchtverkeer integraal naar het Nationaal Archief is
gebracht en het
"Verslag betreffende het voorlopig onderzoek naar de ramp van de PH-AFL op 6.4.1935" daarin aanwezig was,
kan dit
daar
geraadpleegd worden.
Het toegangsnummer is 2.16.57.63.
11.04.1935
PH-AIP Fokker
F.XVIII
5309 Calcutta(VT) Terug /
Top
Een gebroken
inlaatklep van motor #2 verhinderde het vertrek. De “Oehoe” vertrok daarom
direct
uit Batavia en nam de post en passagiers mee naar Amsterdam.
Toen de
“Pelikaan” gerepareerd was vloog die naar Batavia terug om de eigenlijk “Oehoe”
-terugvlucht uit te voeren.
Gezagvoerder: L.A. Brugman. Co-piloot: A. v.d.
Sijde. Boordwerktuigkundige: J.P. Molenaar.
Telegrafist: H. Prins.
12.04.1935
PH-FKC Koolhoven
F.K.46
4605 Waalhaven Terug /
Top
De bestuurder
botste in de uitloop na de landing tegen de rood/wit geverfde afbakening
van
het veld. De romp schoot over het hout heen waardoor een groot gat in het
linnen
ontstond.
Bestuurder: S. Hendriks Jansen.
Het door het duo Asjes/Hoeven opgemaakte rapportje.
(
Coll. H. Dekker)
13.04.1935
PH-AIZ Fokker
F.XX
5347 Schiphol Terug /
Top
Bij de
landing werd de staartsteun vernield, het staartwiel werd de romp ingedrukt.
De
volgende vlucht werd overgenomen door de PH-AFV.
13.04.1935 PH-AJA
Fokker
F.XXXVI
5348 Berlijn(D)
Terug /
Top
Richtingsroer beschadigd door de
storm.
14.04.1935
D-EPEF Klemm
VL 26c
V
441 Wilp
Terug /
Top
Een Duitse
leerling sportvlieger was van Essen opgestegen voor een vlucht naar Bremen.
Onderweg verdwaalde hij en zijn plan om de Rijn volgend, de weg naar Duitsland
terug
te vinden moest hij wegens brandstofgebrek opgeven.
Na een tijdje zoeken
zette hij z'n toestel in een weiland "
aan de Voorstersteeg achter het
Buddezand" aan de grond.
Hierbij raakte hij een paar populieren. Na
telefonisch contact met z'n basis arriveerden een
instructeur en twee helpers.
Het toestel werd gedemonteerd en naar het noodlandingsterrein
op de Bergweide
gebracht.
Daar werden de vleugels met "
behulp van den heer H. alhier met
triplex en linnen hersteld"
terwijl de instructeur het toestel naar
Duitsland terug zou vliegen.
Bestuurder: W. Wolnij.
Uit
het wachtrapport van de Deventer gemeentepolitie.
(Coll. Jan Evert Leeuw)
16.04.1935
PH-AEF Fokker
F.VIII
5043 Rotterdam Terug /
Top
Gashandle gebroken.
24.04.1935
PH-AKH Douglas
DC-2-115E
1354 s.s. Deutschland Terug /
Top
Tijdens het transport als deklast
naar Cherbourg door zeewater beschadigd.
25.04.1935
PH-AII Fokker
F.XII
5301 Moulmein(XY) Terug /
Top
Nog een
gebroken inlaatklep. Nu werd vanuit Rangoon een reserve-motor aangevoerd en
duurde
het oponthoud drie dagen.
Gezagvoerder: G. Bax. Co-piloot: F.M. Sterk. Boordwerktuigkundige:
H. de Jong.
Telegrafist: P.F. Bonder.
Wéér
een Wasp-motor met problemen.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
25.04.1935 PH-#
Fokker
F.XXII
# Malmö(SE) Terug /
Top
Vlak na het
loskomen sloeg motor #3 af wegens, naar later bleek, onvoldoende
brandstoftoevoer.
Hierna kregen
de boordwerktuigkundigen de instructie steeds te starten met de kranen gesteld
op het gebruik
van de
handpompen. Storingen als deze hebben zich daarna (tot 14/7!!) niet
meer
voorgedaan.
Wel is het voorgekomen
dat, ondanks gebruik van de handpomp, de benzinedruk tijdens de start
verminderde.
(Coll. H. Dekker)
29.04.1935 PH-AKL Douglas
DC-2-115E 1358 Rotterdam
Terug /
Top
Uit de
schoorsteen van een voorbijgaande sleepboot kwam een vonk, die kwam op het
aileron van de PH-AKL terecht. Het aileron verbrandde geheel, de schade was $
665,45.
NB. Dat het
op Waalhaven gebeurde, is een aanname van mij. Ik geloof niet dat deze
situatie
op een ander, Nederlands vliegveld mogelijk was.
06.05.1935 PH-AKB Koolhoven
F.K.43 4307 Twente Terug /
Top
Bij de nadering raakte het toestel de
bomen langs de N/W kant van het terrein.
De schade bleef beperkt.
11.05.1935 PH-KLG de
Havilland D.H.60 Moth 388 Antwerpen(OO) Terug /
Top
Na de opening
van het stationsgebouw op Eindhoven wilde de bestuurder met zijn passagier
nog even langs
Antwerpen om daar artisjokken te kopen. Hierbij raakten ze verdwaald en
ten
einde raad zetten ze het toestel maar aan de grond.
Het bleek dat ze nog
slechts drie minuten van vliegveld Deurne af waren.
Een behulpzame toeschouwer
liep nog gescheurde kleding op omdat hij door de draaiende schroef
geraakt
werd.
Bestuurder:
H.E. Rijnders.
12.05.1935
PH-AII Fokker
F.XII
5301 Basrah(YI) Terug /
Top
Wegens het
slechte weer werd een voorzorgslanding gemaakt.
Gezagvoerder:
G. Bax. Co-piloot: F.M. Sterk. Boordwerktuigkundige: H. de Jong.
Telegrafist:
P.F. Bonder.
13.05.1935
PH-AIS Fokker
F.XVIII
5312 Hato(PJ) Terug /
Top
Het enige dat
ik weet is dat het toestel op eigen kracht de hangaar inreed.
Hierbij werd de
schroef beschadigd, het schadebedrag was Dfl. 932,-.
14.05.1935
PH-AIP Fokker
F.XVIII
5309 Bagdad(YI) Terug /
Top
Na vertrek
richting Djask kwam het toestel in zandstormen terecht waarna de gezagvoerder
besloot terug te keren.
Gezagvoerder: E.E. Hulsebos. Co-piloot: H. Fuchs.
Boordwerktuigkundige: J.J. Ruben.
Telegrafist: D.K.R. Sweitzer.
Bericht in Het Vaderland 18.5.1935. (KB)
16.05.1935
PH-AJQ Fokker
F.XXII
5358 Croydon(G) Terug /
Top
Na de landing
was het zicht vanwege de grondmist nogal slecht. Het toestel botste
tegen de
baanverlichting; de schade was aanzienlijk Dfl. 17632,-.
Bestuurder: E. van
Dijk.
NB. De datum
van dit incident is mij niet duidelijk, een RLD-opgave geeft 16/5, een
KLM-overzicht zegt 17/5,
een andere KLM-bron 16/5 en Jans in z'n dagboek 20/5.
De telefoonnotities betreffende dit
incident.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
19.05.1935
PK-SAJ Pander
EG
100
45 Soerabaja
Terug /
Top
De bestuurder
had ter gelegenheid van een vliegdag, georganiseerd door de Nederlands- Indische
vliegclub, een demonstratie kunstvliegen gegeven en na zijn laatste stunt wilde
hij besluiten
met een flick roll naar rechts. Verder laat ik hem zelf aan het
woord:
“
Het toestel
maakte een volledige roll, schoot echter door en viel in een gewone rechter
vrille.
Onmiddellijk redresseerde ik het vliegtuig door gas bij te geven en
tegen te trappen, waarop
het toestel ogenblikkelijk in een linker flat spin
schoot.
Tijdens deze flat spin heb ik alle pogingen in het werk gesteld uit
deze toestand te geraken,
doch de motor pakte niet meer, en de roeruitslagen
hadden niet de minste uitwerking.
Naar mijn schatting heb ik ongeveer 10 tot 11
slagen rondgedraaid.
Teneinde brandgevaar te voorkomen, heb ik vóór het toestel
de grond raakte, het contact afgezet
en tevens duwde ik de stuurknuppel opzij
teneinde verwonding daardoor te
voorkomen. M.i. is het blijvend ralenti draaien
van de motor, ondanks dat ik volgas
gegeven heb, te wijten aan het, door de
draaiing van het vliegtuig wegslingeren van de
benzine, waardoor de carburateur
dus onvoldoende toevoer heeft gehad”
Het toestel
sloeg achter de bomen op de heuvels van Goenoeng Sari tegen de grond.
De
onderzoekscommissie had nogal kritiek op de hulpverlening, medische hulp was
slechts toevallig
aanwezig en gereedschap om de klem zittende piloot uit het
toestel te zagen, moest eerst uit
de werkplaats gehaald worden.
Ook kreeg het
RSL opdracht het brandstofsysteem van de Pander nog eens aan een kritische
beschouwing te onderwerpen.
Bestuurder: M.F. Elkerbout.
De verklaring van Elkerbout die hij voor de
onderzoekscommissie aflegde. (Coll. H. Dekker)
 |
Twee berichten in Het Vaderland van resp. 21.5.1935 en 19.9.1935. (KB)
 |
De schade lijkt toch wel
behoorlijk structureel maar het lijkt erop dat het toestel wél
gerepareerd werd.
In 1939 werd de inschrijving doorgehaald, naar
verluidt ná een ongeval! (Coll. H. Dekker)
19.05.1935
PH-#
#
# Schiphol
Terug /
Top
Het was druk
op Schiphol want er werd een vlootschouw gehouden. De bestuurder, die naar
later bleek in kennelijk staat verkeerd,
taxiede met hoge snelheid over het veld, over
het platform en kwam op
twee meter afstand van een muur tot stilstand.
Omstanders bezwoeren hem uit te
stappen maar hij gaf, tussen het publiek, juist weer
extra gas. Dezelfde
omstanders verhinderden hem verdere acties door het toestel aan de
vleugelstijlen vast te houden en blokken voor de wielen te leggen.
Het
juridische staartje bestond uit drie weken hechtenis en zes maanden ontzegging
van
z'n bevoegdheid.
Bestuurder: “F.J.J.M. ten B., particulier,
wonende te Engeland.”
30.05.1935 PH-12 Grunau 9 (ESG
29) = Eindhoven Terug /
Top
Bij zijn
tweede vlucht werd de bestuurder d.m.v. een autostart tot tien meter hoogte
gebracht.
Daarna zweefde hij enige seconden goed uit maar vanaf acht meter
prikte hij
sterk bij en vloog het toestel tegen de grond.
De bestuurder
brak z'n sleutelbeen, de ESG werd behoorlijk beschadigd, A-bok gescheurd,
knuppel
verbogen, riemen gescheurd. De reparatie duurde ruim drie weken.
Bestuurder: Bügel.
01.06.1935
PH-AJA Fokker F.XXXVI
5348
Parijs(F) Terug /
Top
Na de start te Brussel sprong er een band. De landing daarna, te Parijs, verliep zonder problemen.
Het bericht van Guilonard aan de Luchtvaartdienst.
(Coll. H. Dekker)
02.06.1935
D-# #
= Haarle Terug /
Top
Een
arbeider-telegrafist op wachtpost 26 te Haarle bij Hellendoorn zag een
pak uit een Duits
verkeersvliegtuig vallen. Het bleek een koffertas te
zijn met als inhoud twee hoge hoeden.
De koffer werd afgeleverd op
vliegveld Twente.
06.06.1935 PH-17 Schneider Grunau
Baby II = Schiphol
Terug /
Top
De Baby werd na een demonstratie te
Den Helder terug gesleept naar Schiphol.
Daar werd hevige remous ontmoet, zó
hevig dat het instrumentenbord eruit werd geslingerd.
Na ontkoppeling werd
veilig geland.
Bestuurder: C.W.A. Oyens.
08.06.1935
PH-AFV Fokker
F.XII
5284 Parijs(F) Terug /
Top
Na de start ontstond er een probleem
met de middenmotor en men keerde terug.
De reparatie duurde te
lang en de dienst viel uit.
Het
toestel bleef in Parijs voor reparatie, maar ook dat liep niet voorspoedig;
op 11 juni wordt (dáár)
weer een verbrande zuiger gemeld.
09.06.1935
PH-AJZ Koolhoven
F.K.41
4107 Vlissingen
Terug /
Top
De bestuurder landde met de wind in
de rug maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn.
Wèl een probleem was de
touchdown, de eerste keer was de landing hard en trok hij weer
op, de tweede
keer echter nog harder en bezweek het onderstel. Het toestel sloeg over
de kop
en de motor brak uit z'n ophanging. Beide inzittenden raakten slechts licht
gewond.
Bestuurder: P. Kousemaker.
Bericht in de Vlissingsche Courant 11.6.1935. (Met dank aan Jan Evert Leeuw)
Twee foto's uit Vliegtuigparade juni 1980.
12.06.1935 PH-AKJ Douglas
DC-2-115E 1356 Schiphol Terug /
Top
Bij het uit de hangaar halen
(taxiën?) botste het toestel tegen een sportvliegtuig.
14.06.1935 PH-AKL Douglas
DC-2-115E 1358 Palembang(PK) Terug /
Top
Door de sterke wind kon het toestel
niet landen en werd de post boven het veld
uitgeworpen.
16.06.1935
PH-AJB Pander
EK
80
47 Eindhoven
Terug /
Top
Noodlanding.
22.06.1935 PH-FKA Koolhoven
F.K.46 4603 Schiphol Terug /
Top
De bestuurder kwam nogal laag binnen
maar meende het veld wel te kunnen halen.
Hij gaf dan ook geen gas bij en kwam
daardoor in botsing met een landingslicht.
Hij hoorde een tik, gaf toen wel gas
bij om de naderingsoefening nog eens over te doen.
Toen merkte hij dat de
besturing niet meer normaal was en zette het toestel maar snel
aan de grond.
Het linker aileron bleek beschadigd.
Bestuurder: H.F. Mets.
De
rapportjes van de bestuurder en van de (waarnemend)chef-instructeur.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
22.06.1935 PH-OVG Avro
616 Avian IVM R3/CN/421 Twente Terug /
Top
Bij de landing werd het toestel door
een onverwachte windvlaag op de neus gezet.
De schroef werd beschadigd en moest
vernieuwd worden terwijl aan de voorkant van de romp
diverse buizen opgestuikt
werden.
Daar moesten door een bekwaam lasser
(Eitingk) nieuwe buizen ingezet worden.
Bestuurder: J.Ph. van Gelderen.
Twee brieven van Willem van Graft
aan de Inspecteur Luchtvaart.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
Een
werktekening t.b.v. het laswerk.
(Coll. H. Dekker)
25.06.1935 PH-LPS Koolhoven
F.K.46 4606 Yerseke
Terug /
Top
De bestuurder was onderweg van
Brussel naar Haamstede toen ter hoogte van het kanaal Hansweert -
Wemeldingen de motor onregelmatig
begon te lopen.
Bezwerende handelingen hadden geen effect zodat een noodlanding
onvermijdelijk was.
De keus viel op een tarwe-akker en
dat het toestel dan door de remmende werking van het
gewas over de kop slaat
was te verwachten.
De neus werd enigszins ingedrukt, de bestuurder had een buil
op het voorhoofd.
Bestuurder: F.J. Philips.
Het rapport dat F.J. Philips
bij de Luchtvaart- Bericht in Het
Vaderland 26.6.1935. (KB)
dienst indiende. (Coll. H. Dekker)
Illustratie in Alkmaarder Courant 27.6.1935.
 |
 |
26.06.1935 PH-AKL Douglas
DC-2-115E 1358 Boedapest(HA)
Terug /
Top
Vlak na vertrek uit Boedapest
(Indië-vlucht #240) moest teruggekeerd worden wegens een gebroken
klep. De
passagiers en de post werden vanuit Amsterdam opgehaald met de PH-AKQ.
Gezagvoerder: L. Sillevis. Co-piloot: H.J. Frenken. Boordwerktuigkundige:
C. den Blanken.
Telegrafist: H. Dené.
27.06.1935 PH-AKN Douglas
DC-2-115E 1360 Athene(SX) Terug /
Top
Ook de volgende Indië-vlucht had
tegenslag. Na de landing te Athene bleef de “Nachtegaal”
een nacht over. Tijdens
die nacht werden de ailerons door storm beschadigd.
Inmiddels was de “Lijster”
gerepareerd en die vertrok naar Griekenland om passagiers en
post op te halen.
Gezagvoerder: G.M.H. Frijns. Co-piloot:
A. v.d. Sijde. Boordwerktuigkundige:
P.B. Blok. Telegrafist: J. Suttorp.
NB. Mijn bronnen zijn het (kennelijk
in de war door al dat geschuif met toestellen!) niet geheel eens over de
bemanningen. Van bovenstaande twee toestellen worden de bemanningen ook precies
andersom gegeven.
En een KLM-opgave zegt dat Parmentier de gezagvoerder was!
28.06.1935
PH-NLS Koolhoven
F.K.46
4602 Schiphol Terug /
Top
De bestuurder deed z'n
behendigheidsproeven voor het vliegbewijs A. Bij de landing remde
hij te sterk
met de handrem en ging de machine op de neus staan. Schroef gebroken,
motorbeplating ingedrukt en linker magneetkoppeling beschadigd.
Bestuurder: A.J. Marx.
S. de Mul rapporteerde het gebeurde bij de
Luchtvaartdienst. (Coll. H. Dekker)
29.06.1935
PH-AJR Fokker
F.XXII
5360 Waalhaven
Terug /
Top
Toen het toestel over het veld
taxiede sprong de linker ballonband en maakte het een neusstand.
De neus werd
ernstig beschadigd, de reparatie duurde tot 12 augustus.
Bij deze reparatie werden ook weer gewone
banden en wielen, zoals bij de “Kwikstaart”
en de “Papegaai”, gemonteerd en
werden ook andere modificaties, o.a. aan het
brandstofsysteem, uitgevoerd. (Inmiddels
was de “Kwikstaart” verongelukt, zie 14 juli.)
Bestuurder: J. Duimelaar.
Een
nota met twee telefoonnotities betreffen de PH-AJR en de PH-17.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
De beschadigde neus van de PH-AJR.
(Hooftman's Vliegtuigencyclopedie No.13, blz.55)
29.06.1935 PH-17 Schneider Grunau
Baby II = Schiphol Terug /
Top
Bij een gummistart overtrok de
leerlinge het toestel en gleed het af. Het sloeg tegen de
grond waarbij de
bestuurster een ernstig beenfractuur en een gebroken sleutelbeen opliep.
Het
vliegtuig werd ernstig beschadigd.
Voor illustratie, zie hierboven bij PH-AJR.
30.06.1935
PH-AJT Koolhoven
F.K.43
4303 Heston(G) Terug /
Top
Tijdens de landing botste de PH-AJT
tegen een obstakel en werd ernstig beschadigd.
Het toestel werd te Heston door
Airwork Ltd. gerepareerd.
Correspondentie over de reparatie
van de PH-AJT bij Airwork,
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
02.07.1935
PH-AFI Carley
Jumbo
1 Schiphol
Terug /
Top
De Jumbo heeft deze maand een schade
van Dfl. 300,- aan de staart opgelopen.
02.07.1935 PH-AJK
Koolhoven
F.K.43
4305 Rotterdam Terug /
Top
Beschadigd door een paard.
05.07.1935
PH-JAC Fokker
C.1
= Coevorden
Terug /
Top
De bedoeling was om boven de
TT-races te Assen reclame te maken voor Harley-Davidson motoren.
De dag ervoor
gestart vanaf Waalhaven moesten er vanwege het slechte weer al geland
worden op
Soesterberg en tijdens deze vlucht waren ze de koers kwijtgeraakt en zetten
ze
het toestel wegens brandstofgebrek ten Oosten van Coevorden aan de grond.
Met uit Zwolle aangevoerde brandstof kon de reis
voortgezet worden.
Bestuurder: J.Th. Rijntjes.
Bericht in Nieuwsblad van het Noorden 6.7.1935.
(met dank aan Doewe Pelleboer)
06.07.1935
PH-ADO Fokker
F.VIIa
4983 Eelde Terug /
Top
Het toestel werd door een fout van
een leerling beschadigd.
Het zou me trouwens niet verbazen
als dit hetzelfde voorval is als dat van 12/7.
10.07.1935
PH-FKC Koolhoven
F.K.46
4605 Waalhaven
Terug /
Top
Tijdens de start drukte de
bestuurder abusievelijk de brandstofkraan dicht en sloeg de motor af.
Voor hij
echter het toestel tot stilstand kon brengen botste het tegen de prikkeldraad
omheining
en sloeg over de kop. Het werd vrij ernstig beschadigd, de bestuurder
bleef ongedeerd.
Bij de reparatie werd ook de
constructie van de brandstofkraan gewijzigd.
Bestuurder: Carabin.
De door Tubantia genoemde naam is bij insiders niet bekend, het zal dus de wél bekende F.N. Carabain
geweest zijn!
Het verzoek om toezicht op de reparatie uit te Bericht in Tubantia 10.7.1935.
oefenen.
(Coll. H. Dekker)
(Coll. Jan Evert Leeuw)
 |
 |
10.07.1935 PH-WPK
Wiley
Post
11 Schiphol Terug /
Top
De bestuurder had al enige starts
en landingen gemaakt, toen hij voor de vierde vlucht eerst
naar loods C taxiede
om de monteur van z'n toestel aan boord te nemen.
Bij de start voor deze vlucht was
de wind wat gaan liggen, was het toestel iets zwaarder
en de bestuurder volgens
eigen zeggen “geïrriteerd”.
Hij trok het toestel wat te vroeg los en dat zou
nog niet zo erg geweest zijn, maar toen hij
vlak na het loskomen de rand van
het veld dichterbij zag komen wilde hij om, achteraf ook voor
hemzelf niet
verklaarbare redenen, boven het veld blijven.
Hij maakte een scherpe bocht en
dat kan met
een vrijwel overtrokken toestel niet goed gaan.
Het gleed af en sloeg tegen de
grond. Het werd zeer ernstig beschadigd en het werd, hoewel
er wel plannen
geweest zijn, niet meer gerepareerd.
Bestuurder:
F.J. Koch.
De heer Koch meldde het ongeval aan de Luchtvaardienst. (Coll. H. Dekker)
11.07.1935 D-# DFS
Rhönadler "dr. Leonhard" = Heerlen Terug /
Top
Tijdens een vlucht ondervond de
bestuurder veel thermiek waardoor hij tot wel 2000 meter
hoogte steeg.
Als gevolg daarvan en mede door de sterke Oostenwind werd hij uit de koers
gedreven en moest in Limburg een buitenlanding
maken.
Hierbij liep hij geen letsel op,
maar de romp het zweefvliegtuig brak.
Het werd nog dezelfde dag gedemonteerd en
per vrachtauto naar Duitsland teruggebracht.
Bestuurder:
H. Heidrich.
 |
Links het bericht in Het Vaderland 12.7.1935. (KB)
Op de foto onder is duidelijk de gebroken romp te zien. (Coll. A. Ceelen)
 |
12.07.1935
PH-ADO Fokker
F.VIIa
4983 Eelde Terug /
Top
Het toestel werd beschadigd door
een ongewild heftige beweging tijdens een oefenvlucht
met jonge vliegers. Er
zaten gaten in het romplinnen en dat van de vleugel, van het
achter bagageruim
waren ook buizen ontzet. De oorzaak was een bevroren snelheidsmeter
waardoor
het vliegtuig buiten controle van de leerlingvlieger raakte.
NB. Op een lijst van de TD-KLM
wordt de datum gegeven als 6/7.
14.07.1935
PH-AJQ Fokker
F.XXII
5358 Schiphol
Terug /
Top
Kort na het loskomen werkten de
beide linker motoren onvoldoende, om ongeveer binnen
een minuut na het loskomen
min of meer geheel op te houden.
Het toestel heeft vervolgens op
geringe hoogte een vlakke linker bocht beschreven
waarna het even rechtuit
vloog en vervolgens een scherpe linker bocht heeft gemaakt,
afglijdend over de
linker vleugel.
De linkervleugel sleepte over een afstand van tien meter over
de weg waarna het
vliegtuig tegen de dijk van de in aanleg zijnde weg van
Sassenheim naar Amsterdam is gebotst
en links om de topas draaiend tot
stilstand kwam.
Het werd daarbij ernstig beschadigd en kort na de botsing vloog
het in brand.
Op de steward na kwam de gehele
bemanning om het leven, en ook twee passagiers
kwamen om.
Als oorzaak formuleerde de
commissie 'verminderde brandstoftoevoer naar de motoren'.
Zie hierover ook het
gebeurde op 25 april te Malmö.
Bestuurder: H. Silberstein(┼)
Telegrafist: G.F. Nieboer(┼)
Bwk: G. Brom(┼)
Bwk: L.J. van Dijk(┼)
Steward: J.
Haberer
Passagiers: C.M. Apell; J. Carlstedt; K. Classen; L. Classen; H.M.J. Combes; J.S. Faulkner
R. Fraser; A.W.F. Gauffin; Hellström; H.C. Hodson(┼); J. Joseph; W.E. Newman(┼);
W.E. Newman; O. Peterson; F.A. Pitel; W.F. Freschow.
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
De laatste pagina's uit het verslag van de onderzoekscommissie, gevolgd
door een brief betreffende de
storingen in de benzinetoevoer die al
eerder zorgen baarden.
(Coll.
H. Dekker)
Een
drietal foto's van deze ramp. Vooral de eerste twee zijn bijzonder. Ze
zijn gemaakt op het platform
enige minuten voor de start en de tweede
na het ongeval. (Met dank aan F. Notten-Grotenhuis)
Van de rampplaats bestaan talloze foto's. Eén
leek me wel genoeg. (Coll. H. Dekker)
NB. De
onderzoeksverslagen in het archief van de Raad voor de Luchtvaart zijn
geheim. Maar aangezien het archief
van de Commissie Verhoging
Veiligheid Luchtverkeer integraal naar het Nationaal Archief is
gebracht en het
"Verslag ongeval PH-AJQ op 14.7.1935" daarin aanwezig was, kan dit
daar
geraadpleegd worden.
Het toegangsnummer is 2.16.57.3 en ook 2.16.57.4.
14.07.1935 PH-AKJ Douglas
DC-2-115E 1356 Berkel-Rodenrijs Terug /
Top
Het toestel vloog zó laag over een
weiland dat een paard op hol sloeg. Dat sprong over
de omheining en een
groentekas in. Hierbij werd het zodanig gewond dat het afgemaakt
moest worden.
Een latere eis tot schadevergoeding werd trouwens door de rechter afgewezen.
15.07.1935
PH-JAC Fokker
C.1
= Leeuwarden
Terug /
Top
Noodlanding wegens een lekke olieleiding.
Bericht in de Leeuwarder Courant 16.7.1935.
17.07.1935
PH-AFS Fokker
F.VIIb-3m
5263 Brussel(OO) Terug /
Top
De telegrafist zou het toestel
verplaatsen, de staartsteun bleef haken achter een
betonnen plaat van een
benzineput. Dat leverde schade op Dfl. 40,-.
17.07.1935 PH-AKM Douglas
DC-2-115E 1359 Bushir(EP) Terug /
Top
De landing op de avond van 16 juli
verliep normaal. De start vond plaats op 17 juli vóór
zonsopkomst, bij helder
maanlicht en zeer goed weer. De temperatuur was hoog (40 à 45° C),
maar normaal
voor dit gebied. Er stond slechts een geringe wind richting zee.
De startbaan was op de voor Bushir
gebruikelijke manier uitgezet door de agent van de KLM.
Hiervoor werden
stallantaarns gebruikt, die goed kunnen worden waargenomen vanuit de cockpit,
en gedurende de start ook goed waargenomen zijn.
Het toestel was niet te zwaar
beladen (ca. 70 kg
onder vollast).
De ladingsverdeling was overeenkomstig de voorschriften.
De
motoren werkten normaal vóór en tijdens de start.
Het terrein was slecht. Ook in het
gunstigste gedeelte waar de startbaan was uitgezet,
was de grond meer ongelijk
en meer hobbelig dan op ieder ander veld op de Indië-route.
Deze oneffenheden in aanmerking
genomen, verliep het eerste gedeelte van de start normaal.
Nadat over enige
afstond volgas gereden was, werd een niet hevige stoot ondervonden,
waarop het
toestel zich enige meters van de grond verhief.
In de lucht week het toestel eerst
naar links af, maar kwam daarna, enige seconden nadat
het was opgesprongen naar
rechts overhangend weer met de grond in aanraking.
De stoot bij het aan de
grond komen was wel heviger dan bij het opspringen, maar minder
hevig dan die
bij een forse landing wordt gevoeld.
Ongeveer op dat ogenblik of kort
daarna werd door de gezagvoerder “gas-af” gecommandeerd,
waarop de claxon
begon te loeien ten teken dat het rechter onderstel niet meer in de normale
toestand verkeerde.
De gezagvoerder kon niet
verhinderen dat het toestel naar links uitliep.
Nadat het een draaiing van
circa 110° naar links gemaakt had, waarbij het enigszins naar
rechts helde,
kwam het tot stilstand. Ongeveer op hetzelfde ogenblik werd een begin van brand
bij de rechter motor opgemerkt. De passagiers en de bemanning konden het
toestel door de normale
uitgang verlaten zonder ongelukken.
Buiten gekomen werd opgemerkt dat
het linker onderstel intact was; het rechter was gedeeltelijk
ingedrukt dan wel
doorgeknikt.
Door het vuur werd het toestel,
behalve het achterste deel, nagenoeg geheel vernield.
De bagage en de post
gingen daarbij verloren.
Waarom de contacten niet werden
afgezet, de brandstofkranen niet werden afgesloten en de
Lux-brandblusser niet
in werking werd gezet, wordt uit de verklaringen van de bemanning
niet
duidelijk.
Gezagvoerder:
J.J. Hondong. Co-piloot: K.J.T.M.F.F.M. Rüpplin von Keffikon.
Boordwerktuigkundige:
M. Veenendaal. Telegrafist: H.H. van der Smagt.
NB. De
onderzoeksverslagen in het archief van de Raad voor de Luchtvaart zijn
geheim. Maar aangezien het archief
van de Commissie Verhoging
Veiligheid Luchtverkeer integraal naar het Nationaal Archief is
gebracht en het
"Verslag ongeval PH-AKM op 17.7.1935" daarin aanwezig was, kan dit
daar
geraadpleegd worden.
Het toegangsnummer is 2.16.57.6 en ook 2.16.57.7.
Het relaas van vliegtuigbestuurder
Hondong in het RSL-onderzoeksverslag.
(Coll. H. Dekker)
Het ongeval veroorzaakte enige beroering in de dagbladpers. Bericht in Het Vaderland 19.7.1935. (KB)
 |
 |
Twee unieke foto's van de uitgebrande "Maraboe". Met dank aan Jan Timmermans van het Graafs Museum.
Nog twee foto's van Jan Timmermans.
Het gezelschap bestaat ongetwijfeld uit bemanning en/of passagiers van
de "Maraboe". De namen van alle betrokkenen zijn bekend, maar wie we
hier zien niet.
Als u personen herkent, hoor ik het graag van u!
Inmidddels heeft Geert Veenendaal z'n grootvader herkend; de man naast Jan Hondong(korte broek, (poets)doek),
is Marinus Veenendaal(krullen en sigaret).
En Rüpplin von Keffikon werd herkend door z'n zoon. Hij staat op
de rechter foto achteraan, uiterst links, en
op de linker foto ook
achteraan, achter Jan Hondong.
Nóg een nazaat die haar vader herkent!
Marcelle van den Ende-van der Smagt ziet ook op beide foto's haar vader, telegrafist: H.H. van der Smagt, staan.
Op de linker foto tussen Hondong en de dame, op de rechter tussen Hondong en Veenendaal.

|
Ook van de zoon van Rüpplin von Keffikon komen, via Jan Timmermans van het Graafs Museum, onderstaande vier foto's.

|
Deze vier foto's werden gemaakt op 22 juli 1935.

|
 |
Onderstaande foto zorgt voor een probleem.
Ik trof hem aan in het dossier van dit ongeval, maar gezien de
schade lijkt het me niet waarschijnlijk dat dit een detailopname
van bovenstaande (-liggende!) motorgondel is.
18.07.1935
PH-AJP Fokker
F.XXII
5357 = Terug /
Top
Weer een geval van de lage
brandstofdruk tijdens de start, ondanks het 'bijpompen' met
de handpomp.
Al
eerder waren daar problemen meer geweest, Malmö 25 april en PH-AJQ 14 juli.
De BWK rapporteerde het voorval aan de chef-TD.
(Coll. H. Dekker)
20.07.1935
PH-AFZ Pander
EF
85
31 Soesterberg Terug /
Top
Na ongeveer 20 minuten vliegen
begon de motor kuren te krijgen. Hij begon onregelmatig
te lopen en bij de
nadering van Soesterberg begon hij ook erg te roken.
Toen het toestel tenslotte
stilstond op het platform liep er olie uit de uitlaatpijp van
cilinder #4.
Bestuurder:
H.M. Schmidt Crans.
De rapporten betreffende de
motorstoring en de reparatie.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
20.07.1935 PH-AKG Douglas
DC-2-115E 1335 San Giacomo(HB)
Terug /
Top
Om 11.36 vertrok het toestel uit
Milaan richting Frankfurt.
Op 5000 meter hoogte kreeg
het ernstig last van ijsafzetting. Deze werd asymmetrisch
van de schroefbladen
geslingerd zodat er hevige trillingen ontstonden.
Er zat niets anders op dan
lager te gaan vliegen, maar bij deze weersgesteldheid
verdween de ijsafzetting
pas onder de 3000 meter.
Maar op die hoogte aangekomen was het toestel al omringd door bergtoppen die
hoger waren.
En bovendien waren ze door de laaghangende bewolking onzichtbaar.
De
gezagvoerder besloot echter niet om terug te keren maar om laagvliegend te proberen
de
vlucht voort te zetten.
De weerberichten waren zodanig
dat, volgens de Zwitserse autoriteiten een ervaren
alpenvlieger in geen geval
de methode van vliegen met grondzicht zou hebben gekozen.
De Zwitserse onderzoekscommissie
nam vervolgens aan dat de bestuurder, op zicht
vliegend, bij Bellinzona het
verkeerde dal had gevolgd naar St. Bernardino i.p.v.
naar Brasca en voor de St.
Bernardinopas, in buitengewoon slechte
weersomstandigheden
terechtgekomen, vastgelopen was tussen de bergen.
Het toestel werd voor het eerst te St. Bernardino
gehoord om 12.10 uur.
Op dat moment had de bestuurder wellicht nog enig
grondzicht, maar omdat de lucht
boven hem dicht trok en er zware wolken hingen,
durfde hij niet meer te stijgen
vanwege het risico tegen de bergtoppen te botsen.
In deze dalkom heeft het vliegtuig
enige malen gecirkeld.
Het zicht was in dat gedeelte zó slecht dat
automobilisten hun lichten aandeden.
Daarna heeft de vlieger, een opening
ziende, een lager gelegen dal gevonden.
In dat dal heeft hij weer vijf à zes
bochten gemaakt en is tenslotte door een zeer
nauwe opening in het laagst
gelegen dal geraakt waar het ongeval tenslotte plaatsvond.
In dit dal vloog het toestel in
zware regen onder het wolkendek en maakte weer enkele bochten.
Zeer waarschijnlijk heeft de bestuurder bij
de laatste bocht getracht te landen op
een terreingedeelte, waar weliswaar niet
een landing met behoud van vliegtuig kon
worden uitgevoerd, doch wel een kans
bestond, dat de inzittenden het ongeval zouden
kunnen overleven.
Op de voorgenomen
noodlanding wijzen de uitgedraaide landingsklappen; het landingsgestel
was in,
doch dat is geheel verklaarbaar gezien de gesteldheid van het terrein.
Vlak
voor de uiteindelijk crash hebben getuigen sirenegeloei gehoord, gepaard gaande
met
vermindering van het motorlawaai.
Dit is in overeenstemming met het
afsluiten van de gastoevoer vóór de voorgenomen noodlanding.
Het vliegtuig is
vóór de plaats,
waar hoogstwaarschijnlijk de noodlanding zou worden uitgevoerd,
een
kabel van
een houttransportband gepasseerd.
De onderzoekers namen in eerste instantie aan dat het vliegtuig deze kabel geraakt had,
maar dat werd door nader onderzoek niet bevestigd.
Eén der passagiers, J. van Langen (in het Duitse
onderzoeksrapport consequent 'de Lange'
genoemd) maakte tijdens de
vlucht aantekeningen in zijn notitieboekje.
Dat werd na de crash
teruggevonden en pagina's daaruit werden bij het onderzoeksrapport
gevoegd.
(Coll. H. Dekker)
(Coll. H. Dekker)
De onderzoekscommissie
veronderstelde ook dat de gezagvoerder het met minimale snelheid
vliegende
toestel
voor deze kabel opgetrokken had. Hierdoor zou het dan natuurlijk
overtrokken geraakt en afgegleden zijn.
Hoewel het een zeer waarschijnlijke gang van zaken zou zijn, zijn er geen bewijzen voor
gevonden. Als dat überhaupt mogelijk zou zijn...
Volgens een ooggetuige zou op het laatste moment een naar links
draaiende beweging zijn
uitgevoerd, hetgeen een uitwijkmanoeuvre
suggereert.
Het ongeval gebeurde
volgens
getuigen om 12.25 uur.
De botsing met de grond was zó
hevig dat daarbij het voor-rompgedeelte en de cockpit
geheel werden vernield en
de voorrand van de vleugel werd dichtgevouwen.
Het achterstuk van de romp brak
af. Twaalf inzittenden moeten bij de botsing vrijwel
onmiddellijk zijn
gedood, de stewardess stierf vlak nadat ze uit het wrak bevrijd was.
Gezagvoerder: J.S.W. van der Feyst(┼)
Bwk: J.C.J. Vocke(┼)
Telegrafist: R.
Aafjes(┼);
Stewardess: A.E. Hermanides(┼)
Passagiers: A.L. Content(┼); A.A.Content(┼); G.A. Flohr(┼); S. Hoogstra(┼);
J. van Langen(┼); L.M. Nesbit(┼); G.J. Philips(┼); V. Philips-Hutubis(┼); A.G. Watts(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
(NB. Het toestel is dus niet
tegen een bergwand gevlogen zoals destijds in de pers werd gemeld en
zoals ook
onlangs, in 2007, weer werd beweerd in 'Hét tijdschrift voor de Nederlandse
luchtvaarthistorie'!)
Enige pagina's uit het Zwitserse onderzoeksrapport.
(Coll.
H. Dekker)
 |
 |
 |
 |
 |
De
kabel waarvoor de "Gaai" uitgeweken zou zijn, werd
nog apart door Bureau Veritas
onderzocht.
Er bleek (o.a.) uit dat het toestel de kabel niet had geraakt.
(Coll. H. Dekker)
|
En tenslotte een aantal foto's van het totaal vernielde toestel. (Coll. H. Dekker)
NB. De
onderzoeksverslagen in het archief van de Raad voor de Luchtvaart zijn
geheim. Maar aangezien het archief
van de Commissie Verhoging
Veiligheid Luchtverkeer integraal naar het Nationaal Archief is
gebracht en het
"Verslag ongeval PH-AKG op 20.7.1935" daarin aanwezig was, kan dit
daar
geraadpleegd worden.
Het toegangsnummer is 2.16.57.5 en ook 2.16.57.8.
20.07.1935 PH-AKT Douglas
DC-2-115H 1366 Schiphol
Terug /
Top
Een half uur na vertrek richting
Londen landde het toestel weer. Enige blindvlieginstrumenten
werkten niet naar
behoren en de bestuurder besloot terug te keren, ook al omdat de meteo
slecht
weer had voorspeld.
Gezagvoerder:
E. van Dijk.
Bericht in Tubantia 22.7.1935. (Coll. Jan Evert leeuw)
01.08.1935 PH-AKN Douglas
DC-2-115E 1360 Bagdad(YI)
Terug /
Top
Staartwiel defect.
03.08.1935 PH-12 Grunau 9 (ESG
29) # Eindhoven
Terug /
Top
Harde landing, hoogteroerkabel
geknapt.
04.08.1935
PH-AJB Pander
EK
80
47 Valkenswaard
Terug /
Top
Tijdens een overlandvlucht van Eindhoven naar Roermond
begon ter hoogte van Weert de
motor in toerental terug te lopen.
De bestuurder
keerde terug om te proberen Eindhoven nog te halen maar dat lukte niet.
Op een
terrein drie km ten zuiden van Valkenswaard werd een correcte noodlanding
gemaakt.
Nadat een monteur de bougies vervangen had en er was proefgedraaid
startte de instructeur weer.
Instructeur:
A.R. Somer. Leerling: Tielens.
Het
rapport van de instructeur aangevuld met het commentaar van de Chef-TD.
(Col. H.
Dekker)
 |
 |
04.08.1935 PH-AKO
Douglas
DC-2-115E
1361 Caïro(SU)
Terug /
Top
De “Oeverzwaluw” maakte een extra
vlucht naar Caïro en kreeg daar motorpech.
Gezagvoerder: E. van Dijk.
Co-piloot: P. Noomen. Boordwerktuigkundige: Th.J. Hoogeveen.
Telegrafist: P.J.
Oolgaard.
07.08.1935
PH-AEH Fokker
F.VIII
5045 Schiphol
Terug /
Top
Vlak na de start voor een
rondvlucht met 12 passagiers (schoolkinderen) hield motor #1
ermee op.
En
aangezien motor #2 ook in toeren terugliep, maakte de bestuurder direct een
noodlanding
in een naast het veld gelegen bietenland.
Dat was heel verstandig,
beide brandstoftanks bleken leeg.
Bestuurder:
Frenken.
Het
verslag van Inspecteur Luchtvaartdienst Van der Heijden.
(Coll. H. Dekker)
Bericht
in Tubantia 8.8.1935.
(Coll. Jan Evert Leeuw)
De PH-AEH in het bietenveld. (Foto via E. Nolte)
08.08.1935 PH-AKP Douglas
DC-2-115E 1362 Gaza
Terug /
Top
Tijdens het taxiën kwam het toestel
in het modderige veld vast te zitten.
10.08.1935 G-ACYT de
Havilland D.H.80A Puss Moth 2231 Willemspolder
Terug /
Top
De bestuurder was onderweg naar
Engeland toen hij boven Noord-Beveland problemen met de
benzinetoevoer kreeg.
Hij maakte een noodlanding op een stoppelveld tussen Kortgene en de haven van
Geersdijk.
Daar kon hij het mankement zelf repareren en na een half uur
oponthoud weer opstijgen.
Bericht in Het Vaderland 11.8.1935. (KB)
12.08.1935
PH-AIJ Fokker
F.XII
5302 Waalhaven
Terug /
Top
Bij de landing naderde de
bestuurder te laag en het staartwiel sloeg tegen een slootkant.
NB. Een andere bron noemt 14/8 als
datum.
14.08.1935
PH-AIO Fokker
F.XVIII
5308 Aruba(P4)
Terug /
Top
Het vliegtuig deed dienst op de
lijn Aruba-Curaçao en startte volgens de dienstregeling
om 11.15 uur. De
bestuurder verzuimde voor de start de vastzetinrichting van het
hoogteroer los
te maken en toen hij dat tijdens de aanloop merkte, lukte het niet meer.
Deze
inrichting zit aan de stuurkolom en is gecombineerd met de borging van de
ailerons.
Het is dus niet, zoals wel gepubliceerd is, een roerklamp.
Toen de bestuurder e.e.a. merkte
was de staart al los, en toen de boordwerktuigkundige,
zonder dat de
gezagvoerder daar opdracht voor gaf, begon te remmen was de neusstand
natuurlijk
een feit.
Het voorste deel van de romp en de middenmoter en -schroef
werden ernstig beschadigd.
Bestuurder:
H. Dill. Boordwerktuigkundige: J. den Hartog. Marconist: R.H.Ch. van Haaren.
Correspondentie over het voorval en in hoeverre het management in de cockpit een rol had gespeekd.
(Coll. H.
Dekker)
Een
viertal foto's van de neusstand en twee close-ups van de schade.
(Coll. H. Dekker)
17.08.1935
PH-JAC Fokker C.I
=
Leeuwarden Terug /
Top
Noodlanding als gevolg van een lekke olieleiding.
Bericht in de Leeuwarder Courant 17.8.1935.
21.08.1935 PH-AKL Douglas
DC-2-115E 1358 Balkan
Terug /
Top
Ergens boven de Balkan door de
bliksem getroffen. Radio beschadigd.
02.09.1935 PH-AKU de
Havilland D.H.89A Dragon Rapide 6296 Schiphol
Terug /
Top
Na de afleveringsvlucht werd het
toestel bij de landing licht beschadigd.
03.09.1935 PH-AJH Koolhoven
F.K.46 4601 Schiphol
Terug /
Top
Tijdens het taxiën bezweken enige
spaken van het linker wiel. Het toestel zakte door en
de linker ondervleugel
werd beschadigd. “De oorzaak moet wellicht worden gezocht in
eenige harde
landingen, die met het toestel gemaakt zijn”.
De melding van de NV NLS. (Coll. H. Dekker)
05.09.1935
PH-AKY Fokker
C.X
5380 Ankara(TC)
Terug /
Top
De bestuurder zou het vliegtuig
demonstreren voor een delegatie militairen en politici.
Na een reeks
acrobatische figuren, wat ongeveer 15 minuten duurde, steeg hij tot
ongeveer 4000 meter en zette daar
een verticale duikvlucht in.
Op naar schatting 2500 meter trok hij het
vliegtuig langzaam uit de duik.
Plotseling werden kleine stukken bekleding
waargenomen die van het vliegtuig afvlogen,
de linker vleugelhelft brak af.
Het
vliegtuig ging in een vrille terwijl de motor hoorbaar bleef doorlopen.
Vervolgens brak de staart af en verdween het vliegtuig achter de heuvels..
Het toestel was neergestort op
ruim twee kilometer van het veld, het was met de linker
zijkant tegen de grond
geslagen. De bestuurder kwam om het leven.
Twee aanwezige Nederlanders, een
kapitein-vlieger van het KNIL en een Fokker- bedrijfsingenieur
verenigden zich
en vormden direct een ad-hoc onderzoekscommissie.
Zij kwamen tot de conclusie
dat de oorzaak ongedempte vleugeltrillingen (“flutter”)
van de ondervleugel
geweest moest zijn.
Hun zienswijze werd later
bevestigd door het RSL-onderzoek, met dien verstande dat die
concludeerde dat
deze trillingen geïnitieerd werden door de landingskleppen.
Dit was een
modificatie die bij de voor Indië bestemde C.X 's niet aangebracht werd en
waarop bij de bouw van de PH-AKY door het RSL geen toezicht was uitgeoefend.
Bestuurder:
G. Sandberg(┼).
Terug naar de opsomming "
Ernstige ongevallen"
Op
basis van de door Turkije geleverde gegevens kwamen de deskundigen van
het RSL tot de conclusie dat
flutter de oorzaak van het ongeval was
geweest.
(Coll. H. Dekker)
 |
 |
Het vliegtuig was geheel gedesintegreerd. (Coll. H. Dekker)
Tenslotte twee foto's van het wrak uit Hooftman's Vliegtuigencyclopedie No.13, blz 149.
07.09.1935 PH-12 Grunau 9 (ESG
29) # Eindhoven
Terug /
Top
Schaats gerepareerd.
09.09.1935 PH-AKH Douglas
DC-2-115E 1354 =
Terug /
Top
Ergens op de Malmö-route door de
bliksem getroffen. Sleepantenne en schijnwerper beschadigd.
20.09.1935 PH-AKV de
Havilland D.H.89A Dragon Rapide 6292 Bassein(HS)
Terug /
Top
Tijdens de ferry-vlucht naar
Nederlands-Indië kreeg de bemanning te kampen met sterke
tegenwind en daardoor
werd Rangoon
met de aanwezige brandstof onbereikbaar.
De bestuurder zette het toestel op het
strand te Haingyi aan de grond en pas drie dagen
later kon er, door
sportvliegtuigen, brandstof aangevoerd worden om de reis voort te zetten.
Gezagvoerder:
Fulford. Co-piloot: J. Vonk. Boordwerktuigkundige: S.J. Cope.