KANDIDATEN Terug naar
In
dit hoofdstuk zijn alle toestellen opgenomen waarvan het vermoeden
bestaat/bestond -of waarover het gerucht ging- dat ze kandidaten waren voor inschrijving
in het Nederlands Luchtvaartuigregister(N.L.R.).
Uiteraard
kan een dergelijke opsomming enerzijds nooit volledig zijn, anderzijds zullen
er toestellen genoemd worden die in werkelijkheid geen serieuze kandidaten
waren. Zo gaat dat nu eenmaal met geruchten.
Voor
een overzicht van de momenteel in ons land aanwezige -niet ingeschreven-
vliegtuigen verwijs ik u naar het boekje "VLIEGTUIGENERFGOED" en ook
nog naar het door AIRNIEUWS (weliswaar geruime tijd geleden) uitgegeven
overzicht "DUTCH WRECKS AND RELICS" door Wim Zwakhals.
In
het eveneens door AIRNIEUWS uitgegeven twee-jaarlijkse boekje
"Dutch Civil Aircraft Markings" werd steeds een opsomming gegeven van
de buitenlandse toestellen die in Nederland gestationeerd zijn. Sommige daarvan
zullen waarschijnlijk wel in meer of mindere mate kandidaat voor Nederlandse
kenmerken zijn (geweest), ze worden hier echter slechts genoemd als over die
eventuele kandidatuur iets bekend is. Ook worden er een aantal genoemd waarbij
opgemerkt wordt dat het geen kandidaten zijn. De reden hiervoor is dat ze in
het verleden, in de luchtvaartpers wèl als kandidaat opgegeven zijn.
Projecten
en geruchten die dateren van vóór de instelling van het N.L.R. (1920) vallen
weliswaar buiten het bestek van dit boek, maar ik heb toch gemeend hieronder
toch een vrij groot aantal minder bekende projecten te moeten noemen.
Een
volledig overzicht wordt gegeven door Wim Schoenmaker in zijn boeiende boek
over deze periode: "Aviateurs van
het eerste uur". Helaas is het al enige tijd geheel uitverkocht.
Vanaf
1920 heb ik echter de mij bekende zweefvliegtuigkandidaten wèl opgenomen,
hoewel de zweefvliegtuigen pas vanaf 1931 ook van een kenmerk werden voorzien.
In
de loop der jaren zijn er door Schreiner veel helikopters via Rotterdam naar
haar dochterondernemingen verscheept. Ook vlogen/vliegen er in het buitenland
nogal eens toestellen rond met een Schreiner kleurenschema. Het al of niet
kandidaat voor het N.L.R. (geweest) zijn van deze toestellen is -althans bij de
RLD- veelal niet waarneembaar.
Hetzelfde
geldt voor de talloze transacties van Air Service Holland; zolang die
toestellen te koop waren, waren ze natuurlijk in principe kandidaat maar ze
worden in dit hoofdstuk alleen genoemd indien er over concrete belangstelling
uit ons land iets bekend is.
In
veel gevallen is de informatie betreffende de hier genoemde toestellen nogal
vaag. Hierdoor is het mogelijk dat een hier als kandidaat gemeld toestel toch
gewoon ingeschreven werd zonder dat het verband met deze kandidatuur opgemerkt
werd.
Er
zijn in de loop der tijd door amateurs enige projecten in aanbouw genomen, dat
gebeurde vooral in de tijd vóór de oprichting en erkenning van de NVAV. Zie
daarvoor het hoofdstuk dat speciaal aan de amateurbouw en de NVAV is gewijd.
Hoewel
deze projecten in het algemeen niet afgebouwd werden, of zelfs niet verder dan
het tekenbord kwamen, heb ik besloten ze hier -voor zover aan mij bekend- toch
te noemen.
De
beslissing een niet gebouwd project hier al dan niet op te nemen blijft
natuurlijk arbitrair.
Een
niet gebouwd Fokker project zal niet vermeld worden omdat daar in de regel in
de historische luchtvaartbladen wel aandacht
aan
wordt geschonken, terwijl dat van een individuele bouwer wèl wordt genoemd.
Toestellen
die al in andere hoofdstukken zijn opgenomen, bijvoorbeeld de amateurprojecten
of als er ook een voorgenomen kenmerk bekend was, worden hier niet nog eens
genoemd.
Laatste wijzigingen bij: Republic Seabee 1947; Fokker homebuild;
Carmam M.200; Stinson L-5 1935;
*
Adventure paramoteurs 2004
Adventure
leverde in de periode 2004/2005 17 toestellen aan de importeur Skydance. De
meeste daarvan zijn in het N.L.R. ingeschreven. Maar (nog) niet weer opgedoken
zijn:
4 AO3291 24.06.2004
A4 AO3304 24.06.2004
A4 DAO3269 26.07.2004
A4 DAP3399 24.09.2004
A4 DAP3397 10.01.2005
S3 KM22689 10.12.2004
*
Aeneae 1808
In
“Het Vliegveld” van mei 1939 werd verhaald van de vondst van het advies van “den
Heer H. Aeneae, commissaris adviseur der Wis- Natuur- Schei- en Werktuigkunde”
betreffende een tekening van een vliegtuig die hem ter beoordeling door de
directeur-generaal van Wetenschap en Kunst was toegezonden. Helaas werd alleen
het genoemde -negatieve- advies aangetroffen. Daar het een door spierkracht
aangedreven vliegtuig betrof, hoeft dit negatieve advies ons niet zo te
verbazen. De bescheiden die beoordeeld werd bleken onvindbaar.
*
Aero 45 1955
Schreiner
& Co wilde voor een toestel van dit type een Bewijs van Luchtwaardigheid
aanvragen. Uit de stukken blijkt dat dit toestel al in 1948 door onze RLD
gekeurd was, en wegens onvoldoende één-motor prestaties was afgekeurd. Er werd
toen trouwens wel bij gezegd dat met een andere -verstelbare- propeller het
euvel opgelost zou zijn.
Over
de het verdere verloop van deze 1955-aanvraag heb ik geen gegevens, wèl is
duidelijk dat dit BvL er nooit is gekomen.
* Aero
Commander 680 1984
OO-SID
(c/n 357-46, Ex: N6846S) werd op 30 juni gekocht door F. Smolders te Hilversum.
Het toestel stond toen al geruime tijd in open opslag te Antwerpen. Het was de bedoeling
dat het weer opgeknapt zou worden maar daar kwam niets van en het is nu
opgenomen in de collectie van de Technische Universiteit Delft.
* Aeromere
F.8L Falco 1987
De
inschrijving van I-BLIZ (c/n 208) werd op 10 augustus doorgehaald in het Italiaans
register. Het toestel was gekocht door J.M. Simons te Roggel en de RLD kreeg
middels een telex bericht van doorhaling in het Italiaans register. Dit is de
gebruikelijke gang van zaken als de autoriteiten er van uitgaan dat het toestel
elders ingeschreven zal gaan worden. Het toestel werd in België ingeschreven
als OO-TOS.
*
Aeronca Model KC 1937
Na
de gedwongen verkoop van de Ansaldo I-AAXC (zie daar) vatte de RK Brabantsche
Aeroclub het plan op een Aeronca ter vervanging aan te schaffen. Men had al contacten
met de fabriek maar het ging niet door.
*
Aeronca 7AC (Champion) Champion 1990
In
1990 kocht de Stichting Vroege Vogels de Aeronca N1079E (c/n 7AC-4632). De
Amerikaanse inschrijving werd op 14 maart doorgehaald. Hiervan werd de RLD
middels een telex door de FAA op de hoogte gesteld. Het toestel onderging een
langdurige restauratie en het gerucht ging dat het daarna in het N.L.R. zou
worden ingeschreven. Dit gebeurde echter niet, het toestel vliegt weer als
N1079E.
Inmiddels
(januari 1994) zijn er echter weer contacten tussen de Stichting Vroege Vogels
en de RLD omdat het beleid van de laatste betreffende de toelating van
historische vliegtuigen medio 1993 ingrijpend gewijzigd is.
*
Aeronca (Champion) 7GCBC Citabria 1970
Dutch
Air Sprayers te Siddeburen werd vertegenwoordiger van Aeronca en importeerde
N7566F (c/n 227-70). Het toestel werd aan hen afgeleverd op 7 april.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria 1986
De
inschrijving van G-BBXY (c/n 614-74, Ex: N57639) werd op 26 augustus
doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland. Op 16 september echter alweer
(als G-BBXY) ingeschreven.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria 1987
De
verkoop naar Duitsland van N36416 (c/n 496-73) als D-EAUT was niet doorgegaan.
Daarna heeft het toestel in de jaren 1987/1988 op enkele plaatsen in Nederland
opgeslagen en te koop gestaan. Het werd gekocht door W. van Doorn die het in
Engeland liet inschrijven als G-BBEN.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCAA Citabria 150 1988
M.
Kneefel van KN Singles and Twins Aviation Consultants BV te Lelystad wilde er
een aanschaffen en informeerde bij de RLD naar de toelaatbaarheid wat betreft
bouwjaar en geluidseisen. Het betrof hier de OO-RJM (c/n 486-74, Ex: OE-AOP,
N22KA) die destijds op Hasselt vloog. De informatie van de RLD zal wel niet bemoedigend
geweest zijn, over de eventuele aanschaf is verder niets meer over vernomen.
*
Aérospatiale-Aeritalia ATR.42 1986
Constructienummer
037 was oorspronkelijk voor Holland Aero Lines BV te Rotterdam bestemd. Het
toestel werd echter naar de Verenigde Staten afgeleverd als N426MQ.
*
Aérospatiale SA 332 Super Puma 1994
In
april van dit jaar liet de KLM haar optie op twee exemplaren van dit type
vervallen.
*
Aerostar M-20E 1987
Van
N6813V (c/n 21-0005) werd gemeld dat het toestel een Nederlandse eigenaar had.
Het toestel vloog inderdaad in Nederland maar of het hierdoor ook als een
kandidaat beschouwd moet worden is niet duidelijk.
* Airspeed
Oxford 1945
Op
9.2.1945 werden twee toestellen van dit type op Whitchurch aan de KLM
afgeleverd. Bovendien deelde de marine mee dat "nog twee andere Oxfords
voor gebruik door de KLM ergens gereed staan". Het handelde om de
toestellen T1019, V4192, AT587 en DF483. Voor zover bekend zijn deze toestellen
nooit in Nederland geweest en hebben ze geen Nederlandse kenmerken (civiel dan
wel militair) gedragen.
Bovendien
waren vier van de 28 LSK-Oxfords ook oorspronkelijk (via BOAC) aan de KLM
overgedragen. Dit waren op 27.6.1945 de X6765 en HN172 die bij de LSK de
serials C-11 en C-13 kregen, op 10.1.1946 de V3907 die C-12 werd en tenslotte
op 12.1.1946 de P8910 die C-10 werd.
*
Akaflieg Mü 13E Bergfalke =
OE-0266
(c/n 3) werd tegen het eind van de jaren zeventig ingevoerd. Werd opgeslagen te
Hilversum, Amstelveen en Badhoevedorp. Het ligt tegenwoordig bij F. Wevers te
Zeewolde. In 1983 had de heer Wevers negen (Oostenrijkse) zweefvliegtuigen in
zijn bezit, waarvan er nog vier in Oostenrijk vlogen. Hij informeerde toen
voorzichtig bij de RLD in hoeverre het mogelijk was op eenvoudige (goedkope)
wijze een Nederlands BvL voor deze oudjes te verkrijgen. Hem werd te verstaan
gegeven dat een en ander niet onmogelijk was maar in ieder geval moeilijk. Niet
allemaal tegelijk dus.
Inmiddels
is het aantal in zijn bezit zijnde Oostenrijkse toestellen opgelopen tot 16. Ze
worden in dit hoofdstuk allemaal(*) genoemd ondanks het feit dat wel vaststaat
dat de meeste bepaald geen kandidaat voor het N.L.R. zijn,
Tot
het verschijnen van "75 Jaar N.L.R." was er één ingeschreven,
de PH-801.
(*)Zie
bij: SG-38; Olympia; Fauvel; Müsger; PZL; Scheibe Bergfalke, Spatz en Specht;
Grunau Baby en Ifjusag. De niet-Oostenrijkse toestellen zijn de Slingsby
GrasshoppersWZ826 en XP462 . En tenslotte voor de volledigheid: PH-243, PH-251,
PH-330
*
Akerboom-Schmidt T-10 1954
De
A.K.U. Zweefvlieg Club begon in samenwerking met LSK Zweefvliegclub Deelen met
de bouw van een T-10. De bouw werd wegens onvoldoende ervaring én wegens het
vertrek van de heer Schmidt naar de Verenigde Staten gestaakt. Hoewel in 1955
hervatting werd overwogen, omdat er op Terlet nog een vleugel van de niet
afgebouwde T-10-II beschikbaar bleek, gebeurde dat toch niet.
*
Albatros B.II 1921
Willem
van Graft vloog al in dit jaar met een Albatros. Bekend is dat hij in 1923
ermee landde in Heerhugowaard en dat hij met het toestel in een strenge winter
rondvluchten verzorgde vanaf het dichtgevroren IJsselmeer, bij de Hoornse Hop,
voor ƒ 10,-. Toen op een nacht onverwacht de dooi inviel is het toestel door
het ijs gezakt en afgeschreven. Eigenaar was een tandarts uit Hoorn, een zekere
Franken.
*
Albers experimenteel vliegtuig 1928
In
de pers werd aandacht besteed aan dit wel zeer revolutionaire toestel. Het zou
opstijgen door het om hun as draaien van de bovenvleugel terwijl dan in de
ondervleugel kleppen open zouden staan en de staartvlakken in de verticale
stand werden gezet. Bij voldoende hoogte zou dan een normale schroef voor de
voorwaartse snelheid gaan zorgen, de bovenvleugel en de staartvlakken zouden in
normale stand gefixeerd worden. Verder niets meer over gehoord, dus!
*
American Aviation AA-1A Yankee 1973
Vliegclub
Rotterdam was voornemens twee exemplaren aan te schaffen. Na een demonstratie van
Robin kozen ze echter voor standaardisatie op Frans materieel, vlak daarop werd
de PH-SRG afgeleverd.
* American
Aviation AA-5A Cheetah 1983
De
OY-GAK (c/n 0085) kwam in augustus 1983 te Rotterdam aan waarna men pogingen
deed het toestel hier in Nederland te verkopen. Hoewel er diverse serieuze
gegadigden waren kwam het tenslotte in Duitsland terecht als D-EDXT.
*
American General AG-5B Tiger =
N4077Y
(c/n 10149) werd op 4.5.1993 op Eelde afgeleverd en zou naar men zei Nederlands
worden. Ging echter naar Duitsland als D-EJMO.
* American
General AG-5B Tiger 1994
Bij
de RLD kwam het bericht binnen dat kenmerk OY-CKZ (c/n 10131) doorgehaald was.
Het toestel werd later in Duitsland ingeschreven als D-EAGT.
*
Anfänger 1933
De
Arnhemsche Zweefvlieg Club vroeg op 1 juli 1933 een BvL aan voor een Anfänger
met constructienummer 76. Mogelijk betrof dit de latere PH-15.
*
Ansaldo SVA 1936
Op
1 januari 1935 maakte de I-AAXC een noodlanding bij Dinteloord. De eigenaren
gaven opdracht de lichte schade te repareren maar verzuimden het toestel weer
op te halen. Toen de reparateur (een garagebedrijf!) failliet ging, werd het
toestel geveild en gekocht door J.A. Jansen te Bergen op Zoom. Deze was
secretaris van de RK Brabantsche Aeroclub en deze club wilde het toestel in
Nederland laten inschrijven. Voordat duidelijk was of dit al of niet mogelijk
was bleek de zaak juridisch toch niet rond te zijn en moest hij het toestel
weer aan de vroegere Italiaanse eigenaren terugverkopen.
Hierna
deed de heer Jansen verwoede pogingen een ander motorvliegtuigje te
bemachtigen. Hiertoe werd eerst serieus gedacht aan een Aeronca Model KC en
daarover werd eind 1937 ook correspondentie gevoerd met de fabriek. Eveneens
werd contact gelegd met Smoliner & Kratky te Wenen over de Miles M.2T Hawk
Trainer OE-DKA (c/n 222, Ex: G-ADNK). Beide aankopen gingen niet door.
*
Antonov AN 12 1991
Eind
1991 werd Aero Charter International/Euravia/SAFE (zie Lockheed Hercules)
overgenomen door het (Russische) Transworld Marine Agency. De bedoeling was te
gaan opereren met een vloot bestaande uit een gehuurde Hercules en toestellen
van het type AN 12 (type-certificaat al aangevraagd), AN 124 en IL 76.
*
Antonov AN 14 1966
Het
Russische bedrijf Avio-Export maakte bekend dat er een dergelijk toestel naar
Nederland verkocht zou zijn. Het zou nog hetzelfde jaar -samen met een eveneens
gekochte Mi-6 helikopter- afgeleverd worden.
*
Antonov AN 124 1991
Zie
hierboven bij AN 12.
*
ASW Skytracker 1981
De
Koninklijke Zuid-Hollandse Maatschappij voor het Redden van Schipbreukelingen
te Rotterdam was geïnteresseerd in de toepassing van ultra-lichte vliegtuigen.
Zij kochten een Skytracker (c/n 01) van J. Beuker te Vlissingen en vroegen daar
op 25 juni een BvI voor aan. Niet ingeschreven. Later kochten ze ook nog de
PH-1L5.
*
Auster J/1 Autocrat 1957
In
september werd de inschrijving van G-AJRN (c/n 2612) doorgehaald als zijnde
verkocht naar Nederland. Het toestel dook echter weer op in Ierland als EI-AUM.
*
Auster AOP Mk.9 1987
Harry
Bogaerds schafte zich in 1987 een exemplaar van dit type aan. Het toestel bleef
in Engeland om daar gerestaureerd te worden. Helaas is er nog geen identiteit
bekend.
*
Avialsa Scheibe A.60 1984
F-CDLQ
(c/n 139) werd in beschadigde toestand geïmporteerd. Heeft geruime tijd op
Ypenburg gelegen en is nu opgeslagen bij H. Beerens te Oosterhout.
*
Aviolanda jager-project 1939
Vlak
voor de oorlog was dit project in het mock-up stadium maar werd toch opgegeven.
Het was een ontwerp van dhr. Routnay, een Hongaar die in Oostenrijk had
gestudeerd. Het project werd beëindigd toen Aviolanda het te druk kreeg met de
licentiebouw van de Do 24 vliegboten voor de Marine Luchtvaart Dienst.
*
Avro 536 1920
De
inschrijving van G-AEHA werd in september van dit jaar doorgehaald met het
commentaar "To Holland"
*
Avro York 1944
Volgens
berichten uit die tijd zou de KLM op 24 februari een viertal toestellen van dit
type besteld hebben. In deze tijd circuleerden er voortdurend geruchten over
aanschaffingen door de KLM, vermoedelijk waren deze geruchten niet meer dan een
middel om de Amerikaanse autoriteiten onder druk te zetten.
* Ayres
S2R-T331 Turbo Thrush 1983
In
april 1983 was N9486Q (c/n 2504R) op Oostwold en zou kandidaat voor ons
register zijn. Het toestel vliegt nog steeds met Amerikaans kenmerk voor Aero
Service BV vanaf Lelystad.
* Ayres
S2R-T331 Turbo Thrush 1983
Ook
EC-DDQ (c/n 2420R, Ex: N5056X) werd dit jaar voor het eerst (gedemonteerd) op
Oostwold gezien. De heer Van der Meulen verklaarde destijds dat het toestel weer
door hem opgebouwd en Nederlands geregistreerd zou worden. Medio 1993 werd op
Lelystad een begin gemaakt met de herbouw, terwijl er ook nog steeds sprake is
van export naar de Verenigde Staten waarbij kenmerk N4005 wordt genoemd.
*
Ayres Loadmaster 1999
De
luchtvaartpers meldde een bestelling van vijf van deze toestellen door M.J.M.
Duijvestijn, en later zou de bestelling nog uitgebreid zijn tot tien
exemplaren.
* B-3 1938
In
de periode 1 januari 1938 t/m 1 mei 1940 meldt Officier H.J Takens in zijn maandoverzichten
over vliegtuigbouw in Nederland de bouw van een B-3. Wat dit voor toestel was
is helaas niet bekend.
*
BAC Drone 1935
In
het midden van de jaren dertig werd een exemplaar van deze motorglider
geïmporteerd met de bedoeling dit type hier in licentie te gaan bouwen. Het
initiatief liep op niets uit en de G-ADPJ (c/n 7) ging weer terug naar
Engeland.
*
BAC 111 1968
In
1968 huurde de KLM voor een aantal maanden de G-ATPJ (c/n 33) van British
Eagle. Dit is natuurlijk niet echt een kandidaat voor het N.L.R., er worden wel
vaker toestellen gehuurd, maar omdat het toestel geheel in KLM-kleuren vloog
wordt het hier toch vermeld.
Trouwens,
al eerder was dit type 'in beeld' geweest. Op 2.10.1964 demonstreerde de G-ASJF
op Schiphol en later die maand bezocht een KLM-delegatie de fabriek. In maart
1965 zou er nog een automatische bllindvliegdemonstratie gegeven worden, maar
omdat de keus inmiddels op de DC-9 was gevallen, werd die op het laatste moment
afgelast.
*
Bannet SV 2 1936
Op
22 mei 1936 diende de Vliegtuigenfabriek Bannet te Zeist een BvL-aanvraag voor
dit te bouwen sport- en lesvliegtuig. Het toestel was ontworpen door ene heer
Groot die in dat jaar ook met de bouw startte. Het is nooit afgebouwd, en
andere gegevens dan dat het
*
Barrett Gyrocar 1963
Gerrit
te Pas te Halle begon dit jaar met de bouw van een exemplaar. Het toestel werd
slechts half afgebouwd en belandde op de schroothoop. Zie verder bij PH-PAS.
* B.A.T.
F.K.23a Bantam 1925
In
november werd een BvI aangevraagd door de NV Nationale Vliegtuig Industrie.
Omdat er geen toezicht bij de bouw was uitgeoefend werd een BvL (en dus ook een
BvI) geweigerd. Mogelijk betreft dit de (H-NACQ). In 1924 was een dergelijk
verzoek ook al eens afgewezen, dat was dus mogelijk de (H-NACH).
*
Baumhauer zweefvliegtuig 1910
Samen
met de gebroeders Jhr. P.J. en Jhr. W. Six bouwde ir. Baumhauer een tweedekker
zweefvliegtuig met een spanwijdte van tien meter. In de duinen bij Zandvoort
werd op de hellingstijgwind gezweefd.
*
Baumhauer helikopter 1925
Als
reactie op een in Engeland uitgeschreven wedstrijd voor de bouw van een
helikopter werd in Nederland opgericht de "Vereeniging voor de eerste
Nederlandse helicoptère". Deze bouwde met behulp van diverse bedrijven en
instanties (Fokker, Werkspoor, Pander, NVI, LVA) de door Ir. Baumhauer
ontworpen helikopter. Vanaf 17 september 1925 werd het toestel regelmatig
gevlogen. Op 29 augustus 1928 werd het toestel bij een ongeval totaal vernield.
* Bede
BD-5 =
De
heer Pouw uit Naarden zou medio 1990 bezig zijn met een toestel van dit type.
*
Beech AT-11 Kansan 1979
Tegen
het eind van dit jaar begon de heer J.I. Roos te Soest de mogelijkheden te
onderzoeken twee AT-11's uit Brazilië in te voeren. Op 19 juni 1981 werd de RLD
formeel verzocht hem over de administratieve en operationele aspecten van deze
zaak in te lichten. Het betrof de PT-KUS en PT-KUT (resp. c/n 3703, Ex:
FAB.1524, 42-37220, en c/n 4588, Ex: FAB.1363, 42-37592) van de firma Prospec
SA te Rio de Janeiro, welke hij van plan was in te gaan zetten bij vliegshows,
paravluchten etc. Het ging dus helaas niet door!
*
Beech 17E 1935
Op
13.3.1935 vroeg de Nederlandse Beech-vertegenwoordiger, Van Merkensteyn's-
Handelmaatschappij te Rotterdam, een Bewijs van Gelijkstelling voor een toestel
van dit type aan. In deze periode speelden ook de problemen betreffende de
luchtwaardigheid van de DC-2 die ondanks een Amerikaans BvL niet aan de
Amerikaanse voorschriften bleek te voldoen. Op 3.4.1935 werd de aanvraag weer
ingetrokken. Niet bekend is echter of deze zaken iets met elkaar te maken
hadden.
*
Beech G18S 1972
SE-BTS
(c/n 8343, Ex: 44-87103, NC79848) werd naar Nederland verkocht en bij de KLM
van haar kenmerken ontdaan. In hoeverre het toestel een serieuze kandidaat was
is mij niet bekend. Het werd later naar Zwitserland verkocht als HB-GAC en
behoort momenteel tot de collectie van het Fliegermuseum te Dubendorf.
*
Beech D18S 1977
In
dit jaar wilde de Paraclub Icarus te Hilversum een Franse Beech kopen ter
vervanging van hun Pilatus PH-OTB. Daar hadden ze nogal eens wat mee. De RLD
weigerde een BvL te verstrekken.
*
Beech C18S 1971
De
heer C. Honcoop te Veen(NB) had in zijn bezit de D-IBUM met constructienummer
*
Beech 58 Baron 1980
Door
de fabrikant werd een Nederlands type-certificaat aangevraagd voor N3717D (c/n
TH-1181). Het toestel zou op dat moment al van een Nederlandse eigenaar zijn.
*
Beech Bonanza 1979
De
Kenya Seed Company Ltd. wilde een Beech kopen, die hier laten inschrijven en in
Kenya exploiteren. Mogelijk betreft het hierbij N60604 (c/n E-1538). In mei van
dit jaar benaderden ze bij monde van dhr. W.H. Verburgt, de RLD met de vraag
hoe een en ander in te richten. Bij nader inzien werd het hen allemaal te duur
en in juli 1979 deelden ze mede dat het plan niet door ging.
De
link tussen deze maatschappij en ons land is me trouwens niet zo erg duidelijk!
*
Beech A60 Duke 2000
De
inschrijving van N541JA (c/n P-163) werd op 1 juni doorgehaald als zijn
verkocht naar Nederland. De RLD kreeg ook een doorhalingsverklaring, maar het
toestel is hier niet ingeschreven.
*
Beech 65-C90 King Air 1985
De
RLD kreeg de telex dat kenmerk ZS-INN (c/n LJ-523) op 15 februari 1985 was
doorgehaald. Eigenaar was de firma Temimex.
*
Beech 1900 1984
Netherlines
BV tekende in augustus van dit jaar een 'letter of intent' voor drie van deze
toestellen. In 1985 zouden deze gevolgd worden door nòg 4 exemplaren.
*
Beech B200 King Air 1994
Jetnet
informeert in januari 1994 bij de RLD naar de King Air met c/n BB-983 (=D-ISAZ)
die op 12.7.1993 vanuit Duitsland naar Nederland verkocht zou zijn.
*
Beech 200 Super King Air 1992
Van
een toestel van dit type kwam bij mij de melding binnen dat het in Nederland
zou worden ingeschreven. Dook echter op in Australië als VH-NSR. Betrouwbaarheid
van Nederlandse kandidatuur is dus twijfelachtig, vermoedelijk een verwarring
van VH met PH.
*
Bell 47 1987
De
heer G. van den Boom te Beuningen wilde een exemplaar importeren en verzocht de
RLD om nadere informatie over de inschrijving. Het type moest opnieuw
gecertificeerd worden aangezien het sedert 1972 niet meer in het N.L.R.
ingeschreven was geweest. Er is verder niets meer over vernomen.
* Bell
UH-1B Iroquois 1994
Op
2 september kwam de melding van doorhaling binnen van EC-EHU en EC-EOG (resp.
c/n 401 Ex: 62-1881 en c/n 351 Ex: 61-771) bij de RLD binnen. De laatste vloog
daarna in Nederland als N98049 met MLD beschildering 220/V.
*
Bell 206A Jet Ranger 1990
D-HAVS
(c/n 45038) werd door Heli-Holland BV te Emmer-Compascuum ingevoerd. Al vrij
snel na de aankoop werd bekend dat het toestel niet Nederlands zou worden.
* Bell
206B Jet Ranger 1994
Op
14 juli kwam bij de RLD de telex binnen dat de dag ervoor de inschrijving van
C-GJIJ (c/n 758) was doorgehaald.
*
Bell 214ST 1987
G-BKJD
(c/n 28114) opereerde destijds voor de KLM in opdracht van de NAM. Was geen
kandidaat maar werd slechts gehuurd.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1955
In
de loop van dit jaar voltooide ene heer Prinsen uit Delft een exemplaar van dit
type. Er schijnt mee gevlogen te zijn. In 1975 werd het aan de collectie van de
Aviodome toegevoegd.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1958
Gerrit
te Pas uit Halle begon in dat jaar met z'n eerste project. Gebrek aan
onderdelen en vakkennis zorgden ervoor dat het project niet afgemaakt werd. Zie
verder bij Barrett Gyrocar.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1960
De
Jeugdluchtvaartbrigade van Den Haag was in het bezit van een zelfgebouwd
exemplaar dat te zwaar gebouwd was en niet de lucht in wilde. In 1962 bestond nog
het plan om een lichtere versie te gaan bouwen.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1960
Ferdie
Meulenberg te Kortgene bouwde er een met de bedoeling er later drijvers onder
te monteren.
*
Bensen B-7 Gyrocopter 1967
De
heer P. Hanse uit Noordwelle wilde een Gyrocopter bouwen en bovendien bij zijn
boerderij een baan aanleggen zodat hij van huis uit kon vliegen. Uitreiking van
een BvL was onmogelijk omdat in de Verenigde Staten nooit een type-certificaat
afgegeven was dat als basis voor een BvL zou kunnen dienen. En dat vliegveld
naast de deur was helemaal een utopie.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1967
Henk
J. Vinke en Eddy Pot bouwden er een in de garage van het huis van bewaring te
Arnhem. Er zijn sleepproeven mee uitgevoerd. Het is mij niet bekend of er,
zoals de bedoeling was, ook nog een motor ingebouwd is.
*
Bensen B-6 Gyroglider 1974
Carel
Verlaan (PH-VER, PH-GYR) bouwde als voorbereiding eerst een gyroglider waarmee
in het begin van dit jaar taxi-testen op Rotterdam werden uitgevoerd.
*
Bensen Gyroglider 1980
Carel
Verlaan bouwde ook een twee-persoons glider voor instructie. Mogelijk is dit
echter hetzelfde toestel als het hierboven genoemde.
*
Bensen B-6 Gyroglider =
Er
moeten in het begin van de jaren vijftig twee Gyrogliders gebouwd zijn in
Volendam en Nijmegen. De eerste zou later naar België verkocht zijn. Meer
informatie is méér dan welkom!
*
Bensen B-7 Gyrocopter 1978
De
heer W. de Jong te Orangepark, Florida, wilde een in Amerika gebouwd (of te
bouwen, dat is niet geheel duidelijk) exemplaar invoeren en nam hierover
contact op met de RLD. Verder is er niets meer over vernomen.
*
Bensen B-8M Gyrocopter 198.
Het
duo W.J.L. Dinkla en W. Keur te Dwingelo hadden vergevorderde plannen er een te
bouwen. Ze hadden tekeningenset FB8M109 al in huis. Gezondheidsproblemen van de
heer Keur maakten een eind aan het project vóór er van 'hardware' sprake was.
*
Bensen B-8M Gyrocopter 198.
Tenslotte
een foto van een Bensen die tot nu tot niet geïdentificeerd kon worden. Op de
staart staat "The Flying Dutchman" en mogelijk is het een van de
hierboven genoemde toestellen.
*
Van den Berg Staalvogel =
Hans
van den Berg uit Baambrugge heeft vijf(!) maal een vliegtuig gebouwd, vanaf
1962 bouwde hij drie toestellen die echter geen van alle gevlogen hebben.
Zijn
vierde project (Staalvogel 4) was in 1968 klaar en kwam op 5 juli van dat jaar
inderdaad van de grond: "Het mini-vliegtuig, met vleugels van
boekbinderslinnen (Waterlooplein), met een scootervoorwiel als neuswiel, twee
motorfietswielen als landingsgestel, een automotor en hier en daar wat
elektrapijp verhief zich, bestuurd door Skylight-directeur Johan Daams, op
Hilversums vliegveld ongeveer
Later
bouwde hij de Staalvogel 5, de PH-BER, en daarbij zouden nog delen van de
Staalvogel 4 gebruikt zijn.
*
Blériot 1911
NV
Rotterdamsche Vliegvereniging bood eind februari of begin maart een
Blériot-eendekker aan de Nederlandse regering aan.
*
Blériot Spad 1920
Met
als voorbeeld de SPAD-jager die in 1917 door de LVA werd geïnterneerd, bouwde
de KROMHOUT-motorenfabriek te Amsterdam een kopie. Nadat het vrijwel voltooide
toestel, samen met het voorbeeld, weer door de LVA werd overgenomen, bleek bij
keuring dat het toestel "niet voldoende betrouwbaar was
geconstrueerd". Het werd afgeschreven.
*
Boeing 307 Stratoliner 1939
De
KLM had optie genomen op drie exemplaren, na het verongelukken van Ir. A.G.
Baumhauer in maart van dat jaar tijdens een proefvlucht met zo'n type was er van
een bestelling natuurlijk geen sprake meer.
*
Boeing N2S-3 2007
Als
sedert het begin van de jaren negentig is de N68941 (c/n 75-8044, BuNo38423)
gestationeerd op Budel en zo af en toe waren er geruchten dat hij in het N.L.R.
zou worden opgenomen. In 2007 was het de eerste keer dat het meer dan een
gerucht was, er was in ieder geval contact met IVW over deze zaak.
*
Boeing C-97 Stratocruiser 1946
In
september 1946 annonceerde de Stoomvaart Maatschappij Nederland grootse plannen
voor een luchtvaartmaatschappij. Het materieel zou in eerste instantie bestaan
uit 4 Lockheed Constellations, 4 Douglas toestellen die niet nader gepreciseerd
werden (vrijwel zeker DC-4-en) en 4 Boeing Stratocruisers. De plannen waren
dermate concreet dat ook de afleveringsdata bekend gemaakt werden,
respectievelijk in maart, juni en augustus 1947.
*
Boeing 727 1963
Hoewel
de KLM nooit met dit type heeft gevlogen, was er zeker wel serieuze
belangstelling. Op 23 oktober werd een proefvlucht c.q. demovlucht gemaakt met
een hoge KLM-delegatie (directie niveau) die vergezeld was van een aantal
RLD-specialisten. Van een bestelling is het echter niet gekomen.
*
Boeing 737 1975
Sunair-Nederland,
een reisorganisatie, wilde er een aanschaffen. In het persbericht stond dat het
toestel door Transavia zou worden geëxploiteerd. Desgevraagd wist directeur
Hanrath echter van niets.
* Boeing
737 1992
Bij
de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van LN-BRW (c/n 25792) op 24.9.1992
was doorgehaald. Of het toestel kandidaat voor het N.L.R. was, is niet meer na
te gaan. Het ging naar Volksrepubliek China als B-2591. Mogelijk was de melding
van doorhaling alleen maar omdat Norske Finance Nederland BV te Rotterdam
eigenaar was.
*
Boeing 737-4YO 2002
De
inschrijving van VH-VGD (c/n 23980) werd doorgehaald op 30 april. Hiervan werd
melding gedaan bij IVW. Het toestel ging naar België als OO-VJO.
*
Boeing 747 2006
Bij
IVW kwam op 7 november de bekende 'non-registry' telex binnen, d.w.z. de
verklaring van deze 747 met c/n 35232 niet Amerikaans geweest was. Dat is de
voorbode van een naderende inschrijving. Het toestel werd echter ingeschreven
in België als OO-THA.
*
Boeing 757 2002
De
doorhaling van de inschrijving van EC-FYJ (c/n 26242) werd op 12.7.2002 bij de
IVW gemeld. Het toestel ging naar IJsland als TF-FIT.
*
Bombardier CL-600-2B16 2005
De
inschrijving van het Canadese kenmerk C-FEUR (c/n 5577) werd doorgehaald op 26
april. Hiervan werd melding gedaan bij de IVW. Of er echt plannen waren voor
inschrijving in het N.L.R. kan ik niet nagaan. Het toestel ging naar België als
OO-KRC.
* Borgmann 1992
Bennie
Borgmann uit Barger Compascuum haalde de locale pers met zijn eigenbouwproject.
Een éénmotorige hoogdekker met een spanwijdte van zeven meter en uitgerust met
een motor van 39pk uit een Citroën 2CV.
*
Bos slagvleugelvliegtuig 1936
Ene
heer Bos te Weesp bouwde in de jaren 1935/1936 een zweefvliegtuig met bewegende
vleugels. Het heeft niet gevlogen.
*
Bristol Freighter 1958
In
de tijd dat Martin's Air Charter werd opgericht werd gepubliceerd dat er een
optie op twee van deze toestellen had genomen.
* Britten-Norman
BN2A-26 Islander 2008
De
inschrijving van N62183 (c/n 592) werd doorgehaald op 19.2.2008. De FAA stuurde
een kennisgeving daarvan naar IVW, het toestel kwam echter niet naar Nederland
maar ging naar de Nederlandse Antillen als PJ-EZR.
*
Bücker Bü 131 Jungmann 1947
Hein
Bulten (Frits Diepen Vliegtuigen) en Eelco Schuller (Bureau Luchttoerisme KNVvL-ANWB)
haalden zo'n vliegtuig op uit Zwitserland. Vlak daarop gaf Gerben Sonderman er
een demonstratie mee op Ypenburg.
*
Bücker Bü 133 Jungmeister 1945
Op
een document uit dit jaar blijkt dat Prins Bernhard ook in aanmerking wenste te
komen voor een Jungmeister. In hoeverre er van een concreet toestel sprake is
geweest kan niet beoordeeld worden.
Trouwens,
in hetzelfde document wordt ook aangegeven dat er een B-25 Mitchell aangevraagd
werd.
* Buijster
gyrocopter 1994
Sjaak
Buijster heeft zelf een door een Trabant-motor aangedreven gyrocopter
ontworpen. De bouw werd in 1994 gestart en de motor heeft met de eveneens
zelfgebouwde propeller al proefgedraaid op een tijdelijke, wèl op een
gyrocopter lijkende, constructie. Streefjaar voor de eerste vluchten is het
jaar 2000.
*
CAARP CAP.20L-S200 1983
De
heer S.G. Vonken te Heerlen kondigde aan ter vervanging van de PH-STV een
Belgisch exemplaar te willen aanschaffen en informeerde bij de RLD naar de te
volgen procedure om het toestel in Nederland te laten certificeren. Het betrof
hier de OO-BNG (c/n 8) en hoewel de RLD zich wat betreft de BvL-uitreiking
nogal soepel opstelde is het toestel weliswaar aangekocht maar niet in het
N.L.R. opgenomen. Het vliegt vanaf Budel.
*
Cameron Ax7-77 =
Constructienummer
002 zou in de jaren tachtig kandidaat geweest zijn.
*
Canadair C-4 Argonaut 1960
Volgens
krantenberichten zou Martin's Air Charter destijds G-ALHY (c/n 170) van
Overseas Aviation gekocht hebben.
*
Canadair CL-41 Tutor 1961
Een
exemplaar van dit type (de CF-LTW-X) werd dit jaar hier gedemonstreerd voor de
Rijksluchtvaartschool. Die van aankoop afzag en de Morane Saulnier Paris
aanschafte.
*
Canadair CL-44 1961
In
de pers werd gemeld dat de KLM een bestelling op dit toestel serieus overwoog.
*
Carley 1921
In
april van dit jaar wordt gemeld dat Joop Carley een twee-motorige, 16-persoons
eendekker aan het bouwen is.
* CASA
1-131-E 1993
Bij
de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van N89542 (c/n BV2134) op 22.7.1993
was doorgehaald. Eigenaar werd opgegeven als Brooks/Schermer Voest. De laatste
is ongetwijfeld de M.I.M. Schermer Voest van de (PH-DLK).
*
CASA CN.235 1992
Behalve
de plannen met Hercules, AN 12, AN 124 en IL 76 had de directie van
Euravia/SAFE ook plannen twee toestellen van dit type aan te schaffen. In
februari 1992 werd er een op Zestienhoven voor hen gedemonstreerd.
* Carmam M.200 Foehn 2006
Sinds
2006 wordt BGA2978/EVC (c/n 55, ex F-CDKT) op Soesterberg gerestaureerd. Of het
daardoor een kandidaat voor het N.L.R. is/wordt kan ik niet beoordelen.
*
Caudron C-801 1990
De
"Dutch Aircastle Society" (4 VHZ-leden) kochten in november de al
gerestaureerd BGA2963/EHF (c/n 4, Ex: F-CBTE) in Frankrijk. Het toestel was in
dermate goede staat dat er een week later al mee gevlogen werd.
Begin
jaren negentig bij een boomlanding ernstig beschadigd. Hierop werdde romp van
F-CBTD (c/n 319/3) in België aangekocht en de hele zaak is nog steeds
opgeslagen te Hilversum in afwachting tot herbouw.
*
Cessna UC-78 Bobcat 1970
HB-UEF
(c/n 5253, Ex: 43-7733) werd naar Nederland verkocht. Het toestel heeft enige
tijd vanaf Teuge geopereerd maar is daarna naar België verkocht als OO-TIN.
* Cessna
150M 1996
Op
24 september werd de inschrijving van N45448 (c/n 15076926) doorgehaald i.v.m.
verkoop naar Nederland.
*
Cessna 170B 1962
De
inschrijving van D-EMAN (c/n 26800, Ex: N4456B) werd doorgehaald op 12
november. Het toestel was verkocht aan de Gemeenschap van Christenen te
Vroomshoop. Verwoede naspeuringen in kerkelijk Vroomshoop hadden helaas geen
resultaat.
* Cessna
170B 1985
In
dit jaar werd er een BvL aangevraagd voor G-AORB (c/n 20767, Ex: OO-SIZ,
N2615D). Er ontstond enige verwarring/onenigheid over de eisen die aan een
dergelijk, toen al historisch, vliegtuig konden worden gesteld. Het toestel
bleef in Engeland.
*
Cessna 170B 1991
Bij
de RLD kwam de melding van doorhaling per 7.3.1991 binnen van N3088A (c/n
25732). In 1996 was het toestel nog steeds, met z'n Amerikaanse kenmerk, op
Lelystad gestationeerd.
*
Cessna 172B Skyhawk 1981
De
destijds in Engeland woonachtige D.H. van Staveren was de trotse eigenaar van
de G-ARCM (c/n 17247852), de oudste van dat type in het Engelse register. Hij
meldde aan de RLD dat het toestel bij zijn terugkeer naar Nederland hier
ingeschreven zou worden.
*
Cessna 172E Skyhawk 1981