KANDIDATEN
Terug naar
In dit hoofdstuk
zijn alle toestellen opgenomen waarvan het vermoeden bestaat/bestond -of waarover het
gerucht ging- dat ze kandidaten waren voor inschrijving in het Nederlands
Luchtvaartuigregister(N.L.R.).
Uiteraard kan een dergelijke opsomming enerzijds nooit volledig zijn, anderzijds
zullen er toestellen genoemd worden die in werkelijkheid geen serieuze kandidaten
waren.
Zo gaat dat nu
eenmaal met geruchten.
Voor een overzicht van de momenteel in ons land aanwezige -niet ingeschreven- vliegtuigen verwijs ik u naar het boekje "VLIEGTUIGENERFGOED" en ook nog naar het
door AIRNIEUWS (weliswaar geruime tijd geleden) uitgegeven overzicht "DUTCH WRECKS
AND
RELICS" door Wim
Zwakhals.
In het eveneens door AIRNIEUWS uitgegeven twee-jaarlijkse boekje "Dutch Civil
Aircraft Markings" werd steeds een opsomming gegeven van de buitenlandse toestellen
die in
Nederland gestationeerd zijn.
Sommige daarvan zullen waarschijnlijk wel in meer of mindere mate kandidaat voor Nederlandse kenmerken zijn (geweest), ze worden hier echter slechts genoemd als
over die
eventuele kandidatuur iets
bekend is.
Ook worden er een aantal genoemd waarbij opgemerkt wordt dat het geen kandidaten
zijn. De reden
hiervoor is dat ze in het verleden, in de luchtvaartpers wèl als
kandidaat opgegeven zijn.
Projecten en geruchten die dateren van vóór de instelling van het N.L.R. (1920)
vallen weliswaar buiten het bestek van dit boek, maar ik heb toch gemeend hieronder
toch een
vrij groot aantal
minder bekende projecten te moeten noemen.
Een volledig
overzicht wordt gegeven door Wim Schoenmaker in zijn boeiende, zéér aanbevolen,boek over
deze periode: "Aviateurs van het eerste uur".
Helaas is het al
enige tijd geheel uitverkocht.
Vanaf 1920 heb ik echter de mij bekende zweefvliegtuigkandidaten wèl opgenomen,
hoewel de
zweefvliegtuigen pas vanaf 1931 ook van een kenmerk werden voorzien.
In de loop der
jaren zijn er door Schreiner veel helikopters via Rotterdam naar haar
dochterondernemingen verscheept. Ook vlogen/vliegen er in het buitenland nogal
eens
toestellen rond
met een Schreiner kleurenschema.
Het al of niet kandidaat voor het N.L.R. (geweest) zijn van deze toestellen is
-althans
bij de RLD- veelal niet waarneembaar.
Hetzelfde geldt voor de talloze transacties van Air Service Holland; zolang die
toestellen te koop waren, waren ze natuurlijk in principe kandidaat, maar ze worden
in dit hoofdstuk alleen genoemd indien er over concrete belangstelling uit ons land
mij iets bekend is.
In veel gevallen
is de informatie betreffende de hier genoemde toestellen nogal vaag.
Hierdoor is het
mogelijk dat een hier als kandidaat gemeld toestel toch gewoon
ingeschreven
werd zonder dat
het verband met deze kandidatuur opgemerkt werd.
Er zijn in de loop
der tijd door amateurs enige projecten in aanbouw genomen, dat gebeurde
vooral in de
tijd vóór de oprichting en erkenning van de NVAV.
Zie daarvoor het
hoofdstuk dat speciaal aan de amateurbouw en de NVAV is gewijd.
Hoewel deze projecten in het algemeen niet afgebouwd werden, of zelfs niet verder
dan het tekenbord kwamen, heb ik besloten ze hier -voor zover aan mij bekend- toch
te
noemen.
De beslissing
een niet gebouwd project hier al dan niet op te nemen blijft natuurlijk
arbitrair.
Een niet gebouwd
Fokker project zal niet vermeld worden omdat daar in de regel in de
historische
luchtvaartbladen wel aandacht aan wordt geschonken, terwijl dat van een
individuele
bouwer wèl wordt genoemd.
Toestellen die
al in andere hoofdstukken zijn opgenomen, bijvoorbeeld de
amateurprojecten
of als er ook een voorgenomen kenmerk bekend was, worden hier niet nog eens
genoemd.
Doorgehaald
luchtvaartuigen
Voordat een luchtvaartuig
kan worden ingeschreven in een nationaal register moet
eerst aangetoond/verklaard worden dat het niet meer ingeschreven is in een
register
van een ander land.
Hiertoe sturen de nationale luchtvaartdiensten aan hun
collega-luchtvaartdiensten verklaringen van doorhaling. Zij sturen die naar het
land waarnaar het toestel,
volgens de eigenaar, geëxporteerd zal worden.
Ook voor nieuw gebouwde toestellen komt er vaak een verklaring binnen dat het toestel niet in het betreffende land ingeschreven is geweest.
Meestal zal zo'n toestel hier ook wel geïmporteerd worden maar in een aantal gevallen komt
er bij 'onze' IVW wel een dergelijke verklaring binnen, terwijl het toestel hier
te lande niet opduikt.
De reden daarvoor is niet altijd even duidelijk, soms wordt het in een ander land
ingeschreven, maar het zal duidelijk zijn dat dit niet altijd door mij
waargenomen
wordt.
Kortom, als u meer over onderstaande toestellen weet te vertellen, houd ik mij
van harte aanbevolen!
05.07.2007 - Lindstrand LBL260A 1159
06.07.2007 N499SR Cirrus SR22 2486
25.07.2007 OO-749 Microbel Chaser 86-121
24.09.2007 OO-873 Air Création GTBI 028
13.11.2007 OO-YGI Schempp Hirth Ventus 118
02.01.2008 D-ECCI Klemm KL 35D 1904
17.01.2008 - AgustaWestland AW139 31121
04.04.2008 LN-GFT LET L-13 Blanik 026415
09.05.2008 OE-KPM Diamond DA 42 42.362
23.06.2008 - Cessna 525A 525A0406
27.08.2008 - Diamond DA 42 42.376
17.09.2008 5Y-SKA de Havilland Canada DHC.6 518
07.11.2008 N54KS Cirrus SR22 1610
23.04.2009 ZK-VIR Dornier 228 8100
11.07.2009 HZ-SNE Boeing 727 21619
16.09.2009 G-CHXC Rolladen-Schneider LS 8-18 8094
02.11.2009 F-CGTE Centrair 201B Marianne 201B067
30.11.2009 N1944S Boeing E75 75-5864
20.01.2010 G-CHET Europa XS PFA 247-13277
Laatste wijzigingen bij: Twin Astir 2004; Start und Flug H-121 1976; Constellation 1961; Martin 202 1961; Curtiss C-46 1961; Bensen 1961-1965; Zögling 1936; Vertol 1958; Alouette II 1958; Glasflügel Salto; Schleicher ASW 15A; Savoia Marchetti SM-95; Cirrus VCT 1972; D.H.94A Dragon Rapide; Globe Swift 1954; Scott Viking 2004; Scheibe L-Spatz 2007; PA-22 1987; PAC.1; LS 8-a 2009; Schleicher Ka 4 2009; Slingsby T-8 2006;; Nord 1002 1963; Djinn 1957; Schneider Grunau Baby 2006; Auster 1988;
*
Adventure paramoteurs
2004
Adventure
leverde in de periode 2004/2005 17 toestellen aan de importeur Skydance. De meeste
daarvan zijn in het N.L.R. ingeschreven. Maar (nog) niet weer opgedoken zijn:
4 AO3291 24.06.2004
A4 AO3304 24.06.2004
A4 DAO3269 26.07.2004
A4 DAP3399 24.09.2004
A4 DAP3397 10.01.2005
S3 KM22689 10.12.2004
*
Aeneae
1808
In
“Het Vliegveld” van mei 1939 werd verhaald van de vondst van het advies van “den
Heer H. Aeneae, commissaris adviseur der Wis- Natuur- Schei- en Werktuigkunde”
betreffende een tekening van een vliegtuig die hem ter beoordeling door de
directeur-generaal van Wetenschap en Kunst was toegezonden. Helaas werd alleen
het genoemde -negatieve- advies aangetroffen. Daar het een door spierkracht
aangedreven vliegtuig betrof, hoeft dit negatieve advies ons niet zo te
verbazen. De bescheiden die beoordeeld werd bleken onvindbaar.
* Aero
45
1955
Schreiner
& Co wilde voor een toestel van dit type een Bewijs van Luchtwaardigheid
aanvragen. Uit de stukken blijkt dat dit toestel al in 1948 door onze RLD
gekeurd was, en wegens onvoldoende één-motor prestaties was afgekeurd. Er werd
toen trouwens wel bij gezegd dat met een andere -verstelbare- propeller het
euvel opgelost zou zijn.
Over
de het verdere verloop van deze 1955-aanvraag heb ik geen gegevens, wèl is
duidelijk dat dit BvL er nooit is gekomen.
* Aero
Commander 680
1984
OO-SID
(c/n 357-46, Ex: N6846S) werd op 30 juni gekocht door F. Smolders te Hilversum.
Het toestel stond toen al geruime tijd in open opslag te Antwerpen. Het was de
bedoeling dat het weer opgeknapt zou worden maar daar kwam niets van en het is
nu opgenomen in de collectie van de Technische Universiteit Delft.
* Aeromere
F.8L Falco
1987
De
inschrijving van I-BLIZ (c/n 208) werd op 10 augustus doorgehaald in het
Italiaans register. Het toestel was gekocht door J.M. Simons te Roggel en de
RLD kreeg middels een telex bericht van doorhaling in het Italiaans register.
Dit is de gebruikelijke gang van zaken als de autoriteiten er van uitgaan dat
het toestel elders ingeschreven zal gaan worden. Het toestel werd in België
ingeschreven als OO-TOS.
*
Aeronca Model KC
1937
Na
de gedwongen verkoop van de Ansaldo I-AAXC (zie daar) vatte de RK Brabantsche
Aeroclub het plan op een Aeronca ter vervanging aan te schaffen. Men had al
contacten met de fabriek maar het ging niet door.
*
Aeronca 7AC (Champion) Champion
1990
In 1990 kocht de Stichting Vroege Vogels de Aeronca N1079E (c/n 7AC-4632). De Amerikaanse inschrijving werd op 14 maart doorgehaald.
Hiervan werd de RLD middels een telex door de FAA op de hoogte gesteld. Het toestel onderging een langdurige restauratie en het gerucht ging
dat het daarna in het N.L.R. zou
worden ingeschreven. Dit gebeurde echter niet, het toestel vliegt weer als
N1079E.
Inmiddels
(januari 1994) zijn er echter weer contacten tussen de Stichting Vroege Vogels
en de RLD omdat het beleid van de laatste betreffende de toelating van
historische vliegtuigen medio 1993 ingrijpend gewijzigd is.
*
Aeronca (Champion) 7GCBC Citabria
1970
Dutch Air Sprayers te Siddeburen werd vertegenwoordiger van Aeronca en importeerde N7566F (c/n 227-70).
Het toestel werd aan hen afgeleverd op 7 april.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria
1986
De inschrijving van G-BBXY (c/n 614-74, Ex: N57639) werd op 26 augustus doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.
Op 16 september echter alweer
(als G-BBXY) ingeschreven.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria
1987
De verkoop naar Duitsland van N36416 (c/n 496-73) als D-EAUT was niet doorgegaan. Daarna heeft het toestel in de jaren 1987/1988 op enkele
plaatsen in Nederland
opgeslagen en te koop gestaan. Het werd gekocht door W. van Doorn die het in
Engeland liet inschrijven als G-BBEN.
*
Aeronca (Bellanca) 7GCAA Citabria 150
1988
M. Kneefel van KN Singles and Twins Aviation Consultants BV te Lelystad wilde er een aanschaffen en informeerde bij de RLD naar de toelaatbaarheid
wat betreft bouwjaar en geluidseisen. Het betrof hier de OO-RJM (c/n 486-74, Ex: OE-AOP) die destijds op Hasselt vloog.
De informatie van de RLD zal wel
niet
bemoedigend geweest zijn, over de eventuele aanschaf is verder niets
meer over
vernomen.
*
Aérospatiale-Aeritalia ATR.42
1986
Constructienummer 037 was oorspronkelijk voor Holland Aero Lines BV te Rotterdam bestemd.
Het
toestel werd echter naar de Verenigde Staten afgeleverd als N426MQ.
*
Aérospatiale SA 332 Super Puma
1994
In april
van dit jaar liet de KLM haar optie op twee exemplaren van dit type vervallen.
*
Aerostar M-20E
1987
Van N6813V (c/n 21-0005) werd gemeld dat het toestel een Nederlandse eigenaar had. Het toestel vloog inderdaad in Nederland maar of het hierdoor
ook als een
kandidaat beschouwd moet worden is mij niet duidelijk.
* Airspeed
Oxford
1945
Op 9.2.1945 werden twee toestellen van dit type op Whitchurch aan de KLM afgeleverd.
Bovendien deelde de marine mee dat "nog twee andere Oxfords voor gebruik door de KLM ergens gereed staan".
Het handelde om de toestellen T1019, V4192, AT587 en DF483.
Voor zover bekend zijn deze toestellen
nooit in Nederland geweest en hebben ze geen Nederlandse kenmerken (civiel dan
wel militair) gedragen.
Bovendien waren vier van de 28 LSK-Oxfords ook oorspronkelijk (via BOAC) aan de KLM overgedragen.
Dit waren op 27.6.1945 de X6765 en HN172 die bij de LSK de
serials C-11 en C-13 kregen, op 10.1.1946 de V3907 die C-12 werd en tenslotte
op 12.1.1946 de P8910 die C-10 werd.
*
Akaflieg Mü 13E Bergfalke
=
OE-0266 (c/n 3) werd tegen het eind van de jaren zeventig ingevoerd. Werd opgeslagen te Hilversum, Amstelveen en Badhoevedorp.
Het toestel ligt tegenwoordig bij F. Wevers te Zeewolde. In 1983 had de heer Wevers negen (Oostenrijkse) zweefvliegtuigen in zijn bezit, waarvan
er nog vier in Oostenrijk vlogen. Hij informeerde toen voorzichtig bij de RLD in hoeverre het mogelijk was op eenvoudige (goedkope) wijze een
Nederlands BvL voor deze oudjes te verkrijgen.
Hem werd te verstaan
gegeven dat een en ander niet onmogelijk was maar in ieder geval moeilijk. Niet
allemaal tegelijk dus.
Inmiddels is het aantal in zijn bezit zijnde Oostenrijkse toestellen opgelopen tot 16. Ze worden in dit hoofdstuk allemaal(*) genoemd ondanks het
feit dat wel vaststaat
dat de meeste bepaald geen kandidaat voor het N.L.R. zijn,
Tot
het verschijnen van "75 Jaar N.L.R." was er één
ingeschreven, de PH-801.
(*)Zie
bij: SG-38; Olympia; Fauvel; Müsger; PZL; Scheibe Bergfalke, Spatz en Specht;
Grunau Baby en Ifjusag. De niet-Oostenrijkse toestellen zijn de Slingsby
GrasshoppersWZ826 en XP462 . En tenslotte voor de volledigheid: PH-243, PH-251,
PH-330
*
Akerboom-Schmidt T-10
1954
De A.K.U. Zweefvlieg Club begon in samenwerking met LSK Zweefvliegclub Deelen met de bouw van een T-10.
De bouw werd wegens onvoldoende ervaring én wegens het vertrek van de heer Schmidt naar de Verenigde Staten gestaakt.
Hoewel in 1955
hervatting werd overwogen, omdat er op Terlet nog een vleugel van de niet
afgebouwde T-10-II beschikbaar bleek, gebeurde dat toch niet.
*
Albatros B.II
1921
Willem van Graft vloog al in dit jaar met een Albatros. Bekend is dat hij in 1923 ermee landde in Heerhugowaard en dat hij met het toestel in een
strenge winter rondvluchten verzorgde vanaf het dichtgevroren IJsselmeer, bij de Hoornse Hop, voor ƒ 10,-.
Toen op een nacht onverwacht de dooi inviel is het toestel door het ijs gezakt en afgeschreven.
Eigenaar was een tandarts uit Hoorn, een zekere Franken.
*
Albers experimenteel vliegtuig
1928
In de pers werd aandacht besteed aan dit wel zeer revolutionaire toestel. Het zou opstijgen door het om hun as draaien van de bovenvleugel terwijl
dan in de ondervleugel kleppen open zouden staan en de staartvlakken in de verticale stand werden gezet.
Bij voldoende hoogte zou dan een normale schroef voor de voorwaartse snelheid gaan zorgen, de bovenvleugel en de staartvlakken zouden in
normale stand gefixeerd worden. Verder niets meer over gehoord, dus!
*
American Aviation AA-1A Yankee
1973
Vliegclub Rotterdam was voornemens twee exemplaren aan te schaffen. Na een demonstratie van Robin kozen ze echter voor standaardisatie
op Frans materieel, vlak daarop
werd de PH-SRG afgeleverd.
* American
Aviation AA-5A Cheetah
1983
De OY-GAK (c/n 0085) kwam in augustus 1983 te Rotterdam aan waarna men pogingen deed het toestel hier in Nederland te verkopen.
Hoewel er diverse serieuze gegadigden
waren kwam het tenslotte in Duitsland terecht als D-EDXT.
*
American General AG-5B Tiger
=
N4077Y
(c/n 10149) werd op 4.5.1993 op Eelde afgeleverd en zou, naar men zei, Nederlands
worden. Ging echter naar Duitsland als D-EJMO.
* American
General AG-5B Tiger
1994
Bij
de RLD kwam het bericht binnen dat kenmerk OY-CKZ (c/n 10131) doorgehaald was.
Het toestel werd later in Duitsland ingeschreven als D-EAGT.
*
Anfänger
1933
De
Arnhemsche Zweefvlieg Club vroeg op 1 juli 1933 een BvL aan voor een Anfänger
met constructienummer 76. Mogelijk betrof dit de latere PH-15.
*
Ansaldo SVA
1936
Op 1 januari 1935 maakte de I-AAXC een noodlanding bij Dinteloord. De eigenaren gaven opdracht de lichte schade te repareren maar verzuimden het toestel weer op te halen. Toen de reparateur (een garagebedrijf!) failliet ging, werd het toestel geveild en gekocht door J.A. Jansen te Bergen op Zoom. Deze was secretaris van de RK Brabantsche Aeroclub en deze club wilde het toestel in Nederland laten inschrijven.
Voordat duidelijk was of dit al of niet mogelijk
was bleek de zaak juridisch toch niet rond te zijn en moest hij het toestel
weer aan de vroegere Italiaanse eigenaren terugverkopen.
Hierna deed de heer Jansen verwoede pogingen een ander motorvliegtuigje te bemachtigen.
Hiertoe werd eerst serieus gedacht aan een Aeronca Model KC en daarover werd eind 1937 ook correspondentie gevoerd met de fabriek.
Eveneens werd contact gelegd met Smoliner & Kratky te Wenen over de Miles M.2T Hawk Trainer OE-DKA (c/n 222, Ex: G-ADNK).
Beide aankopen gingen niet door.
*
Antonov AN 12
1991
Eind 1991 werd Aero Charter International/Euravia/SAFE (zie Lockheed Hercules) overgenomen door het (Russische) Transworld Marine Agency.
De bedoeling was te gaan opereren met een vloot bestaande uit een gehuurde Hercules en toestellen van het type AN 12 (type-certificaat al
aangevraagd), AN 124 en IL 76.
*
Antonov AN 14
1966
Het Russische bedrijf Avio-Export maakte bekend dat er een dergelijk toestel naar Nederland verkocht zou zijn.
Het zou nog hetzelfde jaar -samen met een eveneens
gekochte Mi-6 helikopter- afgeleverd worden.
*
Antonov AN 124
1991
Zie
hierboven bij AN 12.
*
ASW Skytracker
1981
De Koninklijke Zuid-Hollandse Maatschappij voor het Redden van Schipbreukelingen te Rotterdam was geïnteresseerd in de toepassing van ultra-lichte vliegtuigen. Zij kochten een Skytracker (c/n 01) van J. Beuker te Vlissingen en vroegen daar op 25 juni een BvI voor aan.
Niet ingeschreven. Later kochten ze ook nog de
PH-1L5.
*
Auster J/1 Autocrat
1957
In september werd de inschrijving van G-AJRN (c/n 2612) doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.
Het toestel dook echter weer op in Ierland als EI-AUM.
* Auster J/4 2009
Willem den Baars te Burgh-Haamstede heeft in zijn verzameling de complete Auster OY-ECG (c/n 2071, ex. D-EFYW, D-ECYS, LX-REX, G-AIJO).
De restauratie is vergevorderd, de vleugel is klaar, de romp
is in opbouw en de motor moet nog gereviseerd worden.
*
Auster AOP Mk.9
1987
Harry Bogaerds schafte zich in 1987 een exemplaar van dit type aan. Het toestel bleef in Engeland om daar gerestaureerd te worden.
Helaas is er nog geen identiteit
bekend.
G-AJUD (c/n 2614) werd ernstig beschadig door een storm. In dit jaar kwamen de gedemonteerde resten naar Nederland voor reparatie/herbouw.
Dat plan ging niet door en de zaak werd in ongewijzigde toestend naar Engeland terug gebracht.
*
Avialsa Scheibe A.60
1984
F-CDLQ
(c/n 139) werd in beschadigde toestand geïmporteerd. Heeft geruime tijd op
Ypenburg gelegen en is nu opgeslagen bij H. Beerens te Oosterhout.
*
Aviolanda jager-project
1939
Vlak voor de oorlog was dit project in het mock-up stadium maar werd toch opgegeven. Het was een ontwerp van dhr. Routnay, een Hongaar die in Oostenrijk had gestudeerd.
Het project werd beëindigd toen Aviolanda het te druk kreeg met de
licentiebouw van de Do 24 vliegboten voor de Marine Luchtvaart Dienst.
*
Avro 536
1920
De
inschrijving van G-AEHA werd in september van dit jaar doorgehaald met het
commentaar "To Holland"
*
Avro York
1944
Volgens berichten uit die tijd zou de KLM op 24 februari een viertal toestellen van dit type besteld hebben. In deze tijd circuleerden er voortdurend geruchten over aanschaffingen door de KLM, vermoedelijk waren deze geruchten niet meer dan een middel om de Amerikaanse autoriteiten onder
druk te zetten.
* Ayres
S2R-T331 Turbo Thrush
1983
In april 1983 was N9486Q (c/n 2504R) op Oostwold en zou kandidaat voor ons register zijn.
Het toestel vliegt nog steeds met Amerikaans kenmerk voor Aero
Service BV vanaf Lelystad.
* Ayres
S2R-T331 Turbo Thrush
1983
Ook EC-DDQ (c/n 2420R, Ex: N5056X) werd dit jaar voor het eerst (gedemonteerd) op Oostwold gezien.
De heer Van der Meulen verklaarde destijds dat het toestel weer door hem opgebouwd en Nederlands geregistreerd zou worden.
Medio 1993 werd
op Lelystad een begin gemaakt met de herbouw, terwijl er ook nog steeds sprake
is van export naar de Verenigde Staten waarbij kenmerk N4005 wordt genoemd.
*
Ayres Loadmaster
1999
De
luchtvaartpers meldde een bestelling van vijf van deze toestellen door M.J.M.
Duijvestijn, en later zou de bestelling nog uitgebreid zijn tot tien
exemplaren.
* B-3
1938
In de periode 1 januari 1938 t/m 1 mei 1940 meldt Officier H.J Takens in zijn maandoverzichten over vliegtuigbouw in Nederland de bouw van een B-3.
Wat dit
voor toestel was is helaas niet bekend.
*
BAC Drone
1935
In het midden van de jaren dertig werd een exemplaar van deze motorglider geïmporteerd met de bedoeling dit type hier in licentie te gaan bouwen.
Het initiatief liep
op niets uit en de G-ADPJ (c/n 7) ging weer terug naar Engeland.
*
BAC 111
1968
In 1968 huurde de KLM voor een aantal maanden de G-ATPJ (c/n 33) van British Eagle. Dit is natuurlijk niet echt een kandidaat voor het N.L.R.,
er worden wel
vaker toestellen gehuurd, maar omdat het toestel geheel in KLM-kleuren vloog
wordt het hier toch vermeld.
Trouwens, al eerder was dit type 'in beeld' geweest.
Op 2.10.1964 demonstreerde de G-ASJF op Schiphol en later die maand bezocht een KLM-delegatie de fabriek.
In maart 1965 zou er nog een automatische bllindvliegdemonstratie gegeven worden, maar omdat de keus inmiddels op de DC-9 was gevallen,
werd die op het laatste moment
afgelast.
* Bannet SV.2
1936
Op
22 mei 1936 diende de Vliegtuigenfabriek Bannet te Zeist een BvL-aanvraag voor
dit te bouwen sport- en lesvliegtuig.
Hierbij
werd fabrieksnummer B.3 opgegeven.
Het toestel was ontworpen door ene heer Groot die in dat jaar ook met de bouw startte.
Ondanks de herhaaldelijke verzekering dat de bij de aanvraag behorende tekeningen en berekeningen zouden worden ingeleverd is dat slechts in
laag tempo en mondjesmaat gebeurd. Bovendien bevatten die berekingen zóveel fouten dat de RSL besloot om in de vorm van studieproject voor
nieuwe personeelsleden
alle berekingen over te doen.
In 1939 werd de heer Bannet het advies gegeven zijn aanvraag in te trekken. Dat advies volgde hij op 27.6.1939 op en op 14.7.1939 werd hem
officieel
medegedeeld dat de keuringswerkzaamheden gestaakt waren. Het is dus nooit
afgebouwd.
*
Barrett Gyrocar
1963
Gerrit te Pas te Halle begon dit jaar met de bouw van een exemplaar. Het toestel werd slechts half afgebouwd en belandde op de schroothoop.
Zie verder bij PH-PAS.
* B.A.T.
F.K.23a Bantam
1925
In november werd een BvI aangevraagd door de NV Nationale Vliegtuig Industrie. Omdat er geen toezicht bij de bouw was uitgeoefend werd een
BvL (en dus ook een BvI) geweigerd.
Mogelijk betreft dit de (H-NACQ). In 1924 was een dergelijk
verzoek ook al eens afgewezen, dat was dus mogelijk de (H-NACH).
*
Baumhauer zweefvliegtuig
1910
Samen met de gebroeders Jhr. P.J. en Jhr. W. Six bouwde ir. Baumhauer een tweedekker zweefvliegtuig met een spanwijdte van tien meter.
In de duinen bij Zandvoort
werd op de hellingstijgwind gezweefd.
*
Baumhauer helikopter
1925
Als reactie op een in Engeland uitgeschreven wedstrijd voor de bouw van een helikopter werd in Nederland opgericht de "Vereeniging voor de eerste Nederlandse helicoptère".
Deze bouwde met behulp van diverse bedrijven en instanties (Fokker, Werkspoor, Pander, NVI, LVA) de door Ir. Baumhauer ontworpen helikopter.
Vanaf 17 september 1925 werd het toestel regelmatig
gevlogen. Op 29 augustus 1928 werd het toestel bij een ongeval totaal vernield.
* Bede
BD-5
=
De
heer Pouw uit Naarden zou medio 1990 bezig zijn met een toestel van dit type.
*
Beech AT-11 Kansan
1979
Tegen het eind van dit jaar begon de heer J.I. Roos te Soest de mogelijkheden te onderzoeken twee AT-11's uit Brazilië in te voeren.
Op 19 juni 1981 werd de RLD formeel verzocht hem over de administratieve en operationele aspecten van deze zaak in te lichten.
Het betrof de PT-KUS en PT-KUT (resp. c/n 3703, Ex: FAB.1524, 42-37220, en c/n 4588, Ex: FAB.1363, 42-37592) van de firma Prospec SA te
Rio de Janeiro, welke hij van plan was in te gaan zetten bij vliegshows,
paravluchten etc. Het ging dus helaas niet door!
*
Beech 17E
1935
Op 13.3.1935 vroeg de Nederlandse Beech-vertegenwoordiger, Van Merkensteyn's- Handelmaatschappij te Rotterdam, een Bewijs van Gelijkstelling
voor een toestel van dit type aan. In deze periode speelden ook de problemen betreffende de luchtwaardigheid van de DC-2 die ondanks een
Amerikaans BvL niet aan de Amerikaanse voorschriften bleek te voldoen.
Op 3.4.1935 werd de aanvraag weer
ingetrokken. Niet bekend is echter of deze zaken iets met elkaar te maken
hadden.
*
Beech G18S
1972
SE-BTS (c/n 8343, Ex: 44-87103, NC79848) werd naar Nederland verkocht en bij de KLM van haar kenmerken ontdaan.
In hoeverre het toestel een serieuze kandidaat was is mij niet bekend. Het werd later naar Zwitserland verkocht als HB-GAC en behoort momenteel
tot de collectie van het Fliegermuseum te Dubendorf.
*
Beech D18S
1977
In dit jaar wilde de Paraclub Icarus te Hilversum een Franse Beech kopen ter vervanging van hun Pilatus PH-OTB. Daar hadden ze nogal eens wat mee.
De RLD
weigerde een BvL te verstrekken.
*
Beech C18S
1971
De
heer C. Honcoop te Veen(NB) had in zijn bezit de D-IBUM met constructienummer
heer Korenhof te Utrecht waarna er verder
niets meer over is vernomen.
*
Beech 58 Baron
1980
Door de fabrikant werd een Nederlands type-certificaat aangevraagd voor N3717D (c/n TH-1181).
Het toestel zou op dat moment al van een Nederlandse eigenaar zijn.
*
Beech Bonanza
1979
De Kenya Seed Company Ltd. wilde een Beech kopen, die hier laten inschrijven en in Kenya exploiteren.
Mogelijk betreft het hierbij N60604 (c/n E-1538). In mei van
dit jaar benaderden ze bij monde van dhr. W.H. Verburgt, de RLD met de vraag
hoe een en ander in te richten. Bij nader inzien werd het hen allemaal te duur
en in juli 1979 deelden ze mede dat het plan niet door ging.
De
link tussen deze maatschappij en ons land is me trouwens niet zo erg duidelijk!
*
Beech A60 Duke
2000
De inschrijving van N541JA (c/n P-163) werd op 1 juni doorgehaald als zijn verkocht naar Nederland.
De RLD kreeg ook een doorhalingsverklaring, maar het
toestel is hier niet ingeschreven.
*
Beech 65-C90 King Air
1985
De
RLD kreeg de telex dat kenmerk ZS-INN (c/n LJ-523) op 15 februari 1985 was
doorgehaald. Eigenaar was de firma Temimex.
*
Beech 1900
1984
Netherlines BV tekende in augustus van dit jaar een 'letter of intent' voor drie van deze toestellen. In 1985 zouden deze gevolgd worden door
nòg 4 exemplaren.
*
Beech B200 King Air
1994
Jetnet informeert in januari 1994 bij de RLD naar de King Air met c/n BB-983 (=D-ISAZ) die op 12.7.1993 vanuit Duitsland naar Nederland
verkocht zou zijn.
*
Beech 200 Super King Air
1992
Van
een toestel van dit type kwam bij mij de melding binnen dat het in Nederland
zou worden ingeschreven. Dook echter op in Australië als VH-NSR.
Betrouwbaarheid van Nederlandse kandidatuur is dus twijfelachtig, vermoedelijk
een verwarring van VH met PH.
*
Bell 47
1987
De heer G. van den Boom te Beuningen wilde een exemplaar importeren en verzocht de RLD om nadere informatie over de inschrijving.
Het type moest opnieuw gecertificeerd worden aangezien het sedert 1972 niet meer in het N.L.R. ingeschreven was geweest.
Ik heb er verder niets meer over vernomen.
* Bell
UH-1B Iroquois
1994
Op
2 september kwam de melding van doorhaling binnen van EC-EHU en EC-EOG (resp.
c/n 401 Ex: 62-1881 en c/n 351 Ex: 61-771) bij de RLD binnen. De laatste vloog
daarna in Nederland als N98049 met MLD beschildering 220/V.
*
Bell 206A Jet Ranger
1990
D-HAVS (c/n 45038) werd door Heli-Holland BV te Emmer-Compascuum ingevoerd.
Al vrij
snel na de aankoop werd bekend dat het toestel niet Nederlands zou worden.
* Bell
206B Jet Ranger
1994
Op
14 juli kwam bij de RLD de telex binnen dat de dag ervoor de inschrijving van
C-GJIJ (c/n 758) was doorgehaald.
*
Bell 214ST
1987
G-BKJD
(c/n 28114) opereerde destijds voor de KLM in opdracht van de NAM. Was geen
kandidaat maar werd slechts gehuurd.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1955
In de loop van dit jaar voltooide ene heer Prinsen uit Delft een exemplaar van dit type. Er schijnt mee gevlogen te zijn.
In 1975 werd het aan de collectie van de
Aviodome toegevoegd.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1958
Gerrit
te Pas uit Halle begon in dat jaar met z'n eerste project. Gebrek aan onderdelen
en vakkennis zorgden ervoor dat het project niet afgemaakt werd. Zie verder bij
Barrett Gyrocar.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1960
De Jeugdluchtvaartbrigade van Den Haag was in het bezit van een zelfgebouwd exemplaar dat te zwaar gebouwd was en niet de lucht in wilde.
In 1962 bestond
nog het plan om een lichtere versie te gaan bouwen.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1960
Ferdie Meulenberg te Kortgene bouwde er een met de bedoeling er later drijvers onder te monteren.
M.J. Raaymakers en P.Th.C. Wilde te Helmond bouwden een Gyroglider en maakten er proefvluchten mee.
Daarna, op 1 augustus 1961, vroegen ze er een Bewijs van Luchtwaardigheid voor aan. Bij deze aanvraag voegden ze enkele foto's.
De volgorde van de bouw en de vergunningen was natuurlijk net verkeerd, dat zal dan ook wel de reden zijn dat er over het toestel niets meer vernomen is.
* Bensen B-8 Gyrocopter 1962
N. Hammer uit Epe(Gld.) wilde een Gyrocopter bouwen en vroeg of daar vergunningen voor nodig waren. Voor het bouwen natuurlijk niet, maar voor
het ermee vliegen geldt de luchtvaartwet, was het antwoord van de RLD. Ik weet niet of het er nog van gekomen is.
* Bensen B-7 Gyroglider 1962
De heer J.N. Lucas te Rijswijk besefte dat voor de bouw van en het vliegen met een Gyrocopter aan veel meer eisen voldaan moest worden dan
bij een Gyroglider. Dus wilde hij nader geïnformeerd worden hoe dat precies geregeld was in Nederland.
Feitelijk werden Gyrogliders min og meer behandeld als zweefvliegtuigen (vgl. de PH-257 van Leo Leenders).
Voor zover ik weet is er van bouw geen sprake geweest.
* Bensen B-7 Gyroglider 1963
Ook de heer A. Bosman te Eindhoven had serieuze plannen een Gyroglider te bouwen en die eventueel later te voorzien van een motor.
Hem werden de eisen die aan e.e.a. worden gesteld uit de doeken gedaan. Het toestel is er, voor zover ik weet, niet gekomen.
* Bensen B-7 Gyroglider 1964
De plannen van J. de Winter te Wolvega waren identiek aan die van de heer Bosman hierboven. En het resultaat ook, oftewel, niets meer over gehoord.
* Bensen B-7 Gyroglider 1965
De heer Jurgens liet zich met een Gyroglider, voorzien van drijvers, slepen boven de Loosdrechtse plassen.
Dat leverde hem een proces verbaal op, hem werd een overtreding van de Luchtvaartwet ten laste gelegd.
De heer Jurgens 'liet de zaak voorkomen' en op 9 april deed de de kantonrechter uitspraak.
Hij oordeelde dat een Gyroglider geen luichtvaartuig was en dientengevolge niet onder de Luchtvaartwet valt.
De heer Jurgens werd vrijgesproken van het ten laste gelegd.
Een ander gevolg was dat de inschrijving van de Gyroglider van Leo Leenders in het N.L.R. (de PH-257) doorgehaald diende te worden.
Het
was immers geen luchtvaartuig meer!
*
Bensen B-7 Gyrocopter
1967
De
heer P. Hanse uit Noordwelle wilde een Gyrocopter bouwen en bovendien bij zijn
boerderij een baan aanleggen zodat hij van huis uit kon vliegen. Uitreiking van
een BvL was onmogelijk omdat in de Verenigde Staten nooit een type-certificaat
afgegeven was dat als basis voor een BvL zou kunnen dienen. En dat vliegveld
naast de deur was helemaal een utopie.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1967
Henk J. Vinke en Eddy Pot bouwden er een in de garage van het huis van bewaring te Arnhem. Er zijn sleepproeven mee uitgevoerd.
Het is mij niet bekend of er,
zoals de bedoeling was, ook nog een motor ingebouwd is.
*
Bensen B-6 Gyroglider
1974
Carel Verlaan (PH-VER, PH-GYR) bouwde als voorbereiding eerst een gyroglider waarmee in het begin van dit jaar taxi-testen op Rotterdam
werden uitgevoerd.
*
Bensen Gyroglider
1980
Carel
Verlaan bouwde ook een twee-persoons glider voor instructie. Mogelijk is dit
echter hetzelfde toestel als het hierboven genoemde.
*
Bensen B-6 Gyroglider
=
Er moeten in het begin van de jaren vijftig twee Gyrogliders gebouwd zijn in Volendam en Nijmegen. De eerste zou later naar België verkocht zijn.
Meer
informatie is méér dan welkom!
*
Bensen B-7 Gyrocopter
1978
De heer W. de Jong te Orangepark, Florida, wilde een in Amerika gebouwd (of te bouwen, dat is niet geheel duidelijk) exemplaar invoeren en
nam hierover
contact op met de RLD. Verder is er niets meer over vernomen.
*
Bensen B-8M Gyrocopter
198.
Het
duo W.J.L. Dinkla en W. Keur te Dwingelo hadden vergevorderde plannen er een te
bouwen. Ze hadden tekeningenset FB8M109 al in huis. Gezondheidsproblemen van de
heer Keur maakten een eind aan het project vóór er van 'hardware' sprake was.
*
Bensen B-8M Gyrocopter
198.
Tenslotte een foto van een Bensen die tot nu tot niet geïdentificeerd kon worden. Op de staart staat "The Flying Dutchman" en mogelijk is het een
van de
hierboven genoemde toestellen.
*
Van den Berg Staalvogel
=
Hans
van den Berg uit Baambrugge heeft vijf(!) maal een vliegtuig gebouwd, vanaf
1962 bouwde hij drie toestellen die echter geen van alle gevlogen hebben.
Zijn
vierde project (Staalvogel 4) was in 1968 klaar en kwam op 5 juli van dat jaar
inderdaad van de grond: "Het mini-vliegtuig, met vleugels van
boekbinderslinnen (Waterlooplein), met een scootervoorwiel als neuswiel, twee
motorfietswielen als landingsgestel, een automotor en hier en daar wat
elektrapijp verhief zich, bestuurd door Skylight-directeur Johan Daams, op
Hilversums vliegveld ongeveer
Grootste hoogte die bereikt werd,
was ongeveer
Commentaar van Daams: "Werkelijk, met dit vliegtuigje tart je de wetenschap"!
Op dezelfde dag vloog ook de bouwer zèlf met z'n creatie, maar hij schrok zó van de bereikte hoogte dat hij de stick naar voren duwde en het toestel
tegen de grond vloog. Het is niet meer gerepareerd.
Later
bouwde hij de Staalvogel 5, de PH-BER, en daarbij zouden nog delen van de
Staalvogel 4 gebruikt zijn.
*
Blériot
1911
NV
Rotterdamsche Vliegvereniging bood eind februari of begin maart een
Blériot-eendekker aan de Nederlandse regering aan.
*
Blériot Spad
1920
Met als voorbeeld de SPAD-jager die in 1917 door de LVA werd geïnterneerd, bouwde de KROMHOUT-motorenfabriek te Amsterdam een kopie.
Nadat het vrijwel voltooide
toestel, samen met het voorbeeld, weer door de LVA werd overgenomen, bleek bij
keuring dat het toestel "niet voldoende betrouwbaar was
geconstrueerd". Het werd afgeschreven.
*
Boeing 307 Stratoliner
1939
De KLM had optie genomen op drie exemplaren, na het verongelukken van Ir. A.G. Baumhauer in maart van dat jaar tijdens een proefvlucht met
zo'n type was er
van een bestelling natuurlijk geen sprake meer.
*
Boeing N2S-3
2007
Als sedert het begin van de jaren negentig is de N68941 (c/n 75-8044, BuNo38423) gestationeerd op Budel en zo af en toe waren er geruchten
dat hij in het N.L.R. zou worden opgenomen.
In 2007 was het de eerste keer dat het meer dan een
gerucht was, er was in ieder geval contact met IVW over deze zaak.
*
Boeing C-97 Stratocruiser
1946
In september 1946 annonceerde de Stoomvaart Maatschappij Nederland grootse plannen voor een luchtvaartmaatschappij.
Het materieel zou in eerste instantie bestaan uit 4 Lockheed Constellations, 4 Douglas toestellen die niet nader gepreciseerd werden (vrijwel zeker DC-4-en) en 4 Boeing Stratocruisers.
De plannen waren
dermate concreet dat ook de afleveringsdata bekend gemaakt werden,
respectievelijk in maart, juni en augustus 1947.
*
Boeing 727
1963
Hoewel de KLM nooit met dit type heeft gevlogen, was er zeker wel serieuze belangstelling. Op 23 oktober werd een proefvlucht c.q. demovlucht
gemaakt met een hoge KLM-delegatie (directie niveau) die vergezeld was van een aantal RLD-specialisten.
Van een bestelling is het echter niet gekomen.
*
Boeing 737
1975
Sunair-Nederland,
een reisorganisatie, wilde er een aanschaffen. In het persbericht stond dat het
toestel door Transavia zou worden geëxploiteerd. Desgevraagd wist directeur
Hanrath echter van niets.
* Boeing
737
1992
Bij de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van LN-BRW (c/n 25792) op 24.9.1992 was doorgehaald.
Of het toestel kandidaat voor het N.L.R. was, is niet meer na te gaan. Het ging naar Volksrepubliek China als B-2591.
Mogelijk
was de melding van doorhaling alleen maar omdat Norske Finance Nederland BV te Rotterdam
eigenaar was.
*
Boeing 737-4YO
2002
De
inschrijving van VH-VGD (c/n 23980) werd doorgehaald op 30 april. Hiervan werd
melding gedaan bij IVW. Het toestel ging naar België als OO-VJO.
*
Boeing 747
2006
Bij IVW kwam op 7 november de bekende 'non-registry' telex binnen, d.w.z. de verklaring van deze 747 met c/n 35232 niet Amerikaans geweest was.
Dat is de
voorbode van een naderende inschrijving. Het toestel werd echter ingeschreven
in België als OO-THA.
*
Boeing 757
2002
De
doorhaling van de inschrijving van EC-FYJ (c/n 26242) werd op 12.7.2002 bij de
IVW gemeld. Het toestel ging naar IJsland als TF-FIT.
*
Bombardier CL-600-2B16
2005
De inschrijving van het Canadese kenmerk C-FEUR (c/n 5577) werd doorgehaald op 26 april. Hiervan werd melding gedaan bij de IVW.
Of er echt plannen waren voor
inschrijving in het N.L.R. kan ik niet nagaan. Het toestel ging naar België als
OO-KRC.
* Borgmann
1992
Bennie Borgmann uit Barger Compascuum haalde de locale pers met zijn eigenbouwproject. Een éénmotorige hoogdekker met een spanwijdte
van zeven meter en uitgerust met
een motor van 39pk uit een Citroën 2CV.
*
Bos slagvleugelvliegtuig
1936
Ene
heer Bos te Weesp bouwde in de jaren 1935/1936 een zweefvliegtuig met bewegende
vleugels. Het heeft niet gevlogen.
*
Bristol Freighter
1958
In
de tijd dat Martin's Air Charter werd opgericht werd gepubliceerd dat er een
optie op twee van deze toestellen had genomen.
* Britten-Norman
BN2A-26 Islander
2008
De inschrijving van N62183 (c/n 592) werd doorgehaald op 19.2.2008. De FAA stuurde een kennisgeving daarvan naar IVW, het toestel kwam
echter niet naar Nederland
maar ging naar de Nederlandse Antillen als PJ-EZR.
*
Bücker Bü 131 Jungmann
1936
Wat de betekenis hiervan is blijft onbekend.
*
Bücker Bü 131 Jungmann
1947
Hein Bulten (Frits Diepen Vliegtuigen) en Eelco Schuller (Bureau Luchttoerisme KNVvL-ANWB) haalden zo'n vliegtuig op uit Zwitserland.
Vlak daarop gaf Gerben
Sonderman er een demonstratie mee op Ypenburg.
*
Bücker Bü 133 Jungmeister
1945
Op een document uit dit jaar blijkt dat Prins Bernhard ook in aanmerking wenste te komen voor een Jungmeister.
In hoeverre er van een concreet toestel sprake is
geweest kan niet beoordeeld worden.
Trouwens,
in hetzelfde document wordt ook aangegeven dat er een B-25 Mitchell aangevraagd
werd.
* Buijster
gyrocopter
1994
Sjaak Buijster heeft zelf een door een Trabant-motor aangedreven gyrocopter ontworpen. De bouw werd in 1994 gestart en de motor heeft met
de eveneens zelfgebouwde propeller al proefgedraaid op een tijdelijke, wèl op een gyrocopter lijkende, constructie.
Streefjaar voor de eerste vluchten was het
jaar 2000.
De heer S.G. Vonken te Heerlen kondigde aan ter vervanging van de PH-STV een Belgisch exemplaar te willen aanschaffen en informeerde bij
de RLD naar de te volgen procedure om het toestel in Nederland te laten certificeren.
Het betrof hier de OO-BNG (c/n 8) en hoewel de RLD zich wat betreft de BvL-uitreiking nogal soepel opstelde is het toestel weliswaar aangekocht
maar niet in het N.L.R. opgenomen.
Het werd werd, ook nog in 1983, HB-MSF en later F-GOSL, F-AZLS.
*
Cameron Ax7-77
=
Constructienummer
002 zou in de jaren tachtig kandidaat geweest zijn.
*
Canadair C-4 Argonaut
1960
Volgens
krantenberichten zou Martin's Air Charter destijds G-ALHY (c/n 170) van Overseas
Aviation gekocht hebben.
*
Canadair CL-41 Tutor
1961
Een exemplaar van dit type (de CF-LTW-X) werd dit jaar hier gedemonstreerd voor de Rijksluchtvaartschool.
Die van aankoop afzag en de Morane Saulnier Paris
aanschafte.
*
Canadair CL-44
1961
In
de pers werd gemeld dat de KLM een bestelling op dit toestel serieus overwoog.
*
Carley
1921
In
april van dit jaar wordt gemeld dat Joop Carley een twee-motorige, 16-persoons
eendekker aan het bouwen is.
* CASA
1-131-E
1993
Bij de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van N89542 (c/n BV2134) op 22.7.1993 was doorgehaald.
Als eigenaar werd opgegeven als Brooks/Schermer Voest.
De laatste is ongetwijfeld de M.I.M. Schermer Voest van de (PH-DLK).
*
CASA CN.235
1992
Behalve de plannen met Hercules, AN 12, AN 124 en IL 76 had de directie van Euravia/SAFE ook plannen twee toestellen van dit type aan te schaffen.
In
februari 1992 werd er een op Zestienhoven voor hen gedemonstreerd.
* Carmam M.200 Foehn
2006
Sinds 2006 wordt BGA2978/EVC (c/n 55, ex F-CDKT) op Soesterberg gerestaureerd.
Of het
daardoor een kandidaat voor het N.L.R. is/wordt kan ik niet beoordelen.
*
Caudron C-801
1990
De "Dutch Aircastle Society" (4 VHZ-leden) kochten in november de al gerestaureerd BGA2963/EHF (c/n 4, Ex: F-CBTE) in Frankrijk.
Het toestel was in
dermate goede staat dat er een week later al mee gevlogen werd.
Begin jaren negentig bij een boomlanding ernstig beschadigd. Hierop werd de romp van F-CBTD (c/n 319/3) in België aangekocht en de
hele zaak is nog steeds
opgeslagen te Hilversum in afwachting tot herbouw.
*
Cessna UC-78 Bobcat
1970
HB-UEF (c/n 5253, Ex: 43-7733) werd naar Nederland verkocht. Het toestel heeft enige tijd vanaf Teuge geopereerd maar is daarna naar
België verkocht als OO-TIN.
Later naar Frankrijk en is daar nu eigendom van het museum te Angers.
* Cessna
150M
1996
Op
24 september werd de inschrijving van N45448 (c/n 15076926) doorgehaald i.v.m.
verkoop naar Nederland.
*
Cessna 170B
1962
De inschrijving van D-EMAN (c/n 26800, Ex: N4456B) werd doorgehaald op 12 november. Het toestel was verkocht aan de Gemeenschap van
Christenen te
Vroomshoop. Verwoede naspeuringen in kerkelijk Vroomshoop hadden helaas geen
resultaat.
* Cessna
170B
1985
In dit jaar werd er een BvL aangevraagd voor G-AORB (c/n 20767, Ex: OO-SIZ, N2615D).
Er ontstond enige verwarring/onenigheid over de eisen die aan een dergelijk, toen al historisch, vliegtuig konden worden gesteld.
Het toestel
bleef in Engeland.
*
Cessna 170B
1991
Bij
de RLD kwam de melding van doorhaling per 7.3.1991 binnen van N3088A (c/n
25732). In 1996 was het toestel nog steeds, met z'n Amerikaanse kenmerk, op
Lelystad gestationeerd.
*
Cessna 172B Skyhawk
1981
De destijds in Engeland woonachtige D.H. van Staveren was de trotse eigenaar van de G-ARCM (c/n 17247852), de oudste van dat type in het
Engelse register. Hij
meldde aan de RLD dat het toestel bij zijn terugkeer naar Nederland hier
ingeschreven zou worden.
*
Cessna 172E Skyhawk
1981
Op Teuge was de N4902D (c/n 17251002) aanwezig, die òf Nederlands zou worden òf naar Ghana zou gaan. Volgens de laatste berichten vliegt
het toestel echter nog
in Duitsland.
*
Reims/Cessna F177RG Cardinal
1977
De inschrijving van G-AZKH (c/n F177RG0049) werd in september doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.
Hoewel de nieuwe eigenaar A.A.A. Reijs
inderdaad Nederlander was, is het toestel hier nooit ingeschreven.
*
Cessna 182E Skylane
1984
De heer J.M. Bek te 's-Gravenhage wilde zijn Skylane 5H-BEK (c/n 53812, Ex: N2812Y) naar Nederland halen en hier laten inschrijven.
Hiertoe verzocht hij de RLD om
informatie betreffende de procedure.
*
Cessna 182P Skylane
1975
Twee
jaar lang was de D-EBSP (c/n 1826360) in Nederland actief en dook het gerucht
op dat hij hier verkocht zou worden/zijn.
*
Cessna 182S Skylane
2000
De inschrijving van N23754 werd in augustus doorgehaald als zijn verkocht naar Nederland.
Werd hier echter niet ingeschreven in het N.L.R. maar in Groot
Brittannië als G-LVES.
*
Cessna R182 Skylane
1988
In 1988 arriveerde op Budel de N4788S (c/n R18201429) die naar men destijds beweerde, Nederlands zou worden.
Omstreeks 1993 nog steeds gestationeerd op Budel
maar inmiddels niet meer.
* Cessna
R182 Skylane
1995
De
inschrijving van N5149T (c/n R18201823) werd op 17.11.1995 doorgehaald als
zijnde verkocht naar Nederland.
*
Cessna A188B AGtruck
1984
G-BKKA (c/n 18800319T) kwam op 19 april vanuit Leeds in Nederland aan. Het staat niet vast of dit een serieuze kandidaat was.
Het toestel werd een jaar later in
Finland ingeschreven met kenmerk OH-CIY.
*
Cessna U206G
1978
Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam een telex van de FAA binnen, waarin verklaard werd dat de inschrijving van N756JN (c/n U20604129)
doorgehaald was op 23
augustus.
*
Cessna TU206G Turbo Stationair
1992
European Aviation Services BV te Schiphol wilde in oktober de N756QY (c/n U20604283) kopen.
Aangezien het toestel voorzien was van auxiliary bladder type brandstoftanks in beide vleugels had het een Supplementary Type Certificate.
De vraag was of dit een bezwaar zou zijn voor inschrijving in het N.L.R.
Het antwoord is mij niet bekend, maar aangezien het toestel niet ingeschreven werd zal het wel een bezwaar geweest zijn.
Mogelijk betreft de reservering van
kenmerk PH-ALJ dit vliegtuig.
*
Cessna P210N Centurion II
1987
N4953K
(c/n P21000380) werd ingevoerd door General Aviation Service BV te Hoogeveen.
Werd echter D-EAOH.
*
Cessna T210N Turbo Centurion II
1983
De doorhaling van D-EJWS (c/n 21063877) werd op 13 juli 1983 door LBA Braunschweig aan onze RLD gemeld.
Het toestel ging naar Soedan en werd daar ST-NUR.
*
Cessna 402B
1978
Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam een telex van de FAA binnen, dat de inschrijving van N6388X (c/n 402B-1351) doorgehaald was op 26 juli.
Het toestel ging naar
Zweden en werd daar SE-GEH.
*
Reims/Cessna F406 Caravan II
1989
Op 30 mei werd voor constructienummer F4060037 een BvL voor Export naar Nederland uitgereikt.
Het toestel ging in augustus 1989 naar Duitsland als D-ICAS.
*
Reims/Cessna F406 Caravan II
1999
Op
29 april werd de inschrijving van N744C (c/n 0062) doorgehaald als zijnde
geëxporteerd naar Nederland.
*
Cessna 414
1977
D-IMUK (c/n 414-0847, Ex: N3844C) werd aangekocht door Air Service Holland BV te Teuge.
Het toestel zou een Nederlands kenmerk krijgen.
*
Cessna 421B Golden Eagle
1976
De
G-BCED (c/n 421B0600) werd via Air Service Holland BV te Teuge, naar Duitsland
verkocht als D-IOLV.
*
CFM Shadow
1985
Op
25 februari kwam bij de Rijksluchtvaartdienst een telex van de CAA binnen,
waarin verklaard werd dat G-MMYD doorgehaald was op 22 februari. Volgens Britse
bronnen werd het toestel verkocht aan DHV Raadgevend Ingenieursbureau.
*
Chevvron 2-32
1989
De
inschrijving van G-MVVV (c/n 066) werd op 21 juli doorgehaald als zijnde
verkocht naar Nederland.
*
Chrislea Ace
1946
Op 14 februari meldde de heer H.J. Takken van de Firma F. Roeloffzen te Enschede aan de Raad van Toezicht van NV Luchtvaartterrein Twente,
dat deze firma “zeer binnenkort een klein sportvliegtuig, nl. een Chrislea Ace” zou importeren.
Het bedrijf vroeg daartoe een bewijs van voorkeur voor “het verleenen van
een exploitatierecht tot het uitoefenen van het luchttaxiverkeer”.
Er is destijds wel met een Ace gedemonstreerd op Ypenburg hoewel de importeur Schreiner verder weinig zichtbare moeite deed het toestel
hier (voor 5500,- per
stuk) aan de man te brengen.
*
Colt 21A Cloudhopper
1986
Tegen
het eind van dit jaar werd G-BMBG (c/n 689) doorgehaald als zijnde verkocht
naar Nederland.
*
Conijn
2000
Hoewel zeker geen kandidaat voor het N.L.R. toch vermeldenswaard. De kunstenaar Joost Conijn bouwde behalve een houten auto ook een vliegtuig waarmee hij inderdaad in de woestijn in Morakko gevlogen heeft.
Later herhaalde hij dat nog
eens in Tsjechië met een bouwsel waarop een Tsjechisch kenmerk OK-KUL 09 was
aangebracht. Hiermee crashte hij.
*
Consolidated PBY-5A Catalina
1953
De
Bataafsche Petroleum Maatschappij vroeg op 20 maart een BvL aan voor de door
Canadian Vickers gebouwde Catalina VP-KKJ (c/n CV593, Ex: SE-BUB, SE-XAD,
VT-DEX, VR-HDS, PI-C258, (BuNo.68046), 42-34082).
Het toestel was naar Londen overgevlogen en zou daar door RLD-functionarissen gekeurd worden.
De inschrijving ging om onbekende redenen niet door. Het werd
daarna naar de Verenigde Staten verkocht als N1508V.
*
Consolidated PBY-5A Catalina
1962
Flashband Flight Advertising System deelde op 28 september aan de Rijksluchtvaartdienst mede dat ze serieus overwoog een Catalina aan te
schaffen en informeerde tegelijkertijd in hoeverre op problemen bij aanvraag voor een Nederlandse BvL moest worden gerekend.
Dat bleek aanzienlijk te zijn, als er zes jaar geen toestel van een bepaald type ingeschreven was geweest, werden aan het weer in te schrijven
toestel de dan geldende certificatie-eisen gesteld.
En dat betekende een compleet nieuwe procedure die, door de onmogelijkheid de kosten over meerdere toestellen te verdelen, economisch
zeer onaantrekkelijk was. De Catalina is er dus niet gekomen. Zie verder bij Grumman Mallard!
* Convair B-24 Liberator 1945
Direct na het afwijzen van de vraag om 14 Douglas C-54J werden pogingen gestart om in plaats daarvan Liberators te bemachtigen.
Dat leek succes te hebben.
Onze Ambassadeur meldde dat de FEA hem een zevental omgebouwde C-87 Liberators had aangeboden en vroeg hoe nu te handelen.
Hij kreeg het groene licht voor de aankoop van 7 exemplaren, hoewel de minister de voorkeur gaf aan huren.
Hoewel de vlak daarna tóch goedgekeurde aanvraag voor de C-54's (zie daar) buiten deze transactie zou staan, mogen we ervan uitgaan dat
daardoor deze Liberators toch niet werden afgenomen..
* Convair
B-24 Liberator
1945
In deze periode deed de KLM allerlei pogingen om in de behoefte aan materieel in de na-oorlogse periode te voorzien.
Zo werd serieus de ombouw van B-17's en B-24's onderzocht.
De plannen met de B-24 waren dermate serieus, dat voor ombouw geschikte kandidaten -in Zweden- werden geïnspecteerd.
SAAB bracht een
offerte voor de conversie uit. De
geïnspecteerde toestellen waren:
B-24J: 44-40106,
44-40142, 44-40195, 42-50649, 42-50770, 42-50648
B-24H: 42-51079,
42-95125, 42-28945, 42-51213, 42-52244
De
volgorde waarin ze hier genoemd worden was de volgorde van voorkeur van de
inspecteurs. Zie ook bij Avro York.
* Convair T-29B
1981
Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam de volgende telex binnen: "this is to certify that the following described aircraft has been removed from the
ivory coast
register on the 1st march 1981 stop regisvpmgwtnsw zatlg model convair 240-27
serial 285 stop owner weendy holding w.h.e. whestships agencies b.v. stop pob
63039 rotterdam stop west netherlands stop director of ivory coast cv aviation
stop and end".
Op
11 januari 1980 arriveerde N99653 op Rotterdam, de bemanning verklaarde
desgevraagd dat de eigenaar Weendy Aircraft Corp. was en dat het
constructienummer 270 was. Er heerst enige verwarring betreffende de juiste
identiteit, bij de verkoop van 51-
Er deden onbevestigde geruchten de ronde over de toekomst van dit exemplaar, het zou door drie Nederlandse zakenmensen gekocht zijn om
na overhaul bij Aviolanda te worden
ingezet voor chartervluchten.
*
Convair 880
1962
Er was sprake van de aanschaf van zes van deze toestellen door de KLM.
Twee zouden
van Swissair worden gekocht en de andere vier van Hughes Tool Company.
*
Convair 880
1963
In april 1963 charterde de KLM trouwens voor 3500 uren zo'n Convair (c/n 37, YV-C-VIG) van VIASA en die werd aan één kant van
KLM beschildering voorzien.
* Curtiss P.6 Hawk
1934
Als
voorbeeld voor de door Aviolanda te bouwen exemplaren van dit jachtvliegtuig
voor LA-KNIL schafte deze fabriek één exemplaar aan.
Het
betrof c/n 17 en was in de Verenigde Staten eerst ingeschreven als NR9W en na
een ongeval herbouwd als NR9110.
Zó werd het toestel hier gedemonstreerd door Jimmy Doolittle c.s.
Na gebruik werd het
toestel gedemonteerd en in de fabriek opgeslagen.
In september 1934 vroeg de heer F. ten Bos
naar de mogelijkheden voor de uitreiking van een Nederlands BvL aangezien hij
dit toestel wilde kopen.
Dat viel niet mee, als er een Amerikaans BvL kon worden getoond was een Nederlands BvG mogelijk, zo niet dan zou de hele keuringsprocedure
voor een normaal BvL
doorlopen dienen te worden. Op grond van de bij de RSL beschikbare gegevens was
een uitreiking zéér twijfelachtig.
Het
toestel ging tenslotte weer terug naar Amerika en dook daar in 1938 weer op als
NX9110.
*
Curtiss C-46 Commando
1962
Er zou een Nederlandse firma worden opgericht, die vanaf Schiphol en Beek zou gaan opereren met twee van deze toestellen.
Onderhoud zou door Aviolanda worden verzorgd. Drijvende krachten achter dit project waren twee directeuren van AVIAD Inc.,
een op Schiphol gevestigd adviesbureau/luchtvaartmakelaar, de heren W.H. Kennedy en R.L. Farquhar en verder zou de Raad van Bestuur uit drie Nederlanders bestaan.
Bij gunstige ontwikkeling was het de bedoeling om op
korte termijn met moderner materieel passagiers te gaan vervoeren.
In 1963 was het project weliswaar nog niet afgeblazen maar was het plan veranderd, de vliegtuigen zouden in Panama geregistreerd worden.
Waarschijnlijk omdat RLD-onderzoek naar de eigenschappen van dit type gerede twijfel hadden gezaaid of er ooit een Nederlands BvL uitgereikt
zou kunnen worden.
*
Daams
1940
Johan Daams, de latere directeur van Skylight BV, bouwde vlak voor de oorlog een éénpersoons vliegtuigje.
De bouw werd vanwege de oorlog niet voltooid, het vliegtuig heeft nog wel getaxied en de bouwer is er altijd van overtuigd gebleven dat het
zeker gevlogen zou hebben.
*
Dassault Mystère 20
1965
Martin's Air Charter overwoog de aanschaf van een Mystère om aan bedrijven te verhuren als charterjet.
Wèl diende dan een pool van bedrijven afname van minstens 1000
uren per jaar te garanderen. In juni werd een Mystère voorgevlogen op Schiphol.
* de
Havilland D.H.9
1921
Volgens
douane-gegevens werden behalve de vier in het eerste register genoemde
toestellen óók nog ingevoerd:
G-EAUQ H9125
met motor 6458
G-EAGY H9258
met motor 8490
* de
Havilland D.H.9C
1922
G-EAXG (D.516, D.H.9C/16) zou in juni 1922 aan de KLM verkocht zijn (A.J. Jackson) maar andere bronnen melden de ferry naar Spanje
op 26.1.1922 en daar
ingeschreven als M-AAGG.
*
de Havilland D.H.85 Leopard Moth
1934
J.J.
van der Leeuw kocht in april de G-ACLX (c/n 7036) van de Australische
record-vlieger Rubin, en verscheen daarmee op het pinkstervliegfeest te Eelde.
In juni vertrok hij ermee naar Kaapstad. Op de terugweg naar Nederland
verongelukte hij op 23 augustus onderweg van Mpika naar Dodoma.
*
de Havilland D.H.85 Leopard Moth
1935
Op de auto-RAI stond de Leopard Moth van H.Th. van Marken (zie PH-AJD en PH-KGH in het tweede register) nog met zijn Engelse kenmerken.
Het betrof (vermoedelijk, de laatste letter was op de mij bekende foto niet zichtbaar) de G-ACTH met c/n 7074, die een jaar later in Italië opdook
als I-ACIH.
*
de Havilland D.H.82 Tiger Moth
1948
De heer R.W. Oosterhuis wilde via Avio Diepen een Engelse Tiger Moth kopen.
Op
grond van destijds geldende invoerbeperkingen kreeg hij daar echter geen
toestemming voor. Hierna schafte hij de Piper Cub PH-NCU aan.
*
de Havilland D.H.82A Tiger Moth
1987
Na het ongeval met zijn Tiger Moth G-ALBD schafte de heer C.H. Schoonbeek een 'nieuw' exemplaar aan.
Het betreft hier N90277 (Ex: VT-DKN, HU726), het constructienummer is niet bekend.
Hij had het plan het toestel in het N.L.R. in te laten schrijven maar vanwege de verplichting het toestel uit te rusten met de Fokker-staart ging
dat niet door. Het werd dus ingeschreven in het
Amerikaans register en vliegt -zonder Fokkerstaart dus- al jaren vanaf Midden-Zeeland.
*
de Havilland D.H.82A Tiger Moth
1991
Begin 1991 zou G-ANFI (c/n 85577, Ex: DE623) aangekocht worden door Stichting Vliegend Museum Seppe.
Nog vóór de koop definitief werd, raakte het toestel ernstig beschadigd bij een ongelukkige landing te Chibolton.
Men besloot van de
koop af te zien en kocht daarna de G-AJHS (c/n 82121, Ex: N6866).
* de
Havilland D.H.87 Hornet Moth
1940
De
PK-WDR (c/n 8095) van W.D. Rous was vlak voor de oorlog naar Nederland gevlogen
met de bedoeling zich hier te lande te vestigen.
Hieruit
kan geconcludeerd worden dat daarmee zijn Hornet Moth kandidaat werd voor het
N.L.R.
Dat
het toestel in enige Duitse documenten aangeduid als PH-WDR moeten we echter
vermoedelijk opvatten als vergissingen.
Het toestel werd door de Duitsers in beslag genomen en later (samen met diverse andere toestellen uit het tweede register, zie PH-ADL) door Zerlegebetrieb Utrecht gesloopt.
* de Havilland D.H.94 Dragon Rapide 1959
In december van dit jaar vroeg de heer Th. Sinnige vergunning voor het exploiteren van een binnenlands luchtnet.
Zijn bedoeling was om diensten tussen Rotterdem, Axel, Haamstede en Düsseldorf.
Het hele bedrijfsplan was geschreven op basis van de aanschaf van een Dragon Rapide die door NV NLS onderhouden zou worden.
De vergunning werd geweigerd.
Waarschijnlijk zou dit toestel, indien aangeschaft en ingeschreven, kenmerk PH-SBA gekregen hebben.
Dat kenmerk werd vlak daarna uitgereikt voor de Jodel van NV Sinberg Luchtvaartbedrijf (de compagnon van dhr. Sinnige heette P.J. Bergman)
die in mei 1961 voor taxi- en rondvluchten werd aangeschaft. I
n 1962 werden toch weer serieuze plannen gemaakt voor het exploiteren van lijndiensten tussen Eelde, Twente, Teuge, Hambrg etc.
Ook dat plan kwam niet van de grond.
*
de Havilland Canada DHC-1 Chipmunk
=
Er zijn sedert 1975 diverse Chipmunks naar Nederland gehaald. Hoewel uit correspondentie met de RLD blijkt dat uitreiking van een Beperkt
Bewijs van Luchtwaardigheid als historisch vliegtuig mogelijk zou zijn is er niet één ingeschreven geweest.
Alleen voor de G-BDET werd in 1987 een Nederlands BvL aangevraagd en werd een kenmerk (PH-RTH) gereserveerd.
Het toestel werd echter
niet ingeschreven.
- G-BBNB
(c/n C1/0033) van F.H. Schouten te Amsterdam, heeft jaren vanaf Schiphol
gevlogen -
- G-BDBP
(c/n C1/0727) van F. de Munck vliegt nog steeds vanaf Lelystad. 1987
- G-APPM
(c/n C1/0159) "is naar België of Nederland verkocht". 1987
- G-BCIW
(c/n C1/0899) doorgehaald 8 februari als zijnde verkocht naar Nederland. 1988
Werd door enige Transavia-vliegers
aangeschaft. Het toestel werd echter op 21 april al weer in Engeland
ingeschreven.
- G-BBMO
(c/n C1/0550) is als eigendom van J.L. Pfundt/Holland Aerobatics te Baarn al
geruime tijd op Lelystad en
Hilversum gestationeerd. 1988
- G-BBMX
(c/n C1/0800) is als eigendom van W. Daams en H. Westdorp nog steeds op
Hilversum gestationeerd. 1997
- G-BWTG
(c/n C1/0119) werd eind 1997 op Rotterdam gestationeerd. Eigenaar was
East West Aviation Club Inc.
* De Havilland
De
laatste Engelse militaire Beavers zouden bij opbod worden verkocht. Het ging om
de volgende exemplaren.
1421
XP769, 1441 XP771, 1449 XP778, 1464 XP810, 1473 XP814, 1491 XP825, 1621 XV270
en 1624 XV271.
E.V.R.H. van 't Spijker, van Star Airservice te Teuge, ging naar Engeland om de toestellen te inspecteren en bracht een bod uit op de XP810 en XP814. Ondertussen benaderde hij -via N. Snip van ATAS- de Rijksluchtvaartdienst om de formaliteiten betreffende de inschrijving alvast te regelen.
Bij de verkoop
bleek dat 'de Canadezen' een bod hadden uitgebracht op alle toestellen
tegelijk, niet voor een bepaald bedrag, maar voor het hoogste bod vermeerderd met
£ 5000,-! Daar was dus niet tegen te bieden, het ging dus niet door.
*
de Havilland D.H.104 Dove
1972
Moormanair kocht de Belgische OO-SCD (c/n 04117, Ex: G-AMFU, VP-KDE).
Na aankomst heeft
het toestel echter niet meer gevlogen, het werd gesloopt en de neus-sectie ging
naar de Aviodome-collectie.
*
de Havilland Dove/Heron
2000
VPAir diende een 'voorvraag' betreffende de import van een Heron. Maar als constructienummer werd hierbij 04065 opgegeven, en dat is een
Dove c/n. Ik het
er daarna niets meer over gehoord.
*
de Havilland Canada DHC.6 Twin Otter
2000
LN-WFD (c/n 700) werd verkocht aan Schreiner Airways en de inschrijving werd doorgehaald. op 20 november.
Het toestel werd hier echter niet ingeschreven
maar ging naar Schreiner Airways Kameroen en werd daar ingeschreven als TJ-OHN.
*
de Havilland DHC.8
1992
Bij de RLD kwam de telex binnen dat de c/n's 301 en 303 niet in het Canadese register waren opgenomen (geweest).
Dit soort meldingen gaat nogal eens vooraf
aan een inschrijving.
*
de Havilland DHC.8
1999
De inschrijving van OE-LRZ (c/n 410) werd op 24 februari doorgehaald en daarvan werd melding gedaan aan de RLD.
Het toestel ging echter naar de verenigde
Staten als N285BC.
*
Defiant
1985
De heer H.J. Owel, wonende te Liechtenstein, wilde dit Hongaarse zelfbouwvliegtuigje laten inschrijven in het N.L.R.
De RLD maakte hem duidelijk dat dit zéér moeilijk zou worden; geen contacten met Hongarije, geen sterkteberekeningen etc.
Kortom, het ging dus niet door.
*
Denney Kitfox
1992
De heer G.P. Dierijck kreeg ontheffing voor het gebruik van zijn experimentele Kitfox N98MC (c/n 164) in het Nederlands luchtruim met slechts een "Special Airworthiness Certificate". Enige jaren later stond dit toestel nog steeds te Lelystad.
Niet bekend is of het hiermee een kandidaat
voor een Nederlands kenmerk was.
*
DFS Weihe
1980
P.C. Jansen te Roden was eigenaar van de prachtig gerestaureerde D-5862 en vloog daarmee in de periode 1980 - 1988 vanaf vliegveld Witten.
Daarna doneerde hij
het toestel aan het Deutsche Segelmuseum op de Wasserkuppe en daar wordt het
tentoongesteld.
*
DFS Olympia
1939
De Haagsche Vakcursussen voor Jeugdige Werkloozen namen in de loop van dit jaar een zweefvliegtuig van dit type in aanbouw.
Of het afgebouwd is, is helaas niet
bekend, evenmin wat er van geworden is.
* DFS Olympia
1941
Behalve
de toestellen die bij de NV Vliegtuigbouw in aanbouw waren (zie PH-1 t/m 102),
werd er ook in de Centrale Werkplaats van de KNVvL
op
Terlet (door)gebouwd aan tenminste twee DFS Olympia's!
Op
1 maart 1941 vroeg de KNVvL de keuring aan voor de eerste uitreiking van een
Bewijs van Luchtwaardigheid voor twee van deze toestellen.
Ze
werden geïdentificeerd als D.F.S Olympia Serie I Fabrieksnummer resp. 1 en 2.
*
DFS Olympia
1948
De Venlose Zweefvliegclub wilde in 1948 een Zwitsers exemplaar aanschaffen.
Er werd een inzamelingsactie gehouden, maar die bracht niet genoeg op zodat het bij een plan bleef.
Het jaar daarop kreeg de club de beschikking over de
PH-136.
* DFS Olympia
2000
OE-0477
c/n 17 ligt sedert 2000 opgeslagen bij F. Wevers te Zeewolde.
Zie
voor nadere informatie over de heer Wevers bij Akaflieg Bergfalke.
*
DFW R.II
=
In de collectie van Dr. Ing. Kurt Hermann (1902-1950) die in Staatsarchiv Leipzig bewaard wordt (Sign.21794) is een foto aangetroffen van een
toestel van dit
type (18/16) met daarop geschilderd de tekst “EIGENTUM DER FA. BROERMANN UND
LEEUWENBURG, ROTTERDAM”.
Nadere
informatie ontbreekt.
*
Difoga 471
1948
Na betrokken te zijn geweest bij het ontwerp en de bouw van de Difoga 421 (PH-NAG) ontwierp H. Koekebakker samen met Ing. J. Weyer een licht sportvliegtuig dat er wel enigszins op leek.
Het had echter één staartboom en er zouden delen van de Piper Cub (vleugel, onderstel en staartsectie) bij gebruikt worden.
De productie-versie,
de Difoga 481, zou in details verschillen maar er werd helemaal niets gebouwd.
*
Van Dijk HVD.101
=
Tegen het einde van de jaren veertig had E. van Dijk te Rotterdam een helikopter ontworpen.
Het betrof hier een twee-persoons toestel met twee rotors dat uitgerust zou worden met een gepatenteerd stabilisatie-systeem.
Hij zocht
financiële steun voor de constructie van een prototype en haalde met zijn
ontwerp de internationale luchtvaartpers.
Behalve dit ontwerp was er in die pers ook sprake van twee andere ontwerpen van zijn hand, een 4- en een 6-persoons toestel.
De drie helikopters hadden gemeen dat
ze geheel geschikt waren voor kunstvliegen. Er is verder niets meer over
vernomen.
*
Dijkman Dulkes zweefvliegtuig
1964
De gebroeders Cor en Clement begonnen de bouw van een zweefvliegtuig naar eigen ontwerp. Naar eigen zeggen werd de bouw afgebroken
omdat ze zich realiseerden dat dit toch eigenlijk niet hun bedoeling was
Vermoedelijk heeft het
vernietigende oordeel, in 1966, van drie RLD-officials (Rietbergen, Schipper en
Wolleswinkel) over de kwaliteit van de reeds gebouwde delen, ook wel een rol
gespeeld. Ze gebruikten de vleugel later voor de FB-25 PH-COR.
* Dornier
Cs-II Delphin
1921
Het
opschrift "Dolfijn" doet denken aan een serieuze kandidatuur voor het
N.L.R., maar helaas het was slechts een public relation stuntje.
Het
toestel (c/n 21) werd op 23.3.1921 afgeleverd aan Van Berkel's Patent en op
16.4.1921 vanaf de Kralingse Plassen voorgevlogen voor de MLD.
Er
waren plannen dat het type door Van Berkel in licentie zou worden gebouwd.
Het
ging niet door en de "Dolfijn" werd door Van Berkel verkocht aan de
Amerikaanse marine en het toestel kreeg daar Bureau Nummer A-6055.
*
Douglas C-47
1946
In de periode vlak na de oorlog werden grote aantallen (bijna 100) van deze toestellen door Fokker omgebouwd en daarna weer aan klanten afgeleverd.
Dit
waren natuurlijk toestellen die buiten het bestek van deze opsomming vallen.
*
Douglas C-47
1946
Ook werden er echter een aantal aan de KLM overgedragen welke nooit een Nederlands kenmerk hebben gekregen.
Bekend zijn de volgende exemplaren:
c/n 12209 Ex:
42-92411, FZ650. Werd G-AJRX, VR-SCN, VR-RCN, 9M-ALN, PK-AKR, PK-OBK.
Verongelukt Pakanbaru,
28.4.1981.
c/n 12294 Ex:
42-92488, FZ691. Gebruikt voor onderdelen.
c/n 12367 Ex:
42-92554, KG358. Gebruikt voor onderdelen.
c/n 13161 Ex:
42-93268, KG569. Gebruikt voor onderdelen.
c/n 13366 Ex:
42-93453, KG607. Werd G-AJRY, VR-SCO, VR-RCO, 9M-ALO, 9V-BAN, PK-IDB, XU-DAG.
*
Douglas C-47
1946
Van
de volgende twee toestellen is alleen bekend dat ze naar 'The Netherlands'
werden afgeleverd zonder nadere bijzonderheden:
c/n 4897 Ex: 41-20127. 'Sold to the
waarschijnlijk wel voor
onderdelen verbruikt zal zijn.
c/n 7362 Ex: 42-15567. 'Sold to the
Sablon, 21.11.64.
K 626 In
een document over de diverse aan de PH-TBK geïnstalleerd geweest zijnde
vleugels staat:
“... de PH-TBK vliegt
nu met vleugel 3758 die afkomstig is van de onderdelenmachine K 626".
Ik ben er tot nu toe
niet in geslaagd de identiteit van deze K 626 vast te stellen.
*
Douglas DC-4E
1939
Vlak voor de oorlog is er nogal onenigheid geweest over de vlootvernieuwing van de KLM.
Steeds weer werden nieuwe voorstellen in de Raad van Bestuur besproken om de belangen van de strijdende partijen Fokker, Lockheed en de
overheid zo goed
mogelijk te laten sporen met die van de KLM.
Er werden allerlei variaties van aantallen van de volgende typen voorgesteld: Douglas DC-4E, Lockheed 049, Lockheed 44 en Fokker F.XXIV en Fokker 180, besproken, aangenomen en weer verworpen.
Dat laatste meestal omdat de overheid
wilde dat de KLM in ieder geval ook met Fokkers vloog. De
oorlog maakte aan al déze problemen een eind.
NB. Ondanks andersluidende berichten in de (luchtvaart-)pers van die dagen waren er door de KLM voor de oorlog géén DC-4's besteld.
* Douglas C-54J 1945
Op 14 augustus kreeg HM Ambassadeur te Washington te horen dat de aanvraag voor 14 van deze toestellen door de Combined Chiefs of Staff was afgewezen. Ze zouden dienst gaan doen op de route naar Nederlands-Indië.
Direct daarna werden de pogingen gestart om in plaats daarvan Liberators te bemachtigen. Zie daar.
* Douglas C-54A 1945
Inmiddels was de oorlog in de Pacific beëindigd en waren de matereeleisen daar natuurlijk sterk gewijzigd.
Plesman kreeg advies om het oorspronkelijke verzoek voor 14 C-54's nogmaals in te dienen.
Hierbij werd trouwens nadrukkelijk gezegd dat dit geen invloed zou hebben op de lopende onderhandelingen betreffende 7 Liberators.
Deze keer werd de aanvraag goedgekeurd en in oktober 1945 werd het contract voor de eerste twee (42-72316 en 41-37303, resp. PH-TAA en PH-TAB) getekend.
In december 1945 werd een telegram ontvangen dat er op leasebasis vijf C-54A's waren bemachtigd, "direct from major overhaul with lowtime
engine to meet airframes spares and spare engine requirements by cannibalization /stop/ first aircraft this project crashed as previously advised /
stop/ substitute aircraft expected depart this country within week".
*
Douglas DC-4
1946
In september annonceerde de Stoomvaart Maatschappij Nederland grootse plannen voor een luchtvaartmaatschappij.
Het materieel zou in eerste instantie bestaan uit 4
Lockheed Constellations, 4 Douglas toestellen die niet nader gepreciseerd
werden (vrijwel zeker DC-4-en) en 4 Boeing Stratocruisers.
De
plannen waren dermate concreet dat ook de afleveringsdata bekend gemaakt
werden, respectievelijk in maart, juni en augustus 1947.
*
Douglas DC-4
1958
In
de luchtvaartpers wordt de oprichting gemeld van Konig Airtransport, een nieuwe
Nederlandse chartermaatschappij.
De
vloot zou aanvankelijk uit drie Vikings bestaan, later zou nog een DC-4
aangeschaft worden.
*
Douglas C-54G Skymaster
1963
Van
N9864F (c/n 35986, Ex: JY-ACD, N9864F, 45-533, N90912, 45-533) werd beweerd dat
hij bestemd was voor Martin's Air Charter.
Het
ging in ieder geval niet door. Bleef N9864F en werd later N888RH, N898AL.
*
Douglas DC-4
1988
Bij
de RLD kwam de telex binnen dat kenmerk EL-AJP op 21 juni was doorgehaald. Het
betreft hier c/n 27289 die in die tijd opereerde vanaf Zestienhoven.
De reden waarom deze telex verzonden werd is mij onbekend, meestal wordt dit soort telexen verzonden omdat een 'ontvangend' land die nodig heeft voordat tot inschrijving kan worden overgegaan.
Opmerkelijk is wel dat het toestel na deze
doorhaling gewoon onder Liberiaans kenmerk bleef doorvliegen.
Het
toestel staat nu bij het Berlin Airlift Memorial op Rhein-Main.
*
Douglas DC-6
1962
Martin's
Luchtvervoer Maatschappij overwoog de aanschaf van een DC-6. Het toestel zou
van Alitalia gekocht worden.
De
koop ging niet door, in plaats daarvan werd een DC-4 (de PH-MAE) aangeschaft.
*
Douglas DC-7CF
1978
Al
sedert 1978 staat EC-BSQ (c/n 45159) opgeslagen te Las Palmas, vlak daarop werd
het toestel gekocht door een Nederlands bedrijf Trans-Estate.
Deze
naam werd er ook op aangebracht. In 1981 ging de transactie echter toch niet
door en momenteel staat hij er nog steeds.
* Driessen
"De Nieuwe weg"
1938
In 1938 schreef het Comité Vliegtocht Nederland-Indië een ontwerpwedstrijd uit. Er waren inzendingen van Ir. E.A. Driessen, Ir. T.J.W. van Lammeren
en van res.tlt. H.J. Kremer.
Het Driessen ontwerp was een driemotorige vliegende
vleugel met een vlieggewicht van
Zie ook (PH-LAV)/2.
*
Duyvis
1908
De
Commissie Technische zaken van de NVvL beoordeelde in haar vergadering van 30
mei de ontwerpen van P.M. Duyvis en P. Uittenbogaard.
Het
oordeel was gunstig.
* EH-3
1940
Inspecteur
Spierenburg van de Rijksluchtvaartdienst bezocht op 9.12.1940 de Haagsche
Zweefvlieg Club.
In het maandverslag stond: "heeft bemerkingen t.a.v. de toestellen EH-3 en Koekoek". De aanduiding EH-3 zegt mij niets...
Dit blijkt een eenvoudige typefout te zijn, bedoeld werd de PH-3 die destijds bij de HZC opgeslagen was.
*
Elisport CH-7 Angel
1993
Op 21 december schreef Paramount Helicopters NV te Diest(OO), als vertegenwoordiger voor de Benelux, aan de RLD dat ze dit type helikopter in Nederland wilden invoeren. En op 17 januari 1994 dienden ze een 'officiële aanvraag' voor deze invoer in.
Met de invoer heeft de RLD natuurlijk ambtelijk
weinig te maken, pas als er gevlogen moet worden komt de RLD in beeld.
Navraag bij de autoriteiten in Italië (Registro Aeronautico Italiano, de RAI) wees uit dat dit type daar nog niet gecertificeerd was, sterker nog,
er was nog geen aanvraag voor een certificatie ingediend.
Mogelijk is de helikopter zó licht dat hij geclassificeerd wordt als ultra-licht vliegtuig, dan valt hij in Italië namelijk niet onder RAI-toezicht maar
onder dat van de Aero Club Italia. De
60pk Rotax motor suggereert in ieder geval een zeer lichte constructie.
*
Embraer EMB-120 Brasilia
1987
Holland
Aero Leasing BV te Rotterdam had de bedoeling in de loop van dit jaar er vier
aan te schaffen.
*
Enstrom F.28
1976
Skyworks
Nederland wilde in samenwerking met de Koninklijke Zuid-Hollandse Maatschappij
voor het Redden van Schipbreukelingen te Rotterdam, kustbewaking gaan uitvoeren
met twee van deze helikopters. Het korte verblijf van PH-DMH heeft met dit
project te maken.
*
DKW Erla Me 5a
1933
In
dit jaar diende de 'Afdeeling vliegtuigen' van de firma Haet Nibbrig en Greeve
te Den Haag tekeningen en berekeningen van dit vliegtuig in.
In februari
konden worden.
Over
de reactie daarop heb ik geen informatie gevonden, zeker is dat een dergelijk
toestel hier nooit is gekomen.
*
ESG (Ten Cate)
1945
Tijdens
de oorlog bouwden J. en C. ten Cate te Almelo een zweefvliegtuig van dit type.
Vlak na de oorlog werd de bouw voltooid.
Of het toestel ooit gevlogen heeft kon niet worden vastgesteld. Het werd opgeslagen in een werkplaats waar het tenslotte een keer geramd
werd door een
bestelwagen.
*
ESG (Eindhovense Aeroclub)
1946
De
EAC had een zogenaamde 'rutsch-ESG' in gebruik, dat was een ESG zonder Bewijs
van Luchtwaardigheid.
Het
is mij is niet bekend of dit een toestel was dat er vroeger wèl een had gehad.
Zo ja, dan betreft het hierbij waarschijnlijk de vroegere PH-92.
*
Van Eyk Olympia
1947
Ten
behoeve van de zweefvlieginstructie ontwierp C.A. van der Eyk een tweepersoons
versie van de Olympia. Niet gebouwd.
*
Fairchild UC-61K Argus III
1960
OO-GAO (c/n 924, Ex: HB686, 43-14960) werd gekocht door Inter-Helicopter-Holland te Beek. Het toestel werd slechts gedeeltelijk betaald en
na enige tijd teruggeleverd.
Het toestel is daarna trouwens nergens weer opgedoen.
Waarschijnlijk was het meer een kandidaat voor het Duitse dan voor het Nederlandse register.
De
directeur van Inter-Helicopter had de Duitse nationaliteit. Zie ook bij Franken.
*
Fairchild F24R-9 Argus
1978
HB-EIM
(c/n 418) is sedert het eind van de jaren zeventig in Nederland op diverse
plaatsen opgeslagen geweest.
Met enige regelmaat kwamen er signalen dat het weer in vliegwaardige bstaat zou worden gebracht.
Tot op heden is dat echter nog niet gebeurd.
*
Fairchild F24R-46A Argus III
1990
De
heer R.C. Handgraaf kocht in Engeland de G-RGUS (c/n 1145, Ex: ZS-UJZ, ZS-BAY,
KK527, 44-83184) en deze inschrijving werd daar ook doorgehaald op 30 juli als
zijnde verkocht naar Nederland.
Vlak
daarop echter weer ingeschreven als G-RGUS hoewel het toestel sedertdien
geruime tijd op Lelystad gestationeerd was.
*
Fauvel (Bréguet) AV-36H
1980
In
dit jaar werd dit toestel (c/n 001) op Hilversum afgeleverd en na enige tijd
(in 1980) in de nok van de hangaar gehesen.
In 1986 verkocht aan M. Akkermans te Woensdrecht die hem in België liet inschrijven als OO-ZXB.
Eerste vlucht na restauratie was op 19 mei 1991.
Later
werd het toestel verkocht naar Japan als JA36HF. Het was trouwens een
licentiebouw van de Antwerpse Zweefvliegclub Meeuw in 1956.
- Bekend
is natuurlijk de bouw van de PH-300 bij de Eindhovense Aero Club. De historicus
van de Gooise Zweefvliegclub verklaarde tegen mij
dat ook dié club destijds met de bouw van
een AV-36 is gestart.
- In
1954 vroeg Hein Schwing, namens de KNVvL, een BvL aan voor een niet
geïdentificeerde Fauvel AV-36. Waarschijnlijk betrof het een
van deze twee projecten.
- In november 1986 informeerde de Belgische Regie der Luchtwegen of de Fauvel AV-
zo ja, of hij inmiddels was doorgehaald. Dit was
de OO-ZJM die ook in 1980 op Hilversum terechtkwam en later (in 1987, ook via M.
Akkermans)
ongerestaureerd naar Duitsland werd
verkocht. Mogelijk vliegt hij daar nu als c/n 159/212 met kenmerk D-5526.
* Fauvel AV-
F. Wevers heeft er twee in z'n bezit, OE-0506 (c/n 201) en OE-0687 (c/n 216).
Voor
zover mij bekend zijn ze niet in Nederland, maar nog steeds in Oostenrijk.
Zie
voor nadere informatie over de heer Wevers bij Akaflieg Bergfalke.
*
FFA Diamant
1968
In dit jaar importeerde Aart Dekkers van de Gooische Zweefvliegclub een exemplaar.
Hij vloog er geruime tijd wedstrijden mee terwijl het toestel van een Zwitsers
kenmerk (HB-930) was voorzien.
*
Fieseler Fi 156 Storch
1958
Sedert 1958 heeft constructienummer 5802 (D-EDEC, Ex: I-FAGG, MM12822) in Nederland rondgezworven.
De eerste tien jaar stond het toestel op Rotterdam als eigendom van J. van de Hart van NV Nastra Luchtreclame Service.
Na het faillissement van dit bedrijf in 1963 kwam de Storch in 1969 op Gilze-Rijen terecht.
Via de
Vereniging voor Historische Vliegtuigen werd het toestel in 1982 naar Engeland
verkocht. Daar werd het ingeschreven als G-FIST.
* Firebird
M1
1985
De
heer G. Hermans te Herkenbosch vroeg een Bewijs van Gelijkstelling aan voor de
D-MRIE, c/n 071/106.
*
Fliege
1933
In
de luchtvaartpers werd aangekondigd dat de Venlosche Aero Club het plan had er
een te bouwen.
*
Fliege II
1933
Op 21 augustus 1933 vraagt een heer Camphuis te Noordwijk een Bewijs van Luchtwaardigheid aan voor een Fliege II.
In januari 1934 wordt de aanvraag
vervallen verklaard.
*
Focke-Wulf Weihe
1952
In
deze periode zocht de KNVvL naar een geschikt zweefvliegtuig voor haar clubs en
hiervoor waren er (o.a.) intensieve contacten met Focke Wulf.
Het
werden dus Göviers en Grunau Baby's.
* Fokker
verkeersvliegtuig
1920
In Flight van 8.1.1920 wordt bericht over een gigantisch (voor die tijd) verkeersliegtuig dat door Fokker werd aangekondigd.
Zes-motorig, 60 passagiers! Er
is (dus) niets meer van vernomen.
* Fokker homebuild
1930
De
gebroeders Fokker te Bussum construeerden in hun vrije tijd een vliegfiets
"waarmee zij deze week een
proefvlucht willen maken".
Het
toestel weegt
*
Fokker Spin
1936
J.K. Hoekstra, E. Meinecke en W.M van Neyenhoff bouwden een replica van de Spin III.
Aanleiding was het 25-jarig vliegerjubileum van Anthony Fokker.
Dit
is het toestel dat al jaren in de Aviodome-collectie bewaard wordt.
* Fokker S.IX
1937
In
een brief d.d. 3.9.1937 deelde Fokker aan de LVD mee dat ze in aansluiting op
de MLD order nog één extra exemplaar voor eigen rekening gingen bouwen. Of dat
gebeurd is, en welk toestel dat dan was, is mij niet bekend.
*
Fokker Spin
1989
In
een brief d.d. 19 april 1989 verklaarde de Vliegtuigbouwkundige
Studievereniging "Leonardo da Vinci" dat de viering van het 9e
lustrum in september 1990 opgeluisterd zou worden door een door hen te bouwen
replica van de Fokker Spin.
Ook was het de bedoeling om op Koninginnedag 1991 de beroemde vlucht die Anthony Fokker, tachtig jaar daarvoor, om de toren van de Sint Bavo te Haarlem maakte te herhalen.
Het ging dus niet door, maar in plaats daarvan werd een veel
ambitieuzer project aangepakt, de Lambach HL.II PH-APZ.
Zie
ook verder onder SSVOBB.
* Fokker
Spin
1997
Evert van Hemert en Jelle Haga uit Kolderwolde bouwden een replica van hoge kwaliteit. Nog in hetzelfde jaar werd het toestel verkocht aan het
museum te
Texel en men wilde proberen er in 1998 mee van de grond los te komen. een
'hopje' te maken dus. Of het gelukt is, weet ik niet.
De
beide bouwers zijn van plan nóg een Spin te bouwen en dat moet dan een vliegend
exemplaar worden.
*
Fokker C.1
1920
Op 2 september deelde de NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek aan Bureau Luchtvaart mede dat ze twee toestellen van dit type aan de KLM had afgeleverd. Deze mededeling was vergezeld van een verzoek hoe te handelen ter verkrijging van een Bewijs van Inschrijving om "problemen als bij de H-NABC en H-NABD" te vermijden.
Helaas werd hierbij geen nadere informatie over de identiteit verstrekt.
Deze toestellen ondergingen begin oktober 1920 ook nog een
BvL-inspectie door het RSL en die gaf het advies een BvL te verstrekken.
* Fokker
zweefvliegtuig
1921
Dit
betrof een oorspronkelijk nog in Duitsland als vliegende bom ontworpen toestel
dat op de Parijse Salon van 1921 als zweefvliegtuig werd geëxposeerd.
*
Fokker F.II
1921
Op
25 januari vroeg NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek een Bewijs van
Luchtwaardigheid aan voor twee van deze vliegtuigen.
Hierbij
werden als constructienummers 503 en 504 genoemd. En dat maakte het er niet
duidelijker op.
Mogelijk
betrof het de F.III's met constructienummers 1503 en 1504 die later in
dat jaar ingeschreven werden als H-NABG en H-NABH.
* Fokker
zweefvliegtuigen
1921
Fokker
bouwde een viertal zweefvliegtuigen die geen kenmerk hebben gedragen. De V.30
werd in 1921 op de Salon te Parijs getoond.
De V.42 kon naar keuze vanaf het land of het water opereren. Deze laatste levert een probleem, het toestel zou in 1919 van Schwerin naar
Amsterdam zijn gebracht
terwijl Henri Hegener beweert dat een dergelijk type te Veere werd gebouwd.
In
Veere werden later de F.G.I en F.G.II gebouwd. Dit waren een één- en een
tweepersoons zweefvliegtuigen.
Op
16 oktober 1922 vestigde Fokker zèlf te Itford Hill (Engeland) met de F.G.II
een wereldduurrecord voor tweezitters van 37 minuten en 6 seconden.
*
Fokker 180
1939
Vlak voor de oorlog is er nogal onenigheid geweest over de vlootvernieuwing van de KLM.
Steeds weer werden nieuwe voorstellen in de Raad van Bestuur besproken om
de belangen van de strijdende partijen Fokker, Lockheed en de Overheid zo goed
mogelijk te laten sporen met die van de KLM.
Er werden allerlei variaties van aantallen van de volgende typen voorgesteld: DC-4, Lockheed 049, Lockheed 44 en Fokker F.XXIV en Fokker 180, besproken, aangenomen en weer verworpen.
Dat laatste meestal omdat de overheid wilde dat
de KLM in ieder geval ook met Fokkers vloog.
*
Fokker F27 Friendship
1954
Uit de pers: "Het ligt voorts in de bedoeling van de KLM van de Fokker fabrieken twee F28-vliegtuigen af te nemen indien tot de bouw van een
serie van
deze vliegtuigen zal worden over gegaan."
*
Fokker F27 Friendship
1972
Begin 1972 leek het erop dat Air Benelux International inderdaad van de grond zou komen.
Men zou gaan vliegen met twee F.28's en één F27 Friendship.
De
F.28's zouden PH-ABA en PH-ABB worden. Over de F28 is niets bekend,
logischerwijs zou die dan PH-ABD moeten worden.
Begin
1973 werd wel duidelijk dat de financiering niet rond te krijgen was.
*
Fokker F28 Fellowship
1968
Transavia wilde in februari twee F28's aanschaffen maar kreeg de financiering toch niet rond.
In plaats hiervan huurden ze twee Caravelles van Sud Aviation.
*
Fokker F28 Fellowship
1977
Rotterdam Airlines had serieuze plannen er twee aan te schaffen.
Helaas zijn de geplande kenmerken niet bekend, wèl de constructienummers: 11133 en 11135.
Ze zouden "Delfshaven"
en "Crooswijk" gaan heten. Ze werden naderhand ingeschreven
als resp. PH-ZBU en PH-ZBT.
*
Fokker S.IX
1979
Eén van plannen die naar buiten kwamen in de begindagen van de VHV was de intentie van Jack van Egmond om een replica van dit
type te bouwen.
*
Fokker S.11 Instructor
=
Tegen het eind van de jaren vijftig werden tenminste vier exemplaren geïmporteerd vanuit Israël. PH-SIK werd ingeschreven, PH-SIL werd
gereserveerd maar van de
anderen, die enige tijd opgeslagen hebben gelegen bij J.C. Pilaar te Warnsveld,
ontbreekt verdere informatie.
Wèl
werd in 1971 een Israëlische S.11-romp waargenomen bij C. Honcoop te Veen.
Vast staat dat dit toestellen waren van een batch (10 à 15 stuks) die door Geert E. Frank in Israël waren gekocht met de bedoeling ze naar
Amerika te halen.
Door
de weersomstandigheden kwam het transport in Hamburg terecht waar ze op de kade
ook nog eens stormschade opliepen.
*
Ford 5-AT-B
1935
Behalve de PH-AKE had de KNILM het plan nòg twee à drie exemplaren van dit type aan te schaffen.
Als voorbereiding hierop werd er al met North-Western Airlines
onderhandeld over de verkoop van twee van hun Ford 5-AT-C toestellen.
De
heer H. Veenendaal van het KLM-kantoor bij Douglas inspecteerde de twee
toestellen NC8410 (c/n 48) en NC8419 (c/n 58).
Zijn
advies was weliswaar gunstig maar de tegenvallende prestaties van de PH-AKE
deed de KNILM echter afzien van dit plan.
*
Sportavia-Pützer Fournier RF-4D
1985
Zweefvliegclub Texel schreef in oktober dat ze de bedoeling hadden er een aan te schaffen.
Al in de maand daarna deelden ze de RLD mede dat hun plannen veranderd waren en dat er een SFS.31 Milan zou worden gekocht.
Dat gebeurde ook, en deze werd ingeschreven
als PH-781.
*
Sportavia-Pützer Fournier RF.5
1970
Op
19 juni vroeg J.G. Dijkstra van Business Aviation te Den Haag een
type-certificaat aan. Het verzoek werd afgewezen.
*
Fournier RF.9
1980
Op
29 mei vroeg J.G. Dijkstra van Business Aviation te Den Haag een BvL aan. Er
werd helaas geen constructienummer genoemd.
Het
bouwjaar werd vermeld als 1980. Op 17 november 1981 werd de aanvraag
ingetrokken.
*
Fournier RF.9
1987
Eigenaar
van F-CARF (c/n 02) was de Nederlander M. Hofman die ermee vloog vanaf
Midden-Zeeland.
*
Franken helikopter
1964
Medio 1960 begon op vliegveld Beek het bedrijf Inter-Helicopter-Holland met de bouw van een helikopter.
Het toestel was ontworpen door de Duitser Bodo Siegfried Franken die ook de bouw financierde.
Het werd gebouwd door de bekende sportvlieger Otto
Hartman samen met Kees Kooiman en Jaap Spee.
Niet
lang na het begin van de bouw begon Franken zich echter steeds meer te
interesseren voor raketten en raakte Inter-Helicopter in het slop.
De
zaak werd naar Putten getransporteerd maar na enige tijd werd ook hier de bouw
gestaakt en werden de al gebouwde delen van de hand gedaan.
Ze
werden verkocht aan 'een garage in Nijkerk'; daarmee liep het spoor
helaas dood.
*
Glaser-Dirks DG-800B
1996
J.
Kolpa te Rotterdam kocht op 27 februari de D-KDIL (c/n 8-81B18) en op 8 mei
1998 werd de inschrijving doorgehaald.
Toch werd het toestel niet in het N.L.R ingeschreven maar werd kort daarna weer D-KDIL.
De fabriek vroeg om nadere inlichtingen omtrent certificatie in Nederland.
Toen bleek dat de kosten relatief te hoog waren t.o.v. de belangstelling uit ons land werd afgezien van verdere activiteiten.
* Glasflügel
H.201B Standard Libelle
2003
De
inschrijving van F-CDPJ (c/n 160) werd doorgehaald op 21.8.2003 en IVW kreeg
daarvan bericht.
Het toestel werd echter in België ingeschreven als OO-YUM, wél met een Nederlandse eigenaar. Het toestel is gestationeerd op Woensdrecht.
Bij de doorhaling van G-AHUU (c/n 1003) op 13.5.1954 werd door de CAA de aantekening "Holland" gezet.
Ik heb in de desbetreffende archieven nog geen enkel verband tussen dit toestel en ons land kunnen ontdekken.
Het
toestel dook weer op in het Noorse register als LN-BDE.
*
Van Gogh autogyro
1958
Peter van Gogh uit Amsterdam bouwde een gevaarte dat hij zelf 'helicamper' noemde.
Uniek was het multi-functionele karakter van het bouwsel, het zou te gebruiken zijn als caravan, boot en als autogyro.
In de laatste configuratie zou de voortstuwing
geschieden d.m.v. pulse-jets.
*
Göppingen Gö 1 Wolf
1939
De
luchtvaartpers meldde dat kort voor de oorlog met een aantal Wolf'en werd
begonnen door de Arnhemsche Zweefvliegtuigbouw.
In hoeverre er daadwerkelijk gebouwd werd kan niet beoordeeld worden, wèl staat vast dat dit bedrijf al in begin 1939 adverteerde met dit
door haar te bouwen
toestel. De prijs zou ƒ 1355,- bedragen. Voor zelfbouwers werd een
tekeningenpakket te koop aangeboden.
*
Göppingen Gö 3 Minimoa
1995
Een bouwploeg onder leiding van Bob Persijn is bezig een Minimoa te bouwen. Er is aan gewerkt op Deelen en Hilversum.
Momenteel is het toestel in Jezow (Polen)
om afgebouwd te worden. Op 25.5.2009 is er kenmerk PH-80 voor gereserveerd.
*
Great Lakes 2T-1A
1930
De familie Stork keerde eind 1930 uit Amerika terug en had een gekrat exemplaar van zo'n toestel meegenomen.
Het werd door de KLM geassembleerd.
Nadere
informatie over het toestel en het uiteindelijke lot is mij onbekend.
NC846K
(c/n 110) is destijds op Waalhaven gefotografeerd, mogelijk betreft het dit toestel.
*
Grob G-102 Astir
1980
Volgens een opgave van Grob Flugzeugbau werden medio 1979/1980 de volgende constructienummers aan de daarbij vermelde klanten verkocht.
Ze zijn hier nooit
ingeschreven.
1218 Handelsonderneming
ASTAIR BV te Vierhouten.
Werd
D-7291.
1242 Noord-Nederlandse
Zweefvlieg Club Witten te Groningen.
Werd
D-4211.
1283 Noord-Nederlandse
Zweefvlieg Club Witten te Groningen.
Werd
OE-5078.
1306 J.
Houwink te Meppel.
Werd
D-7348.
*
Grob G-103 Twin Astir
1996
D-7791
(c/n 3148) zou naar Nederland verkocht worden maar de koop ging niet door.
De inschrijving van D-3956 (c/n 3099) werd doorgehaald op 13 maart. Het toestel was verkocht aan Stephan. Kollaart te Papendrecht en partners.
Na een crash in 2004 werd het toestel aan Service Center Terlet verkocht. Daar werd het gerepareerd waarbj o.a. een vleugel van een Belgische
Twin Astir met c/n 3137 werd gebruikt. Het toestel is te koop.
*
Grob G-
De inschrijving van D-EWAN (c/n 82041/C) werd op 22 april doorgehaald en dat werd weliswaar bij de RLD gemeld maar het toestel kwam toch
niet naar Nederland.
*
Grumman G.73 Mallard
1963
Flashband
te Rotterdam kondigde (bij de RLD) aan dat ze rondvluchten gingen maken met een
toestel van dit type.
Na de waarschuwing van de RLD dat ze moesten rekenen op dezelfde certificatie-problemen "als met de Catalina het jaar daarvoor", werd niets
meer over het project gehoord.
* Grumman
G.164A Ag Cat
1968
Op 4 juli vroeg K.A. van Beek te Melissant een BvL aan voor een Super Ag Cat. Helaas werd geen identiteit opgegeven, mogelijk betrof het
de N606U die
destijds hier actief geweest is.
*
Grumman G.159 Gulfstream I
1992
Tulip
Air BV te Rotterdam overwoog de aanschaf van zo'n toestel. De Dart-motoren
waarmee het was uitgerust konden echter niet voldoen aan de Nederlandse
geluidseisen en het plan ging dus niet door.
*
Grumman G.159 Gulfstream III
1985
Op
23 oktober informeerde Gulfstream Aerospace Aviation bij de RLD naar de
formaliteiten verbonden aan het inschrijven van een dergelijk type.
Eén
van haar klanten had kenbaar gemaakt hun toekomstige toestel in het N.L.R. te
laten inschrijven. Er is verder niets meer over vernomen.
*
Grumman American Gulfstream III
1992
In
deze periode vloog N69FF (c/n 320) vanaf Beek voor filmverhuurbedrijf Cannon en
werd door Schreiner te koop aangeboden.