e

KANDIDATEN                                                 Terug naar

                                                                                                                 INDEX


 

In dit hoofdstuk zijn alle toestellen opgenomen waarvan het vermoeden bestaat/bestond

-of waarover het gerucht ging- dat ze kandidaten waren voor inschrijving in het 

Nederlands Luchtvaartuig Register(N.L.R.). 

Net als bij alle andere bestanden op deze registersite zijn er ná 1.4.2014 geen 

aanvullingen meer aangebracht. Wel wordt er natuurlijk eventueel nieuwe informatie

over de hier genoemde kandidaten toegevoegd.

Uiteraard kan een dergelijke opsomming enerzijds nooit volledig zijn, anderzijds 

zullen er toestellen genoemd worden die in werkelijkheid geen serieuze kandidaten

waren. 

Zo gaat dat nu eenmaal met geruchten.

Voor een overzicht van de momenteel in ons land aanwezige -niet ingeschreven- vliegtuigen 

verwijs ik u naar het boekje "VLIEGTUIGENERFGOED" en ook nog naar het 

door AIRNIEUWS (weliswaar geruime tijd geleden) uitgegeven overzicht "DUTCH WRECKS 

AND RELICS" door Wim Zwakhals.

In het eveneens door AIRNIEUWS uitgegeven twee-jaarlijkse boekje "Dutch Civil 

Aircraft Markings" werd steeds een opsomming gegeven van de buitenlandse toestellen 

die in Nederland gestationeerd zijn. 

Sommige daarvan zullen waarschijnlijk wel in meer of mindere mate kandidaat voor 

Nederlandse kenmerken zijn (geweest), ze worden hier echter slechts genoemd als 

over die eventuele kandidatuur iets bekend is. 

Ook worden er een aantal genoemd waarbij opgemerkt wordt dat het geen kandidaten 

zijn. De reden hiervoor is dat ze in het verleden, in de luchtvaartpers ten onrechte

wèl als kandidaat opgegeven zijn.

Projecten en geruchten die dateren van vóór de instelling van het N.L.R. (1920) 

vallen weliswaar buiten het bestek van dit boek, maar ik heb toch gemeend hieronder 

toch een vrij groot aantal minder bekende projecten te moeten noemen.

Een volledig overzicht wordt gegeven door Wim Schoenmaker in zijn boeiende, en zéér 

aanbevolen, boek over deze periode: "Aviateurs van het eerste uur". 

Helaas is het al enige tijd geheel uitverkocht.

 

Vanaf 1920 heb ik echter de mij bekende zweefvliegtuigkandidaten wèl opgenomen, 

hoewel de zweefvliegtuigen pas vanaf 1931 ook van een kenmerk werden voorzien.

 

In de loop der jaren zijn er door Schreiner veel helikopters via Rotterdam naar haar 

dochterondernemingen verscheept. Ook vlogen/vliegen er in het buitenland nogal eens 

toestellen rond met een Schreiner kleurenschema. 

Het al of niet kandidaat voor het N.L.R. (geweest) zijn van deze toestellen is 

-althans bij de RLD- veelal niet waarneembaar.

Hetzelfde geldt voor de talloze transacties van Air Service Holland; zolang die

toestellen te koop waren, waren ze natuurlijk in principe kandidaat, maar ze worden 

in dit hoofdstuk alleen genoemd indien er over concrete belangstelling uit ons land 

mij iets bekend is.

 

In veel gevallen is de informatie betreffende de hier genoemde toestellen nogal vaag. 

Hierdoor is het mogelijk dat een hier als kandidaat gemeld toestel toch gewoon

ingeschreven werd zonder dat het verband met deze kandidatuur opgemerkt werd.

Er zijn in de loop der tijd door amateurs enige projecten in aanbouw genomen, 

dat gebeurde vooral in de tijd vóór de oprichting en erkenning van de NVAV. 

Zie daarvoor het hoofdstuk dat speciaal aan de amateurbouw en de NVAV is gewijd.

Hoewel deze projecten in het algemeen niet afgebouwd werden, of zelfs niet verder 

dan het tekenbord kwamen, heb ik besloten ze hier -voor zover aan mij bekend- toch 

te noemen.

De beslissing een niet gebouwd project hier al dan niet op te nemen blijft natuurlijk 

arbitrair.

Een niet-gebouwd Fokker project zal niet vermeld worden omdat daar in de regel in de 

historische luchtvaartbladen wel aandacht aan wordt geschonken, terwijl dat van een 

individuele bouwer wèl wordt genoemd.

Toestellen die al in andere hoofdstukken zijn opgenomen, bijvoorbeeld de amateurprojecten 

of als er ook een voorgenomen kenmerk bekend was, worden hier niet nog eens genoemd.

Vanwege de gewijzigde toepassing van privacy kan ik na 1.5.2014 informatie over de (vaak nogal 

informele) reserveringen niet meer bemachtigen. 

Aanvullingen op deze, voor velen uiterst interessante pagina, zullen dus uitsluitend 

informatie over de periode tot genoemde datum betreffen.

 


KANDIDATEN


x

* Adventure paramoteurs                                                                              2004

Adventure leverde in de periode 2004/2005 17 toestellen aan de importeur Skydance. De meeste daarvan zijn in het N.L.R. ingeschreven.  

Maar (nog) niet weer opgedoken zijn:

       4       AO3291              24.06.2004

       A4     AO3304              24.06.2004

       A4     DAO3269            26.07.2004

       A4     DAP3399            24.09.2004

       A4     DAP3397            10.01.2005

       S3     KM22689            10.12.2004

 

* Aeneae                                                                                                     1808

In “Het Vliegveld” van mei 1939 werd verhaald van de vondst van het advies van “den Heer H. Aeneae, commissaris adviseur der Wis- Natuur- 

Schei- en Werktuigkunde” betreffende een tekening van een vliegtuig die hem ter beoordeling door de directeur-generaal van Wetenschap en 

Kunst was toegezonden.

Helaas werd alleen het genoemde -negatieve- advies aangetroffen. Daar het een door spierkracht aangedreven vliegtuig

betrof, hoeft dit negatieve advies ons niet zo te verbazen. De bescheiden die beoordeeld werden bleken helaas onvindbaar.

 

* Aero 45                                                                                                      1955

Schreiner & Co wilde voor een toestel van dit type een Bewijs van Luchtwaardigheid aanvragen. Uit de stukken blijkt dat dit toestel al in 1948 door

onze RLD gekeurd was, en wegens onvoldoende één-motor prestaties was afgekeurd. Er werd toen trouwens wel bij gezegd dat met een andere

-verstelbare- propeller het euvel opgelost zou zijn.

Over de het verdere verloop van deze 1955-aanvraag heb ik geen gegevens, wèl is duidelijk dat dit BvL er nooit is gekomen.

 

* Aero Commander 680                                                                               1984

OO-SID (c/n 357-46, Ex: N6846S) werd op 30 juni gekocht door F. Smolders te Hilversum. Het toestel stond toen al geruime tijd in open opslag 

te Antwerpen. Het was de bedoeling dat het weer opgeknapt zou worden maar daar kwam niets van en het is nu opgenomen in de collectie van

de Technische Universiteit Delft.

 

* Aeromere F.8L Falco                                                                                1987

De inschrijving van I-BLIZ (c/n 208) werd op 10 augustus doorgehaald in het Italiaans register. Het toestel was gekocht door J.M. Simons te Roggel 

en de RLD kreeg middels een telex bericht van doorhaling in het Italiaans register. Dit is de gebruikelijke gang van zaken als de autoriteiten er vanuit

gaan dat het toestel elders ingeschreven zal gaan worden. Het toestel werd in België ingeschreven als OO-TOS.

 

* Aeronca Model KC                                                                                    1937

Na de gedwongen verkoop van de Ansaldo I-AAXC (zie daar) vatte de RK Brabantsche Aeroclub het plan op een Aeronca ter vervanging aan te schaffen.

Men had al contacten met de fabriek maar het ging niet door.

 

* Aeronca 7AC (Champion) Champion                                                         1990

In 1990 kocht de Stichting Vroege Vogels de Aeronca N1079E (c/n 7AC-4632). De Amerikaanse inschrijving werd op 14 maart doorgehaald. 

Hiervan werd de RLD middels een telex door de FAA op de hoogte gesteld. Het toestel onderging een langdurige restauratie en het gerucht ging 

dat het daarna in het N.L.R. zou worden ingeschreven. Dit gebeurde echter niet, het toestel vliegt weer als N1079E.

Inmiddels (januari 1994) zijn er echter weer contacten tussen de Stichting Vroege Vogels en de RLD omdat het beleid van de laatste betreffende de

toelating van historische vliegtuigen medio 1993 ingrijpend gewijzigd is.

 

* Aeronca (Champion) 7GCBC Citabria                                                        1970

Dutch Air Sprayers te Siddeburen werd vertegenwoordiger van Aeronca en importeerde N7566F (c/n 227-70). 

Het toestel werd aan hen afgeleverd op 7 april.

 

* Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria                                                          1986

De inschrijving van G-BBXY (c/n 614-74, Ex: N57639) werd op 26 augustus doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland. 

Op 16 september echter alweer (als G-BBXY) ingeschreven.

 

* Aeronca (Bellanca) 7GCBC Citabria                                                          1987

De verkoop naar Duitsland van N36416 (c/n 496-73) als D-EAUT was niet doorgegaan. Daarna heeft het toestel in de jaren 1987/1988 op enkele 

plaatsen in Nederland opgeslagen en te koop gestaan. Het werd gekocht door W. van Doorn die het in Engeland liet inschrijven als G-BBEN.

 

* Aeronca (Bellanca) 7GCAA Citabria 150                                                    1988

M. Kneefel van KN Singles and Twins Aviation Consultants BV te Lelystad wilde er een aanschaffen en informeerde bij de RLD naar de toelaatbaarheid 

wat betreft bouwjaar en geluidseisen. Het betrof hier de OO-RJM (c/n 486-74, Ex: OE-AOP) die destijds op Hasselt vloog. 

De informatie van de RLD zal wel niet bemoedigend geweest zijn, over de eventuele aanschaf is verder niets meer over vernomen.

 

* Aérospatiale-Aeritalia ATR.42                                                                   1986

Constructienummer 037 was oorspronkelijk voor Holland Aero Lines BV te Rotterdam bestemd. 

Het toestel werd echter naar de Verenigde Staten afgeleverd als N426MQ.

 

* Aérospatiale SA 332 Super Puma                                                             1994

In april van dit jaar liet de KLM haar optie op twee exemplaren van dit type vervallen.

 

* Aerostar M-20E                                                                                          1987

Van N6813V (c/n 21-0005) werd gemeld dat het toestel een Nederlandse eigenaar had. Het toestel vloog inderdaad in Nederland maar of het hierdoor 

ook als een kandidaat beschouwd moet worden is mij niet duidelijk.

 

* Airspeed Oxford                                                                                        1945

Op 9.2.1945 werden twee toestellen van dit type op Whitchurch aan de KLM afgeleverd. 

Bovendien deelde de marine mee dat "nog twee andere Oxfords voor gebruik door de KLM ergens gereed staan". 

Het handelde om de toestellen T1019, V4192, AT587 en DF483. 

Voor zover bekend zijn deze toestellen nooit in Nederland geweest en hebben ze geen Nederlandse kenmerken (civiel dan wel militair) gedragen.

Bovendien waren vier van de 28 LSK-Oxfords ook oorspronkelijk (via BOAC) aan de KLM overgedragen. 

Dit waren op 27.6.1945 de X6765 en HN172 die bij de LSK de serials C-11 en C-13 kregen, op 10.1.1946 de V3907 die C-12 werd en tenslotte op 

12.1.1946 de P8910 die C-10 werd.

 

* Akaflieg Mü 13E Bergfalke                                                                        =

OE-0266 (c/n 3) werd tegen het eind van de jaren zeventig ingevoerd. Werd opgeslagen te Hilversum, Amstelveen en Badhoevedorp. 

Het toestel ligt tegenwoordig bij F. Wevers te Zeewolde. In 1983 had de heer Wevers negen (Oostenrijkse) zweefvliegtuigen in zijn bezit, waarvan

er nog vier in Oostenrijk vlogen. Hij informeerde toen voorzichtig bij de RLD in hoeverre het mogelijk was op eenvoudige (goedkope) wijze een 

Nederlands BvL voor deze oudjes te verkrijgen. 

Hem werd te verstaan gegeven dat een en ander niet onmogelijk was maar in ieder geval moeilijk. Niet allemaal tegelijk dus.

Inmiddels is het aantal in zijn bezit zijnde Oostenrijkse toestellen opgelopen tot 16. Ze worden in dit hoofdstuk allemaal(*) genoemd ondanks het 

feit dat wel vaststaat dat de meeste bepaald geen kandidaat voor het N.L.R. zijn,

Tot het verschijnen van "75 Jaar N.L.R."  was er één ingeschreven, de PH-801.

(*)Zie bij: SG-38; Olympia; Fauvel; Müsger; PZL; Scheibe Bergfalke, Spatz en Specht; Grunau Baby en Ifjusag. De niet-Oostenrijkse toestellen zijn de 

Slingsby GrasshoppersWZ826 en XP462 . En tenslotte voor de volledigheid: PH-243, PH-251, PH-330

 

* Akerboom-Schmidt T-10                                                                            1954

De A.K.U. Zweefvlieg Club begon in samenwerking met LSK Zweefvliegclub Deelen met de bouw van een T-10. 

De bouw werd wegens onvoldoende ervaring én wegens het vertrek van de heer Schmidt naar de Verenigde Staten gestaakt. 

Hoewel in 1955 hervatting werd overwogen, omdat er op Terlet nog een vleugel van de niet afgebouwde T-10-II beschikbaar bleek, gebeurde dat toch niet.

  

* Akrotech Giles G.202                                                                                 2013

De inschrijving van N202FD (c/n   ) werd  op 24.9.2013 doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.

 

* Albatros B.II                                                                                               1921

Willem van Graft vloog al in dit jaar met een Albatros. Bekend is dat hij in 1923 ermee landde in Heerhugowaard en dat hij met het toestel in een 

strenge winter rondvluchten verzorgde vanaf het dichtgevroren IJsselmeer, bij de Hoornse Hop, voor ƒ 10,-. 

Toen op een nacht onverwacht de dooi inviel is het toestel door het ijs gezakt en afgeschreven. 

Eigenaar was een tandarts uit Hoorn, een zekere Franken.

 

* Albers experimenteel vliegtuig                                                                 1928

In de pers werd aandacht besteed aan dit wel zeer revolutionaire toestel. Het zou opstijgen door het om hun as draaien van de bovenvleugel terwijl 

dan in de ondervleugel kleppen open zouden staan en de staartvlakken in de verticale stand werden gezet.

Bij voldoende hoogte zou dan een normale schroef voor de voorwaartse snelheid gaan zorgen, de bovenvleugel en de staartvlakken zouden in 

normale stand gefixeerd worden. Verder niets meer over gehoord, dus!

 

* Alsters                                                                                                       1934

  In Blerick bouwde een 'jonge man' eerst een zweefmodel van ca. één meter lengte. Daarna een groter (lengte 3,5 en spanwijdte 4,5 meter) en

  gemotoriseerd vliegtuig dat weliswaar gevlogen (onbemand!) heeft maar na de eerste vlucht was neergestort. In Het Vaderland van 31.1.1934 wordt

  een groter (passagiers)vliegtuig met een 400pk motor aangekondigd. Verder niets meer van gehoord.

 

* American Aviation AA-1A Yankee                                                             1973

Vliegclub Rotterdam was voornemens twee exemplaren aan te schaffen. Na een demonstratie van Robin kozen ze echter voor standaardisatie 

op Frans materieel, vlak daarop werd de PH-SRG afgeleverd.

 

* American Aviation AA-5A Cheetah                                                            1983

De OY-GAK (c/n 0085) kwam in augustus 1983 te Rotterdam aan waarna men pogingen deed het toestel hier in Nederland te verkopen. 

Hoewel er diverse serieuze gegadigden waren kwam het tenslotte in Duitsland terecht als D-EDXT.

 

* American General AG-5B Tiger                                                                 =

N4077Y (c/n 10149) werd op 4.5.1993 op Eelde afgeleverd en zou, naar men zei, Nederlands worden. Ging echter naar Duitsland als D-EJMO.

 

* American General AG-5B Tiger                                                                 1994

Bij de RLD kwam het bericht binnen dat kenmerk OY-CKZ (c/n 10131) doorgehaald was. Het toestel werd later in Duitsland ingeschreven als D-EAGT.

 

* Anfänger                                                                                                   1933

De Arnhemsche Zweefvlieg Club vroeg op 1 juli 1933 een BvL aan voor een Anfänger met constructienummer 76. Mogelijk betrof dit de latere PH-15.

 

* Ansaldo SVA                                                                                             1936

Op 1 januari 1935 maakte de I-AAXC een noodlanding bij Dinteloord. De eigenaren gaven opdracht de lichte schade te repareren maar verzuimden

het toestel weer op te halen. Toen de reparateur (een garagebedrijf!) failliet ging, werd het toestel geveild en gekocht door J.A. Jansen te Bergen op Zoom.

Deze was secretaris van de RK Brabantsche Aeroclub en deze club wilde het toestel in Nederland laten inschrijven. 

Voordat duidelijk was of dit al of niet mogelijk was bleek de zaak juridisch toch niet rond te zijn en moest hij het toestel weer aan de vroegere

Italiaanse eigenaren terugverkopen.

Hierna deed de heer Jansen verwoede pogingen een ander motorvliegtuigje te bemachtigen. 

Hiertoe werd eerst serieus gedacht aan een Aeronca Model KC en daarover werd eind 1937 ook correspondentie gevoerd met de fabriek.

Eveneens werd contact gelegd met Smoliner & Kratky te Wenen over de Miles M.2T Hawk Trainer OE-DKA (c/n 222, Ex: G-ADNK). 

Beide aankopen gingen niet door.

 

* Antonov AN 12                                                                                           1991

Eind 1991 werd Aero Charter International/Euravia/SAFE (zie Lockheed Hercules) overgenomen door het (Russische) Transworld Marine Agency. 

De bedoeling was te gaan opereren met een vloot bestaande uit een gehuurde Hercules en toestellen van het type AN 12 (type-certificaat al 

aangevraagd), AN 124 en IL 76.

 

* Antonov AN 14                                                                                           1966

Het Russische bedrijf Avio-Export maakte bekend dat er een dergelijk toestel naar Nederland verkocht zou zijn. 

Het zou nog hetzelfde jaar -samen met een eveneens gekochte Mi-6 helikopter- afgeleverd worden.

 

* Antonov AN 124                                                                                         1991

Zie hierboven bij AN 12.

 

* ASW Skytracker                                                                                        1981

De Koninklijke Zuid-Hollandse Maatschappij voor het Redden van Schipbreukelingen te Rotterdam was geïnteresseerd in de toepassing van 

ultra-lichte vliegtuigen. Zij kochten een Skytracker (c/n 01) van J. Beuker te Vlissingen en vroegen daar op 25 juni een BvI voor aan. 

Niet ingeschreven. Later kochten ze ook nog de PH-1L5.

 

* Auster J/1 Autocrat                                                                                    1957

In september werd de inschrijving van G-AJRN (c/n 2612) doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland. 

Het toestel dook echter weer op in Ierland als EI-AUM.

 

* Auster J/4                                                                                                  2009

Willem den Baars te Burgh-Haamstede heeft in zijn verzameling de complete Auster OY-ECG (c/n 2071, ex. D-EFYW, D-ECYS, LX-REX, G-AIJO). 

De restauratie is vergevorderd, de vleugel is klaar, de romp is in opbouw en de motor moet nog gereviseerd worden.

 

* Auster AOP Mk.9                                                                                       1987

Harry Bogaerds schafte zich in 1987 een exemplaar van dit type aan. Het toestel bleef in Engeland om daar gerestaureerd te worden. 

Helaas is er nog geen identiteit bekend.

  

* Auster J/1 Autocrat                                                                                   1988

G-AJUD (c/n 2614) werd ernstig beschadig door een storm. In dit jaar kwamen de gedemonteerde resten naar Nederland voor reparatie/herbouw. 

Dat plan ging niet door en de zaak werd in ongewijzigde toestand naar Engeland terug gebracht.

   

* Avialsa Scheibe A.60                                                                                1984

F-CDLQ (c/n 139) werd in beschadigde toestand geïmporteerd. Heeft geruime tijd op Ypenburg gelegen en is nu opgeslagen bij H. Beerens te Oosterhout.

 

* Aviolanda jager-project                                                                            1939

Vlak voor de oorlog was dit project in het mock-up stadium maar werd toch opgegeven. Het was een ontwerp van dhr. Routnay, een Hongaar die in 

Oostenrijk had gestudeerd. 

Het project werd beëindigd toen Aviolanda het te druk kreeg met de licentiebouw van de Do 24 vliegboten voor de Marine Luchtvaart Dienst.

 

* Avro 536                                                                                                    1920

De inschrijving van G-AEHA werd in september van dit jaar doorgehaald met het commentaar "To Holland"

 

* Avro York                                                                                                  1944

Volgens berichten uit die tijd zou de KLM op 24 februari een viertal toestellen van dit type besteld hebben. In deze tijd circuleerden er voortdurend

geruchten over aanschaffingen door de KLM, vermoedelijk waren deze geruchten niet meer dan een middel om de Amerikaanse autoriteiten onder 

druk te zetten.

 

* Ayres S2R-T331 Turbo Thrush                                                                   1983

In april 1983 was N9486Q (c/n 2504R) op Oostwold en zou kandidaat voor ons register zijn. 

Het toestel vliegt nog steeds met Amerikaans kenmerk voor Aero Service BV vanaf Lelystad.

 

* Ayres S2R-T331 Turbo Thrush                                                                   1983

Ook EC-DDQ (c/n 2420R, Ex: N5056X) werd dit jaar voor het eerst (gedemonteerd) op Oostwold gezien. 

De heer Van der Meulen verklaarde destijds dat het toestel weer door hem opgebouwd en Nederlands geregistreerd zou worden. 

Medio 1993 werd op Lelystad een begin gemaakt met de herbouw, terwijl er ook nog steeds sprake is van export naar de Verenigde Staten waarbij 

kenmerk N4005 wordt genoemd.

 

* Ayres Loadmaster                                                                                     1999

De luchtvaartpers meldde een bestelling van vijf van deze toestellen door M.J.M. Duijvestijn, en later zou de bestelling nog uitgebreid zijn tot tien exemplaren.

 

* B-3                                                                                                             1938

In de periode 1 januari 1938 t/m 1 mei 1940 meldt Officier H.J Takens in zijn maandoverzichten over vliegtuigbouw in Nederland de bouw van een B-3. 

Wat dit voor toestel was is helaas niet bekend.

 

* BAC Drone                                                                                                1935

In het midden van de jaren dertig werd een exemplaar van deze motorglider geïmporteerd met de bedoeling dit type hier in licentie te gaan bouwen.

Het initiatief liep op niets uit en de G-ADPJ (c/n 7) ging weer terug naar Engeland.

 

* BAC 111                                                                                                     1968

In 1968 huurde de KLM voor een aantal maanden de G-ATPJ (c/n 33) van British Eagle. Dit is natuurlijk niet echt een kandidaat voor het N.L.R., 

er worden wel vaker toestellen gehuurd, maar omdat het toestel geheel in KLM-kleuren vloog wordt het hier toch vermeld.

Trouwens, al eerder was dit type 'in beeld' geweest. 

Op 2.10.1964 demonstreerde de G-ASJF op Schiphol en later die maand bezocht een KLM-delegatie de fabriek.

In maart 1965 zou er nog een automatische bllindvliegdemonstratie gegeven worden, maar omdat de keus inmiddels op de DC-9 was gevallen, 

werd die op het laatste moment afgelast.

 

* Bannet SV.2                                                                                              1936

Op 22 mei 1936 diende de Vliegtuigenfabriek Bannet te Zeist een BvL-aanvraag voor dit te bouwen sport- en lesvliegtuig.

Hierbij werd fabrieksnummer B.3 opgegeven.

Het toestel was ontworpen de heren Kelder en Stokfleth, de constructeur was een heer Groot die in 1936 met de bouw startte. 

Ondanks de herhaaldelijke verzekering dat de bij de aanvraag behorende tekeningen en berekeningen zouden worden ingeleverd is dat slechts in 

laag tempo en mondjesmaat gebeurd. Bovendien bevatten die berekingen zóveel fouten dat de RSL besloot om in de vorm van studieproject voor 

nieuwe personeelsleden alle berekingen over te doen.

In 1939 werd de heer Bannet het advies gegeven zijn aanvraag in te trekken. Dat advies volgde hij op 27.6.1939 op en op 14.7.1939 werd hem 

officieel medegedeeld dat de keuringswerkzaamheden gestaakt waren. Het is dus nooit afgebouwd.

In "Nederlandse Luchtvaartgeschiedenis" is een uitgebreid artikel over dit project opgenomen.

 

* Barrett Gyrocar                                                                                         1963

Gerrit te Pas te Halle begon dit jaar met de bouw van een exemplaar. Het toestel werd slechts half afgebouwd en belandde op de schroothoop. 

Zie verder bij PH-PAS.

 

* B.A.T. F.K.23a Bantam                                                                              1925

In november werd een BvI aangevraagd door de NV Nationale Vliegtuig Industrie. Omdat er geen toezicht bij de bouw was uitgeoefend werd een 

BvL (en dus ook een BvI) geweigerd. 

Mogelijk betreft dit de (H-NACQ). In 1924 was een dergelijk verzoek ook al eens afgewezen, dat was dus mogelijk de (H-NACH).

 

* Baumhauer zweefvliegtuig                                                                       1910

Samen met de gebroeders Jhr. P.J. en Jhr. W. Six bouwde ir. Baumhauer een tweedekker zweefvliegtuig met een spanwijdte van tien meter. 

In de duinen bij Zandvoort werd op de hellingstijgwind gezweefd.

 

* Baumhauer helikopter                                                                              1925

Als reactie op een in Engeland uitgeschreven wedstrijd voor de bouw van een helikopter werd in Nederland opgericht de "Vereeniging voor de eerste Nederlandse helicoptère". 

Deze bouwde met behulp van diverse bedrijven en instanties (Fokker, Werkspoor, Pander, NVI, LVA) de door Ir. Baumhauer ontworpen helikopter. 

Vanaf 17 september 1925 werd het toestel regelmatig gevlogen. Op 29 augustus 1930 werd het toestel bij een ongeval totaal vernield.

 

* Bede BD-5                                                                                                 =

De heer Pouw uit Naarden zou medio 1990 bezig zijn met een toestel van dit type.

 

* Beech AT-11 Kansan                                                                                 1979

Tegen het eind van dit jaar begon de heer J.I. Roos te Soest de mogelijkheden te onderzoeken twee AT-11's uit Brazilië in te voeren. 

Op 19 juni 1981 werd de RLD formeel verzocht hem over de administratieve en operationele aspecten van deze zaak in te lichten. 

Het betrof de PT-KUS en PT-KUT (resp. c/n 3703, Ex: FAB.1524, 42-37220, en c/n 4588, Ex: FAB.1363, 42-37592) van de firma Prospec SA te 

Rio de Janeiro, welke hij van plan was in te gaan zetten bij vliegshows, paravluchten etc. Het ging dus helaas niet door!

 

* Beech 17E                                                                                                 1935

Op 13.3.1935 vroeg de Nederlandse Beech-vertegenwoordiger, Van Merkensteyn's- Handelmaatschappij te Rotterdam, een Bewijs van Gelijkstelling 

voor een toestel van dit type aan. In deze periode speelden ook de problemen betreffende de luchtwaardigheid van de DC-2 die ondanks een

Amerikaans BvL niet aan de Amerikaanse voorschriften bleek te voldoen. 

Op 3.4.1935 werd de aanvraag weer ingetrokken. Niet bekend is echter of deze zaken iets met elkaar te maken hadden.

  

* Beech 17R                                                                                                 1940

Op de valreep! Op 7 mei 1940 bood F. ten Bosch via NV Ingenieursbureau FR. Eriksson zijn Beech 17R G-ADLE (c/n 50) te koop aan de Minister 

van Koloniën. Hij achtte het toestel uitermate geschikt voor operaties in Nederlands Indië.

Het toestel stond op dat moment op vliegveld Haren bij Brussel, en het was voor hem feitelijk onmogelijk geworden erover te beschikken.

Hij vroeg er ƒ 20500,- voor, inclusief de uitgebreide instrumentuitrusting en een set drijvers.

Tot een transactie is het, wel begrijpelijk, niet gekomen.

 

* Beech G18S                                                                                              1972

SE-BTS (c/n 8343, Ex: 44-87103, NC79848) werd naar Nederland verkocht en bij de KLM van haar kenmerken ontdaan. 

In hoeverre het toestel een serieuze kandidaat was is mij niet bekend. Het werd later naar Zwitserland verkocht als HB-GAC en behoort momenteel 

tot de collectie van het Fliegermuseum te Dubendorf.

 

* Beech D18S                                                                                               1977

In dit jaar wilde de Paraclub Icarus te Hilversum een Franse Beech kopen ter vervanging van hun Pilatus PH-OTB. Daar hadden ze nogal eens wat mee. 

De RLD weigerde een BvL te verstrekken.

 

* Beech C18S                                                                                               1971

De heer C. Honcoop te Veen(NB) had in zijn bezit de D-IBUM (Ex. 43-33393, NC67, NC171, N86) met constructienummer 5666.  In november 1971 

verkocht hij het toestel aan ene heer Korenhof te Utrecht. Of beter gezegd, de restanten!  Want al de maand ervoor werden het  in ontmantelde staat

waargenomen.

 

* Beech 58 Baron                                                                                         1980

Door de fabrikant werd een Nederlands type-certificaat aangevraagd voor N3717D (c/n TH-1181). 

Het toestel zou op dat moment al van een Nederlandse eigenaar zijn.

 

* Beech Bonanza                                                                                         1979

De Kenya Seed Company Ltd. wilde een Beech kopen, die hier laten inschrijven en in Kenya exploiteren. 

Mogelijk betreft het hierbij N60604 (c/n E-1538). In mei van dit jaar benaderden ze bij monde van dhr. W.H. Verburgt, de RLD met de vraag hoe een 

en ander in te richten. Bij nader inzien werd het hen allemaal te duur en in juli 1979 deelden ze mede dat het plan niet door ging.

De link tussen deze maatschappij en ons land is me trouwens niet zo erg duidelijk!

 

* Beech A60 Duke                                                                                        2000

De inschrijving van N541JA (c/n P-163) werd op 1 juni doorgehaald als zijn verkocht naar Nederland. 

De RLD kreeg ook een doorhalingsverklaring, maar het toestel is hier niet ingeschreven.

 

* Beech 65-C90 King Air                                                                               1985

De RLD kreeg de telex dat kenmerk ZS-INN (c/n LJ-523) op 15 februari 1985 was doorgehaald. Eigenaar was de firma Temimex.

 

* Beech 1900                                                                                                1984

Netherlines BV tekende in augustus van dit jaar een 'letter of intent' voor drie van deze toestellen. In 1985 zouden deze gevolgd worden door 

nòg 4 exemplaren.

 

* Beech B200 King Air                                                                                 1994

JetNet informeert in januari 1994 bij de RLD naar de King Air met c/n BB-983 (=D-ISAZ) die op 12.7.1993 vanuit Duitsland naar Nederland 

verkocht zou zijn.

 

* Beech 200 Super King Air                                                                         1992

De inschrijving van VH-NSR (BL-40, Ex.  N44344, VH-OTH, N3837R) werd doorgehaald op 10.7.1992. Hiervan werd onze RLD nog dezelfde maand

in kennis gesteld. In hoeverre dit betekent dat het toestel als kandidaat beschouwd moet worden kan ik niet beoordelen. Het werd vlak daarna

ingeschreven in Denemarken als OY-GEB, en later ZS-PRB.

  

* Bell 47                                                                                                       1987

De heer G. van den Boom te Beuningen wilde een exemplaar importeren en verzocht de RLD om nadere informatie over de inschrijving. 

Het type moest opnieuw gecertificeerd worden aangezien het sedert 1972 niet meer in het N.L.R. ingeschreven was geweest. 

Ik heb er  verder niets meer over vernomen.

 

* Bell UH-1B Iroquois                                                                                   1994

Op 2 september kwam de melding van doorhaling binnen van EC-EHU en EC-EOG (resp. c/n 401 Ex: 62-1881 en c/n 351 Ex: 61-771) bij de RLD binnen. 

De laatste vloog daarna in Nederland als N98049 met MLD beschildering 220/V.

 

* Bell 206A Jet Ranger                                                                                 1990

D-HAVS (c/n 45038) werd door Heli-Holland BV te Emmer-Compascuum ingevoerd. 

Al vrij snel na de aankoop werd bekend dat het toestel niet Nederlands zou worden.

 

* Bell 206B Jet Ranger                                                                                 1994

Op 14 juli kwam bij de RLD de telex binnen dat de dag ervoor de inschrijving van C-GJIJ (c/n 758) was doorgehaald.

 

* Bell 214ST                                                                                                 1987

G-BKJD (c/n 28114) opereerde destijds voor de KLM in opdracht van de NAM. Was geen kandidaat maar werd slechts gehuurd.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1955

In de loop van dit jaar voltooide ene heer Prinsen uit Delft een exemplaar van dit type. Er schijnt mee gevlogen te zijn. 

In 1975 werd het aan de collectie van de Aviodome toegevoegd.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1958

Gerrit te Pas uit Halle begon in dat jaar met z'n eerste project. Gebrek aan onderdelen en vakkennis zorgden ervoor dat het project niet afgemaakt werd. 

Zie verder bij Barrett Gyrocar.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1960

De Jeugdluchtvaartbrigade van Den Haag was in het bezit van een zelfgebouwd exemplaar dat te zwaar gebouwd was en niet de lucht in wilde. 

In 1962 bestond nog het plan om een lichtere versie te gaan bouwen.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1960

Ferdie Meulenberg te Kortgene bouwde er een met de bedoeling er later drijvers onder te monteren.

 

* Bensen B-7 Gyroglider                                                                              1961

M.J. Raaymakers en P.Th.C. Wilde te Helmond bouwden een Gyroglider en maakten er proefvluchten mee. 

Daarna, op 1 augustus 1961, vroegen ze er een Bewijs van Luchtwaardigheid voor aan. Bij deze aanvraag voegden ze enkele foto's. 

De volgorde van de bouw en de vergunningen was natuurlijk net verkeerd, dat zal dan ook wel de reden zijn dat er over het toestel niets meer vernomen is.

 

* Bensen B-8 Gyrocopter                                                                            1962

N. Hammer uit Epe(Gld.)  wilde een Gyrocopter bouwen en vroeg of daar vergunningen voor nodig waren. Voor het bouwen natuurlijk niet, maar voor

het ermee vliegen geldt de luchtvaartwet, was het antwoord van de RLD. Ik weet niet of het er nog van gekomen is.

 

* Bensen B-7 Gyroglider                                                                             1962

De heer J.N. Lucas te Rijswijk besefte dat voor de bouw van en het vliegen met een Gyrocopter aan veel meer eisen voldaan moest worden dan 

bij een Gyroglider. Dus wilde hij nader geïnformeerd worden hoe dat precies geregeld was in Nederland. 

Feitelijk werden Gyrogliders min of meer behandeld als zweefvliegtuigen (vgl. de PH-257 van Leo Leenders). 

Voor zover ik weet is er van bouw geen sprake geweest.

 

* Bensen B-7 Gyroglider                                                                              1963

Ook de heer A. Bosman te Eindhoven had serieuze plannen een Gyroglider te bouwen en die eventueel later te voorzien van een motor. 

Hem werden de eisen die aan e.e.a. worden gesteld uit de doeken gedaan. Het toestel is er, voor zover ik weet, niet gekomen.

 

* Bensen B-7 Gyroglider                                                                              1964

De plannen van J. de Winter te Wolvega waren identiek aan die van de heer Bosman hierboven. En het resultaat ook, oftewel, niets meer over gehoord.

 

* Bensen B-7 Gyroglider                                                                              1965

De heer Jurgens liet zich met een Gyroglider, voorzien van drijvers, slepen boven de Loosdrechtse plassen. 

Dat leverde hem een proces verbaal op, hem werd een overtreding van de Luchtvaartwet ten laste gelegd.

De heer Jurgens 'liet de zaak voorkomen' en op 9 april deed de de kantonrechter uitspraak. 

Hij oordeelde dat een Gyroglider geen luichtvaartuig was en dientengevolge niet onder de Luchtvaartwet valt. 

De heer Jurgens werd vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Een ander gevolg was dat de inschrijving van  de Gyroglider van Leo Leenders in het N.L.R. (de PH-257) doorgehaald diende te worden. 

Het was immers geen luchtvaartuig meer!

 

* Bensen B-7 Gyrocopter                                                                             1967

De heer P. Hanse uit Noordwelle wilde een Gyrocopter bouwen en bovendien bij zijn boerderij een baan aanleggen zodat hij van huis uit kon vliegen. 

Uitreiking van een BvL was onmogelijk omdat in de Verenigde Staten nooit een type-certificaat afgegeven was dat als basis voor een BvL zou kunnen dienen.

En dat vliegveld naast de deur was helemaal een utopie.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1967

Henk J. Vinke en Eddy Pot bouwden er een in de garage van het huis van bewaring te Arnhem. Er zijn sleepproeven mee uitgevoerd. 

Het is mij niet bekend of er, zoals de bedoeling was, ook nog een motor ingebouwd is.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              1974

Carel Verlaan (PH-VER, PH-GYR) bouwde als voorbereiding eerst een gyroglider waarmee in het begin van dit jaar taxi-testen op Rotterdam 

werden uitgevoerd.

 

* Bensen Gyroglider                                                                                    1980

Carel Verlaan bouwde ook een twee-persoons glider voor instructie. Mogelijk is dit echter hetzelfde toestel als het hierboven genoemde.

 

* Bensen B-6 Gyroglider                                                                              =

Er moeten in het begin van de jaren vijftig twee Gyrogliders gebouwd zijn in Volendam en Nijmegen. De eerste zou later naar België verkocht zijn. 

Meer informatie is méér dan welkom!

 

* Bensen B-7 Gyrocopter                                                                             1978

De heer W. de Jong te Orangepark, Florida, wilde een in Amerika gebouwd (of te bouwen, dat is niet geheel duidelijk) exemplaar invoeren en 

nam hierover contact op met de RLD. Verder is er niets meer over vernomen.

  

* Bensen B-8M Gyrocopter                                                                           1978

                 De heer A.W. Oerlemans (zie PH-WSE) zou in dit jaar gevlogen hebben met een zelfgebouwde Bensen. Verder heb ik hier geen informatie over.

  

* Bensen B-8M Gyrocopter                                                                           198.

Het duo W.J.L. Dinkla en W. Keur te Dwingelo hadden vergevorderde plannen er een te bouwen. Ze hadden tekeningenset FB8M109 al in huis. 

Gezondheidsproblemen van de heer Keur maakten een eind aan het project vóór er van 'hardware' sprake was.

 

* Bensen B-8M Gyrocopter                                                                           198.

Tenslotte bestaat er een foto van een Bensen die tot nu tot niet geïdentificeerd kon worden. Op de staart staat "The Flying Dutchman" en 

mogelijk is het een van de hierboven genoemde toestellen. Foto's van dit toestel staan ook in item 22 van de  Vragenrubriek".

 

* Van den Berg Staalvogel                                                                          =

Hans van den Berg uit Baambrugge heeft vijf(!) maal een vliegtuig gebouwd, vanaf 1962 bouwde hij drie toestellen die echter geen van alle gevlogen hebben.

Zijn vierde project (Staalvogel 4) was in 1968 klaar en kwam op 5 juli van dat jaar inderdaad van de grond: "Het mini-vliegtuig, met vleugels van

boekbinderslinnen (Waterlooplein), met een scootervoorwiel als neuswiel, twee motorfietswielen als landingsgestel, een automotor en hier en daar wat

elektrapijp verhief zich, bestuurd door Skylight-directeur Johan Daams, boven het Hilversumse vliegveld ongeveer 25 cm van de grond". 

Grootste hoogte die later op die dag nog bereikt werd, was ongeveer 8 meter.

Commentaar van Daams: "Werkelijk, met dit vliegtuigje tart je de wetenschap"

Op dezelfde dag vloog ook de bouwer zèlf met zijn creatie, maar hij schrok zó van de bereikte hoogte dat hij de stick naar voren duwde en het toestel 

tegen de grond vloog. Het is niet meer gerepareerd.

Later bouwde hij de Staalvogel 5, de PH-BER, en daarbij zouden nog delen van de Staalvogel 4 gebruikt zijn.

 

* Blériot                                                                                                       1911

NV Rotterdamsche Vliegvereniging bood eind februari of begin maart een Blériot-eendekker aan de Nederlandse regering aan.

 

* Blériot Spad                                                                                              1920

Met als voorbeeld de SPAD-jager die in 1917 door de LVA werd geïnterneerd, bouwde de KROMHOUT-motorenfabriek te Amsterdam een kopie.

Nadat het vrijwel voltooide toestel, samen met het voorbeeld, weer door de LVA werd overgenomen, bleek bij keuring dat het toestel "niet voldoende

betrouwbaar was geconstrueerd". Het werd afgeschreven.

 

* Boeing 307 Stratoliner                                                                              1939

De KLM had optie genomen op drie exemplaren, na het verongelukken van Ir. A.G. Baumhauer in maart van dat jaar tijdens een proefvlucht met 

zo'n type was er van een bestelling natuurlijk geen sprake meer.

 

* Boeing N2S-3                                                                                            2007

Als sedert het begin van de jaren negentig is de N68941 (c/n 75-8044, BuNo38423) gestationeerd op Budel en zo af en toe waren er geruchten 

dat hij in het N.L.R. zou worden opgenomen. 

In 2007 was het de eerste keer dat het meer dan een gerucht was, er was in ieder geval contact met IVW over deze zaak.

 

* Boeing C-97 Stratocruiser                                                                         1946

In september 1946 annonceerde de Stoomvaart Maatschappij Nederland grootse plannen voor een luchtvaartmaatschappij. 

Het materieel zou in eerste instantie bestaan uit 4 Lockheed Constellations, 4 Douglas toestellen die niet nader gepreciseerd werden (vrijwel zeker

DC-4-en) en 4 Boeing Stratocruisers. 

De plannen waren dermate concreet dat ook de afleveringsdata bekend gemaakt werden, respectievelijk in maart, juni en augustus 1947.

 

* Boeing 727                                                                                                1963

Hoewel de KLM nooit met dit type heeft gevlogen, was er zeker wel serieuze belangstelling. Op 23 oktober werd een proefvlucht c.q. demovlucht 

gemaakt met een hoge KLM-delegatie (directie niveau) die vergezeld was van een aantal RLD-specialisten. 

Van een bestelling is het echter niet gekomen.

 

* Boeing 737                                                                                                1975

Sunair-Nederland, een reisorganisatie, wilde er een aanschaffen. In het persbericht stond dat het toestel door Transavia zou worden geëxploiteerd. 

Desgevraagd wist directeur Hanrath echter van niets.

 

* Boeing 737                                                                                                1992

Bij de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van LN-BRW (c/n 25792) op 24.9.1992 was doorgehaald. 

Of het toestel kandidaat voor het N.L.R. was, is niet meer na te gaan. Het ging naar Volksrepubliek China als B-2591. 

Mogelijk was de melding van doorhaling alleen maar omdat Norske Finance Nederland BV te Rotterdam eigenaar was.

 

* Boeing 737-4YO                                                                                         2002

De inschrijving van VH-VGD (c/n 23980) werd doorgehaald op 30 april. Hiervan werd melding gedaan bij IVW. Het toestel ging naar België als OO-VJO.

 

* Boeing 747                                                                                                2006

Bij IVW kwam op 7 november de bekende 'non-registry' telex binnen, d.w.z. de verklaring van deze 747 met c/n 35232 niet Amerikaans geweest was. 

Dat is de voorbode van een naderende inschrijving. Het toestel werd echter ingeschreven in België als OO-THA.

 

* Boeing 757                                                                                                2002

De doorhaling van de inschrijving van EC-FYJ (c/n 26242) werd op 12.7.2002 bij de IVW gemeld. Het toestel ging naar IJsland als TF-FIT.

 

* Bombardier CL-600-2B16                                                                           2005

De inschrijving van het Canadese kenmerk C-FEUR (c/n 5577) werd doorgehaald op 26 april. Hiervan werd melding gedaan bij de IVW. 

Of er echt plannen waren voor inschrijving in het N.L.R. kan ik niet nagaan. Het toestel ging naar België als OO-KRC.

 

* Borgmann                                                                                                 1992

Bennie Borgmann uit Barger Compascuum haalde de locale pers met zijn eigenbouwproject. Een éénmotorige hoogdekker met een spanwijdte 

van zeven meter en uitgerust met een motor van 39pk uit een Citroën 2CV.

 

* Bos slagvleugelvliegtuig                                                                           1936

Ene heer Bos te Weesp bouwde in de jaren 1935/1936 een zweefvliegtuig met bewegende vleugels. Het heeft niet gevlogen.

 

* Bristol Freighter                                                                                        1958

In de tijd dat Martin's Air Charter werd opgericht werd gepubliceerd dat er een optie op twee van deze toestellen was genomen.

 

* Britten-Norman BN2A-26 Islander                                                              2008

De inschrijving van N62183 (c/n 592) werd doorgehaald op 19.2.2008. De FAA stuurde een kennisgeving daarvan naar IVW, het toestel kwam 

echter niet naar Nederland maar ging naar de Nederlandse Antillen als PJ-EZR.

   

* Bücker Bü 131 Jungmann                                                                         1936

In het archief van de RLD kwam ik een verzekeringsdocument tegen betreffende D-EQGA (van Sportfliegerschule Bielefeld, c/n 25). 

Wat de betekenis hiervan is blijft onbekend.

 

* Bücker Bü 131 Jungmann                                                                         1947

Hein Bulten (Frits Diepen Vliegtuigen) en Eelco Schuller (Bureau Luchttoerisme KNVvL-ANWB) haalden zo'n vliegtuig op uit Zwitserland. 

Vlak daarop gaf Gerben Sonderman er een demonstratie mee op Ypenburg.

 

* Bücker Bü 133 Jungmeister                                                                       1945

Op een document uit dit jaar blijkt dat Prins Bernhard ook in aanmerking wenste te komen voor een Jungmeister. 

In hoeverre er van een concreet toestel sprake is geweest kan niet beoordeeld worden.

Trouwens, in hetzelfde document wordt ook aangegeven dat er een B-25 Mitchell aangevraagd werd.

 

* Bücker Bü 181 Bestmann                                                                         1988

Na het ongeval met de PH-OOO zijn de restanten van het toestel in een container naar de schroot gegaan. Maar Johan Daams wilde niets meer 

te maken hebben met het type waarmee twee Hilversummers verongelukten waren en ruimde tegelijkertijd ook de delen van een tweede Bestmann 

die hij in z'n bezit had op. Welke Bestmann dat was, weet ik niet.

  

* Buijster gyrocopter                                                                                     1994

Sjaak Buijster heeft zelf een door een Trabant-motor aangedreven gyrocopter ontworpen. De bouw werd in 1994 gestart en de motor heeft met 

de eveneens zelfgebouwde propeller al proefgedraaid op een tijdelijke, wèl op een gyrocopter lijkende, constructie. 

Streefjaar voor de eerste vluchten was het jaar 2000.

 

* CAARP CAP.20L-S200                                                                                1983

De heer S.G. Vonken te Heerlen kondigde aan ter vervanging van de PH-STV een Belgisch exemplaar te willen aanschaffen en informeerde bij 

de RLD naar de te volgen procedure om het toestel in Nederland te laten certificeren. 

Het betrof hier de OO-BNG (c/n 8) en hoewel de RLD zich wat betreft de BvL-uitreiking nogal soepel opstelde is het toestel weliswaar aangekocht 

maar niet in het N.L.R. opgenomen. Het werd wèl, ook nog in 1983, HB-MSF en later F-GOSL, F-AZLS. 

 

* Cameron Ax7-77                                                                                        =

Constructienummer 002 zou in de jaren tachtig kandidaat geweest zijn.

 

* Canadair C-4 Argonaut                                                                              1960

Volgens krantenberichten zou Martin's Air Charter destijds G-ALHY (c/n 170) van Overseas Aviation gekocht hebben.

 

* Canadair CL-41 Tutor                                                                                1961

Een exemplaar van dit type (de CF-LTW-X) werd dit jaar hier gedemonstreerd voor de Rijksluchtvaartschool. 

Die van aankoop afzag en de Morane Saulnier Paris aanschafte.

 

* Canadair CL-44                                                                                         1961

In de pers werd gemeld dat de KLM een bestelling op dit toestel serieus overwoog.

 

* Carley                                                                                                       1921

In april van dit jaar wordt gemeld dat Joop Carley een twee-motorige, 16-persoons eendekker aan het bouwen is.

 

* CASA 1-131-E                                                                                             1993

Bij de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van N89542 (c/n BV2134) op 22.7.1993 was doorgehaald. 

Als eigenaar werd opgegeven als Brooks/Schermer Voest. De laatste is ongetwijfeld de M.I.M. Schermer Voest van de (PH-DLK).

 

* CASA CN.235                                                                                             1992

Behalve de plannen met Hercules, AN 12, AN 124 en IL 76 had de directie van Euravia/SAFE ook plannen twee toestellen van dit type aan te schaffen. 

In februari 1992 werd er een op Zestienhoven voor hen gedemonstreerd.

 

* Carmam M.200 Foehn                                                                               2006

Sinds 2006 wordt BGA2978/EVC (c/n 55, ex F-CDKT) op Soesterberg gerestaureerd.  Begin 2010 werd het toestel naar Hilversum gebracht

voor de laatste fase van deze restauratie. Men hoopt er in het najaar de eerste vlucht weer mee te maken.

Hierna zal een Bewijs van Inschrijving in het N.L.R. aangevraagd worden.

  

* Caudron C-801                                                                                           1990

De "Dutch Aircastle Society" (4 VHZ-leden) kochten in november de al gerestaureerd BGA2693/EHF (c/n 320/4, Ex: F-CBTE).

Het toestel was in dermate goede staat dat er een week later al mee gevlogen werd.

Begin jaren negentig bij een boomlanding ernstig beschadigd. Hierop werd de romp van F-CBTD (c/n 319/3) in België aangekocht en de 

hele zaak is nog steeds opgeslagen te Hilversum in afwachting van herbouw.

 

     * Cessna UC-78C Bobcat                                                                                                           1947

       00.00.1948   Frits Diepen Vliegtuigen NV, Rijswijk/*Ypenburg.
       Frits Diepen schafte 12 Bobcats aan met de bedoeling er zes als luchttaxi in bedrijf te nemen. 
       De overige zes waren bestemd om aan de Haganah te Israël door te verkopen.  
       De bedoeling was om ze via een Italiaanse tussenpersoon (en ook via Italië) daar naar toe te vliegen.
       Ze zouden tijdens deze vlucht Italiaans eigendom zijn, en dus (?HD) van een Italiaans kenmerk zijn voorzien.

       In Italië had Frits Diepen goede contacten, zie daarvoor het SM.95 verhaal in Nederlandse Luchtvaartgeschiedenis.

       De eerste zes werden inderdaad in gebruik genomen en in het N.L.R ingeschreven. Zie het N.L.R.
       Van de overige zes ging de geplande verkoop naar Israël niet door en is het nog even de bedoeling geweest ze alsnog
       in het N.L.R. te laten inschrijven, er werd nog een drietal kenmerken gereserveerd: PH-NCM, PH-NCN en PH-NCO. 
       De identiteiten van deze zes zijn:
         5715   43-31777
         5745   43-31807
         5759   43-31821
         5761   43-31823
         5764   43-31826   "Patty 1"
         5793   43-31855
       De verkoop naar Israel ging dus niet door en één ervan (c/n 5745) werd nog naar Frankrijk verkocht als F-OBIN.
       De rest werd voor onderdelen gebruikt en uiteindelijk gesloopt.
 
       In dezelfde tijd had de Steenkolen Handels Vereniging plannen luchtvrachtverkeer te ontwikkelen tussen West-Europa en Israël 
       en zou daarvoor toestellen charteren van Peninsular Air Transport Co te New York. 
       In hoeverre er een verband bestond tussen deze twee affaires heb ik (nog) niet kunnen vaststellen.
 

* Cessna UC-78 Bobcat                                                                                1970

HB-UEF (c/n 5253, Ex: 43-7733) werd naar Nederland verkocht. Het toestel heeft enige tijd vanaf Teuge geopereerd maar is daarna naar 

België verkocht als OO-TIN. Later naar Frankrijk en is daar nu eigendom van het museum te Angers.

  

* Cessna UC-78 Bobcat                                                                                2010

De inschrijving van N58147 (c/n 5932) werd op 20.12.2010 doorgehaald i.v.m. verkoop naar Nederland.

Ongetwijfeld de Bobcat van het Aviodrome die momenteel ergens in een container opgeslagen is.

 

* Cessna 150M                                                                                             1996

Op 24 september werd de inschrijving van N45448 (c/n 15076926) doorgehaald i.v.m. verkoop naar Nederland.

  

* Cessna 170B                                                                                              1962

De inschrijving van D-EMAN (c/n 26800, Ex: N4456B) werd doorgehaald op 12 november. Het toestel was verkocht aan de Gemeenschap van 

Christenen te Vroomshoop. Verwoede naspeuringen in kerkelijk Vroomshoop hadden helaas geen resultaat.

  

* Cessna 170B                                                                                              1985

In dit jaar werd er een BvL aangevraagd voor G-AORB (c/n 20767, Ex: OO-SIZ, N2615D). 

Er ontstond enige verwarring/onenigheid over de eisen die aan een dergelijk, toen al historisch, vliegtuig konden worden gesteld. 

Het toestel bleef in Engeland.

  

* Cessna 170B                                                                                              1991

Bij de RLD kwam de melding van doorhaling per 7.3.1991 binnen van N3088A (c/n 25732). In 1996 was het toestel nog steeds, met z'n Amerikaanse 

kenmerk, op Lelystad gestationeerd.

  

* Cessna 172B Skyhawk                                                                               1981

De destijds in Engeland woonachtige D.H. van Staveren was de trotse eigenaar van de G-ARCM (c/n 17247852), de oudste van dat type in het 

Engelse register. Hij meldde aan de RLD dat het toestel bij zijn terugkeer naar Nederland hier ingeschreven zou worden.

  

* Cessna 172E Skyhawk                                                                               1981

Op Teuge was de N4902D (c/n 17251002) aanwezig, die òf Nederlands zou worden òf naar Ghana zou gaan. Volgens de laatste berichten vliegt 

het toestel echter nog in Duitsland.

 

* Reims/Cessna F177RG Cardinal                                                                1977

De inschrijving van G-AZKH (c/n F177RG0049) werd in september doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland. 

Hoewel de nieuwe eigenaar A.A.A. Reijs inderdaad Nederlander was, is het toestel hier nooit ingeschreven.

  

* Cessna 182E Skylane                                                                                1984

De heer J.M. Bek te 's-Gravenhage wilde zijn Skylane 5H-BEK (c/n 53812, Ex: N2812Y) naar Nederland halen en hier laten inschrijven. 

Hiertoe verzocht hij de RLD om informatie betreffende de procedure.

 

* Cessna 182P Skylane                                                                                1975

Twee jaar lang was de D-EBSP (c/n 1826360) in Nederland actief en dook het gerucht op dat hij hier verkocht zou worden/zijn.

 

* Cessna 182S Skylane                                                                                2000

De inschrijving van N23754 werd in augustus doorgehaald als zijn verkocht naar Nederland. 

Werd hier echter niet ingeschreven in het N.L.R. maar in Groot Brittannië als G-LVES.

 

* Cessna R182 Skylane                                                                                1988

In 1988 arriveerde op Budel de N4788S (c/n R18201429) die naar men destijds beweerde, Nederlands zou worden. 

Omstreeks 1993 nog steeds gestationeerd op Budel maar inmiddels niet meer.

 

* Cessna R182 Skylane                                                                                1995

De inschrijving van N5149T (c/n R18201823) werd op 17.11.1995 doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.

 

* Cessna A188B AGtruck                                                                              1984

G-BKKA (c/n 18800319T) kwam op 19 april vanuit Leeds in Nederland aan. Het staat niet vast of dit een serieuze kandidaat was. 

Het toestel werd een jaar later in Finland ingeschreven met kenmerk OH-CIY.

 

* Cessna U206G                                                                                           1978

Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam een telex van de FAA binnen, waarin verklaard werd dat de inschrijving van N756JN (c/n U20604129) 

doorgehaald was op 23 augustus.

 

* Cessna TU206G Turbo Stationair                                                               1992

European Aviation Services BV te Schiphol wilde in oktober de N756QY (c/n U20604283) kopen. 

Aangezien het toestel voorzien was van auxiliary bladder type brandstoftanks in beide vleugels had het een Supplementary Type Certificate. 

De vraag was of dit een bezwaar zou zijn voor inschrijving in het N.L.R.

Het antwoord is mij niet bekend, maar aangezien het toestel niet ingeschreven werd zal het wel een bezwaar geweest zijn. 

Mogelijk betreft de reservering van kenmerk PH-ALJ dit vliegtuig.

 

* Cessna P210N Centurion II                                                                        1987

N4953K (c/n P21000380) werd ingevoerd door General Aviation Service BV te Hoogeveen. Werd echter D-EAOH.

 

* Cessna T210N Turbo Centurion II                                                              1983

De doorhaling van D-EJWS (c/n 21063877) werd op 13 juli 1983 door LBA Braunschweig aan onze RLD gemeld. 

Het toestel ging naar Soedan en werd daar ST-NUR.

 

* Cessna 402B                                                                                              1978

Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam een telex van de FAA binnen, dat de inschrijving van N6388X (c/n 402B-1351) doorgehaald was op 26 juli. 

Het toestel ging naar Zweden en werd daar SE-GEH.

 

* Reims/Cessna F406 Caravan II                                                                  1989

Op 30 mei werd voor constructienummer F4060037 een BvL voor Export naar Nederland uitgereikt. 

Het toestel ging in augustus 1989 naar Duitsland als D-ICAS.

 

* Reims/Cessna F406 Caravan II                                                                  1999

Op 29 april werd de inschrijving van N744C (c/n 0062) doorgehaald als zijnde geëxporteerd naar Nederland.

 

* Cessna 414                                                                                                1977

D-IMUK (c/n 414-0847, Ex: N3844C) werd aangekocht door Air Service Holland BV te Teuge.

Het toestel zou een Nederlands kenmerk krijgen.

 

* Cessna 421B Golden Eagle                                                                       1976

De G-BCED (c/n 421B0600) werd via Air Service Holland BV te Teuge, naar Duitsland verkocht als D-IOLV.

 

* CFM Shadow                                                                                             1985

Op 25 februari kwam bij de Rijksluchtvaartdienst een telex van de CAA binnen, waarin verklaard werd dat G-MMYD doorgehaald was op 22 februari. 

Volgens Britse bronnen werd het toestel verkocht aan DHV Raadgevend Ingenieursbureau.

 

* Chevvron 2-32                                                                                           1989

De inschrijving van G-MVVV (c/n 066) werd op 21 juli doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.

 

* Chrislea Ace                                                                                              1946

Op 14 februari meldde de heer H.J. Takken van de Firma F. Roeloffzen te Enschede aan de Raad van Toezicht van NV Luchtvaartterrein Twente, 

dat deze firma “zeer binnenkort een klein sportvliegtuig, nl. een Chrislea Ace” zou importeren. 

Het bedrijf vroeg daartoe een bewijs van voorkeur voor “het verleenen van een exploitatierecht tot het uitoefenen van het luchttaxiverkeer”.

Op dat moment bestond alleen het prototype G-AHLG (c/n 100) en als kandidaat voor het importeren is dit dus de enige mogelijkheid.

Er is later, in november 1948, nog wel met een (Super) Ace gedemonstreerd op Ypenburg, Hilversum en Teuge.   

Dat was de eerste can 23 Super Aces (van de 23 die gebouwd werden.

Hoewel de importeur Schreiner destijds wel beweerde een exemplaar in Nederland verkocht te hebben (waar ik in de archieven geen spoor van 

heb gevonden) moet toch ook geconstateerd worden dat hij, behalve enige advertenties, weinig zichtbare moeite deed het toestel hier 

(voor 5500,- per stuk) aan de man te brengen.

 

* Colt 21A Cloudhopper                                                                               1986

Tegen het eind van dit jaar werd G-BMBG (c/n 689) doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland.

 

* Conijn                                                                                                       2000

Hoewel zeker geen kandidaat voor het N.L.R. toch vermeldenswaard. De kunstenaar Joost Conijn bouwde behalve een houten auto ook een vliegtuig 

waarmee hij inderdaad in de woestijn in Morakko gevlogen heeft. 

Later herhaalde hij dat nog eens in Tsjechië met een bouwsel waarop een Tsjechisch kenmerk OK-KUL 09 was aangebracht. Hiermee crashte hij.

 

* Consolidated PBY-5A Catalina                                                                  1953

De N.V. Bataafse Petroleum Maatschappij vroeg op 20 maart een BvL aan voor de door Canadian Vickers gebouwde Catalina VP-KKJ (c/n CV593, 

Ex: SE-BUB, SE-XAD, VT-DEX, VR-HDS, PI-C258, 44-34082, (BuNo. 68046)).

Het toestel was naar Londen overgevlogen en zou daar door RLD-functionarissen gekeurd worden. 

De inschrijving ging om onbekende redenen niet door. Het werd daarna naar de Verenigde Staten verkocht als N1508V.

 

* Consolidated PBY-5A Catalina                                                                  1962

Flashband Flight Advertising System deelde op 28 september aan de Rijksluchtvaartdienst mede dat ze serieus overwoog een Catalina aan te 

schaffen en informeerde tegelijkertijd in hoeverre op problemen bij aanvraag voor een Nederlandse BvL moest worden gerekend. 

Dat bleek aanzienlijk te zijn, als er zes jaar geen toestel van een bepaald type ingeschreven was geweest, werden aan het weer in te schrijven 

toestel de dan geldende certificatie-eisen gesteld. 

En dat betekende een compleet nieuwe procedure die, door de onmogelijkheid de kosten over meerdere toestellen te verdelen, economisch 

zeer onaantrekkelijk was. De Catalina is er dus niet gekomen. Zie verder bij Grumman Mallard!

 

Convair B-24 Liberator                                                                              1945

Direct na het afwijzen van de vraag om 14 Douglas C-54J werden pogingen gestart om in plaats daarvan Liberators te bemachtigen. 

Dat leek succes te hebben.  

Onze Ambassadeur meldde dat de FEA hem een zevental omgebouwde C-87 Liberators had aangeboden en vroeg hoe nu te handelen.

Hij kreeg het groene licht voor de aankoop van 7 exemplaren, hoewel de minister de voorkeur gaf aan huren.

Hoewel de vlak daarna tóch goedgekeurde aanvraag voor de C-54's (zie daar) buiten deze transactie zou staan, mogen we ervan uitgaan dat 

daardoor deze Liberators toch niet werden afgenomen..

 

* Convair B-24 Liberator                                                                              1945

In deze periode deed de KLM allerlei pogingen om in de behoefte aan materieel in de na-oorlogse periode te voorzien. 

Zo werd serieus de ombouw van B-17's en B-24's onderzocht.

De plannen met de B-24 waren dermate serieus, dat voor ombouw geschikte kandidaten -in Zweden- werden geïnspecteerd. 

SAAB bracht een offerte voor de conversie uit. De geïnspecteerde toestellen waren:

       B-24J:     44-40106, 44-40142, 44-40195, 42-50649, 42-50770, 42-50648

       B-24H:    42-51079, 42-95125, 42-28945, 42-51213, 42-52244

De volgorde waarin ze hier genoemd worden was de volgorde van voorkeur van de inspecteurs. Zie ook bij Avro York.

 

* Convair T-29B                                                                                            1981

Bij de Rijksluchtvaartdienst kwam de volgende telex binnen: "this is to certify that the following described aircraft has been removed from the 

ivory coast register on the 1st march 1981 stop regisvpmgwtnsw zatlg model convair 240-27 serial 285 stop owner weendy holding w.h.e. whestships 

agencies b.v. stop pob 63039 rotterdam stop west netherlands stop director of ivory coast cv aviation stop and end".

Op 11 januari 1980 arriveerde N99653 op Rotterdam, de bemanning verklaarde desgevraagd dat de eigenaar Weendy Aircraft Corp. was en dat het

constructienummer 270 was.

Er heerst enige verwarring betreffende de juiste identiteit, bij de verkoop van 51-5139 in januari 1977 werd als constructienummer 285 genoemd en 

dat nummer duikt ook in de telex op. 

Er deden onbevestigde geruchten de ronde over de toekomst van dit exemplaar, het zou door drie Nederlandse zakenmensen gekocht zijn om 

na overhaul bij Aviolanda te worden ingezet voor chartervluchten.

 

* Convair 880                                                                                               1962

Er was sprake van de aanschaf van zes van deze toestellen door de KLM. 

Twee zouden van Swissair worden gekocht en de andere vier van Hughes Tool Company.

 

* Convair 880                                                                                               1963

In april 1963 charterde de KLM trouwens voor 3500 uren zo'n Convair (c/n 37, YV-C-VIC) van VIASA en die werd aan één kant van 

KLM beschildering voorzien.

 

* Curtiss P.6 Hawk                                                                                       1934

Als voorbeeld voor de door Aviolanda te bouwen exemplaren van dit jachtvliegtuig voor LA-KNIL schafte deze fabriek één exemplaar aan.

Het betrof c/n 17 en was in de Verenigde Staten eerst ingeschreven als NR9W en na een ongeval herbouwd als NR-9110.

Zó werd het toestel hier gedemonstreerd door Jimmy Doolittle c.s. 

Na gebruik werd het toestel gedemonteerd en in de fabriek opgeslagen.

In september 1934 vroeg de heer F. ten Bos naar de mogelijkheden voor de uitreiking van een Nederlands BvL aangezien hij dit toestel wilde kopen.

Dat viel niet mee, als er een Amerikaans BvL kon worden getoond was een Nederlands BvG mogelijk, zo niet dan zou de hele keuringsprocedure 

voor een normaal BvL doorlopen dienen te worden. Op grond van de bij de RSL beschikbare gegevens was een uitreiking zéér twijfelachtig.

Het toestel ging tenslotte weer terug naar Amerika en dook daar in 1938 weer op als NX9110.

 

* Curtiss C-46 Commando                                                                            1962

Er zou een Nederlandse firma worden opgericht, die vanaf Schiphol en Beek zou gaan opereren met twee van deze toestellen. 

Onderhoud zou door Aviolanda worden verzorgd. Drijvende krachten achter dit project waren twee directeuren van AVIAD Inc., 

een op Schiphol gevestigd adviesbureau/luchtvaartmakelaar, de heren W.H. Kennedy en R.L. Farquhar en verder zou de Raad van Bestuur uit drie

Nederlanders bestaan. 

Bij gunstige ontwikkeling was het de bedoeling om op korte termijn met moderner materieel passagiers te gaan vervoeren.

In 1963 was het project weliswaar nog niet afgeblazen maar was het plan veranderd, de vliegtuigen zouden in Panama geregistreerd worden. 

Waarschijnlijk omdat RLD-onderzoek naar de eigenschappen van dit type gerede twijfel hadden gezaaid of er ooit een Nederlands BvL uitgereikt 

zou kunnen worden.

 

* Daams                                                                                                       1940

Johan Daams, de latere directeur van Skylight BV, bouwde vlak voor de oorlog een éénpersoons vliegtuigje. 

De bouw werd vanwege de oorlog niet voltooid, het vliegtuig heeft nog wel getaxied en de bouwer is er altijd van overtuigd gebleven dat het 

zeker gevlogen zou hebben.

 

* Dassault Mystère 20                                                                                   1965

Martin's Air Charter overwoog de aanschaf van een Mystère om aan bedrijven te verhuren als charterjet. 

Wèl diende dan een pool van bedrijven afname van minstens 1000 uren per jaar te garanderen. In juni werd een Mystère voorgevlogen op Schiphol.

 

* de Havilland D.H.9                                                                                    1921

Volgens douane-gegevens werden behalve de vier in het eerste register genoemde toestellen óók nog ingevoerd:

   G-EAUQ    H9125 met motor 6458

   G-EAGY    H9258 met motor 8490

 

* de Havilland D.H.9C                                                                                  1922

G-EAXG (D.516, D.H.9C/16) zou in juni 1922 aan de KLM verkocht zijn (A.J. Jackson) maar andere bronnen melden de ferry naar Spanje 

op 26.1.1922 en daar ingeschreven als M-AAGG.

 

* de Havilland D.H.85 Leopard Moth                                                            1934

J.J. van der Leeuw kocht in april de G-ACLX (c/n 7036) van de Australische record-vlieger Rubin, en verscheen daarmee op het pinkstervliegfeest te Eelde.

In juni vertrok hij ermee naar Kaapstad. Op de terugweg naar Nederland verongelukte hij op 23 augustus onderweg van Mpika naar Dodoma.

Tijdens die vlucht droeg het toestel de naam  "De goede hoop". Maar ondanks alle 'Nederlandse' links heb ik geen aanwijzingen aangetroffen

dat inschrijving in het N.L.R. overwogen werd.

 

* de Havilland D.H.85 Leopard Moth                                                            1935

Op de auto-RAI stond de Leopard Moth van H.Th. van Marken (zie PH-AJD en PH-KGH in het tweede register) nog met zijn Engelse kenmerken. 

Het betrof (vermoedelijk, de laatste letter was op de mij bekende foto niet zichtbaar) de G-ACTH met c/n 7074, die een jaar later in Italië opdook

als I-ACIH.

 

* de Havilland D.H.82 Tiger Moth                                                                 1948

De heer R.W. Oosterhuis wilde via Avio Diepen een Engelse Tiger Moth kopen. 

Op grond van destijds geldende invoerbeperkingen kreeg hij daar echter geen toestemming voor. Hierna schafte hij de Piper Cub PH-NCU aan.

 

* de Havilland D.H.82A Tiger Moth                                                              1987

Na het ongeval met zijn Tiger Moth G-ALBD schafte de heer C.H. Schoonbeek een 'nieuw' exemplaar aan. 

Het betreft hier N90277 (Ex: VT-DKN, HU726), het constructienummer is niet bekend. 

Hij had het plan het toestel in het N.L.R. in te laten schrijven maar vanwege de verplichting het toestel uit te rusten met de Fokker-staart ging

dat niet door. Het werd dus ingeschreven in het Amerikaans register en vliegt -zonder Fokkerstaart dus- al jaren vanaf Midden-Zeeland.

 

* de Havilland D.H.82A Tiger Moth                                                              1991

Begin 1991 zou G-ANFI (c/n 85577, Ex: DE623) aangekocht worden door Stichting Vliegend Museum Seppe. 

Nog vóór de koop definitief werd, raakte het toestel ernstig beschadigd bij een ongelukkige landing te Chibolton. 

Men besloot van de koop af te zien en kocht daarna de G-AJHS (c/n 82121, Ex: N6866).

 

* de Havilland D.H.87 Hornet Moth                                                              1940

De PK-WDR (c/n 8095) van W.D. Rous was vlak voor de oorlog naar Nederland gevlogen met de bedoeling zich hier te lande te vestigen.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat daarmee zijn Hornet Moth kandidaat werd voor het N.L.R.

Dat het toestel in enige Duitse documenten aangeduid als PH-WDR moeten we echter vermoedelijk opvatten als vergissingen.

Het toestel werd door de Duitsers in beslag genomen en later (samen met diverse andere toestellen uit het Tweede Register, zie PH-ADL) door 

Zerlegebetrieb Utrecht gesloopt.

 

de Havilland D.H.89 Dragon Rapide                                                          1955

De Iraanse Aardolie Exploratie en Productie Maatschappij kwam tot de conclusie dat voor haar activiteiten in Iran vliegtuigen essentieel waren.

Ze onderhandelde dan ook, via partner Iranian Oil Services Ltd, met Airwork Ltd over de aankoop van een viertal Dragon Rapides.

Bij onze Rijksluchtvaartdienst verzocht ze in april 1955 om toestemming deze vier toestellen in het Nederlands Luchtvaartuig Register op te nemen.

Die toestemming werd formeel verleend op 10 mei van dat jaar. 

Echter, op 19 juli verklaarde de IAEPM dat een en ander niet doorging, o.a. omdat de betreffende toestellen "thans niet meer bruikbaar" zouden zijn.

Tegelijkertijd werd verzocht van deze toestemming t.z.t. gebruik te mogen maken bij de uitvoering van het alternatieve plan voor de aanschaf van

zes de Havilland Doves en twee Fokker Friendship. Dat plan werd wel gerealiseerd, zie het Derde Register in de PH-IO#-serie.

Het betrof de volgende vier toestellen:

- c/n 6488, R9560, G-AKUB, EP-ADN

- c/n 6518, X7345, G-AKNF, EP-ADP

- c/n 6565, X7405, G-AKUC, EP-ADM

- c/n 6618, X7501, G-AKOA, EP-ADO

   

* de Havilland D.H.89 Dragon Rapide                                                          1959

In december van dit jaar vroeg de heer Th. Sinnige vergunning voor het exploiteren van een binnenlands luchtnet. 

Zijn bedoeling was om diensten tussen Rotterdem, Axel, Haamstede en Düsseldorf. 

Het hele bedrijfsplan was geschreven op basis van de aanschaf van een Dragon Rapide die door NV NLS onderhouden zou worden. 

De vergunning werd geweigerd. 

Waarschijnlijk zou dit toestel, indien aangeschaft en ingeschreven, kenmerk PH-SBA gekregen hebben. 

Dat kenmerk werd vlak daarna uitgereikt voor de Jodel van NV Sinberg Luchtvaartbedrijf (de compagnon van dhr. Sinnige heette P.J. Bergman) 

die in mei 1961 voor taxi- en rondvluchten werd aangeschaft.

In 1962 werden toch weer serieuze plannen gemaakt voor het exploiteren van lijndiensten tussen Eelde, Twente, Teuge, Hamburg etc. 

Ook dat plan kwam niet van de grond.

 

* de Havilland Canada DHC-1 Chipmunk                                                     =

Er zijn sedert 1975 diverse Chipmunks naar Nederland gehaald. Hoewel uit correspondentie met de RLD blijkt dat uitreiking van een Beperkt 

Bewijs van Luchtwaardigheid als historisch vliegtuig mogelijk zou zijn is er niet één ingeschreven geweest. En in hoeverre er serieuze plannen

waren om tot inschrijving over te gaan is ook geheel onbekend.
Alleen voor de G-BDET werd in 1987 een Nederlands BvL aangevraagd en werd een kenmerk (PH-RTH) gereserveerd. 

Het toestel werd echter niet ingeschreven.

 

   -    G-BBNB (c/n C1/0033) van F.H. Schouten te Amsterdam, heeft jaren vanaf Schiphol gevlogen   -

   -    G-BDBP (c/n C1/0727) van F. de Munck vliegt nog steeds vanaf Lelystad.   1987

   -    G-APPM (c/n C1/0159) "is naar België of Nederland verkocht"

        Werd van april '87 tot mei '88 vanaf Zwartberg(OO) gevlogen doorde Nederlander M. Raymaeckers.

   -    G-BCIW (c/n C1/0899) doorgehaald 8 februari als zijnde verkocht naar Nederland.   1988

        Werd door enige Transavia-vliegers aangeschaft. Het toestel werd echter op 21 april al weer in Engeland ingeschreven.

   -    G-BBMO (c/n C1/0550) is als eigendom van J.L. Pfundt/Holland Aerobatics te Baarn al geruime tijd op Lelystad en

        Hilversum gestationeerd.   1988

   -    G-BBMX (c/n C1/0800) is als eigendom van W. Daams en H. Westdorp nog steeds op Hilversum gestationeerd.     1997

   -    G-BWTG (c/n C1/0119) werd eind 1997 op Rotterdam gestationeerd. Eigenaar was East West Aviation Club Inc.

 

* de Havilland Canada DHC-2 Beaver                                                         1989

De laatste Engelse militaire Beavers zouden bij opbod worden verkocht. Het ging om de volgende exemplaren.

1421 XP769, 1441 XP771, 1449 XP778, 1464 XP810, 1473 XP814, 1491 XP825, 1621 XV270 en 1624 XV271.

E.V.R.H. van 't Spijker, van Star Airservice te Teuge, ging naar Engeland om de toestellen te inspecteren en bracht een bod uit op 

de XP810 en XP814. 

Ondertussen benaderde hij -via N. Snip van ATAS- de Rijksluchtvaartdienst om de formaliteiten betreffende de inschrijving alvast te regelen.

Bij de verkoop bleek dat 'de Canadezen' een bod hadden uitgebracht op alle toestellen tegelijk, niet voor een bepaald bedrag, maar voor het 

hoogste bod vermeerderd met £ 5000,-! Daar was dus niet tegen te bieden, het ging dus niet door.

 

* de Havilland D.H.104 Dove                                                                        1972

Moormanair kocht de Belgische OO-SCD (c/n 04117, Ex: G-AMFU, VP-KDE). 

Na aankomst heeft het toestel echter niet meer gevlogen, het werd gesloopt en de neus-sectie ging naar de Aviodome-collectie.

 

* de Havilland Dove/Heron                                                                          2000

VPAir diende een 'voorvraag' betreffende de import van een Heron. Maar als constructienummer werd hierbij 04065 opgegeven, en dat is een 

Dove c/n. Ik het er daarna niets meer over gehoord.

 

* de Havilland Canada DHC.6 Twin Otter                                                    2000

LN-WFD (c/n 700) werd verkocht aan Schreiner Airways en de inschrijving werd doorgehaald. op 20 november. 

Het toestel werd hier echter niet ingeschreven maar ging naar Schreiner Airways Kameroen en werd daar ingeschreven als TJ-OHN.

 

* de Havilland DHC.8                                                                                   1992

Bij de RLD kwam de telex binnen dat de c/n's 301 en 303 niet in het Canadese register waren opgenomen (geweest).

Dit soort meldingen gaat nogal eens vooraf aan een inschrijving.

 

* de Havilland DHC.8                                                                                   1999

De inschrijving van OE-LRZ (c/n 410) werd op 24 februari doorgehaald en daarvan werd melding gedaan aan de RLD. 

Het toestel ging echter naar de verenigde Staten als N285BC.

 

* Defiant                                                                                                      1985

De heer H.J. Owel, wonende te Liechtenstein, wilde dit Hongaarse zelfbouwvliegtuigje laten inschrijven in het N.L.R. 

De RLD maakte hem duidelijk dat dit zéér moeilijk zou worden; geen contacten met Hongarije, geen sterkteberekeningen etc. 

Kortom, het ging dus niet door.

 

* Denney Kitfox                                                                                           1992

De heer G.P. Dierijck kreeg ontheffing voor het gebruik van zijn experimentele Kitfox N98MC (c/n 164) in het Nederlands luchtruim 

met slechts een "Special Airworthiness Certificate". Enige jaren later stond dit toestel nog steeds te Lelystad. 

De heer Dierijck was trouwens niet de eigenaar, ik weet niet wie dat wèl was.

Niet bekend is of het hiermee een kandidaat voor een Nederlands kenmerk was.

 

* DFS Weihe                                                                                                1980

P.C. Jansen te Roden was eigenaar van de prachtig gerestaureerde D-5862 en vloog daarmee in de periode 1980 - 1988 vanaf vliegveld Witten. 

Daarna doneerde hij het toestel aan het Deutsche Segelmuseum op de Wasserkuppe en daar wordt het tentoongesteld.

 

* DFS Olympia                                                                                             1939

De Haagsche Vakcursussen voor Jeugdige Werkloozen namen in de loop van dit jaar een zweefvliegtuig van dit type in aanbouw. 

Of het afgebouwd is, is helaas niet bekend, evenmin wat er van geworden is.

 

* DFS Olympia                                                                                             1941

Behalve de toestellen die bij de NV Vliegtuigbouw in aanbouw waren (zie PH-1 t/m 102), werd er ook in de Centrale Werkplaats van de KNVvL

op Terlet (door)gebouwd aan tenminste twee DFS Olympia's!

Op 1 maart 1941 vroeg de KNVvL de keuring aan voor de eerste uitreiking van een Bewijs van Luchtwaardigheid voor twee van deze toestellen.

Ze werden geïdentificeerd als D.F.S Olympia Serie I Fabrieksnummer resp. 1 en 2.

 

* DFS Olympia                                                                                             1948

De Venlose Zweefvliegclub wilde in 1948 een Zwitsers exemplaar aanschaffen. 

Er werd een inzamelingsactie gehouden, maar die bracht niet genoeg op zodat het bij een plan bleef. 

Het jaar daarop kreeg de club de beschikking over de PH-136.

 

* DFS Olympia                                                                                             2000

OE-0477 c/n 17 ligt sedert 2000 opgeslagen bij F. Wevers te Zeewolde.

Zie voor nadere informatie over de heer Wevers bij Akaflieg Bergfalke.                                    

 

* DFW R.II                                                                                                    =

In de collectie van Dr. Ing. Kurt Hermann (1902-1950) die in Staatsarchiv Leipzig bewaard wordt (Sign.21794) is een foto aangetroffen van een 

toestel van dit type (18/16) met daarop geschilderd de tekst “EIGENTUM DER FA. BROERMANN UND LEEUWENBURG, ROTTERDAM”.

Nadere informatie ontbreekt.

 

* Difoga 471                                                                                                 1948

Na betrokken te zijn geweest bij het ontwerp en de bouw van de Difoga 421 (PH-NAG) ontwierp H. Koekebakker samen met Ing. J. Weyer 

een licht sportvliegtuig dat er wel enigszins op leek. 

Het had echter één staartboom en er zouden delen van de Piper Cub (vleugel, onderstel en staartsectie) bij gebruikt worden. 

De productie-versie, de Difoga 481, zou in details verschillen maar er werd helemaal niets gebouwd.

 

* Van Dijk HVD.101                                                                                      =

Tegen het einde van de jaren veertig had E. van Dijk te Rotterdam een helikopter ontworpen. 

Het betrof hier een twee-persoons toestel met twee rotors dat uitgerust zou worden met een gepatenteerd stabilisatie-systeem. 

Hij zocht financiële steun voor de constructie van een prototype en haalde met zijn ontwerp de internationale luchtvaartpers.

Behalve dit ontwerp was er in die pers ook sprake van twee andere ontwerpen van zijn hand, een 4- en een 6-persoons toestel. 

De drie helikopters hadden gemeen dat ze geheel geschikt waren voor kunstvliegen. Er is verder niets meer over vernomen.

 

* Dijkman Dulkes zweefvliegtuig                                                                    1964

De gebroeders Cor en Clement begonnen de bouw van een zweefvliegtuig naar eigen ontwerp. Naar eigen zeggen werd de bouw afgebroken 

omdat ze zich realiseerden dat dit toch eigenlij­k niet hun bedoeling was

Vermoedelijk heeft het vernietigende oordeel, in 1966, van drie RLD-officials (Rietbergen, Schipper en Wolleswinkel) over de kwaliteit van de

reeds gebouwde delen, ook wel een rol gespeeld. Ze gebruikten de vleugel later voor de -illegale- PH-COR.

In de luchtvaartpers wordt beweerd dat, behalve deze vleugel, ook een (afgezaagd) deel van een Cub bij de bouw werd gebruikt. 

Dit is weer zo'n 'feit' dat door íedereen' voor waarheid wordt aangenomen, maar in de bewaard gebleven documentatie en in de bouwtekeningen 

is er niets over terug te vinden. Integendeel!  Cor Dijkman Dulkes specificeert daarin nauwkeurig de voor de romp gebruikte materialen.

Voor het frame gebruikte hij electriciteitsbuis!

 

* Dornier Cs-II Delphin                                                                                 1921

Het opschrift "Dolfijn" doet denken aan een serieuze kandidatuur voor het N.L.R., maar helaas het was slechts een public relation stuntje.

Het toestel (c/n 21) werd op 23.3.1921 afgeleverd aan Van Berkel's Patent en op 16.4.1921 vanaf de Kralingse Plassen voorgevlogen voor de MLD.

Er waren plannen dat het type door Van Berkel in licentie zou worden gebouwd.

Het ging niet door en de "Dolfijn" werd door Van Berkel verkocht aan de Amerikaanse marine en het toestel kreeg daar Bureau Nummer A-6055.

 

* Douglas C-47                                                                                             1946

In de periode vlak na de oorlog werden grote aantallen (bijna 100) van deze toestellen door Fokker omgebouwd en daarna weer aan klanten afgeleverd.

Dit waren natuurlijk toestellen die buiten het bestek van deze opsomming vallen.

 

* Douglas C-47                                                                                             1946

Ook werden er echter een aantal aan de KLM overgedragen welke nooit een Nederlands kenmerk hebben gekregen.

Bekend zijn de volgende exemplaren:

     c/n 12209     Ex: 42-92411, FZ650. Werd G-AJRX, VR-SCN, VR-RCN, 9M-ALN, PK-AKR, PK-OBK.

                        Verongelukt Pakanbaru, 28.4.1981.

     c/n 12294     Ex: 42-92488, FZ691. Gebruikt voor onderdelen.

     c/n 12367     Ex: 42-92554, KG358. Gebruikt voor onderdelen.

     c/n 13161     Ex: 42-93268, KG569. Gebruikt voor onderdelen.

     c/n 13366     Ex: 42-93453, KG607. Werd G-AJRY, VR-SCO, VR-RCO, 9M-ALO, 9V-BAN, PK-IDB, XU-DAG.

 

* Douglas C-47                                                                                             1946

Van de volgende twee toestellen is alleen bekend dat ze naar 'The Netherlands' werden afgeleverd zonder nadere bijzonderheden:

     c/n 4897       Ex: 41-20127. 'Sold to the Netherlands 24.6.47'. Van dit toestel is geen spoor terug gevonden zodat het

                        waarschijnlijk wel voor onderdelen verbruikt zal zijn.

     c/n 7362       Ex: 42-15567. 'Sold to the Netherlands 24.6.47'. Werd F-BCYZ, CF-GOC. Verongelukt Lourdes du Blanc

                        Sablon, 21.11.64.

     K 626           In een document over de diverse aan de PH-TBK geïnstalleerd geweest zijnde vleugels staat:

                        ... de PH-TBK vliegt nu met vleugel 3758 die afkomstig is van de onderdelenmachine K 626".

                        Ik ben er tot nu toe niet in geslaagd de identiteit van deze K 626 vast te stellen.

 

* Douglas DC-4E                                                                                           1939

Vlak voor de oorlog is er nogal onenigheid geweest over de vlootvernieuwing van de KLM. 

Steeds weer werden nieuwe voorstellen in de Raad van Bestuur besproken om de belangen van de strijdende partijen Fokker, Lockheed en de 

overheid zo goed mogelijk te laten sporen met die van de KLM.

Er werden allerlei variaties van aantallen van de volgende typen voorgesteld: Douglas DC-4E, Lockheed 049, Lockheed 44 en Fokker F.XXIV en

Fokker 180, besproken, aangenomen en weer verworpen. 

Dat laatste meestal omdat de overheid wilde dat de KLM in ieder geval ook met Fokkers vloog. De oorlog maakte aan al déze problemen een eind.

NB. Ondanks andersluidende berichten in de (luchtvaart-)pers van die dagen waren er door de KLM voor de oorlog géén DC-4's besteld.

 

Douglas C-54J                                                                                            1945

Op 14 augustus kreeg HM Ambassadeur te Washington te horen dat de aanvraag voor 14 van deze toestellen door de Combined Chiefs of Staff was afgewezen. 

Ze zouden dienst gaan doen op de route naar Nederlands-Indië.

Direct daarna werden de pogingen gestart om in plaats daarvan Liberators te bemachtigen. Zie daar.

 

Douglas C-54A                                                                                            1945

Inmiddels was de oorlog in de Pacific beëindigd en waren de matereeleisen daar natuurlijk sterk gewijzigd. 

Plesman kreeg advies om het oorspronkelijke verzoek voor 14 C-54's nogmaals in te dienen. 

Hierbij werd trouwens nadrukkelijk gezegd dat dit geen invloed zou hebben op de lopende onderhandelingen betreffende 7 Liberators. 

Deze keer werd de aanvraag goedgekeurd en in oktober 1945 werd het contract voor de eerste twee (42-72316 en 41-37303, resp. PH-TAA en PH-TAB) getekend.

In december 1945 werd een telegram ontvangen dat er op leasebasis vijf C-54A's waren bemachtigd, "direct from major overhaul with lowtime 

engine to meet airframes spares and spare engine requirements by cannibalization /stop/ first aircraft this project crashed as previously advised /

stop/ substitute aircraft expected depart this country within week".

 

* Douglas DC-4                                                                                             1946

In september annonceerde de Stoomvaart Maatschappij Nederland grootse plannen voor een luchtvaartmaatschappij. 

Het materieel zou in eerste instantie bestaan uit 4 Lockheed Constellations, 4 Douglas toestellen die niet nader gepreciseerd werden (vrijwel zeker 

DC-4-en) en 4 Boeing Stratocruisers.

De plannen waren dermate concreet dat ook de afleveringsdata bekend gemaakt werden, respectievelijk in maart, juni en augustus 1947.

 

* Douglas DC-4                                                                                             1958

In de luchtvaartpers wordt de oprichting gemeld van Konig Airtransport, een nieuwe Nederlandse chartermaatschappij.

De vloot zou aanvankelijk uit drie Vikings bestaan, later zou nog een DC-4 aangeschaft worden.

 

* Douglas C-54G Skymaster                                                                         1963

Van N9864F (c/n 35986, Ex: JY-ACD, N9864F, 45-533, N90912, 45-533) werd beweerd dat hij bestemd was voor Martin's Air Charter.

Het ging in ieder geval niet door. Bleef N9864F en werd later N888RH, N898AL.

 

* Douglas DC-4                                                                                             1988

Bij de RLD kwam de telex binnen dat kenmerk EL-AJP op 21 juni was doorgehaald. Het betreft hier c/n 27289 die in die tijd opereerde vanaf Zestienhoven.

De reden waarom deze telex verzonden werd is mij onbekend, meestal wordt dit soort telexen verzonden omdat een 'ontvangend' land die nodig heeft

voordat tot inschrijving kan worden overgegaan. 

Opmerkelijk is wel dat het toestel na deze doorhaling gewoon onder Liberiaans kenmerk bleef doorvliegen.

Het toestel staat nu bij het Berlin Airlift Memorial op Rhein-Main.

 

* Douglas DC-6                                                                                             1962

Martin's Luchtvervoer Maatschappij overwoog de aanschaf van een DC-6. Het toestel zou van Alitalia gekocht worden.

De koop ging niet door, in plaats daarvan werd een DC-4 (de PH-MAE) aangeschaft.

 

* Douglas DC-7CF                                                                                        1978

Al sedert 1978 staat EC-BSQ (c/n 45159) opgeslagen te Las Palmas, vlak daarop werd het toestel gekocht door een Nederlands bedrijf Trans-Estate.

Deze naam werd er ook op aangebracht. In 1981 ging de transactie echter toch niet door en momenteel staat hij er nog steeds.

  

Edge 540A                                                                                                   2007

De bekende stuntvlieger Frank Versteegh vloog met de N24KC die in2001 gebouwd werd door Chambliss M. Kirby. Er gingen toen hardnekkige

gerruchten dat hij het toestel Nederlands wilde registreren. Dat was echter pertinent niet waar! Integendeel, dat wilde hij per se niet maar hij wilde wél

een langdurige ontheffing om er in Nederland mee te vliegen. Net als enige YAK-52's. Dit werd geweigerd omdat de wetgeving inmiddels zodanig was

gewijzigd dat die constructie alleen nog toegestaan werd  voor kortdurend (enige dagen) verblijf in ons land.

De heer Versteegh nhad gerekend op toestemming, mede op grond van zijn BN status en zocht daarna nogal rellerig de publiciteit.

  

* Driessen "De Nieuwe weg"                                                                       1938

In 1938 schreef het Comité Vliegtocht Nederland-Indië een ontwerpwedstrijd uit. Er waren inzendingen van Ir. E.A. Driessen, Ir. T.J.W. van Lammeren

en van res.tlt. H.J. Kremer. 

Het Driessen ontwerp was een driemotorige vliegende vleugel met een vlieggewicht van 17.500 kg en een actieradius van 21.000 kilometer

Zie ook (PH-LAV)/2.

 

* Duyvis                                                                                                       1908

De Commissie Technische zaken van de NVvL beoordeelde in haar vergadering van 30 mei de ontwerpen van P.M. Duyvis en P. Uittenbogaard.

Het oordeel was gunstig.

 

EH-3                                                                                                           1940

Inspecteur Spierenburg van de Rijksluchtvaartdienst bezocht op 9.12.1940 de Haagsche Zweefvlieg Club.

In het maandverslag stond: "heeft bemerkingen t.a.v. de toestellen EH-3 en Koekoek". De aanduiding EH-3 zegt mij niets...

Dit blijkt een eenvoudige typefout te zijn, bedoeld werd de PH-3 die destijds bij de HZC opgeslagen was.

 

* Elisport CH-7 Angel                                                                                   1993

Op 21 december schreef Paramount Helicopters NV te Diest(OO), als vertegenwoordiger voor de Benelux, aan de RLD dat ze dit type helikopter in 

Nederland wilden invoeren. En op 17 januari 1994 dienden ze een 'officiële aanvraag' voor deze invoer in. 

Met de invoer heeft de RLD natuurlijk ambtelijk weinig te maken, pas als er gevlogen moet worden komt de RLD in beeld.

Navraag bij de autoriteiten in Italië (Registro Aeronautico Italiano, de RAI) wees uit dat dit type daar nog niet gecertificeerd was, sterker nog,

er was nog geen aanvraag voor een certificatie ingediend. 

Mogelijk is de helikopter zó licht dat hij geclassificeerd wordt als ultra-licht vliegtuig, dan valt hij in Italië namelijk niet onder RAI-toezicht maar 

onder dat van de Aero Club Italia. De 60pk Rotax motor suggereert in ieder geval een zeer lichte constructie.

 

* Embraer EMB-120 Brasilia                                                                         1987

Holland Aero Leasing BV te Rotterdam had de bedoeling in de loop van dit jaar er vier aan te schaffen.

 

* Enstrom F.28                                                                                             1976

Skyworks Nederland wilde in samenwerking met de Koninklijke Zuid-Hollandse Maatschappij voor het Redden van Schipbreukelingen te Rotterdam,

kustbewaking gaan uitvoeren met twee van deze helikopters. Het korte verblijf van PH-DMH heeft met dit project te maken.

 

* DKW Erla Me 5a                                                                                        1933

In dit jaar diende de 'Afdeeling vliegtuigen' van de firma Haet Nibbrig en Greeve te Den Haag tekeningen en berekeningen van dit vliegtuig in.

 In februari 1934 in formeerde de directeur van de Luchtvaartdienst De Veer of de destijds aangekondigde BvL/BvI-aanvragen nog verwacht 

konden worden.

Over de reactie daarop heb ik geen informatie gevonden, zeker is dat een dergelijk toestel hier nooit is gekomen.

 

* ESG (Ten Cate)                                                                                          1945

Tijdens de oorlog bouwden J. en C. ten Cate te Almelo een zweefvliegtuig van dit type. Vlak na de oorlog werd de bouw voltooid.

Of het toestel ooit gevlogen heeft kon niet worden vastgesteld. Het werd opgeslagen in een werkplaats waar het tenslotte een keer geramd 

werd door een bestelwagen.

 

* ESG (Eindhovense Aeroclub)                                                                    1946

De EAC had een zogenaamde 'rutsch-ESG' in gebruik, dat was een ESG zonder Bewijs van Luchtwaardigheid.

Het is mij is niet bekend of dit een toestel was dat er vroeger wèl een had gehad. Zo ja, dan betreft het hierbij waarschijnlijk de vroegere PH-92.

 

* Van Eyk Olympia                                                                                       1947

Ten behoeve van de zweefvlieginstructie ontwierp C.A. van der Eyk een tweepersoons versie van de Olympia. Niet gebouwd.

 

* Fairchild UC-61K Argus III                                                                         1960

OO-GAO (c/n 924, Ex: HB686, 43-14960) werd gekocht door Inter-Helicopter-Holland te Beek. Het toestel werd slechts gedeeltelijk betaald en 

na enige tijd teruggeleverd.  Het uiteindelijke lot is volkomen onbekend, het is daarna nergens weer opgedoken. 

Waarschijnlijk was het meer een kandidaat voor het Duitse dan voor het Nederlandse register. 

De directeur van Inter-Helicopter had de Duitse nationaliteit. Zie ook bij Franken.

 

* Fairchild F24R-9 Argus                                                                              1978

HB-EIM (c/n 418) is sedert het eind van de jaren zeventig in Nederland op diverse plaatsen opgeslagen geweest. 

Met enige regelmaat kwamen er signalen dat het weer in vliegwaardige bstaat zou worden gebracht. 

Tot op heden is dat echter nog niet gebeurd.

 

* Fairchild F24R-46A Argus III                                                                      1990

De heer R.C. Handgraaf kocht in Engeland de G-RGUS (c/n 1145, Ex: ZS-UJZ, ZS-BAY, KK527, 44-83184) en deze inschrijving werd daar ook

doorgehaald op 30 juli als zijnde verkocht naar Nederland.

Vlak daarop echter weer ingeschreven als G-RGUS hoewel het toestel sedertdien geruime tijd op Lelystad gestationeerd was.

 

* Fauvel (Bréguet) AV-36H                                                                           1980

In dit jaar werd dit toestel (c/n 001) op Hilversum afgeleverd en na enige tijd (in 1980) in de nok van de hangaar gehesen. Het was in 1977 

gekocht door B. Kuyper. In 1986 verkocht aan een groep, w.o. J.T. Dijkstra en M. Akkermans te Woensdrecht op wiens naam het in België

ingeschreven werd als OO-ZXB. Eerste vlucht na restauratie was op 19 mei 1991. 

In 1997 werd het toestel verkocht naar Japan als JA36HF. Het was trouwens een licentiebouw van de Antwerpse Zweefvliegclub Meeuw in 1956.

 

* Fauvel AV-36                                                                                             =

   -    Bekend is natuurlijk de bouw van de PH-300 (c/n 85) bij de Eindhovense Aero Club. De historicus van de Gooise Zweefvliegclub verklaarde tegen mij

        dat ook dié club destijds met de bouw van een AV-36 is gestart.

   -    In 1954 vroeg Hein Schwing, namens de KNVvL, een BvL aan voor een niet geïdentificeerde Fauvel AV-36. Waarschijnlijk betrof het een

        van deze twee projecten.

   -    In november 1986 informeerde de Belgische Regie der Luchtwegen of de Fauvel AV-36C met c/n 159 ooit in Nederland was ingeschreven en,

        zo ja, of hij inmiddels was doorgehaald. 

        Dit was de OO-ZJM die ook in 1980 op Hilversum terechtkwam en later (in 1987, ook via M. Akkermans) ongerestaureerd naar Duitsland werd

        verkocht. Daar vliegt hij nu als c/n 159/212 met kenmerk D-5526.

   -    In 2011 stond op Asperden(D) een AV-36 opgeslagen die in bezit was van een Nederlander. Restauratie zou een enorme klus worden, er zouden

        onder meer nieuwe vleugelliggers gemaakt moeten worden..

 

* Fauvel AV-36C                                                                                           2008

F. Wevers heeft er twee in z'n bezit, OE-0506 (c/n 201) en OE-0687 (c/n 216). 

Voor zover mij bekend zijn ze niet in Nederland, maar nog steeds in Oostenrijk.

Zie voor nadere informatie over de heer Wevers bij Akaflieg Bergfalke.

 

* FFA Diamant                                                                                             1968

In dit jaar importeerde Aart Dekkers van de Gooische Zweefvliegclub een exemplaar. 

Hij vloog er geruime tijd wedstrijden mee terwijl het toestel van een Zwitsers kenmerk (HB-930) was voorzien.

 

* Fieseler Fi 156 Storch                                                                               1958

Sedert 1958 heeft constructienummer 5802 (D-EDEC, Ex: I-FAGG, MM12822) in Nederland rondgezworven.

De eerste tien jaar stond het toestel op Rotterdam als eigendom van J. van de Hart van NV Nastra Luchtreclame Service. 

Na het faillissement van dit bedrijf in 1963 kwam de Storch in 1969 op Gilze-Rijen terecht. 

Via de Vereniging voor Historische Vliegtuigen werd het toestel in 1982 naar Engeland verkocht. Daar werd het ingeschreven als G-FIST.

Inmiddels is het weer in Italië, en wel in het Vigna di Valle museum, beschilderd als MM12822.

Het bij voortduring herhaalde gerucht dat dit het toestel zou zijn waarmee Mussolini op 12.9.1943 bevrijd zou zijn, 

is pertinent onjuist! Dat gebeurde met een Luftwaffe Storch met kentekens SJ+LL.

  

* Firebird M1                                                                                                1985

De heer G. Hermans te Herkenbosch vroeg een Bewijs van Gelijkstelling aan voor de D-MRIE, c/n 071/106.

 

* Fliege                                                                                                        1933

In de luchtvaartpers werd aangekondigd dat de Venlosche Aero Club het plan had er een te bouwen.

 

* Fliege II                                                                                                     1933

Op 21 augustus 1933 vraagt Garage Camphuis te Noordwijk een Bewijs van Luchtwaardigheid aan voor een Fliege II. 

In januari 1934 wordt de aanvraag vervallen verklaard.

Garage Camphuis wordt trouwens ook in verband gebracht met een Grüne Post maar of hier sprake is van twee verschillende projecten

of een naamsverwarring is mij niet duidelijk.

 

* Focke-Wulf Weihe                                                                                     1952

In deze periode zocht de KNVvL naar een geschikt zweefvliegtuig voor haar clubs en hiervoor waren er (o.a.) intensieve contacten met Focke Wulf.

Het werden dus Göviers en Grunau Baby's.

 

* Fokker verkeersvliegtuig                                                                           1920

In Flight van 8.1.1920 wordt bericht over een gigantisch (voor die tijd) verkeersliegtuig dat door Fokker werd aangekondigd. 

Zes-motorig, 60 passagiers! Er is (dus) niets meer van vernomen.

 

* Fokker I homebuild                                                                                     1930

De gebroeders Jan en Cor Fokker te Bussum construeerden in hun vrije tijd een vliegfiets "waarmee zij deze week een proefvlucht willen maken".

Hij moest door een auto opgesleept worden waarna de vlucht op basis van spierkracht werd voortgezet. Op 11 december 1930 werd het toestel

gepresenteerd en vlak daarna werd 's nachts, zonder publiek, de eerste vlucht uitgevoerd. 

De auto reed echter harder (70 km/u) dan gepland (40km/u) en de luchtfietser (Jan) kon het niet bijhouden. De vlucht eindigde in de bosjes.

Het toestel woog 75 kg en was van aluminium en zeildoek vervaardigd.

Zie ook bij de ongevallen op 6.4.1931 en verderop in 1931..

 

* Fokker Spin                                                                                               1936

J.K. Hoekstra, E. Meinecke en W.M van Neyenhoff bouwden een replica van de Spin III. 

Aanleiding was het 25-jarig vliegerjubileum van Anthony Fokker.

Dit is het toestel dat al jaren in de Aviodome-collectie bewaard wordt.

 

Fokker S.IX                                                                                               1937

In een brief d.d. 3.9.1937 deelde Fokker aan de LVD mee dat ze in aansluiting op de MLD order nog één extra exemplaar voor eigen rekening gingen

bouwen. Of dat gebeurd is, en welk toestel dat dan was, is mij niet bekend.

 

* Fokker Spin                                                                                               1989

In een brief d.d. 19 april 1989 verklaarde de Vliegtuigbouwkundige Studievereniging "Leonardo da Vinci" dat de viering van het 9e lustrum in september 1990 

opgeluisterd zou worden met een door hen te bouwen replica van de Fokker Spin.

Ook was het de bedoeling om op Koninginnedag 1991 de beroemde vlucht die Anthony Fokker, tachtig jaar daarvoor, om de toren van de Sint Bavo te Haarlem

maakte, te herhalen. 

Het ging dus niet door, maar in plaats daarvan werd een veel ambitieuzer project aangepakt, de Lambach HL.II PH-APZ.

Zie ook verder onder SSVOBB.

 

* Fokker Spin                                                                                               1997

Evert van Hemert en Jelle Haga uit Kolderwolde bouwden een replica van hoge kwaliteit. Nog in hetzelfde jaar werd het toestel verkocht aan het 

museum te Texel en men wilde proberen er in 1998 mee van de grond los te komen. een 'hopje' te maken dus. Of het gelukt is, weet ik niet.

De beide bouwers zijn van plan nóg een Spin te bouwen en dat moet dan een vliegend exemplaar worden.

  

* Fokker D.VII                                                                                              1920

Auto Garage "Central" te Helmond werd geleid door Jos van der Meulen-Ansems en deze heer beschikte in die tijd over een Fokker D.VII en een LVG.

Daarmee wilde hij in eerste instantie een vliegdienst opzetten vanaf de Mierlose Molenheide naar (o.a.) Engeland, en toen dat niet haalbaar bleek veranderde

dat in het plan om op de Molenheide een vliegveld annex ontspanningsoord ("Lustoord") te stichten.

De hier genoemde vliegtuigen zijn zeer waarschijnlijk de op 24.1.1920 ingevoerde toestellen die op de pagina "Vliegtuigenimporten in 1920" worden genoemd,

te weten:

- Tweedekker Fokker, motornummer 33098   1920/2

- Tweedekker L.V.G., motornummer 34867  1920/3

 

* Fokker C.1                                                                                                 1920

Op 2 september deelde de NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek aan Bureau Luchtvaart mede dat ze twee toestellen van dit type aan de KLM had afgeleverd. 

Deze mededeling was vergezeld van een verzoek hoe te handelen ter verkrijging van een Bewij­s van Inschrijving om "problemen als bij de H-NABC en H-NABD" te vermijden. 

Helaas werd hierbij geen nadere informatie over de identiteit verstrekt. 

Deze toestellen ondergingen begin oktober 1920 ook nog een BvL-inspectie door het RSL en die gaf het advies een BvL te verstrekken.

 

* Fokker zweefvliegtuig                                                                                  1921

Dit betrof een oorspronkelijk nog in Duitsland als vliegende bom ontworpen toestel dat op de Parijse Salon van 1921 als zweefvliegtuig werd geëxposeerd.

 

* Fokker F.II                                                                                                 1921

Op 25 januari vroeg NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek een Bewijs van Luchtwaardigheid aan voor twee van deze vliegtuigen.

Hierbij werden als constructienummers 503 en 504 genoemd. En dat maakte het er niet duidelijker op.

Mogelijk betrof het de F.III's met constructienummers 1503 en 1504 die later in dat jaar ingeschreven werden als H-NABG en H-NABH.

 

* Fokker F.VII                                                                                              1937

Tegen het eind van 1936 vroeg de directeur van de Luchtvaartdienst aan de diverse vliegveldcommandanten of zij iets gehoord hadden over de uitzending

door "Nederlandsche Roode Hulp" van Nederlandse vliegtuigen naar Spanje. Dat leverde slechts in één geval een (zéér interessante) positieve

reactie op. Er bleek het volgende.

De Belg Jules Perel had drie Fokker F.VIIb toestellen (OO-AIK, OO-AIR en OO-AIS) van SABENA gekocht en wilde die vanaf Brussel laten vertrekken.

Daarvoor kreeg hij geen toestemming, althans, hij zou toestemming krijgen als hij aannemelijk kon maken dat ze niet richting Spanje zouden

vliegen. Maar dat was nu juist de bedoeling!

Hij benaderde daarna de Nederlandse autoriteiten met het verzoek ze op Schiphol te mogen onderbrengen, zo vroeg hij naar de tarieven voor

de stalling. Bovendien verzekerde hij Dellaert dat ze per se niet naar Spanje zouden gaan.

Dellaert vertrouwde de zaak niet erg, hij hield in deze zaak De Veer (van de Luchtvaartdienst) op de hoogte: "Zoodra de bedoelde vliegtuigen hier 

aankomen (misschien komen ze niet eens), zal ik U daaromtrent onmiddellijk berichten, opdat ook Uwerzijds 'het oor te luisteren kan worden gelegd'."

Onnodig te zeggen dat er hier verder niets meer over is vernomen!

 

* Fokker zweefvliegtuigen                                                                               1921

Fokker bouwde een viertal zweefvliegtuigen die geen kenmerk hebben gedragen. De V.30 werd in 1921 op de Salon te Parijs getoond.

De V.42 kon naar keuze vanaf het land of het water opereren. Deze laatste levert een probleem, het toestel zou in 1919 van Schwerin naar 

Amsterdam zijn gebracht terwijl Henri Hegener beweert dat een dergelijk type te Veere werd gebouwd.

In Veere werden later de F.G.I en F.G.II gebouwd. Dit waren een één- en een tweepersoons zweefvliegtuigen.

Op 16 oktober 1922 vestigde Fokker zèlf te Itford Hill (Engeland) met de F.G.II een wereldduurrecord voor tweezitters van 37 minuten en 6 seconden.

 

* Fokker 180                                                                                                 1939

Vlak voor de oorlog is er nogal onenigheid geweest over de vlootvernieuwing van de KLM. 

Steeds weer werden nieuwe voorstellen in de Raad van Bestuur besproken om de belangen van de strijdende partijen Fokker, Lockheed en de Overheid 

zo goed mogelijk te laten sporen met die van de KLM.

Er werden allerlei variaties van aantallen van de volgende typen voorgesteld: DC-4, Lockheed 049, Lockheed 44 en Fokker F.XXIV en Fokker 180, besproken,

aangenomen en weer verworpen. 

Dat laatste meestal omdat de overheid wilde dat de KLM in ieder geval ook met Fokkers vloog.

 

* Fokker F27 Friendship                                                                               1954

Uit de pers: "Het ligt voorts in de bedoeling van de KLM van de Fokker fabrieken twee F28-vliegtuigen af te nemen indien tot de bouw van een 

serie van deze vliegtuigen zal worden over gegaan."

 

* Fokker F27 Friendship                                                                               1972

Begin 1972 leek het erop dat Air Benelux International inderdaad van de grond zou komen. 

Men zou gaan vliegen met twee F28's en één F27 Friendship.

De F.28's zouden PH-ABA en PH-ABB worden. Over de F28 is niets bekend, logischerwijs zou die dan PH-ABD moeten worden, want PH-ABC was al in gebruik.

Begin 1973 werd wel duidelijk dat de financiering niet rond te krijgen was.

 

* Fokker F28 Fellowship                                                                              1968

Transavia wilde in februari twee F28's aanschaffen maar kreeg de financiering toch niet rond. 

In plaats hiervan huurden ze twee Caravelles van Sud Aviation.

 

                 * Fokker F28 Fellowship                                                                              1970

.                Er bestaat een company-model van een F28 met dit kenmerk en dat geeft aanleiding tot de suggestie dat er omstreeks 1970 een Philips

                 Fellowship zou hebben bestaan. In geen van de administraties van RLD dan wel Fokker is hier enig spoor van te vinden en ik beschouw

                 het dan ook als een public relations uiting. En zeker niet als kandidaat!  Vermelding hier is dan ook alleen bedoeld als uitsluiting als zodanig. 

 

* Fokker F28 Fellowship                                                                              1977

Rotterdam Airlines had serieuze plannen er twee aan te schaffen. 

Helaas zijn de geplande kenmerken niet bekend, wèl de constructienummers: 11133 en 11135. 

Ze zouden "Delfshaven" en "Crooswijk" gaan heten. Ze werden naderhand ingeschreven als resp. PH-ZBU en PH-ZBT.

 

* Fokker S.IX                                                                                               1979

Eén van plannen die naar buiten kwamen in de begindagen van de VHV was de intentie van Jack van Egmond om een replica van dit 

type te bouwen.

 

* Fokker S.11 Instructor                                                                               =

Tegen het eind van de jaren vijftig werden tenminste vier exemplaren geïmporteerd vanuit Israël. PH-SIK werd ingeschreven, PH-SIL werd 

gereserveerd maar van de anderen, die enige tijd opgeslagen hebben gelegen bij J.C. Pilaar te Warnsveld, ontbreekt verdere informatie.

Wèl werd in 1971 een Israëlische S.11-romp waargenomen bij C. Honcoop te Veen.

Vast staat dat dit toestellen waren van een batch (10 à 15 stuks) die door Geert E. Frank in Israël waren gekocht met de bedoeling ze naar

Amerika te halen.

Door de weersomstandigheden kwam het transport in Hamburg terecht waar ze op de kade ook nog eens stormschade opliepen.

 

* Ford 5-AT-B                                                                                               1935

Behalve de PH-AKE had de KNILM het plan nòg twee à drie exemplaren van dit type aan te schaffen. 

Als voorbereiding hierop werd er al met North-Western Airlines onderhandeld over de verkoop van twee van hun Ford 5-AT-C toestellen.

De heer H. Veenendaal van het KLM-kantoor bij Douglas inspecteerde de twee toestellen NC8410 (c/n 48) en NC8419 (c/n 58).

Zijn advies was weliswaar gunstig maar de tegenvallende prestaties van de PH-AKE deed de KNILM echter afzien van dit plan.

 

* Sportavia-Pützer Fournier RF-4D                                                              1985

Zweefvliegclub Texel schreef in oktober dat ze de bedoeling hadden er een aan te schaffen. 

Al in de maand daarna deelden ze de RLD mede dat hun plannen veranderd waren en dat er een SFS.31 Milan zou worden gekocht. 

Dat gebeurde ook, en deze werd ingeschreven als PH-781.

 

* Sportavia-Pützer Fournier RF.5                                                                 1970

Op 19 juni vroeg J.G. Dijkstra van Business Aviation te Den Haag een type-certificaat aan. Het verzoek werd afgewezen.

 

* Fournier RF.9                                                                                            1980

Op 29 mei vroeg J.G. Dijkstra van Business Aviation te Den Haag een BvL aan. Er werd helaas geen constructienummer genoemd.

Het bouwjaar werd vermeld als 1980. Op 17 november 1981 werd de aanvraag ingetrokken.

 

* Fournier RF.9                                                                                            1987

Eigenaar van F-CARF (c/n 02) was de Nederlander M. Hofman die ermee vloog vanaf Midden-Zeeland.

 

* Franken helikopter                                                                                    1964

Medio 1960 begon op vliegveld Beek het bedrijf Inter-Helicopter-Holland met de bouw van een helikopter. 

Het toestel was ontworpen door de Duitser Bodo Siegfried Franken die ook de bouw financierde.

Het werd gebouwd door de bekende sportvlieger Otto Hartman samen met Kees Kooiman en Jaap Spee.

Niet lang na het begin van de bouw begon Franken zich echter steeds meer te interesseren voor raketten en raakte Inter-Helicopter in het slop.

De zaak werd naar Putten getransporteerd maar na enige tijd werd ook hier de bouw gestaakt en werden de al gebouwde delen van de hand gedaan.

Ze werden verkocht aan 'een garage in Nijkerk'; daarmee liep het spoor helaas dood.

 

* Glaser-Dirks DG-800B                                                                                1996

J. Kolpa te Rotterdam kocht op 27 februari de D-KDIL (c/n 8-81B18) en op 8 mei 1998 werd de inschrijving doorgehaald.

Toch werd het toestel niet in het N.L.R ingeschreven maar werd kort daarna weer D-KDIL.

 

* Glasflügel H-101 Salto                                                                               1973

De fabriek vroeg om nadere inlichtingen omtrent certificatie in Nederland. 

Toen bleek dat de kosten relatief te hoog waren t.o.v. de belangstelling uit ons land werd afgezien van verdere activiteiten.

 

* Glasflügel H.201B Standard Libelle                                                           2003

De inschrijving van F-CDPJ (c/n 160) werd doorgehaald op 21.8.2003 en IVW kreeg daarvan bericht.

Het toestel werd echter in België ingeschreven als OO-YUM, wél met een Nederlandse eigenaar. Het toestel is gestationeerd op Woensdrecht.

 

Globe GC-1A Swift                                                                                    1954

Bij de doorhaling van G-AHUU (c/n 1003) op 13.5.1954 werd door de CAA de aantekening "Holland" gezet. 

Ik heb in de desbetreffende archieven nog geen enkel verband tussen dit toestel en ons land kunnen ontdekken. 

Het toestel dook weer op in het Noorse register als LN-BDE.

 

* Van Gogh autogyro                                                                                    1958

Peter van Gogh uit Amsterdam bouwde een gevaarte dat hij zelf 'helicamper' noemde. 

Uniek was het multi-functionele karakter van het bouwsel, het zou te gebruiken zijn als caravan, boot en als autogyro.

In de laatste configuratie zou de voortstuwing geschieden d.m.v. pulse-jets.

 

* Göppingen Gö 1 Wolf                                                                                1939

De luchtvaartpers meldde dat kort voor de oorlog met een aantal Wolf'en werd begonnen door de Arnhemsche Zweefvliegtuigbouw.

In hoeverre er daadwerkelijk gebouwd werd kan niet beoordeeld worden, wèl staat vast dat dit bedrijf al in begin 1939 adverteerde met dit 

door haar te bouwen toestel. De prijs zou ƒ 1355,- bedragen. Voor zelfbouwers werd een tekeningenpakket te koop aangeboden.

 

* Göppingen Gö 3 Minimoa                                                                         1995

Een bouwploeg onder leiding van Bob Persijn is bezig een Minimoa te bouwen. Er is aan gewerkt op Deelen en Hilversum. 

Momenteel is het toestel in Jezow (Polen) om afgebouwd te worden. Op 25.5.2009 is er kenmerk PH-80 voor gereserveerd.

 

* Great Lakes 2T-1A                                                                                     1930

De familie Stork keerde eind 1930 uit Amerika terug en had een gekrat exemplaar van zo'n toestel meegenomen. 

Het werd door de KLM geassembleerd.

Nadere informatie over het toestel en het uiteindelijke lot is mij onbekend.

NC846K (c/n 110) is destijds op Waalhaven gefotografeerd, mogelijk betreft het dit toestel.

 

* Grob G-102 Astir                                                                                        1980

Volgens een opgave van Grob Flugzeugbau werden medio 1979/1980 de volgende constructienummers aan de daarbij vermelde klanten verkocht. 

Ze zijn hier nooit ingeschreven.

 1218    Handelsonderneming ASTAIR BV te Vierhouten.                                   Werd D-7291.

 1242    Noord-Nederlandse Zweefvlieg Club Witten te Groningen.                       Werd D-4211.

 1283    Noord-Nederlandse Zweefvlieg Club Witten te Groningen.                       Werd OE-5078.

 1306    J. Houwink te Meppel.                                                                        Werd D-7348.

 

* Grob G-103 Twin Astir                                                                               1996

D-7791 (c/n 3148) zou naar Nederland verkocht worden maar de koop ging niet door.

 

* Grob G-103 Twin Astir                                                                                2007

De inschrijving van D-3956 (c/n 3099) werd doorgehaald op 13 maart. Het toestel was verkocht aan Stephan. Kollaart te Papendrecht en partners.

Na een crash in 2004 (29.5.2004 in de buurt van Passau) werd het toestel aan Service Center Terlet verkocht. 

Daar werd het gerepareerd waarbj o.a. een vleugel van een Belgische Twin Astir met c/n 3137 werd gebruikt. Het toestel is te koop.

Commentaar van Luc Wittemans: Deze Twin Astir is de OO-ZSG, die een ongeval had Te Amougies op 6.8.1999) daarvan is de romp sedert 2005 

in gebruik bij de Diest AC als simulator.

  

* Grob G-115C                                                                                              1999

De inschrijving van D-EWAN (c/n 82041/C) werd op 22 april doorgehaald en dat werd weliswaar bij de RLD gemeld maar het toestel kwam toch 

niet naar Nederland.

 

* Grumman G.73 Mallard                                                                             1951

De NV Nederlandsche Nieuw Guinee Petroleum Maatschappij vloog met de PK-AKU (c/n J-37). Op 25 januari van dit jaar verzocht deze maatschappij

toestemming om dit vliegtuig in het Nederlands Luchtvaartuig Register te  doen inschrijven. In het verleden was al gebleken dat wegens het ontbreken

van voldoende technische informatie inschrijving in het register van Nieuw Guinea niet mogelijk was.

Ook was het uitreiken van Nederlandse BVG's voor de bemanning niet mogelijk wegens het verlopen en niet verlengen van hun Indonesische bewijzen.

Inmiddels was inschrijving in het register van Nieuw Guinea wel mogelijk geworden en werd het toestel daarin ingeschreven als JZ-POC.

Later weer PK-AKU en gesloopt in 1959 in Singapore.

  

* Grumman G.73 Mallard                                                                             1963

Flashband te Rotterdam kondigde (bij de RLD) aan dat ze rondvluchten gingen maken met een toestel van dit type.

Na de waarschuwing van de RLD dat ze moesten rekenen op dezelfde certificatie-problemen "als met de Catalina het jaar daarvoor", werd niets 

meer over het project gehoord.

 

* Grumman G.164A Ag Cat                                                                           1968

Op 4 juli vroeg K.A. van Beek te Melissant een BvL aan voor een Super Ag Cat. Helaas werd geen identiteit opgegeven, mogelijk betrof het 

de N606U die destijds hier actief geweest is.

 

* Grumman G.159 Gulfstream I                                                                    1992

Tulip Air BV te Rotterdam overwoog de aanschaf van zo'n toestel. De Dart-motoren waarmee het was uitgerust konden echter niet voldoen aan 

de Nederlandse geluidseisen en het plan ging dus niet door.

 

* Grumman G.159 Gulfstream III                                                                  1985

Op 23 oktober informeerde Gulfstream Aerospace Aviation bij de RLD naar de formaliteiten verbonden aan het inschrijven van een dergelijk type.

Eén van haar klanten had kenbaar gemaakt hun toekomstige toestel in het N.L.R. te laten inschrijven. Er is verder niets meer over vernomen.

 

* Grumman American Gulfstream III                                                            1992

In deze periode vloog N69FF (c/n 320) vanaf Beek voor filmverhuurbedrijf Cannon en werd door Schreiner te koop aangeboden.

Bij de RLD kwam een fax binnen van een Amerikaans bedrijf dat informeerde naar de huidige eigenaar, en het huidige kenmerk omdat men 

doorgekregen had dat het toestel in Nederland ingeschreven was. Niet dus; het werd verkocht als VR-BNX.

 

* GS-Bradyplane 2                                                                                       1982

Op 28 mei vroeg Jean Philippe Guillerme te Amsterdam een BvI aan. 

Het toestel was gebouwd door Gilbert Jaffre en had een Briggs and Stratton motor van 206cc, bouwjaar was 1982.

 

* Gulfstream Aerospace Gulfstream IV                                                        1992

Bij de RLD kwam de telex binnen dat de inschrijving van N779SW (c/n 1014) op 6 augustus in Amerika was doorgehaald.

Een dergelijke telex wordt altijd naar het 'ontvangende' land gestuurd. 

Het toestel is hier niet geweest en mogelijk betreft het niet meer dan een vergissing.

Het ging naar de Zweedse luchtmacht als 102001.

 

* De Haas Vlieghaas                                                                                    1925

Geïnspireerd door de Duitse Vampyr en Greif zwevers, die in de jaren 1922 en -23 veel goede vluchten maakten, bouwde Jan F.H. de Haas 

een eigen zweefvliegtuig. Er zijn enige glijvluchten mee uitgevoerd.

 

* Habers heteluchtballon                                                                             1976

De heer Habers bouwde een -onbemande- heteluchtballon met een diameter van 8 meter en kreeg van de Rijksluchtvaartdienst en de 

burgemeester van Gramsbergen toestemming die op het erf van zijn ouderlijk huis te Gramsbergen te laten opstijgen.

 

* Handley Page HP.137 Jetstream                                                               1983

Een nieuw op te richten maatschappij Citizen Express BV was van plan in de tweede helft van dit jaar met drie Jetstreams passagiers op 

diverse Europese lijnen te gaan vervoeren. Mogelijk heeft de reservering van de kenmerken PH-KJA, B en C hier iets mee te maken.

 

* Hartog paramoteur                                                                                      1998

In juli haalde Bart Hartog te Eemnes de regionale pers met zijn paramoteur. Hij vloog al vier jaar met dit 'toestel' en kreeg in 1997 een proces 

erbaal wegens overtreding van allerlei regels. Mij is niet bekend hoe dit afliep. E.e.a. is inmiddels wél gereglementeerd en mogelijk betreft het 

hier de huidige eigenaar van de PH-9W6.

 

* Heintz Zenith CH 200                                                                                 1993

De heer M.J. van der Sommer te Chatham (VA), Verenigde Staten wenste zijn toestel in te voeren in Nederland. Hij verzocht de RLD om informatie.

Verder niets meer  van gehoord.

 

* Van Hemert                                                                                               1911

Ir. Van Hemert bouwde op 17-jarige leeftijd een zweefvliegtuig dat inderdaad enige minuten gezweefd heeft.

 

* Heuvelink zweefvliegtuig.                                                                         1924

Dirk Heuvelink (van de EAC) construeerde zijn eigen zweefvliegtuig. Het crashte op z'n eerste vlucht.

 

* Van der Heyden "De Vlieg"                                                                       1938

Na 2½ jaar bouwen werd in juli de eerste vluchten gemaakt met deze door Bern van der Heyden te Oss zelf gebouwde tweedekker.

Helaas raakte het toestel bij een landing een paaltje en dook met de neus de grond in. Het was dusdanig beschadigd de reparatie de financiële

middelen van de bouwer te boven ging. Het is door vrienden teruggebracht naar Oss maar daarna is er niets meer over vernomen.

 

* Hiller XROE-1 Rotorcycle                                                                           1958

In het begin van dit jaar demonstreerde N6728C (c/n 2) op Zestienhoven voor Schreiner Aerocontractors NV.

In de luchtvaartpers werd destijds gemeld dat er daadwerkelijk een besteld was.

 

* Hiller UH-12E                                                                                             1993

De Israëlische autoriteiten deelden de RLD per telex mede dat de inschrijvingen van 4X-BHE (c/n 5130) en 4X-BHF (c/n 5183, Ex: N40339) per

21 juli waren doorgehaald.

De toestellen bleven daarna jarenlang opgeslagen en 4X-BHF werd in 2006 ingeschreven in het N.L.R als PH-AJE terwijl voor de ander PH-AJJ 

werd  gereserveerd.

 

* Hiway Demon                                                                                            1981

A.J. Jansen van 't Land vroeg op 25 oktober een BvI aan voor zo'n ULV. Het toestel had daarvoor (KNVvL) kenmerk Z0054 gedragen, had een 

Fuji Robin motor van 250cc en was gebouwd in 1980.

 

* Hoekstra                                                                                                    1940

Jan Hoekstra was instructeur bij de Nationale Luchtvaartschool. In de periode van gedwongen rust tijdens de mobilisatie ontwierp hij een

standaard-lesvliegtuig voor de school. Het was een toestelletje dat veel leek op de latere -evenmin gebouwde- Fokker P-1 Partner.

 

* Hoekstra H-3                                                                                              1953

Later ontwierp Hoekstra nog een twee-zits zweefvliegtuig met V-staart dat weliswaar de internationale pers haalde maar toch ook niet gebouwd werd.

 

* Hoffmann H.36 Dimona                                                                             1987

Op Hilversum arriveerde op 22 maart de OE-9269 (c/n 36-227), het was de bedoeling dat hij een Nederlands kenmerk zou krijgen.

Het toestel werd echter naar Duitsland verkocht als D-KFMO.

 

* Hoffmann H.36 Dimona                                                                             1981

Op 28 december vroeg Aero Venlo BV een BvL aan voor constructienummer 3637. Het toestel ging echter naar Oostenrijk als OE-9223.

 

* Holland H-1                                                                                               1924

Op 10 maart vroeg Vliegtuig Industrie Holland BvI's aan voor twee schoolvliegtuigen. Op 29 maart werd één kenmerk H-NACD toegekend.

 

* Hol's der Teufel                                                                                         1933

Terwijl de club met de PH-35 en PH-36 bezig was bouwde één der leden van de Venlosche Zweefvliegclub een Hol's der Teufel.

Dit is een soort onduidelijke voorganger van de Anfänger.

 

* Hughes 269B                                                                                             1988

D-HARA (c/n 28-0400) lag begin van dit jaar in gedemonteerde toestand bij Heli Holland BV te Emmer-Compascuum.

Het is mij echter niet bekend of dit een serieuze kandidaat was.

 

* Hughes 269C                                                                                             1995

Bij de RLD kwam op 30 januari de telex binnen dat de inschrijving van N8955F (c/n 1120172) was doorgehaald.

 

* Hughes 369D                                                                                             1994

De luchtvaartpers weet te melden dat G-GOGO (c/n 48-0294, Ex: (G-BFSM)) kandidaat voor het N.L.R. was vóórdat hij naar Zweden als SE-JBU

(later OY-HGD) ging. Bij de RLD heb ik hierover niets aangetroffen.

 

* Hughes 269C                                                                                             2000

De inschrijving van SE-HDL werd op 31 maart doorgehaald. Het toestel werd echter niet opgenomen in het N.L.R. maar doorverkocht naar Hongarije

als HA-MSZ.

 

* Israël Aircraft Industries IAI-1124 Westwind                                              1976

Op 29 juni van dit jaar tekende Metal Air BV te Amsterdam een Letter of Intent voor een toestel. Het zou afgeleverd worden in februari/maart 1977.

Hoewel een IAI delegatie op 2 juli van dat jaar bij de RLD geweest is en daarbij aankondigde dat de aanvragen voor BvI en BvL spoedig zouden 

worden ingediend is er verder niets meer over gehoord.

 

* Ilyushin IL 76                                                                                             1991

Eind 1991 werd Aero Charter International/Euravia/SAFE (zie Lockheed Hercules) overgenomen door het (Russische) Transworld Marine Agency.

De bedoeling was te gaan opereren met een vloot bestaande uit een gehuurde Hercules, en toestellen van het type AN 12 (type-certificaat al 

aangevraagd), AN 124 en IL 76.

 

* Ilyushin IL 76                                                                                             1993

De leasemaatschappij Partnair uit Hoofddorp haalde de pers met de bestelling van vijf toestellen van dit type. 

Bovendien werd een optie genomen op nog eens vijf toestellen. 

Ze zouden worden uitgerust met Pratt & Whitney motoren en de aflevering zou nog in 1993 beginnen.

 

* De Jager vliegende fietsen                                                                           197*

Na de tegenslagen met zijn D.112 project verhuisde H. de Jager naar België en daar bouwde hij een tweetal vliegende fietsen. In beide gevallen 

bleek na de proefnemingen dat het toevoegsel 'vliegende' wel weggelaten kon worden.

 

* Jansen slagvleugelvliegtuig                                                                          1937

J.A. Jansen uit Bergen op Zoom bouwde een slagvleugelvliegtuig waarmee hij gevlogen heeft. Weliswaar moet het vliegen bestaan hebben uit 

zweven à la een zweefvliegtuig en moet de vleugelbeweging eerder een nadelig effect gehad hebben. Maar toch!

De resten van het toestel moeten de oorlog overleefd hebben en hingen nog tot in het begin van de jaren vijftig in de balken van de hangaar op Maaldrift.

Dit was het enige ontwerp van zijn hand dat gebouwd werd, hij ontwierp echter nog een viertal vliegtuigen (èn een boot!) die alle vier even uniek 

genoemd konden worden als zijn slagvleugel-vliegtuig. Een zeer origineel denkend ontwerper.

 

* Jodel D 9 Bébé                                                                                          1951

In Den Haag was er een in aanbouw in 1950/1951. Er werd verder niets meer over vernomen.

 

* Jodel D 9 Bébé                                                                                          1973

Midden 1973 was L.H.F.M. Goossens te Volendam zich aan het oriënteren betreffende het type dat hij wilde gaan bouwen.

De keus viel aanvankelijk op deze Jodel. Na enige correspondentie met de RLD werd hem duidelijk dat er wat de certificatie betreft grote 

problemen in het verschiet lagen. Hierna viel de keus op een Evans VP-2. Zie bij PH-AVG.

 

* Jodel D 112                                                                                               1963

Op 26 augustus vroeg H. de Jager te Soesterberg een BvL aan voor zijn eigenbouw project. 

Hoewel het vliegtuig momenteel nog bestaat (er is zo'n 25 jaar aan gewerkt) is het nog steeds niet voltooid. Op 4 december 1973 retourneerde de 

Rijksluchtvaartdienst de BvL-aanvraag en sloot het dossier.

De heer De Jager bouwde voort en het praktisch voltooide toestel werd opgeslagen in België waar ik het nog eens heb opgezocht en gefotografeerd.

Toen hoopte de bouwer er nog eens mee te vliegen, maar inmiddels is het toestel opgenomen in de Aviodrome-collectie.

 

* Jodel D 112                                                                                               1977

D-EMAB (c/n 475, Ex: SL-ABB) werd aangekocht door W. Daams met de bedoeling het toestel weer op te knappen.

Daar is niets van gekomen, het werd het jaar daarna gesloopt.

 

* Jodel DR 1050 Ambassadeur                                                                     1976

De inschrijving van D-EKMA (c/n 380) werd op 14 juli doorgehaald als zijnde verkocht naar Nederland. 

Hier echter niet ingeschreven en op 14 maart 1978 weer ingeschreven als D-EKMA.

 

* Jodel                                                                                                         1974

In de periode dat de NVAV werd opgericht waren in Nederland twee Jodel D.9 Bébé's èn een D.112 in aanbouw.

Deze laatste betrof misschien het project van H. de Jager maar deze wist mij te vertellen dat er destijds ook in Utrecht iemand 

een D.112 aan het bouwen was!

 

* Junkers                                                                                                     1923

Op 16 mei 1923 verzoekt Junkers Flugzeugwerk AG om de inschrijving van twee Junkers toestellen. 

Omdat het (voorlopige) eerste register slechts bedoeld was om toestellen van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en 

Koloniën in op te nemen (en andere slechts bij hoge uitzondering) werd de inschrijving geweigerd.

 

* Kloos                                                                                                         1909

De heer L. Kloos uit Rotterdam haalde in dit jaar de pers met het ontwerp van een helikopter.

 

* Klunder                                                                                                     1924

In het maandverslag van de RSL over maart staat: "Met sgt-vlieger Klunder van de LA werden diens plannen voor den bouw van een klein

éénpersoons vliegtuig besproken".

 

* Koekebakker 541                                                                                       1954

Geïnspireerd door een Nieuw-Zeelandse specificatie voor een sproeivliegtuig ontwierp Koekebakker de 541 en vlak daarna de 541H ("H" voor Hopper)

voor het afwerpen van vaste stoffen.

Het was een éénmotorige schouderdekker die in eerste instantie door de nog steeds bestaande NV Koolhoven zou worden gebouwd.

Toen die (i.c. Van Driel en Van Ommeren) de interesse verloor, probeerde Koekebakker nog in 1956 het toestel bij Frits Diepen, Aviolanda of Fokker

gebouwd te krijgen. Het liep allemaal op niets uit, te meer omdat men in Nieuw Zeeland besloten had de Fletcher FU-24 in licentie te gaan bouwen.