Een
inwoner van Rijswijk klaagde over laag vliegende vliegtuigen.
Er
werd een zweefvliegtuig opgesleept en de bestuurder van het zweefvliegtuig
ontkoppelde niet, bovendien steeg hij boven het sleepvliegtuig uit waardoor de
staart van de Tiger omhooggetrokken werd.
De
bestuurder daarvan wist niet beter te doen dan te ontkoppelen. Hij verkeerde in
de veronderstelling dat de zweefvlieger dat niet kon.
Kortom,
ze vlogen niet alleen (te) laag maar toen de zweefvlieger alsnog ontkoppelde,
viel er ook nog een kabel naar beneden.
Bestuurder
sleepvliegtuig: B.M.D. van den Broek.
16.01.1950
PH-PBA Douglas
C-47A
19439 San Juan(N)
Terug / Top
Het
toestel zou van de 'Karel Doorman" gehesen worden. Door het breken van een kabel
viel een zware balk van de hijsinrichting op de romp van het gelukkig nog op
het dek staande toestel. Hoewel de schade niet echt ernstig was, was de
reparatie nogal tijdrovend.
Ook al omdat de inwendige schade niet goed
beoordeeld kon worden werd het BvL geschorst en hoofdingenieur Schipper van de RLD naar Puerto Rico
gestuurd om e.e.a. te begeleiden.
Na zeven dagen en nachten werken door
personeel van de KLM én van de "Karel Doorman" kon weer een
proefvlucht worden gemaakt en het BvL weer worden uitgereikt.
25.01.1950
PH-PBA Douglas
C-47A
19439 San Juan(N)
Terug / Top
Zou
Prins Bernhard met het gereedstaande toestel vertrekken. Bij het proefdraaien
bleek echter de oliedruk weg te vallen en bij inspectie bleek dat motor #1 zodanig
beschadigd was dat een nieuwe gemonteerd moest worden.
Prins Bernhard vertrok
met een KLM-toestel en de PH-PBA zou met een nieuw aangevoerde motor door
Majoor Sonderman nagevlogen worden.
02.02.1950
PH-TBL Douglas
C-47A
18964 Nottingham(G)
Terug / Top
Bij
de landing op vliegveld Hucknall raakte het toestel van de baan en kwam in
botsing met de omheining van het veld. Het werd ernstig beschadigd.
02.02.1950
PH-TEU Douglas
C-47A
13396 Noordzee
Terug / Top
Het
toestel vertrok met zeven bemanningsleden, een lading post en vracht van
Schiphol
naar Londen. Er was zoveel bemanning omdat er drie vliegers 3e klasse
aan boord waren
die geoefend zouden worden in de nadering en landing van Londen.
Na
de start meldde het toestel zich voor een peiling nog tweemaal aan Schiphol, de
laatste keer om 03.44 uur.
Door
opvarenden van het Deense ss “Rigmor” werd om 03.55.
waargenomen dat een vliegtuig brandend neerstortte. Uit enkele op zee gevonden
voorwerpen bleek later dat het hier de PH-TEU betrof. Er werden geen
overledenen aangetroffen.
Die teruggevonden voorwerpen beperkten zich tot wat bekledingsdelen,
een navigatietas en wat postzakken.
Een half jaar later werd bij een
oudijzer handelaar op Goeree een zwaar beschadigde brandstoftank
aangetroffen die een visser in het rampgebied in z'n netten had
aangetroffen. Die was vrijwel zeker ook nog van de PH-TEU afkomstig.
Dit
was ook zo’n mysterieus geval, er werd geen enkele
aanwijzing over de oorzaak
van het ongeval gevonden.
Wegens de zeer beperkte gegevens besloot de Raad dan ook om geen nader onderzoek in
te stellen.
Wèl
kwam vast te staan dat aan de PH-TEU nog niet de door de RLD verplicht gestelde
modificaties betreffende de brandbeveiliging waren aangebracht.
De KLM
verweerde zich met het argument dat daarvoor het geld (lees: deviezen)
ontbraken. Nader onderzoek in deze zaak wees trouwens uit dat de betreffende uitgaven
niet eens
waren aangevraagd.
Gezagvoerder:
J. van der Heide(┼)
Bwk: C.J. Mink(┼)
Telegrafist: A. van
Seumeren(┼)
Stewardess: C.H.M. Lamers(┼)
En de drie te onderrichten vliegers waren:
A.A.J. Legg(┼), F.J. de Raadt(┼) en B. Slosser(┼)
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
De teruggevonden postzakken en rechts de hierboven genoemde brandstoftank. (Coll. H. Dekker)
Het persbericht waarin aangekondigd werd dat een nader
onderzoek niet zinvol werd geacht.
(Coll. H. Dekker)
14.02.1950
PH-NCB Fokker F25A
Promotor
6084 Schiphol
Terug / Top
Het
was de allereerste vlucht met dit toestel. Alles leek normaal tot de invlieger
de overtrekproef wilde uitvoeren met de wielen uit. Toen bleek dat het neuswiel
geheel niet wilde uitklappen en de hoofdwielen niet geheel.
Aangezien
felle bochten en g-trekken niet hielp, concludeerde de bestuurder dat de
blokkering van mechanische aard was en gebruikte de noodbediening niet.
Hij
maakte een heel voorzichtige buiklanding in het gras naast baan 32.
De schade
bleek zeer gering.
Inderdaad
werd bij onderzoek een metaalsplinter gevonden die tussen tandwielen klem zat.
Invlieger:
H.V.B. Burgerhout.
(Coll. H. Dekker)

11.03.1950
PH-161 Schneider Grunau Baby
IIb
6043 Ypenburg
Terug / Top
Tijdens
de nadering dacht de bestuurder nog wat hoogte te moeten verliezen en draaide
daartoe nog een volledige bocht. Hierbij bleef hij consequent het veld in de
gaten houden.
Hij
besefte niet dat hij met de bocht begon op de rugwindbaan, dus na een halve
bocht had hij de wind tegen.
Afgaande
op de grondsnelheid besefte hij ook niet dat zijn snelheid t.o.v. de omringende
lucht veel te laag werd. Tijdens het laatste deel van de bocht gleed het
toestel af en botste tegen de grond.
De
bestuurder bleef ongedeerd, het vliegtuig werd ernstig beschadigd.
De romp was
net achter de vleugelaanhechting geheel in tweeën gebroken.
Bestuurder: A.G. van den Berg.
Een overzicht van de schade, behorend bij
Ongevallenrapport 1950 No.1. (Coll. H. Dekker)

14.03.1950 OY-DEG de Havilland D.H.60M Moth 1402 Blijham
Terug / Top
De
bestuurder moest vanwege een sneeuwstorm en brandstofgebrek een noodlanding
maken.
Bestuurder:
Smorien.
07.04.1950
PH-174 DFS
Olympia
6056 Maartensdijk
Terug / Top
De
Olympia werd door de Tiger Moth PH-NDF van Terlet naar Hilversum gesleept.
De
zweefvlieger had veel last van remous en pas in de buurt van Maartensdijk nam
hij
even de tijd (5 à 6 seconden) om zich te oriënteren.
Toen hij weer voor
zich keek, zag hij dat hij veel te ver onder de sleepkist zat en
dus de staart
naar beneden trok.
Hij ontkoppelde direct en draaide met een scherpe bocht
weg.
Dit
ging waarschijnlijk iets te snel, hij vloog met de vleugel tegen de kabel aan
en de kabelring veroorzaakte enige schade.
Gelukkig gleed de kabel in de bocht
wel weer van de vleugel af.
Bestuurder:
C.N. Willemsen jr. En in de PH-NDF zat V.L. Hof.
Uit een brief van GZC aan RLD d.d. 6.1.1951. (Coll. H. Dekker)

16.04.1950
PH-180 Göppingen Gö
4-II
6062 Terlet
Terug / Top
Tijdens
de nadering gaf de instructeur op ca. 8 meter hoogte de opdracht
de kleppen te sluiten. Helaas, die weigerden en dus werd het veld net niet
gehaald.
En in het terrein vlak voor de baan stond een boompje.
Linker
vleugeltip beschadigd, en als gevolg van de grondzwaai
die volgde, brak de romp vlak voor de staart praktisch helemaal af.
Al
eerder waren er klachten over die kleppen geweest, maar bij inspectie had men
geen bijzonderheden kunnen ontdekken.
Instructeur:
J. Koek. Leerling: Geurts.
20.04.1950
PH-TCE Douglas
DC-4
42995 Teheran(EP)
Terug / Top
Landing
met geblokkeerde wielen.
30.04.1950 PH-UCM Piper L-4J Grasshopper 13365 #
Terug / Top
Het
jaarverslag van de NLS meldt een schade van Dfl. 142,27.
08.05.1950 PH-UBD North American AT-6A Texan 78-6714 Alphen en Riel Terug /
Top
PH-UBM North
American AT-6A Texan 78-6599
PH-UBO North
American AT-6A Texan 78-6384
De
drie instructeurs van de Rijksluchtvaartschool, Haye, Jansen en Slag, startten
voor
het oefenen van kunstvluchten in formatie. Het RLS-team gaf wel vaker acte
de présence
op vliegfeesten en had daarmee al diverse prijzen gewonnen.
Normaliter
vloog instructeur Lambermont in het team, maar die werd wegens ziekte vervangen
door Haye.
Er
was tevoren geen vliegprogramma afgesproken. De uit te voeren manoeuvres werden
door
de teamleider Jansen met handbewegingen aangegeven. De beide
vleugelvliegers moesten
zich dan bij de bewegingen van het middelste vliegtuig
aansluiten en de formatie
handhaven.
In
het begin van de stijgende baan van de derde looping kwam de linker vleugeltip
van
de PH-UBO boven het kielvlak van de PH-UBD.
Teneinde een botsing te vermijden,
trok Haye zijn vliegtuig steiler op en stuurde wat
naar rechts. Hij verloor
daarbij het zicht op de beide andere vliegtuigen.
Bijna
in de top van de looping botste de PH-UBO op de vleugel van de PH-UBD, waardoor
de rechtervleugel van dit toestel afbrak.
Het
toestel viel al draaiend met matige rolsnelheid om zijn langsas naar beneden en
dook in de grond. Instructeur Jansen kwam om het leven, de PH-UBD werd geheel
vernield.
Bestuurders:
(D) J.F.A. Jansen(┼), (M) G.J. Slag en (O) H.M. Haye.
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
(Coll. H. Dekker)

De trieste restanten van de PH-UBD. (Coll. H. Dekker)

De beschadigde linkervleugel van de UBO en het afgebroken deel van de rechtervleugel van de PH-UBD.
(Coll. H. Dekker)
09.05.1950 PH-UCC de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85006 =
Terug /
Top
Bij
de landing door het onderstel gezakt.
Dit kan haast niet het incident zijn waar ik in de vragenrubriek
(no.20) een foto van heb gezet. De daar getoonde schade lijkt me groter
dan de Dfl. 31,07 die voor dit incident opgegeven werd.
14.05.1950
PH-164 Schneider Grunau Baby
IIb
6046 Ypenburg
Terug /
Top
PH-179 Göppingen Gö
4-II
6061
De
bestuurder van de PH-164 moest een doellanding maken maar slipte iets te lang
door waardoor hij niet goed voor de baan uitkwam.
In
de eindnadering raakte hij met de linker vleugelhelft de omhoog staande vleugel
van de PH-179.
Bestuurder:
J. Reitsma.
Ongevallenrapport 1950 No.6. (Coll. H. Dekker)

15.05.1950 PH-UAG de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85886 Ypenburg
Terug /
Top
Bij
een laplanding moet het toestel op een vooraf vastgesteld punt, of gebied, aan
de
grond komen. Dat levert vooral bij onervaren bestuurders het risico op dat
ze gaan manoeuvreren met een vliegtuig dat al tegen de overtreksnelheid aan
vliegt.
Met het gevolg de bij een koersverandering de binnenvleugel overtrokken
raakt en het toestel afglijdt.
Daar zijn in het verleden een paar nare
ongevallen door gebeurd, en die hadden toen het verplicht stellen van de
beruchte ‘beddenplank’ tot gevolg.
Terwijl ze eerder aan de vliegtechniek dan aan de vliegeigenschappen van de Tiger te wijten waren!
Dit
overkwam de bestuurder van de PH-UAG. Direct toen hij het afglijden voelde
aankomen, drukte hij de knuppel naar voren en gaf volgas. Helaas, hij was al te
laat (en te laag!) want hij vloog het toestel tegen de
grond.
De
schade was ernstig, de bestuurder bleef ongedeerd.
Bestuurder: H.J. Duimstra.
De twee foto's links werden gemaakt door
Richard Amersbeek en mij ter beschikking
gesteld door Gerben Tornij.
(Coll. H. Dekker)
17.05.1950 PH-UCS Piper L-4J Grasshopper 13228 Schijndel
Terug /
Top
Vijf
minuten voor aankomst op Eindhoven zag de bestuurder het Wilhelminakanaal aan
voor
het kanaal Helmond-Eindhoven. Hij kwam dus boven Best terecht en daardoor
raakte hij de
weg kwijt.
Na wat vruchteloos zoeken besloot hij, denkend dat
zijn brandstofvoorraad dat noodzakelijk maakte, tot een noodlanding in de buurt
van Schijndel.
Op
het laatste ogenblik bemerkte de bestuurder de aanwezigheid van telefoonpalen
en gaf direct weer volgas. Daarop zag hij een ander weiland dat hem geschikt
leek.
Omdat
hij nog wat hoog zat, zette hij een linker slip in gevolgd door een vrij steile
rechter bocht om de bomen aan de linker kant van het terrein te ontwijken.
Dat
lukte niet helemaal, het vliegtuig raakte met de onderzijde van de romp enkele
bomen
en kwam spoedig daarna in verticale stand met de linker vleugelhelft
tegen een slootrand
tot rust.
De
wijze waarop hij de algehele situatie had behandeld,
samen met al eerder uitgebrachte beoordelingen, gaven de autoriteiten
aanleiding een negatief studie-advies te geven.
Bestuurder:
M.J. Caviet.
00.05.1950
PH-86 Schneider Grunau Baby
IIa
2 serie III Twente
Terug /
Top
In
1951 werd de werkplaats van de TZC bezocht door inspecteur Spierenburg teneinde de reparatie van dit toestel te controleren. Het
werd daar gerepareerd van een “oude kraak, ca. mei 1950". Helaas heb ik daar
niets over kunnen vinden.
Mogelijk was het van een nóg oudere kraak: 4 mei
1947?
(Coll. H. Dekker)

00.05.1950
OY-#
#
= Dorkwerd
Terug /
Top
De
noodlanding werd gemaakt wegens vermeend brandstofgebrek. Maar de bestuurder
vertrok later, zonder brandstof bij te vullen, en vloog naar Eelde.
04.06.1950
PH-163 Schneider Grunau Baby
IIb
6054 Hilversum
Terug / Top
De
lierman had nog niet veel ervaring. Hij trok aanvankelijk te hard en bij
overschakelen van 3e naar 4e versnelling haalde het zweefvliegtuig de kabel
zelfs in. Maar de snelheid was nog te laag, en de bestuurder ontkoppelde en
maakte een (te) harde landing.
Lichte schade.
Bestuurder:
P.A. Hühne.
(Coll. H. Dekker)

05.06.1950
PH-155 Schneider Grunau Baby
IIb
6037 Leeuwarden
Terug / Top
Nog
een mislukte lierstart. Op ca. 100 meter hoogte valt de kabel van de open
lierhaak af. De bestuurder maakte een bocht maar verliest daarin te veel
snelheid en al tijdens het rechtleggen raakte de linker vleugeltip de grond. De
romp sloeg ook tegen de grond en een forse grondzwaai volgt.
Linkervleugel en voorste deel van de romp ernstig beschadigd.
Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder:
H.K. van Huysen.
Ongevallenrapport 1950 No.6. (Coll. H. Dekker)

06.06.1950
PH-UCE Piper J3C-65
Cub
18546 Norg
Terug / Top
Tot
ongeveer 6 kilometer
van het veld lag de bestuurder keurig op koers. Maar hij kon toch Eelde niet
vinden. Na laag vliegend nog gezocht te hebben besloot hij tot een
voorzorgslanding.
Daar
hij over 20 meter
hoge bomen moest binnen komen, kwam hij vrij ver op de landingsbaan aan de
grond. In de uitloop botste het toestel eerst tegen een afrastering van
schrikdraad aan waarna ook het rechter wiel nog in een greppel kwam.
Het
vliegtuig werd ernstig beschadigd., de inzittenden
bleven ongedeerd.
Bestuurder:
J.J.H. Gorter. En er was één passagier aan boord.
De vluchtopdracht die Gorter kreeg. (Coll. H. Dekker)

10.06.1950
PH-95 Schneider Grunau Baby
IIb
4 serie III Boekelo
Terug / Top
Bij
een buitenlanding in de uitloop tegen een boom gebotst. Schade aan beide
vleugels, cockpit vernield. Bestuurder ongedeerd.
Bestuurder:
H.W. Uyt den Boogaard.
De opgave van de schade. (Coll. H. Dekker)

10.06.1950
PH-148 Schneider Grunau Baby
IIb
6030 Beek
Terug / Top
Buitenlanding
op ongeschikt terrein. Tegen een boompje gebotst waarbij linker stabilo en
hoogteroer schade opliepen.
Bestuurder:
L.C.J. Dietz.
10.06.1950
PH-175 DFS
Olympia
6057 Venlo
Terug / Top
Toestel
bewust traverserend aan de grond gezet vanwege een te klein landingsterrein.
Enige schade aan de romp.
Bestuurder:
H.Th. Brauckmann.
14.06.1950
OY-AAR S.A.I. KZ-VII U-4 Laerke 150 Winschoten
Terug / Top
Noodlanding
wegens brandstofgebrek. Later weer opgestegen en naar Eelde gevlogen.
Bestuurder:
Knudsen.
Knipsel met dank aan Doewe Pelleboer.

16.06.1950 PH-UDO de Havilland D.H.82A Tiger Moth 82088 Lanacken(OO)
Terug / Top
Doel
van de vlucht was vliegveld Beek. De bestuurder meende dat hij na Goirle de
Maas nog moest passeren en ging toen dat niet gebeurde rondcirkelen om de rivier
te zoeken.
Daarbij
raakte hij volkomen de weg kwijt en om zich te oriënteren vloog hij laag over
een treinstation. Daar werd hij echter niet wijzer van want Lanacken stond niet
op zijn kaart aangegeven.
Dus
besloot hij tot een voorzorgslanding. Het uitzweven duurde echter iets langer
dan hij dacht en toen hij zag aankomen dat hij in de tarwe aan het eind van het
veld zou terechtkomen gaf hij weer volgas. Helaas, aan het eind van het veld
stonden ook bomen en de linkervleugel raakte een daarvan. Omdat de snelheid
toch al laag was kwam het toestel vlak daarachter op het erf van een boerderij
aan de grond.
De
schade aan het toestel was zó groot dat het niet meer gerepareerd werd.
Beide
inzittenden bleven ongedeerd.
Bestuurder:
Th.A. Groen.
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart en een fragment uit de Toelichting
bij de Balans en Verlies- en Winstrekening van de NV NLS.
(Coll. H. Dekker)
18.06.1950 PH-# de Havilland D.H.82A Tiger Moth = #
Terug / Top
Bij
de start door het onderstel gezakt.
18.06.1950
PH-133
Grunau 9 (ESG)
6021 Soesterberg
Terug / Top
De
leerling mocht na een aantal sledevaarten voor het eerst ‘even los’.
Het
toestel kwam in een wat te veel getrokken stand los, maakte een bocht naar rechts
waarbij de rechter vleugeltip de grond raakte.
Het
toestel zwiepte 180° om en kwam op de neus en de linker vleugeltip tot
stilstand.
Beide
(gehuurde!) vleugels werden afgekeurd, de eigen vleugels waren op dat moment in
het ACvZ bouwlokaal en werden later weer gemonteerd.
Bestuurder:
C.M. Indrisie.
Naschrift:
Trouwens, het toestel was vlak daarvoor ook gerepareerd. Op 11/6 had P. Alsema
vulklossen tussen rompgording en voorstijl aangebracht.
25.06.1950 PH-NEB de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85189 Soesterberg
Terug / Top
In
strijd met de voorschriften was op de passagiersplaats de stuurknuppel niet
verwijderd. Gezien het vervolg, waarschijnlijk niet per ongeluk.
Na
eerst over Voorthuizen te zijn gevlogen werd koers gezet naar Soesterberg.
Tussen Amersfoort en Soesterberg beduidde de bestuurder, door middel van een
briefje,
dat de passagier de besturing mocht overnemen. Dit bevestigde de
passagier (een zweefvlieginstructeur) door handopsteken.
Boven Soesterberg maakte het toestel een steile
overtrokken bocht en dook recht op het verkeersgebouw af. Pas
vlak boven de grond werd de duik beëindigd.
Ter
zitting bleek dat door een misverstand geen van beiden het vliegtuig bestuurd
had. Vanwege zijn handelwijze en het feit dat hij oorspronkelijk een andere
verklaring voor
het gebeurde gaf ontnam de Raad de bestuurder zijn bevoegdheid
voor een periode van een
jaar.
Bestuurder:
J.M. Sjouke.
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
25.06.1950
PH-TPM Douglas
DC-6
43115 Lissabon(CS)
Terug / Top
Omdat
de weersvoorspelling voor Lissabon gunstig was, werd de landing uitgevoerd door
de co-piloot. De nadering verliep geheel normaal, maar vlak voor de baan zakte
het toestel opeens door en de wielen raakten de grond vóór de baan.
Bij
nadere inspectie bleek het toestel op diverse plaatsen schade te hebben
opgelopen.
De
KLM vond dat de gezagvoerder niet attent genoeg was geweest en te laat had
ingegrepen
en nam disciplinaire maatregelen tegen hem.
Gezagvoerder: J.F. de Laat. Co-piloot: G. Thorelli. Vliegers: Bauling en Bos.
Boordwerktuigkundigen: Enzerik en C. Hoogvliet. Telegrafisten: van der Draaij
en Mulder.
Zichtbaar is dat de wielen de grond raakten en een deel
van de heg meenamen! (Coll. H. Dekker)

27.06.1950
PH-NDB Auster
Mk.V
= Noordoostpolder
Terug / Top
Met
de rechter vleugeltip tegen een vlaggenmast gebotst.
Bestuurder:
A.W. Hamming.
02.07.1950
PH-# Piper
Cub
= Zandvoort
Terug / Top
De
Haarlemse autohandelaar en sportvlieger M.H.P. werd op 16.3.1951 door de
kantonrechter beboet vanwege te laag vliegen boven het strand op 2.7.1950.
05.07.1950
PH-NDB Auster
Mk.V
= Noordoostpolder
Terug / Top
Na
het laden van nieuwe spuitstof vertrok de bestuurder voor zijn zevende
sproeivlucht
om de percelen 29-31 te besproeien. Teneinde een geïnteresseerde
buitenstaander die hem tijdens het laden had aangesproken gelegenheid te geven
om over de grond zich naar deze percelen te begeven, maakte
hij eerst een paar “proefruns” over perceel 29.
Na
de laatste run, op ongeveer 40
voet hoogte, zette de bestuurder een klimmende rechter
bocht in, gevolgd door een korte bocht naar links.
Het
vliegtuig gleed hierbij af en sloeg na nog ongeveer 180° gedraaid te zijn met
de neus omlaag tegen de grond. Het stuitte in z’n
geheel nog even omhoog en kwam in vrijwel
normale stand tot stilstand, waarna
het onmiddellijk geheel uitbrandde.
De bestuurder kwam om het leven.
Als
oorzaak werd door de Raad een aantal samenwerkende factoren genoemd, er was
teveel spuitstof geladen, de bestuurder was wat zwaarder dan aangenomen, het
zwaartepunt lag
iets te achterlijk.
Allemaal
afzonderlijk, en ook tezamen, nog niet ernstig genoeg
om een crash te
veroorzaken, maar bovendien waren deze proefruns ook bedoeld
als demonstratie en
vermoedelijk heeft de bestuurder het bochtenwerk voor het
aanvliegen van de volgende
run iets te scherp uitgevoerd. Dit alles,
gecombineerd met een nog geheel gevulde
spuittank moet voldoende geweest zijn
om in een, op die hoogte, niet corrigeerbare
vliegstand te geraken.
Bestuurder:
A.W. Hamming(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
(Coll. H. Dekker)
13.07.1950
PH-165 Schneider Grunau Baby
IIb
6047 Wiessel
Terug / Top
De
nadering voor de buitenlanding was iets te laag en het zweefvliegtuig botste
met de rechtervleugel tegen een afrasteringspaal. Buitenste deel van de
vleugel was er finaal vanaf.
Bestuurder:
R. van Gelder.
Het schaderapport. (Coll. H. Dekker)

18.07.1950
PH-164 Schneider Grunau Baby
IIb
6046 Terlet
Terug / Top
Tijdens
de vlucht zakten de kleppen ongemerkt open. Natuurlijk werd de abnormaal hoge daalsnelheid wèl
opgemerkt, maar die werd aan een sterke daalwind toegeschreven.
Al
met al kon de landingsprocedure niet in het normale tempo uitgevoerd worden,
het toestel kwam vóór de baan hard aan de grond, en wel precies op de rand van
een greppel.
Ernstige
schade aan romp en beide vleugels. De bestuurder bleef ongedeerd.
Bestuurder:
H.A. Veder.
(Coll. H. Dekker)
25.07.1950
PJ-ACG Stearman
75
= Hato(PJ)
Terug / Top
Twee
monteurs van het KLM-WIB keerden niet terug van een vlucht boven zee.
Bestuurders:
J.W. Out(┼) en T.C. den Uyl(┼).
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
N.B.
Mogelijk betreft het de PJ-ACH, beide toestellen werd in 1950 afgeschreven.
Krantenberichtje, herkomst onbekend.

27.07.1950 PH-UAO de Havilland D.H.82A Tiger Moth 85960 Ypenburg
Terug / Top
PH-UDC de Havilland D.H.82A Tiger Moth 84257
Er
zou een oefenvlucht gemaakt worden met een formatie van drie Tiger Moths als
voorbereiding op de openingsvlucht van de ILSY. Een grote luchtvaartshow in die
tijd.
De
instructeurs van de RLS hadden een kunstvliegteam waarmee wel vaker op
vliegfeesten
werd opgetreden.
Tijdens
deze vlucht heeft het linker vliegtuig (PH-UDC) zich ten gevolge van een
remousstoot naar rechts bewogen. Hierdoor kwam de rechter bovenvleugel in
aanraking met
het
stabilo van het middelste vliegtuig,
de PH-UAO.
Van
de ‘O’ werden het stabilo en het hoogteroer licht
beschadigd. Na de botsing werd de oefening afgebroken, alle drie de vliegtuigen
konden een normale landing uitvoeren.
Bestuurders:
L.T. Loohuizen (UAO), H.J. Beaudoux (UDC) en die van het derde vliegtuig, waarvan ik
de identiteit niet heb kunnen achterhalen, was A.B. Hofman.
27.07.1950 PH-UDV de Havilland D.H.82A Tiger Moth 86625 Ypenburg
Terug / Top
PH-UDY de Havilland
D.H.82A Tiger Moth 83157
De
instructeur taxiede met zijn leerling in de PH-UDV naar de baan en lette
weliswaar heel goed op, maar helaas op het verkeerde toestel. Toen hij weer
voor zich keek, zag hij dat daar ook een RLS-Tiger stond, de PH-UDY.
Een
botsing was niet meer te voorkomen en met vrij lage snelheid, maar nog wèl
draaiende propeller, reed hij er tegenaan. De schade aan de PH-UDV bleef zeer
beperkt, maar van de PH-UDY werden kielvlak, richtingsroer en hoogteroer geheel
vernield.
Instructeur: J.C. ter Averst. Leerling: L.J. Creemers.
Het relaas van instructeur Ter Averst. (Coll. H. Dekker)
29.07.1950 PH-UDX de Havilland D.H.82A Tiger Moth 83607 Ypenburg
Terug / Top
Nadat
de instructeur al meer dan een uur had gelest, zou hij weer opstijgen met zijn
derde leerling. Na de start begon de motor echter al op 300 voet te pruttelen.
De
instructeur controleerde direct het benzinekraan en de
hoogtegas-handle maar daaraan mankeerde niets. Dus nam hij de besturing over.
Ook
zijn bemoeienissen met de motor hadden echter geen verbetering tot gevolg.
Met
afgeslagen motor voerde hij een noodlanding uit. In de uitloop daarvan botste
hij
tegen een ijzeren afrastering en kwam daarna in de struiken tot stilstand.
De
inzittenden konden ongedeerd uitstappen.
Het
onderzoek wees uit dat de carburateur sterk vervuild was, en het kwam ook niet
vast te staan of deze carburateur op het tijdstip van indienstname door de RLS,
in goede conditie verkeerde.
Hoewel
Goodhew Aviation Company verklaarde dat de motor aan de
eisen van de “Air Registration Board” voldeed, bleek al na vier ‘Nederlandse’
draaiuren dat veel onderdelen vervangen dan wel gerepareerd dienden te worden.
Bij deze geschiedenis werd nergens de carburateur met name
genoemd.
Instructeur:
L.T. Loohuizen. Leerling: Weg.
(Coll. H. Dekker)

06.08.1950
PH-NAN Koolhoven
F.K.43
6171 =
Terug / Top
Al
tijdens het begin van de vlucht Düsseldorf naar Eindhoven had de
bestuurder de indruk dat het kompas niet erg betrouwbaar was. Toen
dan ook herkenningstekens
langs de route uitbleven besefte hij dat hij verdwaald was.
Westwaarts vliegend
zag hij een groot wateroppervlak onder zich en hij nam aanvankelijk aan dat dit
de Noordzee was. De kustlijn volgend besefte hij na enige tijd dat dit het
IJsselmeer moest zijn.
Vanwege
z’n verminderende hoeveelheid brandstof zette hij het
toestel daar ergens aan de grond.
Bestuurder:
E.H.J. de Lyon.
16.08.1950
PH-TEI Convair
240
125 Schiphol
Terug / Top
De
bestuurder moest tijdens de nadering opeens uitwijken voor een militaire Anson,
de PE-DAG alias de D-7, die uitgeboekt was voor een VFR-vlucht, IFR in en uit
de wolken vliegend van z'n koers was afgeweken.
23.08.1950 PJ-ALH
Douglas C-47A
11994 St. Kitts(V4) Terug / Top
In de ontluchting van de tank met hydraulische olie zat een kakkerlak waardoor het onderstel niet uit wilde dan wel niet lockte.
De schade was uiterst gering, het toestel werd al de volgende dag via St. Lucia teruggevlogen naar Aruba.
Gezagvoerder: B. v.d. Werf. Co-piloot: A.C. Guys.
NB. Bij die kakkerlak kan ik me eerlijk gezegd weinig voorstellen...
(Foto's A.C. Guys, via Gerard Casius)
26.08.1950
PH-TBI Douglas
C-47A
11855 Schiphol
Terug / Top
Kwam
aan het eind van de uitloop baan tekort. Het toestel reed de overrun-zone in en
werd aanzienlijk beschadigd.
31.08.1950 PH-UDK de Havilland D.H.82A Tiger Moth 83785 =
Terug / Top
Bij
de landing door het onderstel gezakt.
(Coll. H. Dekker)

00.08.1950 PH-NFW Fairchild 24W-41A Argus II 366 =
Terug / Top
Over
dit incident heb ik geen feitelijke informatie. Uit de aanwezige briefwisseling
valt op te maken dat het gaat om het zonder toestemming -of dat de
marine-autoriteiten niet op de hoogte waren van de verleende toestemming- vliegen
in verboden gebied.
09.09.1950
PH-TPP Douglas
DC-6
43118 Teheran(EP)
Terug / Top
Landing
met blokkerende remmen.
11.09.1950 PH-UDP de Havilland D.H.82A Tiger Moth 3764 Nootdorp Terug / Top
Bij
de landing over de kop geslagen. De schade bleek gering: Dfl. 320,48.
14.09.1950 PH-BHD VandenBemden vrije ballon = Kootwijk
Terug / Top
F-# Vrije
ballon
= Kootwijk
F-# Vrije
ballon
= Nijkerker Polder
Bij
de start voor de internationale ballonwedstrijd Coupe Andries Blitz ging er bij
het vullen iets mis. De pers meldde: "Veertien ballons werden flodderige baalzakken, vier stegen op: barre avonturen tegemoet".
De ballon PH-BHD van Nini Boesman en Jacques Demint raakte bij de landing bij Radio Kootwijk de boomtoppen en scheurde.
Een Franse ballon werd door de harde wind onder het net vandaan
geblazen en koos dus zonder net en mand en ballonvaarder het luchtruim. Hij werd in de Nijkerker
polder teruggevonden.
Ook de Fransman Cormier landde 'ergens' bij Kootwijk. Hij ging op zoek
naar de bewoonde wereld, raakte verdwaald, vond geen dorp en ook z'n
ballon niet terug. Hij overnachtte in een zandverstuiving. De ballon
werd later door Kootwijkse jongens gevonden.
Ballonvaarders:
Nini Boesman, de Cok en Cormier.
19.09.1950
PH-HAA Sikorsky
S.51
5133 Ypenburg
Terug / Top
Er
werden achterwaartse starts geoefend. Hierbij wordt het toestel met de neus in
de wind gestart en na het loskomen wordt direct een bocht van 180° gedraaid
zodat het verdere stijgvlucht met rugwind wordt uitgevoerd. Aangezien het
alleen om de start ging werd alleen het eerste deel van de oefening, de start
en de bocht dus, uitgevoerd.
Bij
de derde maal bleef het toestel door de wind langzaam achterwaarts drijven.
De
bestuurder probeerde te corrigeren door wat naar voren te duiken en de spoed
van de rotorbladen te vergroten.
Hierdoor
liep het toerental terug; hij gaf meer gas maar dat had door die grotere spoed
niet onmiddellijk het gewenste gevolg. Wèl was het gevolg dat het toestel wat
naar rechts wegdraaide waardoor de wind nog meer vat kreeg op het toestel dat
nu ook zijdelings begon weg te drijven.
Het
ingrijpen van de instructeur kon niet meer verhinderen dat het dalende toestel,
nog steeds zijdelings bewegend, de grond raakt.
Het
kantelde en de hoofdrotorbladen werden vernield, de staartschroef met het
rompeinde braken af en de romp was halverwege geknikt.
Bestuurder:
J. Schwarts. Instructeur: R.J. Idzerda.
Bericht in Het Parool 19.9.1950.

(Coll. H. Dekker)
20.09.1950 PH-PBB Stinson L-5B Sentinel 76-3401 Soesterberg Terug / Top
De bestuurder vond het niet nodig (in zijn positie...?) een vluchtplan
in te dienen.
Toen er dan ook naar hem 'gezocht' werd, wist Soesterberg
niets van deze vlucht.
Bestuurder: Z.K.H. Prins Bernhard.
20.09.1950
PH-TBY Douglas
C-47A
12767 Gemert
Terug / Top
Blikseminslag
op de route Frankfurt-Valkenburg. De HF/MF antenne's inclusief
isolatoren werden weggeslagen. Geen persoonlijk letsel.
Gezagvoerder:
J. van Kruiselbergen. Co-piloot: M.A. Drijgers. Telegrafist: H. de Swart.
Boordwerktuigkundige: A.Polman.
02.10.1950
PH-TPI Douglas
DC-6
43117 Zürich(HB)
Terug / Top
Bij
de landing kreeg het toestel twee klapbanden.
13.10.1950
G-AKOW Auster
V
1579 Volkel
Terug / Top
Het
toestel landde op het nog niet opengestelde luchtvaartterrein. De bestuurder
stapte uit, deed iets onduidelijks bij de staart en steeg daarna weer op.
16.10.1950 PH-UCN Piper L-4J Grasshopper 13366 Volkel
Terug / Top
De
bestuurder vloog van Hilversum naar Volkel om daar met diverse passagiers wat
rondvluchtjes te maken.
Bij
het inkomen voor de landing na de derde vlucht zagen getuigen dat het toestel
op
een hoogte van 10 à 15
meter een scherpe, stijgende
bocht inzette.
Hierbij werd een hoogte van 20 à 25 meter bereikt.
Hierna
daalde en draaide het toestel door, zonder dat het vlak gelegd werd.
Het sloeg
met de vleugel en de neus tegen de grond en vloog onmiddellijk in brand.
Het
brandde geheel uit, de beide inzittenden kwamen om het leven.
Bestuurder:
K. Riphagen(┼)
Passagier: P. Wingers(┼)
Terug naar de opsomming "Ernstige ongevallen"
De Uitspraak van de Raad voor de Luchtvaart. (Coll. H. Dekker)
(Coll. H. Dekker)
25.10.1950
OO-AUN Douglas
DC-3D
42977 Twente
Terug / Top
Noodlanding
van een toestel van de SABENA. Het toestel was onderweg van Melsbroek naar
Stockholm/Bromma en kwam binnen met één propeller in vaanstand.
05.11.1950
PH-163 Schneider Grunau Baby
IIa
6045 Hilversum
Terug / Top
Te
ruim circuit gevlogen en het veld was dus niet meer haalbaar. Bij de
buitenlanding raakte een vleugel het eerst de grond waarna een grondzwaai
volgde.
Wat
huidbeplating losgesprongen, romp getordeerd.
Bestuurder:
A. Schoemaker.
NB. Zie ook de illustratie bij 4 juni.
(Coll. H. Dekker)
19.11.1950
PH-135
Gruna 9 (ESG)
6023 Beek
Terug / Top
De
eerste solo start verliep iets anders dan verwacht. Door de onrustige
stuurbewegingen van de leerling werden het zelfs meerdere starts. En evenzoveel
landingen dus...
De
landingen werden hoe langer hoe harder. Na de laatste bleek een achterstijl
gestuikt en was de spantoren gespleten.
Bestuurder:
J. v.d. Raadt.
23.11.1950 PH-NDG Fairchild 24R-64A Argus III 996 Twente
Terug / Top
Toen
het toestel gedemonteerd werd reed iemand met z’n auto
over de op de grond liggende rechter vleugel. Deze werd ernstig beschadigd en
de reparatie dan wel herbouw werd uitgevoerd door oud
vleugelbouwers van de LSK.
Bestuurder
(van de auto!): de heer van Dam-Merret.
(Coll. H. Dekker)

29.11.1950
PH-TEK Convair
240-4
143 Frankfurt(D)
Terug / Top
Onderweg
van Milaan naar Frankfurt werd tot twee maal toe een doordringende brandlucht
in de cockpit geconstateerd. Emergency descent toestemming gevraagd en snel verkregen.
Bij inspectie bleek er een relais te zijn doorgebrand en werd er een
olielekkage gevonden.
Het
was trouwens toch al een vlucht met hindernissen geweest.
Amsterdam:
drie kwartier vertraging wegens wachten op Londen-machine.
Frankfurt:
meer dan een uur in de holding wegens een Army-machine die tenslotte
toch
niet uitgerust bleek voor een GCA-approach.
Frankfurt:
uur vertraging wegens lekkage in hydraulisch systeem.
Frankfurt:
start een uur vertraagd wegens een cirkelende Army-machine zonder radioverbinding.
Malpensa:
Met vliegveld in zicht, met landingstoestemming van de toren, landing verboden
door ‘el directio’.
Doorgevlogen
naar Rome en daar -met 10 passagiers- overnacht.
De
volgende dag gestart naar Milaan.
Milaan:
weersgesteldheid beneden de limieten, toch doorgevlogen. Bij aankomst bleek
actueel bericht onveranderd, maar zicht was minstens 5 kilometer. Wel geland
dus.
Toen
volgde dus nog de brandlucht-incidenten en tenslotte de terugvlucht -zonder drukcabine- naar Schiphol.
Gezagvoerder:
W.F. Bellink.
03.12.1950
PH-168 Schneider Grunau Baby
IIa
6050 Valkenburg
Terug / Top
Vóór
de landing maakte de bestuurder, een korporaal-vlieger bij de MLD, met de wind
in de rug nog even een zoemer (100 à 120 km/u) over de startplaats.
De
bedoeling was om direct daarna een hoge bocht uit te voeren en dan tegen de
wind in te landen. De bocht werd echter te steil uitgevoerd en te lang
doorgetrokken.
Het werd dus een zuivere Immelmann.
Nou ja, zuiver... De
afwerking liet nogal te wensen over.
De
snelheid bovenin was te laag en de bestuurder zag geen kans het toestel weer
voldoende horizontaal te leggen.
Het
sloeg met de voorkant van de romp tegen de baan, stuiterde weer omhoog en kwam
30 à 40 meter
verderop met een grondzwaai tot stilstand.
Gehele
rompvoorstuk tot aan de
hoofdspant totaal gekraakt, spanten beschadigd, beplating
losgesprongen, linkervleugel gebroken. Kortom, zwaar beschadigd. Dat
gold
trouwens ook voor de bestuurder!
Bestuurder:
J.P.R.F. Hulsman.
Ongevallenrapport 1950 No.16 (Coll. H. Dekker)
15.12.1950
PH-TEA Convair
240-4
61 Schiphol Terug / Top
Het
sneeuwde hevig en hoewel de bwk en ook de gezagvoerder
verzochten om de vleugels nogmaals schoon te vegen, werd dit geweigerd.
Tijdens
de start was hinderlijke trilling waarneembaar, was het toestel slecht te
besturen en ondanks het voortdurend gegeven startvermogen liep de snelheid
nauwelijks op en ook klom het toestel heel slecht.
Vanuit
de cabine was de ijslaag goed zichtbaar. Pas toen na zo’n
20 minuten de hoogte van 9000
voet werd bereikt begon de ijslaag langzaam te
verdwijnen. Pas na een uur vliegen was de kruissnelheid normaal.
De
gezagvoerder waarschuwde dus al direct na de start om de twee ook klaar staande
toestellen niet op deze manier te laten vertrekken.
Bestuurder:
Clarke. Boordwerktuigkundige: A.F. Bijland.
20.12.1950
PH-TPI Douglas
DC-6
43111 =
Terug / Top
Na
de landing waren motoren #1 en #4 afgezet. Het toestel had geen remdruk meer en
taxiede tegen een vliegtuigtrap. Schade $ 5931.
24.12.1950
G-AIWE Douglas Dakota
III
13479 Schiphol
Terug / Top
Na
een mislukte VFR nadering besloot de bestuurder toch maar een IFR-landing te
maken met behulp van SBA. Hierbij heeft hij, naar hij verklaarde, vermoedelijk
de Outer- voor de Inner-marker aangezien. En vervolgens de aanloopverlichting
voor de baanverlichting.
Hij
zag dus plotseling een huisje voor zich opdoemen, kon met een optrekkende beweging
daar nog wel overheen. Het was echter station PHA-6 met daarop dus een grote
antenne.
Díe
kon hij niet meer ontwijken en vloog het bovenste deel van de bamboemast eraf.
Het
vliegtuig liep een deuk in de vleugelvoorrand op.
Bestuurder:
C.T. Trimble.
Het rapportje van bestuurder Trimble. (Coll. H. Dekker)
27.12.1950
OO-MAR Miles M.57
Aerovan
6397 Leeuwarden
Terug / Top
Noodlanding
wegens brandstofgebrek.
00.00.1950
PJ-ALP Douglas
C-47A
19434 Aruba(PJ)
Terug / Top
Buiklanding.
Het enige wat ik ervan weet is dat de bestuurder vergat de wielen uit te
doen. Maar dat had u zelf ook kunnen bedenken!
Ook de datum zou ik graag willen weten, twee zegslieden menen zich te herinneren dat
het in 1950 was...
Bestuurder:
Tj. Dijkstra. Boordwerktuigkundige: D. Schermerhorn.
(Coll. H. Dekker)
En verder in 1950:
* meldt de KLM dat er 20
maal blikseminslag is geweest
* meldt de KLM ook 4
vogelaanvaringen
* zou P. Vogelzang in dit jaar met een Piper ‘het havenkantoor ingevlogen’ zijn.
* heeft de PH-NCU een
reclamesleep boven Tilburg verloren
* heeft de PH-NCU een
noodlanding op een landweggetje in Engeland gemaakt.
* is er ‘iets’ met de
PH-UCW gebeurd
Bij de samenstelling van “Nederlandse
Ongevallen en Incidenten 1950" werden (o.a.) de volgende bronnen
geraadpleegd:
Gerard
Casius; Fred Goth; A.C. Guys; Coen van den Heuvel; Gerrit J. Koning;
Jan Evert Leeuw; Doewe Pelleboer; Aart van Wijk;
Rijksluchtvaartdienst;
Uitspraken van de Raad voor de Luchtvaart; Avia; Dagblad
van het Oosten; Trouw.