TOELICHTING OP DE REGISTERS
Terug
naar
Laatste wijziging: 26 juli
2008
INDEX
Hieronder worden allerlei zaken behandeld die
voor een juiste interpretatie van de gegevens in het register van belang zijn.
Dat betreft uiteraard de registers zelf maar ook bij de presentatie heb ik
allerlei keuzes gemaakt en beslissingen genomen die daarbij van belang zijn
OVER DE REGISTERS
OVER DE PRESENTATIE
Nationaliteitsletters
Correcte naam
van het register
Inschrijvingskenmerk
Reserveringen
Eerste register
Blokreserveringen
Tweede register
Naam
registerinstantie
Hulpluchtvaartregister Londen Niet opgenomen inschrijvingskenmerken
Derde register
Geblokkeerde inschrijvingskenmerken
Zweefvliegtuigen Inschrijvingskenmerk
vaker toegekend
Motorzwevers Eerste register
Ultra-lichte vliegtuigen Vaste
standplaats
(ULV's,
MLA's)
Nationaliteitskenmerk
gewijzigd H-N* naar PH-*
Ballonnen
Schweriner
Industrie Werke GmbH
Handels-, Exportkenmerken Naamgeving
Fokker bedrijf
Naamgeving
andere bedrijven
Vergissingen/verschrijvingen
Constructienummers
Reims/Cessna
Vermelding
medehouders/-eigenaren
Schrijfwijze
plaatsnamen
Bensen
gyroglider
Verhuur door KNVvL
KNVvL-kenmerken
BGA nummers
Nationaliteitsletters
Top
Al
in 1912 werd door de FAI een Internationale Commissie voor Luchtvaartrecht
ingesteld teneinde een ontwerpregeling op te
stellen
voor het vaststellen van nationaliteitsletters.
Deze
commissie kwam in mei 1912 en in juni 1913 bijeen en stelde inderdaad beide
keren een voorstel op.
In
1912 was het voorstel om aan Nederland de letters PB toe te wijzen, in
1913 was dit veranderd in NL.
Het
zou nog ruim zes jaar duren voordat deze zaak officieel geregeld werd.
Op 13 oktober 1919 werd in Parijs de "Connection
portant réglementation de
Bij deze Conventie werd in Annex A bepaald dat door
Nederland de nationaliteitsletter H zouden worden gevoerd.
Een onderdeel van deze Conventie werd de Commission
Internationale de Navigation Aérienne (CINA).
Nederland zou trouwens pas op 24 augustus 1928 toetreden
tot deze conventie.
Begin
1929 werd het nationaliteitskenmerk veranderd van H in PH. De
achtergronden hiervan zijn nooit erg duidelijk geweest,
daarom
zal er hier wat extra aandacht aan worden besteed.
In 1927 werd te Washington
het Internationale Telegraafverdrag gesloten. In artikel 14 van het Algemeen
Reglement werden aan Nederland als roepletters van luchtvaartuigstations toegewezen
de combinaties van vijf letters, aanvangende met PA, PB, PC, PD, PE, PF, PG, PH
en PI. Let wel, dit gaat dus niet over het luchtvaartuig maar over het
radiostation daarin.
Omdat de
luchtvaartuigstations in Nederland onder verschillende departementen
ressorteerden (Oorlog, Marine en Waterstaat) werd een verdeling wenselijk
geacht. Na overleg was het voorstel om de toewijzing als volgt te doen: Marine PA,
Oorlog PB en voor 'burgerlijke luchtvaartuigen' PH. De ander
series bleven ongebruikt.
De laatstgenoemde
combinatie PH werd voorgesteld nadat de eerder voorgestelde P.E.
op verzet was gestuit bij de directeur van Bureau Luchtvaart de heer De Veer.
Die schreef dat er mogelijk gevaar van verwarring bestond met de roepletters GE
van Britse luchtvaartuigen omdat "telegrafisch de P makkelijk kan
worden verminkt tot G". Hij vervolgde met "De letters PH
hebben het voordeel dat de letter H (Holland) al enigszins de nationaliteit
aangeeft, zoals ook bij Engelse vliegtuigen (GE), de Australische (GA)
en de Canadeesche (GC)". Hij sprak dus een duidelijke voorkeur
voor PH uit.
In juni 1928 stelde de
Commission Internationale de Navigation Aérienne nadere regels op omtrent de
nationaliteits- en inschrijvingskenmerken. Een belangrijk besluit was dat de
kenmerken overeen moesten komen met de roepnamen van de radiostations. Tegelijk
werd verzocht het gebruik van de toegestane series zoveel mogelijk te beperken
en de secretaris-generaal mede te delen welke series gebruikt zouden gaan
worden. Voor de Nederlandse civiele vliegtuigen werd dat dus de inmiddels
vastgestelde PH, voor de marine PA en voor de landmacht PB.
Op 20.11.1928 deelde het
Dept. van Koloniën aan het Min. van Waterstaat mede dat voor Nederlands-Indië
gekozen was voor PK en op 20.2.1929 dat voor Suriname en Curaçao gekozen
was voor resp. PZ en PJ.
Voor de keuze van de
letters K, Z en J werd geen motivering gegeven.
Een direct gevolg van de
toetreding van Nederland tot de Conventie was de invoering van de Luchtvaartwet
op 1 februari 1929.
Tot dat moment was er
weliswaar van alles geregeld op luchtvaartgebied maar ontbrak de wettelijke
basis daarvoor.
Uitvloeisels van de
Luchtvaartwet waren: Regeling van het Rijkstoezicht op de Luchtvaart (RTL) op 1
februari 1929, de Luchtverkeersregeling 9 juli 1929, de Douaneregeling 9 juni
1931 en de Regeling Toezicht op het Zweefvliegen 9 juli 1931.
Later, in 1944, werden de
functies van de CINA overgenomen door de International Civil Aviation
Organization (ICAO), deze handhaafde echter de nationaliteitsletters PH- en die
zijn ook nu nog steeds in gebruik.
Inschrijvingskenmerk
Top
In bovengenoemde Conventie
van 1919 werd vastgelegd dat het inschrijvingskenmerk uit vier letters zou
bestaan, waarvan minstens één een klinker moest zijn. Aangezien echter Haïti en
Siam ook nationaliteitsletter H hadden, werd bepaald dat het
inschrijvingskenmerk van Nederland zou moeten beginnen met een N, en die
van Haïti en Siam met resp. H en S.
En dus beginnen alle
kenmerken in het eerste register met H-N.
Tot begin 1921 werden de
kenmerken echter foutief aangebracht, tussen het nationaliteits- en
inschrijvingskenmerk werd geen streepje gezet. Na klachten van het Air Ministry
werd dit vanaf augustus 1921 gecorrigeerd.
De vier letters volgend op H-
werden onderstreept bij vliegtuigen die geen eigendom van een luchtvaartmaatschappij
of de staat waren.
In 1930 werd dit
voorschrift afgeschaft.
In het begin van de jaren
dertig (9.7.1931, zie boven bij Nationaliteitskenmerk) toen ook de
zweefvliegtuigen moesten worden opgenomen, werd gekozen voor een numeriek
systeem.
Indien op deze site het
woord kenmerk wordt gebruikt, wordt daarmee de combinatie van nationaliteits-
en inschrijvingskenmerk bedoeld.
Eerste
register
Top
13 september 1920 - 28
februari 1929
BvI 1 t/m BvI 114
Het
eerste vliegtuig dat in het N.L.R. werd opgenomen was de Fokker F.II H-NABC. In
totaal zouden 118 kenmerken
toegekend
worden hoewel deze niet allemaal werden opgenomen.
De
periode van 1 t/m 28 februari 1929 was de overgangsperiode waarin de
verandering der nationaliteitsletters van
H-N
naar PH- tot stand werd gebracht. Deze wijziging was noodzakelijk vanwege de
toetreding van Nederland tot de
Internationale
Luchtvaartconventie van Parijs van 13 oktober 1919.
NB.
BvI is de afkorting van Bewijs van Inschrijving.
(NB. In de beschrijving
1920 van "Dagboek van de Nederlandse Luchtvaart" zijn afbeeldingen
van deze diverse eerste BvI modellen opgenomen en ook wordt meer aandacht
besteed aan de verwerving en inschrijving in het N.L.R. van de eerste
KLM-toestellen. )
28 februari 1929 - 1
oktober 1949
BvI 1 t/m BvI 708
De
eerste 27 vliegtuigen in dit register waren die, welke op dat moment nog in het
eerste register waren ingeschreven.
Zoals
u ziet valt de Tweede Wereldoorlog geheel in het door dit register bestreken
tijdsbestek.
Het
is dan ook onjuist om te spreken van een voor- of naoorlogs register.
De
opzet van het tweede register was in beginsel ordentelijk; was het eerste
register puur alfabetisch, in het tweede
werden
bepaalde blokken kenmerken toegewezen aan de diverse categorieën
luchtvaartuigen.
Vliegtuigen toegelaten
voor
acrobatie
PH-A**
Ballonnen
PH-AH*
Ballonnen (na
1945)
PH-B*
Vrachtvliegtuigen
PH-C*
Hefschroefvliegtuigen
PH-H**
Niet geregelde
lijndiensten
PH-N**
Vliegtuigen van Prins
Bernhard
PH-PB*
Dominies
PH-R*
Vliegtuigen voor speciale
doeleinden PH-S**
Geregelde lijndiensten
PH-T**
Opleidingsvliegtuigen
PH-U**
Gaandeweg werden echter een
aantal buiten deze indeling vallende 'persoonlijke' kenmerken toegelaten.
Sedert 1931 werden ook de
zweefvliegtuigen van kenmerken voorzien, ze werden echter niet in het tweede
register opgenomen.
Zie hieronder bij de
toelichting op de zweefvliegtuigen.
Hulpluchtvaartregister
Londen
Top
7 januari 1944 - 4 februari
1946
BvI L1 t/m BvI L3
Tijdens
de oorlog werd dit tijdelijke register ingesteld waarin echter slechts drie
toestellen werden opgenomen.
Deze
drie, PH-AZR, PH-AZS en PH-AZT, worden in dit boek gewoon in de alfabetische
volgorde van het tweede
register
opgenomen.
Derde
register
Top
1 oktober 1949 - heden
Als
gevolg van het Verdrag van Chicago (Annex 8) moesten alle inschrijvingsbewijzen
worden vernieuwd.
Zo
ontstond dus het derde -en huidige- register.
Dit register werd gestart
met de ruim 200 nog ingeschreven zijnde luchtvaartuigen op 1 oktober 1949.
Het inschrijvingskenmerk
veranderde niet en daarom zijn er dus in de hierboven, bij de toelichting op
het tweede register, genoemde categorieën 200 luchtvaartuigen die in het derde
register hetzelfde kenmerk kregen.
Vanaf 1954 werd de indeling
in categorieën losgelaten en u kunt dan ook zien dat de KLM direct een
omvangrijke her-registrering van haar vliegtuigen ondernam. Momenteel is
iedereen vrij die kenmerken te kiezen die hij graag zou willen hebben.
Indien ze vrij en nog niet
eerder gebruikt zijn dan zal de beheerder vrijwel altijd de verlangde kenmerken
-namens de minister- toekennen.
Wèl zijn kenmerk en
luchtvaartuig in principe onlosmakelijk met elkaar verbonden, het eenmaal
toegekende kenmerk blijft bij het vliegtuig horen, óók als het, om wat voor
reden dan ook, een periode niet ingeschreven is geweest.
Sedert de uitgave van mijn
boek "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuigregisters" is deze regeling in
zoverre veranderd dat hergebruik van een kenmerk toegestaan wordt indien sedert
de doorhaling van de vorige inschrijving dertig jaar of meer verstreken is.
Behalve
de ultra-lichte vliegtuigen worden alle luchtvaartuigen in het 'hoofdregister'
opgenomen, óók de zweefvliegtuigen (die echter
wèl
numerieke inschrijvingskenmerken krijgen) en ballonnen.
De nummering in dit hoofdregister, die startte bij de
PH-AAA met BvI 1, was omstreeks 2007 al bij de 7000 aangeland.
In 1970
werd een sprong in de nummering gemaakt van 1656 (PH-NNH) naar 1800 (PH-UCH),
waarschijnlijk om de nummering
van de
Bewijzen van Luchtwaardigheid (BvL) synchroon te laten lopen met die van de
Bewijzen van Inschrijving (BvI).
In augustus 1992 is er een nieuwe Regeling Nationaliteits-
en Inschrijvingskenmerk vastgesteld. Daarvan is vermeldenswaard dat
besloten werd dat de nummering van de zweefvliegtuigen na PH-999
voortgezet zou worden met PH-1000 enz.
Bovendien werd bij de invoering een groot aantal geblokkeerde
kenmerken voor toekenning vrijgegeven.
Zweefvliegtuigen
Top
Vanaf
2 mei 1951 werden ook de zweefvliegtuigen -en later de motorzwevers- in het
derde register opgenomen en
werden
er formeel BvI's voor uitgereikt. Niet opgenomen werden de aanwezige ESG's (op
één vergissing na!) en Universal's.
Vóór
1951 werden de zweefvliegtuigen niet in het N.L.R. opgenomen en geschiedde de
administratie aan de hand
van
bij het luchtvaartuig behorende BvL's. Helaas zijn er van deze BvL's slechts
enkele teruggevonden en daarom is
de
informatie over de eerste 200 zweefvliegtuigen lang niet zo compleet als die
van de andere besproken luchtvaartuigen.
De
over deze tweehonderd gepresenteerde gegevens zijn samengesteld op basis van
informatie uit een zeer groot
aantal
bronnen, variëren van de luchtvaartpers tot persoonlijke herinneringen. Iedere
aanvulling is dus meer dan welkom.
In juni 1993 besloot de
beheerder van het N.L.R. de kenmerken PH-103 t/m PH-110, die in 1940 niet meer
toegekend werden,
alsnog uit te geven. Wèl aan klassiekers natuurlijk.
Motorzwevers
Top
Eind 1985 werd er overleg
gevoerd over enige aspecten betreffende motorzwevers zoals certificatie,
geluidszaken etc.
Hierbij werd ook geopperd
om voor de motorzwevers een apart inschrijvingskenmerk in te voeren.
Diverse mogelijkheden werden
onderzocht zoals PH-ZZ* en PH-9Z*. Er werd een voorkeur uitgesproken voor het
blok beginnend met PH-9AA en eindigend met PH-9ZZ. Sinds die tijd is er echter
niets meer over gehoord.
Trouwens, al in 1978 werd de inschrijving van de eerste twee motorzwevers
gewijzigd: de PH-ART en de PH-TER kregen toen beide
een
numeriek kenmerk.
Ultra-lichte vliegtuigen
(ULV's, thans MLA's)
Top
Voor
deze categorie werd eind 1981 een apart inschrijvingskenmerk vastgesteld. Er
zijn toen enige mogelijkheden serieus
overwogen,
ook al omdat niet goed te voorzien was hoeveel ULV's er in de toekomst
ingeschreven zouden moeten worden.
Overwogen
werd bijvoorbeeld de combinatie cijfer/letter/twee cijfers, dus beginnend met
PH-1A01.
Er
werd besloten het inschrijvingskenmerk samen te stellen uit twee cijfers met
één letter ertussen.
De BvI-nummering
loopt momenteel (mei 2007) van 20001 t/m 20840 en dat betekent dat er zo'n 780
stuks
ingeschreven
-geweest- zijn.
Na
20129 werd per abuis verder geteld met 20180 en ook het blokje 20567 t/n 20576
werd abusievelijk overgeslagen.
Vanaf 2004
werden ook de paramoteurs opgenomen, de nummering daarvan startte bij PH-9Z9 en
telt terug.
Ballonnen
Top
Tot
midden 1994 werden ballonnen voorzien van een uit drie letters bestaand
inschrijvingskenmerk.
Gewoon
in het 'hoofdregister' dus. Maar op 19.7.1994 verzocht de heer H. Brink voor
zijn ballon, waarmee hij een vlucht rond
de
wereld wilde maken, om het kenmerk PH-UNICEF.
Hiervoor was de RLD bereid, middels een ontheffing, van de regels af te
wijken. Dit vormde natuurlijk een precedent en men heeft
dan ook
bepaald dat deze ontheffing verder alleen verleend zal worden voor
charitatieve/ideële doeleinden.
Verzoeken op commerciële grondslag zullen afgewezen worden.
Handels- en Exportkenmerken
Top
Dan
moet hier nog gewag gemaakt worden van twee soorten kenmerken die problemen
hebben opgeleverd, de
handelskenmerken
van Air Service Holland en de exportkenmerken van Fokker.
Hoewel
het natuurlijk kenmerken zijn die door de beheerder van het N.L.R. -namens de
minister- zijn uitgereikt,
worden
ze alleen intern als officiële kenmerken beschouwd.
Er
worden géén BvI's voor uitgereikt en aan buitenlandse instanties wordt
medegedeeld dat ze niet in het N.L.R. opgenomen
zijn
geweest.
OVER DE PRESENTATIE
Over de juiste benaming van
het luchtvaartuigregister moet ook nog een opmerking gemaakt
worden.
Top
Benamingen als 'Civiel
Register', 'Luchtvaartregister', 'Register van burgerluchtvaartuigen',
'Voor-oorlogs register', 'Burgerluchtvaartregister' (!hd) en varianten hiervan,
worden weliswaar frequent in de luchtvaartpers gebezigd, maar moeten als niet
correct beschouwd worden.
De
juiste benaming is het hier gebezigde Nederlands Luchtvaartuigregister.
Afgekort tot N.L.R.
Van
ieder ingeschreven luchtvaartuig worden de volgende gegevens vermeld:
Kenmerk
Type-aanduiding
Constructienummer
Indien door 'derden' gebouwd: de fabrikant.
BvI Nr. Vroegere kenmerken, de meest
recente vooraan.
Datum Houder(s),
Woonplaats/*Vaste standplaats."Naam"
Eventueel Eigenaar (-aren).
Eventuele opmerkingen over deze mutatie.
Datum Doorhaling
inschrijving.
Volgende kenmerken. Eventueel uiteindelijk lot.
Eventuele algemene opmerkingen.
Zoals uit de tekst
hierboven kan worden afgeleid, wordt het N.L.R. in numerieke volgorde (BvI-nummers)
bijgehouden. Teneinde de toegankelijkheid te vergroten worden de
luchtvaartuigen op deze site op afwijkende wijze gepresenteerd.
De
eerste twee registers worden zuiver alfabetisch gegeven. Het derde register is
echter uiteengenomen in diverse overzichtelijke
delen:
- Hoofdregister
Alle luchtvaartuigen die niet in de vier hieronder genoemde
categorieën thuis horen
- Zweefvliegtuigen en
motorzwevers
- Ultra-lichte
vliegtuigen
- Handelskenmerken (PH-AX* en PH-AY*)
- Exportkenmerken (PH-EX* en PH-EZ*)
En deze
worden gevolgd door een aantal kleinere hoofdstukken die speciale
kenmerken/verschijnselen behandelen.
Officieel
kan in Nederland tegenwoordig een kenmerk niet langer gereserveerd worden dan
twee maanden. Top
Vooraf moet hier
nadrukkelijk gesteld worden dat volgens de wet een kenmerk door 'de minister'
wordt aangewezen, en dat deze die bevoegdheid gedelegeerd heeft aan de
beheerder van het N.L.R!
Dat deze de aanvrager in de
gelegenheid stelt om zijn voorkeur voor een bepaald kenmerk uit te spreken en
dat hij dat kenmerk dan enige tijd voor hem 'vasthoudt' is niet meer dan een
klantvriendelijk gebaar van hem. Hij is op dit terrein niets verplicht.
Het is nuttig dit goed in
gedachten te houden bij het lezen van de rest van dit hoofdstukje over
reserveringen! Er blijken hierover nogal eens misverstanden te bestaan.
Bij nieuw te bouwen
toestellen wil de fabrikant ook graag een ruime periode tot z'n beschikking
hebben om al tijdens het verfproces dat kenmerk ook tegelijk aan te brengen. Ook
in dat geval is de beheerder (natuurlijk) bereid het betreffende kenmerk tot de
uiteindelijke inschrijving te blokkeren. Dit betreft de hierboven genoemde
termijn van twee maanden.
Kortom, het komt erop neer
dat hij feitelijk, zonder enige ruggenspraak, het kenmerk van een toestel kan
vaststellen!
Echter, de praktijk is
natuurlijk anders!
De beheerder is vanzelfsprekend
bereid een notitie te maken betreffende een gewenst kenmerk, zonder dat daar
overigens rechten aan ontleend kunnen worden.
Wél zal een dergelijke
'reservering' jaarlijks verlengd moeten worden. Na ca. één jaar wordt een
reservering waarover geen signalen zijn binnengekomen die erop wijzen dat
e.e.a. doorgang zal vinden verwijderd. De aanvrager wordt daarvan niet in
kennis gesteld.
Let wel, dit is slechts een
zeer algemene omschrijving van de door de beheerder meestal toegepaste
procedure.
Er is hieromtrent dus niets
in regels en voorschriften vastgelegd en, zoals ik al zei, dit hele proces is
een service van de beheerder en wordt door hem op een hém welgevallige manier
uitgevoerd.
Zo is de hierboven genoemde
termijn van één jaar een nogal variërende termijn. Uiteraard zal bijvoorbeeld een
blokreservering van de KLM jarenlang geldig blijven want het afleveren van een
bestelling van twintig Boeing 747 toestellen gebeurt nu eenmaal niet binnen één
jaar.
Bij zweefvliegtuigen is het
mogelijk dat bij een reeds voor een zweefvliegtuig gereserveerd kenmerk
helemaal nog geen bepaald luchtvaartuig hoort.
Wèl zal dan aangetoond
moeten worden dat er daadwerkelijk een toestel besteld is.
In de praktijk blijkt het
bijzonder moeilijk te zijn de informatie over deze kenmerken -en de
daarbij behorende luchtvaartuigen- te achterhalen. Om de informatie echter zo
compleet mogelijk te maken heb ik in het 'hoofdregister' alles vermeld wat bij
mij over deze reserveringen bekend is.
Omdat de kenmerken voor
zweefvliegtuigen numeriek zijn en daardoor bepaalde nummers aantrekkelijker
zijn dan andere, werd er in het verleden enige malen misbruik gemaakt van de
mogelijkheid tot reservering. Zie bijvoorbeeld PH-439/PH-535/PH-537.
Het vastleggen van
kenmerken voor zweefvliegtuigen kan nu alleen indien er een koop- of
orderbewijs overlegd kan worden en dit vastleggen gebeurt strikt op volgorde
van binnenkomst.
Blok-reserveringen
worden als zodanig gemeld en behandeld.
Top
Indien een gereserveerd
blok in z'n geheel opgenomen werd zoals bij de reservering bedoeld was, dan
wordt de reservering niet gemeld. Indien het gedeeltelijk opgenomen is, dan
worden de niet opgenomen kenmerken en eventuele andere vermeldenswaardige zaken
bij de blok-reservering vermeld. Indien binnen een blokreservering kenmerken
worden uitgesloten op basis van de zgn. '30-jaar' bepaling en deze dertig jaar
wordt gedurende de looptijd overschreden, dan wordt het tóch beschikbaar worden
niet meer apart gemeld.
In
de tekst wordt nogal eens verwezen naar de instantie die het register
beheert.
Top
Die heeft echter in de loop
der tijd, als gevolg van reorganisaties, diverse namen gehad.
De Nederlandse Luchtvaart
Autoriteit (NLA) was een onderdeel van het Ministerie van Verkeer en
Waterstaat.
De NLA was per 1 juni 2000
als gevolg van een reorganisatie afgesplitst van de voormalige
Rijksluchtvaartdienst (RLD).
Het onderdeel was gevestigd
in Hoofddorp. Op 1 juli 2005 is de NLA opgegaan in de Inspectie Verkeer en
Waterstaat.
De Nederlandse Luchtvaart Autoriteit (NLA) was verantwoordelijk voor de invulling
van beleidskaders via nadere regelgeving op het gebied van luchtvaartuigen,
operationele zaken, luchtvaarttereinen en vliegend personeel.
Daarnaast was de NLA
verantwoordelijk voor de toelating van marktpartijen tot de Nederlandse
luchtvaart.
De NLA deed dit op basis
van wettelijk vastgestelde taken, zoals certificering, vergunningverlening,
examinering, erkenning en bewijzen van bevoegdheid.
Nagegaan wordt of
activiteiten van bedrijven voldoen aan de voorwaarden van de vergunning.
De NLA beheerde ook het
luchtvaartuigregister.
Naast de NLA ging in het kader van de reorganisatie van de RLD op 1 mei 2000 de
Handhavingsdienst Luchtvaart(HDL) van start.
Het derde onderdeel van de
nieuwe organisatie betrof de directie Luchtvaartbeleid. Bij het ontwerp van
deze nieuwe organisatiestructuur is ervan uitgegaan dat de drie eenheden
helemaal zelfstandig moesten zijn en dat uitvoering en handhaving
hun werk ook nog eens
onafhankelijk van het beleid moest kunnen uitvoeren. Belangrijke doelen van de
reorganisatie waren functiescheiding, een grotere openheid en een hogere
kwaliteit van de overheidsorganisatie.
De NLA en HDL bleven onderdeel van het directoraat-generaal
Rijksluchtvaartdienst tot aan de start van de nieuw gevormde Inspectie Verkeer
en Waterstaat waar zij in werden opgenomen.
Samenvattend:
Rijksluchtvaartdienst
(RLD)
vóór 1.6.2000
Nederlandse Luchtvaartautoriteit
(NLA) 1.6.2000 - 1.7.2005
Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)
na 1.7.2005