TOELICHTING OP DE REGISTERS                                        Terug naar

   Laatste wijziging: 12.1.2012                                                                                                                                   INDEX


Hieronder worden allerlei zaken behandeld die voor een juiste interpretatie van de gegevens in het register van belang zijn.

Dat betreft uiteraard de registers zelf maar ook bij de presentatie heb ik allerlei keuzes gemaakt en beslissingen genomen 

die daarbij van belang zijn.

Bovendien moet u bij de toelichtingen en het eventuele commentaar hieronder goed beseffen dat alle handelingen 

t.a.v. het register worden uitgevoerd als gevolg van wettelijke voorschriften en dat zij ten doel hebben legale en operationele

aspecten t.a.v. de luchtvaart in goede en veilige banen te leiden.

Aan het register worden dus nogal wat andere eisen gesteld dan aan een luchtvaarthistorisch project.

 

Ons past dan ook een woord van dank aan de Nederlandse registerautoriteiten die mij in de gelegenheid stellen de geschiedschrijving 

van de Nederlandse geregistreerde vliegtuigen zó compleet vast te leggen!

 


       OVER DE REGISTERS                 OVER DE PRESENTATIE
       
Nationaliteitsletters                Correcte naam van het register
      
Inschrijvingskenmerk                 Reserveringen
      
Eerste Register                      Blokreserveringen
      
Tweede Register                      Naam registerinstantie
      
Hulpluchtvaartregister Londen        Niet opgenomen inschrijvingskenmerken
      
Derde Register                       Geblokkeerde inschrijvingskenmerken
       
Zweefvliegtuigen                     Inschrijvingskenmerk vaker toegekend
      
Motorzwevers                         Eerste Register
      
Ultra-lichte vliegtuigen             Vaste standplaats
            (ULV's, MLA's)                 
Nationaliteitskenmerk gewijzigd H-N* naar PH-*
      
Ballonnen                            Schweriner Industrie Werke GmbH
      
Handels-, Exportkenmerken            Naamgeving Fokker bedrijf
       Unmanned Aerial Vehicles            
Naamgeving andere bedrijven
            (UAV's) 
                        Vergissingen/verschrijvingen

       Unmanned Aircraft Systems            Constructienummers Reims/Cessna

            (UAS's)                         Vermelding medehouders/-eigenaren
       Andere bronnen                       
Schrijfwijze plaatsnamen
       Bewijzen van Inschrijving/          
Bensen gyroglider
                        Luchtwaardigheid   
Verhuur door KNVvL
      
                                      KNVvL-kenmerken
                                           
BGA-nummers

                                                                                                              Verschillen met andere bronnen
                                            Type-aanduidingen

           OVER DE REGISTERS


 

          Nationaliteitsletters                                                                                                                                                                           Top

Al in 1912 werd door de FAI een Internationale Commissie voor Luchtvaartrecht ingesteld teneinde een ontwerpregeling op

te stellen voor het vaststellen van nationaliteitsletters.

Deze commissie kwam in mei 1912 en in juni 1913 bijeen en stelde inderdaad beide keren een voorstel op.

In 1912 was het voorstel om aan Nederland de letters PB toe te wijzen, in 1913 was dit veranderd in NL

Het zou nog ruim zes jaar duren voordat deze zaak officieel geregeld werd.

Op 13 oktober 1919 werd in Parijs de "Convention portant réglementation de la Navigation Aérienne" gesloten.

Hoewel Nederland niet bij deze Conventie was aangesloten werd, met vooruiziende blik, wél besloten dat de kenmerken van

Nederlandse luchvaarttuigen de zó zouden worden vastgesteld dat ze de methode van de Conventie zouden volgen.

En zo werd als nationaliteitskenmerk de H (van Holland) gekozen en, ter vermijding van eventuele verwarring met de 

luchtvaartuigen uit Haïti en Siam die ook nationaliteitskenmerk H voerden, zou het inschrijvingskenmerk beginnen 

met N (van Nederland). De zéér onwaarschijnlijke verwarring met Nicaragua was men zich bewust maar werd 

als feitelijk nihil beschouwd.

Een onderdeel van deze Conventie werd de Commission Internationale de Navigation Aérienne (CINA).

Nederland zou trouwens pas op 24 augustus 1928 toetreden tot deze conventie.

 

      Begin 1929 werden de nationaliteitskenmerken door de Conventie opnieuw vastgesteld. Dit betekende voor Nederland dat het
      nationaliteitskenmerk veranderde van H in PH.  En dat het inschrijvingskenmerk uit slechts drie letters zou bestaan waaraan
      geen bijzondere eisen werden gesteld..

De achtergronden hiervan zijn nooit erg duidelijk geweest, daarom zal ik er hier wat extra aandacht aan besteden.

In 1927 werd te Washington het Internationale Telegraafverdrag gesloten. In artikel 14 van het Algemeen Reglement werden 

aan Nederland als roepletters van luchtvaartuigstations toegewezen de combinaties van vijf letters, aanvangende met 

PA, PB, PC, PD, PE, PF, PG, PH en PI. Let wel, dit gaat dus niet over het luchtvaartuig maar over het radiostation daarin.

Omdat de luchtvaartuigstations in Nederland onder verschillende departementen ressorteerden (Oorlog, Marine en Waterstaat) 

werd een verdeling wenselijk geacht. Na overleg was het voorstel om de toewijzing als volgt te doen: Marine PA, Oorlog PB en 

voor 'burgerlijke luchtvaartuigen' PH. De ander series bleven ongebruikt.

De laatstgenoemde combinatie PH werd voorgesteld nadat de eerder voorgestelde PE op verzet was gestuit bij de directeur van 

Bureau Luchtvaart de heer De Veer. Die schreef dat er mogelijk gevaar van verwarring bestond met de roepletters GE van Britse 

luchtvaartuigen omdat "telegrafisch de P makkelijk kan worden verminkt tot G". Hij vervolgde met "De letters PH hebben het 

voordeel dat de letter H (Holland) al enigszins de nationaliteit aangeeft, zoals ook bij Engelse vliegtuigen (GE), de Australische (GA

en de Canadeesche (GC)". Hij sprak dus een duidelijke voorkeur voor PH uit.

 

In juni 1928 stelde de Commission Internationale de Navigation Aérienne nadere regels op omtrent de nationaliteits- en 

inschrijvingskenmerken. 

Een belangrijk besluit was dat de kenmerken overeen moesten komen met de roepnamen van de radiostations. 

Tegelijk werd verzocht het gebruik van de toegestane series zoveel mogelijk te beperken en de secretaris-generaal mede te delen

welke series gebruikt zouden gaan worden. Voor de Nederlandse civiele vliegtuigen werd dat dus de inmiddels vastgestelde PH,

voor de marine PA en voor de landmacht PB.

Op 20.11.1928 deelde het Departement van Koloniën aan het Ministerie van Waterstaat mede dat voor Nederlands-Indië gekozen 

was voor PK en op 20.2.1929 dat voor Suriname en Curaçao gekozen was voor resp. PZ en PJ.

Voor de keuze van de letters K, Z en J werd geen motivering gegeven.

 

Een direct gevolg van de toetreding van Nederland tot de Conventie was de invoering van de Luchtvaartwet op 1 februari 1929. 

Tot dat moment was er weliswaar van alles geregeld op luchtvaartgebied maar ontbrak de wettelijke basis daarvoor. 

Uitvloeisels van de Luchtvaartwet waren: Regeling van het Rijkstoezicht op de Luchtvaart (RTL) op 1 februari 1929, de 

Luchtverkeersregeling 9 juli 1929, de Douaneregeling 9 juni 1931 en de Regeling Toezicht op het Zweefvliegen 9 juli 1931.

Later, in 1944, werden de functies van de CINA overgenomen door de International Civil Aviation Organization (ICAO), deze 

handhaafde echter de nationaliteitsletters PH- en die zijn ook nu nog steeds in gebruik.

 

Inschrijvingskenmerk                                                                                                                                                                          Top

In bovengenoemde Conventie van 1919 werd vastgelegd dat het inschrijvingskenmerk uit vier letters zou bestaan, waarvan minstens 

één een klinker moest zijn. Aangezien echter Haïti en Siam ook nationaliteitsletter H hadden, werd bepaald dat het inschrijvingskenmerk 

van Nederland zou moeten beginnen met een N, en die van Haïti en Siam met resp. H en S

En dus beginnen alle kenmerken in het Eerste Register met H-N.

Tot begin 1921 werden de kenmerken echter foutief aangebracht, tussen het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk werd geen streepje 

gezet. Na klachten van het Air Ministry werd dit vanaf augustus 1921 gecorrigeerd.

De vier letters volgend op H- werden onderstreept bij vliegtuigen die geen eigendom van een luchtvaartmaatschappij of de staat waren.

In 1930 werd dit voorschrift afgeschaft.

In het begin van de jaren dertig (9.7.1931, zie boven bij Nationaliteitskenmerk) toen ook de zweefvliegtuigen moesten worden opgenomen, 

werd gekozen voor een numeriek systeem.
Indien op deze site het woord kenmerk wordt gebruikt, wordt daarmee de combinatie van nationaliteits- en inschrijvingskenmerk bedoeld.

Het kenmerk wordt vastgelegd op een Bewijs van Inschrijving (BvI) dat in de eerste plaats bij de RLD(i.c. NLA, IVW, ILENT) in boekvorm en 

digitaal wordt opgemaakt. (Zie "Over BvI"op deze site). 

Bovendien wordt een BvI-document uitgereikt dat bij de boordpapieren moet worden gevoegd en te allen tijde in het luchtvaartuig aanwezig 

dient te zijn.

   N.B. Let op, BvI betekent dus Bewijs van Inschrijving en niet Bewijs van Luchtwaardigheid(BvL)

        Behalve het BvI worden er tegenwoordig meerdere documenten uitgereikt (BvL, Geluid, Radiostation,

        Teboekstelling, etc.) waar ik in het N.L.R. niet of nauwelijks aandacht aan besteed aangezien ze 

        in het algemeen niets te maken hebben met de geschiedenis van het vliegtuig.

        Alleen wanneer de situatie rond het BvL aanleiding is tot een mutatie in het N.L.R. wordt het ter

        sprake gebracht.

        Zo is bijvoorbeeld "BvL langer dan een jaar verlopen" nogal eens de reden voor "Inschrijving

        doorgehaald". 

        En natuurlijk natuurlijk de reden voor enig onderzoek van mijn kant naar de reden van dat verlopen.

 

Eerste Register                                                                                                                                                                                     Top

13 september 1920 - 28 februari 1929

BvI 1 t/m BvI 114

 

     Het eerste vliegtuig dat in het N.L.R. werd opgenomen was de Fokker F.II H-NABC. 

     In totaal zouden 118 kenmerken toegekend worden hoewel deze niet allemaal werden opgenomen.
     De periode van 1 t/m 28 februari 1929 was de overgangsperiode waarin de verandering der nationaliteitsletters van
     H-N naar PH- tot stand werd gebracht. Deze wijziging was noodzakelijk vanwege de toetreding van Nederland tot de
     Internationale Luchtvaartconventie van Parijs van 13 oktober 1919. 

 

     NB. 
     - BvI is de afkorting van Bewijs van Inschrijving.

     - De illustratiepagina's bij het Eerste Register beginnen allemaal met een scan van het desbetreffende  Bewijs van Inschrijving.

     - In de beschrijving 1920 van "Dagboek van de Nederlandse Luchtvaart" zijn afbeeldingen van deze diverse eerste BvI

       modellen opgenomen en ook wordt meer aandacht besteed aan de verwerving en inschrijving in het N.L.R. van de 

       eerste KLM-toestellen. 

 

Tweede Register                                                                                                                                                                                  Top

28 februari 1929 - 1 oktober 1949

BvI 1 t/m BvI 708

 

De eerste 27 vliegtuigen in dit register waren die, welke op dat moment nog in het Eerste Register waren ingeschreven.

Zoals u ziet valt de Tweede Wereldoorlog geheel in het door dit register bestreken tijdsbestek.

Het is dan ook onjuist om te spreken van een voor- of naoorlogs register.

De opzet van het Tweede Register was in beginsel ordentelijk; was het Eerste Register puur alfabetisch, in het tweede

werden bepaalde blokken kenmerken toegewezen aan de diverse categorieën luchtvaartuigen.

 

           Vliegtuigen toegelaten

       voor acrobatie                            PH-A**

     Ballonnen                                   PH-AH*

     Ballonnen (na 1945)                         PH-B*

     Vrachtvliegtuigen                           PH-C*

     Hefschroefvliegtuigen                       PH-H**

     Niet geregelde lijndiensten                 PH-N**

     Vliegtuigen van Prins Bernhard              PH-PB*

     Dominies                                    PH-R*

     Vliegtuigen voor speciale doeleinden        PH-S**

     Geregelde lijndiensten                      PH-T**

     Opleidingsvliegtuigen                       PH-U**

  

   Gaandeweg werden echter een aantal buiten deze indeling vallende 'persoonlijke' kenmerken toegelaten.

   Sedert 1931 werden ook de zweefvliegtuigen van kenmerken voorzien, ze werden echter niet in het Tweede Register opgenomen.

   Zie hieronder bij de toelichting op de zweefvliegtuigen.

 

Hulpluchtvaartregister Londen                                                                                                                                                        Top

7 januari 1944 - 4 februari 1946

BvI L1 t/m BvI L3

 

       Tijdens de oorlog werd in 1944 een Lucht-Transport-Dienst ingesteld die rechtstreeks
        ressorteerde onder de ministers van Waterstaat, Marine en Oorlog. Dit geschiedde om de
        behoefte aan luchttransport "welke na de bevrijding van Nederland en gedurende de
        voortzetting van den oorlog in het Verre Oosten" zal bestaan.
       "Het vliegend personeel zal in het algemeen de uniformen van de K.L.M. dragen en de
        vliegtuigen zullen van de Nederlandsche registratie-tekens zijn voorzien."
        De toestellen werden ingeschreven in het Hulpluchtvaartregister Londen, om later in
        het Nederlands Luchtvaartuig Register te worden opgenomen.
        Bij de instelling werd duidelijk 
uitgegaan van een aanzienlijke groei van het aantal toestellen.
        Maar deze plannen werden in de praktijk achterhaald door de instelling van het NGAT
        (zie betreffende pagina!) en in dit tijdelijke register werden dan ook slechts drie toestellen
        opgenomen.
        Deze drie, PH-AZR, PH-AZS en PH-AZT, worden in de hier gepresenteerde registers in de
        alfabetische volgorde van het tweede register opgenomen.
        Formeel misschien niet geheel correct, maar chronologisch wel te verantwoorden.

                                                                        

Derde Register                                                                                                                                                                                    Top

1 oktober 1949 - heden

 

Als gevolg van het Verdrag van Chicago (Annex 8) moesten alle inschrijvingsbewijzen worden vernieuwd.
Zo ontstond dus het derde -en huidige- register.
Dit register werd gestart met de ruim 200 nog ingeschreven zijnde luchtvaartuigen op 1 oktober 1949.
Het inschrijvingskenmerk veranderde niet en daarom zijn er dus in de hierboven, bij de toelichting op het Tweede Register, genoemde
categorieën 200 luchtvaartuigen die in het Derde Register hetzelfde kenmerk kregen.
Vanaf 1954 werd de indeling in categorieën losgelaten en u kunt dan ook zien dat de KLM direct een omvangrijke her-registrering van 
haar vliegtuigen ondernam. Momenteel is iedereen vrij die kenmerken te kiezen die hij graag zou willen hebben.
Mits ze vrij en nog niet eerder gebruikt zijn dan zal de beheerder vrijwel altijd de verlangde kenmerken -namens de minister- toekennen.
Tegenwoordig worden ook kenmerken waarvan de inschrijving dertig jaar of meer doorgehaald is, weer vrij gegeven.
Wèl zijn kenmerk en luchtvaartuig in principe onlosmakelijk met elkaar verbonden, het eenmaal toegekende kenmerk blijft bij het vliegtuig
horen, óók als het, om wat voor reden dan ook, een periode niet ingeschreven is geweest.
Sedert de uitgave van mijn boek "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuigregisters" is deze regeling in zoverre veranderd dat hergebruik van 
een kenmerk toegestaan wordt indien sedert de doorhaling van de vorige inschrijving dertig jaar of meer verstreken is.
Behalve de ultra-lichte vliegtuigen worden alle luchtvaartuigen in het 'hoofdregister' opgenomen, óók de zweefvliegtuigen (die echter
wèl numerieke inschrijvingskenmerken krijgen) en ballonnen.
De nummering in dit hoofdregister, die startte bij de PH-AAA met BvI 1, was omstreeks 2009 al bij de 7200 aangeland.
In 1970 werd een sprong in de nummering gemaakt van 1656 (PH-NNH) naar 1800 (PH-UCH), dit was om de nummering 
van de Bewijzen van Luchtwaardigheid (BvL) synchroon te laten lopen met die van de Bewijzen van Inschrijving (BvI).
Om dezelfde reden werd bij verlenging van een BvL bij een toestel met een 'afwijkend' BvI-nummer de nummering ook gelijkgetrokken.
Dit betrof:

      PH-UCH      73 / 1801

      PH-NAC    1036 / 1805

      PH-TRT     881 / 1812

      PH-UEG     255 / 1818

      PH-HRC     755 / 1819

      PH-JHG    1269 / 1841

      PH-PEN    1050 / 1875

     In augustus 1992 is er een nieuwe Regeling Nationaliteits- en Inschrijvingskenmerk vastgesteld. 

     Daarvan is vermeldenswaard dat besloten werd dat de nummering van de zweefvliegtuigen na PH-999 voortgezet zou worden 

     met PH-1000 enz. 

     Bovendien werd bij de invoering een groot aantal geblokkeerde kenmerken voor toekenning vrijgegeven.

   

Zweefvliegtuigen                                                                                                                                                                                  Top

Vanaf 2 mei 1951 werden ook de zweefvliegtuigen -en later de motorzwevers- in het Derde Register opgenomen en

werden er formeel BvI's voor uitgereikt. Niet opgenomen werden de aanwezige ESG's (op één vergissing na!) en Universal's.

Vóór 1951 werden de zweefvliegtuigen niet in het N.L.R. opgenomen en geschiedde de administratie aan de hand

van bij het luchtvaartuig behorende BvL's.

Helaas zijn er van deze BvL's slechts enkele teruggevonden en daarom is de informatie over de eerste 200 zweefvliegtuigen lang niet

zo compleet als die van de andere besproken luchtvaartuigen.

De over deze tweehonderd gepresenteerde gegevens zijn samengesteld op basis van informatie uit een zeer groot

aantal bronnen, variëren van de luchtvaartpers tot persoonlijke herinneringen. Iedere aanvulling is dus meer dan welkom.

In juni 1993 besloot de beheerder van het N.L.R. de kenmerken PH-103 t/m PH-110, die in 1940 niet meer toegekend werden, 

                 alsnog uit te geven. Wèl aan klassiekers natuurlijk.

 

Motorzwevers                                                                                                                                                                                       Top

Eind 1985 werd er overleg gevoerd over enige aspecten betreffende motorzwevers zoals certificatie, geluidszaken etc.

Hierbij werd ook geopperd om voor de motorzwevers een apart inschrijvingskenmerk in te voeren.

Diverse mogelijkheden werden onderzocht zoals PH-ZZ* en PH-9Z*.

Er werd een voorkeur uitgesproken voor het blok beginnend met PH-9AA en eindigend met PH-9ZZ.

Sinds die tijd is er echter niets meer over gehoord.

     Trouwens, al in 1978 werd de inschrijving van de eerste twee motorzwevers gewijzigd: de PH-ART en de PH-TER kregen toen beide

     een numeriek kenmerk.

   

Ultra-lichte vliegtuigen (ULV's, thans MLA's)                                                                                                                                     Top

Voor deze categorie werd eind 1981 een apart inschrijvingskenmerk vastgesteld. Er zijn toen enige mogelijkheden serieus 

overwogen, ook al omdat niet goed te voorzien was hoeveel ULV's er in de toekomst ingeschreven zouden moeten worden.

Overwogen werd bijvoorbeeld de combinatie cijfer/letter/twee cijfers, dus beginnend met PH-1A01.

Er werd besloten het inschrijvingskenmerk samen te stellen uit twee cijfers met één letter ertussen.

De BvI-nummering loopt momenteel (mei 2007) van 20001 t/m 20840 en dat betekent dat er zo'n 780 stuks

ingeschreven -geweest- zijn.

Na 20129 werd per abuis verder geteld met 20180 en ook het blokje 20567 t/n 20576 werd abusievelijk overgeslagen.

     Vanaf 2004 werden ook de paramoteurs opgenomen, de nummering daarvan startte bij PH-9Z9 en telt terug.

 

Ballonnen                                                                                                                                                                                              Top

Tot midden 1994 werden ballonnen voorzien van een uit drie letters bestaand inschrijvingskenmerk.

Gewoon in het 'hoofdregister' dus. Maar op 19.7.1994 verzocht de heer H. Brink voor zijn ballon, waarmee hij een vlucht rond

de wereld wilde maken, om het kenmerk PH-UNICEF.

     Hiervoor was de RLD bereid, middels een ontheffing, van de regels af te wijken. Dit vormde natuurlijk een precedent en men heeft 

     dan ook bepaald dat deze ontheffing verder alleen verleend zal worden voor charitatieve/ideële doeleinden. 

     Verzoeken op commerciële grondslag zullen afgewezen worden.

   

Handels- en Exportkenmerken                                                                                                                                                         Top

Dan moet hier nog gewag gemaakt worden van twee soorten kenmerken die problemen hebben opgeleverd, de

handelskenmerken van Air Service Holland en de exportkenmerken van Fokker.

Hoewel het natuurlijk kenmerken zijn die door de beheerder van het N.L.R. -namens de minister- zijn uitgereikt,

worden ze alleen intern als officiële kenmerken beschouwd.

Er worden géén BvI's voor uitgereikt en aan buitenlandse instanties wordt medegedeeld dat ze niet in het N.L.R. opgenomen

zijn geweest.

   

Unmanned Aerial Vehicles                                                                                                                                                               Top

     Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR) wilde onbemande vliegtuigjes inzetten in het kader van hun onderzoek.

     Ook deze vliegtuigjes vallen onder de luchtvaartwet en dienen dus in het Nedelands Luchtvaartuigen Register (N.L.R.) worden

     ingeschreven.

     De beheerder van het N.L.R. heeft voor deze categorie op 28.9.2010 het kenmerkenblok PH-1AA t/m PH-1AZ gereserveerd.

   

Unmanned Aircraft Systems                                                                                                                                                            Top

     Al in 2007 vroeg het NLR naar de mogelijkheid om lichte onbemande helkopters te gebruiken boven haar eigen terrein in de

     Noordoostpolder. Aangezien deze apparaten zwaarder dan 25 en lichter dan 150 kg zijn, zijn het in de zin der wet luchtvaartuigen 

     en is er niet zozeer sprake van vergunningen maar van ontheffingen van diverse eisen in de Luchtvaartwet. 

     Inmiddels zijn de apparaten er en is er een regeling ontworpen. Binnen het kader van deze site is eigenlijk alleen de situatie t.a.v. 

     het Nederlands Luchtvaartuig Register (N.L.R) interessant.

     De beheerder van het N.L.R. heeft (namens de minister) voorlopig besloten dat voor deze luchtvaartuigen een aparte reeks

     kenmerken zal worden gehanteerd: PH-X1A, PH-X1B enz..

     Máár, ze zullen niet formeel ingeschreven worden, er zullen geen Bewijzen van Inschrijving worden uitgereikt.

     Ze zullen net zo worden geadministreerd als destijds de Export- en Handelskenmerken. Zie de toelichting daarop hierboven en op 

     de desbetreffende pagina's op deze site.

     Nog enige toelichting op de opbouw van deze nieuwe kenmerken.

     X staat voor Experimenteel, 1 staat voor UAV Klasse 1. Dit betreft UAV's de te allen tijde zichtbaar moeten zijn voor de 'operator'. 

     Klasse 2 UAV's mogen ook buiten zijn zichtsafstand opereren.

     Mochten er zich in de toekomst Klasse 2 UAV's aandienen, dan zullen die kenmerken in de PH-X2A enz. krijgen.

     Hierboven gebruikte ik het woord 'voorlopig'.

     Inderdaad, de hierboven geschetste regeling is slechts voorlopig. De toestellen zijn nog eigendom van de fabrikant en de 

     mogelijkheid tot verkoop aan het NLR bestaat, maar dan zullen er eerst nog wel wat zaken geregeld moeten zijn. 

     Met name wat betreft de luchtwaardigheid.

     Als dat geregeld is, dan verdwijnt dit 'Handelarenkenmerk' weer en worden ze met een definitief kenmerk alsnog in het 

     N.L.R opgenomen.

     NB. In de inleiding van de UAS-registratiepagina wordt meer informatie hierover gegeven en wordt de wordingsgeschiedenis

     van dit aparte hoofdstuk van het N.L.R. uitgebreider toegelicht.

  

Andere bronnen                                                                                                                                                               Top

      Incidenteel is het ook mogelijk dat een op deze site gegeven datum enigszins afwijkt van wat er elders gepubliceerd is.

      In het verleden zijn er door diverse bladen en boekjes registers gepubliceerd en aangezien er nogal 'geciteerd' wordt in

      onze hobby blijven eenmaal gemaakte fouten hardnekkig rondzingen.

      Maar ook nu nog worden haast vanzelfsprekend nog fouten gemaakt. 

      Behalve de gewone fouten die iedereen kan maken (ik heb niet de illusie dat deze site volkomen foutloos is!) zijn er ook fouten 

      die door de systemathiek veroorzaakt worden.

      Meestal is de oorzaak  dan de automatisering: indien de betreffende functionaris alvast enig voorbereidend werk doet, koppelt 

      het automatiseringssysteem daar automatische de systeemdatum aan. 

      Als de feitelijke inschrijving dan een of meer dagen daarna geschiedt, is er al een niet-correcte datum gekoppeld en die datum 

      verschijnt daarna ook in de wekelijks rondgestuurde (-gemailde) opgave van de mutaties.

      Dus het argument dat een datum in deze mutaties voorkomt is geen garantie dat het de correcte datum is. 

      Ook is er verschil mogelijk als gevolg van een gevolgde procedure.

      Bijvoorbeeld de bij insiders bekende  "Sportlaan-procedure".

      In de lijsten van de BvI-nummers worden deze verschillen gemarkeerd door (!) in de kolom Opmerking.

      Bronnen die zich uitsluitend op de mutaties per e-mail baseren zullen dus deze fouten bevatten.

      Feitelijk geldt dat voor alle bladen en sites, behalve -uiteraard-  deze site, de site van AIRnieuws en het kwartaalblad

      LUCHTVAARTKENNIS.

      Op de pagina "Nazorg" besteed ik ook enige (geïllustreerde) aandacht aan dit fenomeen. 

 

      Alleen op deze site worden dagelijks aanvullingen en correcties aangebracht en bovendien wekelijks (met een

      bewuste vertraging van één week!) de IVW-mutaties.

      Met dien verstande dat ze direct in het complete N.L.R. worden aangebracht, ze zijn dus niet als een samenhangend, 

      wekelijks bestand terug te vinden.
      Wèl is boven iedere pagina aangegeven bij welke kenmerken onlangs wijzigingen zijn aangebracht zodat 

      naast aanvullingen en correcties, het opsporen van recente mutaties ook betrekkelijk eenvoudig is.
      Als u behoefte heeft aan een wekelijks overzicht dan kan ik u slechts adviseren een (gratis) abonnement op de 

      IVW-mutaties te nemen. Zie hiervoor IVW-mutaties.
      In alle andere bronnen worden deze mutaties slechts maandelijks of zelfs per kwartaal gepubliceerd, hierbij dient dus 

      opgemerkt worden dat alleen AIRnieuws en LUCHTVAARTKENNIS in dit opzicht echt betrouwbaar en volledig zijn.

 

      Ook moet opgemerkt worden dat in genoemde e-mailberichten eigenlijk iedere keer wel enige mutaties ontbreken. 

      Dit is o.a. een gevolg van de gewijzigde EASA regelgeving waaraan de programmatuur die de wekelijkse publicatie verzorgt 

      niet aangepast is, en ook niet meer zal worden. Bovendien zorgt de koppeling aan de Gemeentelijk Basis Administratie dat mutaties

      waarbij buitenlandse houders/eigenaren betrokken zijn, niet worden opgemerkt.

      Er wordt gewerkt aan een geheel nieuw automatiseringssysteem en die aanpassing wordt dus niet meer opportuun geacht.     
      Ook worden door IVW sowieso de eigenaren, als die niet tegelijktijd houder zijn, niet gepubliceerd. 

      In de namens IVW wekelijks rondgestuurde mutaties kan alleen aan een codering gezien worden of de daarin genoemde houder

      tegelijkertijd eigenaar is of niet.  Niet gemeld worden eventuele mede-houders, eigenaren en/of mede-eigenaren.

      Dat betekent dat een verandering in de mede-houdergroep  van eigenaar of wijzigingen in de mede-eigenaarsgroep, terwijl de houder 

      dezelfde blijft, niet kan worden opgemerkt! 

      In het N.L.R. dat ik op deze site presenteer staan wel álle gegevens betreffende de eigenaars(wisselingen).

      Tenslotte wijs ik erop dat de uitreiking van een tijdelijk Bewijs van Inschrijving niet wordt gemeld, pas als dat BvI definitief wordt

      verschijnt het in de wekelijkse rondzendbrieven. Een verschil in de inschrijfdatum kan dus ook hiervan een gevolg zijn.

      Trouwens, de genoemde wekelijkse publicatie valt niet onder de verantwoordelijkheid van de Beheerder van het Register van 

      Nederlandse Luchtvaartuigen. 

      Die heeft er geen andere bemoeienis mee dan dat ze geproduceerd worden op basis van zijn (wél complete en correcte)

      computerbestanden.

      De in dit N.L.R. genoemde inschrijfdata zijn afkomstig van het Bewijs van Inschrijving en zijn dus correct, en ook het merendeel

      van de andere data zijn rechtstreeks afkomstig uit de RLD/NLA/IVW administratie.


           OVER DE PRESENTATIE 


 

    Over de juiste benaming van het luchtvaartuigregister moet  ook nog een opmerking gemaakt worden.                      Top

Benamingen als 'Civiel Register', 'Luchtvaartregister', 'Register van burgerluchtvaartuigen', 'Voor-oorlogs register', 

Burgerluchtvaartregister' (!hd) en varianten hiervan, worden weliswaar frequent in de luchtvaartpers gebezigd, maar moeten als 

niet correct beschouwd worden.

     De juiste benaming is het hier gebezigde Nederlands Luchtvaartuig Register. Afgekort tot N.L.R.

     En nu ik het toch over de terminologie heb, als een luchtvaartuig uit het register verdwijnt wordt de inschrijving doorgehaald en 

     niet, zoals vaak wordt geschreven, de registratie!

   

    Van ieder ingeschreven luchtvaartuig worden de volgende gegevens vermeld:

   

            Kenmerk        Type-aanduiding         Constructienummer

                    Indien door 'derden' gebouwd: de fabrikant.

     BvI Nr.        Vroegere kenmerken, de meest recente vooraan.

     Datum          Houder(s), Woonplaats/*Vaste standplaats."Naam"

     Eventueel      Eigenaar (-aren).

                    Eventuele opmerkingen over deze mutatie.

     Datum          Doorhaling inschrijving.

                    Volgende kenmerken. Eventueel uiteindelijk lot.

     Eventuele algemene opmerkingen.

   

Zoals uit de tekst hierboven kan worden afgeleid, wordt het N.L.R. in numerieke volgorde (BvI-nummers) bijgehouden. 

Teneinde de toegankelijkheid te vergroten worden de luchtvaartuigen op deze site op afwijkende wijze gepresenteerd. 

     De eerste twee registers worden zuiver alfabetisch gegeven. 

     Het Derde Register is echter uiteengenomen in diverse overzichtelijke delen:

     

            - Hoofdregister

  Alle luchtvaartuigen die niet in de vier hieronder genoemde categorieën thuis horen

     - Zweefvliegtuigen en motorzwevers

     - Ultra-lichte vliegtuigen

     - UAS'en en UAV's

     - Handelskenmerken (PH-AX* en PH-AY*)

     - Exportkenmerken (PH-EX* en PH-EZ*)

   

     En deze worden gevolgd door een aantal kleinere hoofdstukken die speciale kenmerken/verschijnselen behandelen.

 

Officieel kan in Nederland tegenwoordig een kenmerk niet langer gereserveerd worden dan twee maanden.             Top

Vooraf moet hier nadrukkelijk gesteld worden dat volgens de wet een kenmerk door 'de minister' wordt aangewezen, en dat deze

die bevoegdheid gedelegeerd heeft aan de beheerder van het N.L.R!

Dat deze de aanvrager in de gelegenheid stelt om zijn voorkeur voor een bepaald kenmerk uit te spreken en dat hij dat kenmerk dan

enige tijd voor hem 'vasthoudt' is niet meer dan een klantvriendelijk gebaar van hem. Hij is op dit terrein niets verplicht.

Het is nuttig dit goed in gedachten te houden bij het lezen van de rest van dit hoofdstukje over reserveringen!

Er blijken hierover nogal eens misverstanden te bestaan.

Bij nieuw te bouwen toestellen wil de fabrikant ook graag een ruime periode tot z'n beschikking hebben om al tijdens het verfproces 

dat kenmerk ook tegelijk aan te brengen. Ook in dat geval is de beheerder (natuurlijk) bereid het betreffende kenmerk tot de uiteindelijke 

inschrijving te blokkeren. Dit betreft de hierboven genoemde termijn van twee maanden.

Kortom, het komt erop neer dat hij feitelijk, zonder enige ruggenspraak, het kenmerk van een toestel kan vaststellen!

Echter, de praktijk is natuurlijk anders!

De beheerder is dus bereid een notitie te maken betreffende een gewenst kenmerk, zoals gezegd, zonder dat daar rechten 

aan ontleend kunnen worden.

Wél zal een dergelijke 'reservering' jaarlijks verlengd moeten worden. Na ca. één jaar wordt een reservering waarover geen signalen

zijn binnengekomen die erop wijzen dat e.e.a. doorgang zal vinden verwijderd. 

De aanvrager wordt daarvan niet in kennis gesteld! 

Aangezien ik deze processen zo nauwkeurig mogelijk volg, zal het vervallen van een dergelijke reservering in mijn registers

doorgaans wél zichtbaar zijn,.

Let wel, dit is slechts een zeer algemene omschrijving van de door de beheerder meestal toegepaste procedure.

Er is hieromtrent dus niets in regels en voorschriften vastgelegd en, zoals ik al zei, dit hele proces is een service van de beheerder

en wordt door hem op een hém welgevallige manier uitgevoerd.

Zo is ook de hierboven genoemde termijn van één jaar een nogal variërende termijn. Het gebeurt nogal eens dat een amateurbouwer 

bij de start van zijn project enthousiast een kenmerk reserveert, om er na enige jaren achter te komen dat die reservering al na één 

jaar was vervallen. 

Omgekeerd zal bijvoorbeeld een blokreservering van de KLM jarenlang geldig blijven want het afleveren van een bestelling van twintig

Boeing 747 toestellen gebeurt nu eenmaal niet binnen één jaar.

Bij zweefvliegtuigen is het mogelijk dat bij een reeds voor een zweefvliegtuig gereserveerd kenmerk helemaal nog geen bepaald

luchtvaartuig hoort. Wèl zal dan aangetoond moeten worden dat er daadwerkelijk een toestel besteld is.

In de praktijk blijkt het bijzonder moeilijk te zijn de informatie over deze kenmerken  -en de daarbij behorende luchtvaartuigen- te

achterhalen.

Om de informatie echter zo compleet mogelijk te maken heb ik in het 'hoofdregister' alles vermeld wat bij mij over deze reserveringen 

bekend is.

Omdat de kenmerken voor zweefvliegtuigen numeriek zijn en daardoor bepaalde nummers aantrekkelijker zijn dan andere, werd er in het

verleden enige malen misbruik gemaakt van de mogelijkheid tot reservering. Zie bijvoorbeeld PH-439/PH-535/PH-537.

Het vastleggen van kenmerken voor zweefvliegtuigen kan nu alleen indien er een koop- of orderbewijs overlegd kan worden en dit 

vastleggengebeurt strikt op volgorde van binnenkomst.

In de periode vóór ca. 1990 was de administratie ven het reserveringsgebeuren minder strak geregeld dan tegenwoordig. 

De bovenomschreven methodiek is goed te volgen en sedert die tijd zal ik in de meeste gevallen de datum van de reservering én,

bij het niet opnemen, de datum van doorhaling van de reservering hebben kunnen vermelden.  Op basis van een bepaalde

systematiek in de reserveringsadministratie kan ik concluderen wanneer de doorhaling is geschied. Het voert te ver dat

hier uitputtend te behandelen, maar indien u  nieuwsgierig bent wil ik u dit op verzoek natuurlijk wel uitleggen.

Als ik geen datum van doorhaling vermeld , kunt u ervan uitgaan dat de reservering vervallen is maar dat ik daarbij geen 

datum heb kunnen opsporen,

   

Blok-reserveringen worden als zodanig gemeld en behandeld.                                                                                             Top

Indien een gereserveerd blok in z'n geheel opgenomen werd zoals bij de reservering bedoeld was, dan wordt de reservering niet gemeld.

Mocht u toch prijsstellen op deze informatie, neem dan even contact op.

Indien het gereserveerde blok gedeeltelijk opgenomen is, dan worden de niet opgenomen kenmerken en eventuele andere 

vermeldenswaardige zaken bij de blok-reservering vermeld. 

Indien binnen een blokreservering kenmerken worden uitgesloten op basis van de zgn. '30-jaar' bepaling en deze dertig jaar wordt 

gedurende de looptijd overschreden, dan wordt het tóch beschikbaar worden niet meer apart gemeld.

   

In de tekst wordt nogal eens verwezen naar de instantie die het register beheert.                                                            Top

Die heeft echter in de loop der tijd, als gevolg van reorganisaties, diverse namen gehad. 

Oorspronkelijk werd het N.L.R. beheerd door, achtereenvolgens, Bureau Luchtvaart (van Rijkswaterstaat), de Luchtvaartdienst

en later de Rijksluchtvaartdienst(RLD). 

Omstreeks 2000 kwam daar verandering in. Eerst werd het de Nederlandse Luchtvaart Autoriteit (NLA) en later IVW, en

nog weer later ILENT.

Deze NLA was per 1 juni 2000 als gevolg van een reorganisatie afgesplitst van de voormalige Rijksluchtvaartdienst. 

Het onderdeel was gevestigd in Hoofddorp. Op 1 juli 2001 is de NLA opgegaan in de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
De RLD, i.c. de NLA, i.c. de IVW, i.c. ILENT was/is verantwoordelijk voor de invulling van beleidskaders via nadere regelgeving op 

het gebied van luchtvaartuigen, operationele zaken, luchtvaartterreinen en vliegend personeel.

Daarnaast waren/zijn zij verantwoordelijk voor de toelating van marktpartijen tot de Nederlandse luchtvaart.

Zij deden/doen dit op basis van wettelijk vastgestelde taken, zoals certificering, vergunningverlening, examinering, erkenningen 

en Bewijzen van Luchtwaardigheid, Inschrijving, Deugdelijkheid, Bevoegdheid. etc.

Bovendien wordt nagegaan of activiteiten van bedrijven voldoen aan de voorwaarden van hun vergunning.

Ook het luchtvaartuigregister ressorteerde onder de activiteiten van deze opvolgende organisaties.

Naast de NLA ging in het kader van de reorganisatie van de RLD op 1 mei 2000 de Handhavingsdienst Luchtvaart(HDL) van start.

Het derde onderdeel van de nieuwe organisatie betrof de directie Luchtvaartbeleid. 

Bij het ontwerp van deze nieuwe organisatiestructuur is ervan uitgegaan dat de drie eenheden helemaal zelfstandig moesten zijn 

en dat zij in uitvoering en handhaving van hun werk ook nog eens onafhankelijk van het beleid moesten zijn.

Belangrijke doelen van de reorganisatie waren functiescheiding, een grotere openheid en een hogere kwaliteit van de overheidsorganisatie.
De NLA en HDL bleven onderdeel van het directoraat-generaal Rijksluchtvaartdienst tot aan de start van de nieuw gevormde

Inspectie Verkeer en Waterstaat waar zij in werden opgenomen.

     Samenvattend, het register werd beheerd door:

     Bureau Luchtvaart (BL)                                       1920 - 20.1.1930

     Luchtvaartdienst (LVD)                                        20.1.1930 - 1945

            Rijksluchtvaartdienst (LVD/RLD)                         14.6.1945 -1.6.2000

            Nederlandse Luchtvaartautoriteit (NLA)               1.6.2000 - 1.7.2001

            Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)               1.7.2001 - 1.1.2012

            Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)         vanaf 1.1.2012 - heden

   

In alle gevallen waarin een kenmerk niet officieel toegekend/opgenomen is, staat het kenmerk tussen haakjes.         Top

In de tekst zal dan uitgelegd worden wat er aan de hand is geweest. Dat kan dus variëren van een afgewezen reserveringsverzoek

tot een bewering in de luchtvaartpers waarvoor ik in de registeradministratie  (nog) geen bewijzen gevonden heb.

In hobbykringen wordt nogal eens gepoogd d.m.v. verschillende typen haakjes en komma's aan te geven waaróm een kenmerk niet 

opgenomen werd. Deze praktijk wordt doorgaans ingegeven door de veldlengte van de diverse databases en spreadsheets waarin de 

informatie moet passen.

Er zijn echter zóveel manieren/redenen mogelijk waarom een kenmerk niet opgenomen werd, dat die niet met behulp van deze tekens

onderscheiden kunnen worden.

Daarom heb ik ervoor gekozen om d.m.v. haakjes slechts aan te geven dat het kenmerk om de een of andere reden niet opgenomen 

werd en in een toelichting e.e.a. dan te verduidelijken.

Dit kan helaas bij buitenlandse toestellen vaak niet toegepast worden. Daar wordt, zoals internationaal gebruikelijk is, de vermelding van

het niet opgenomen kenmerk in de reeks kenmerken opgenomen met als leidraad de datum van reserveren.

Feitelijk is dat natuurlijk per definitie niet correct, een reservering van een kenmerk betekent uiteraard een intentie om in de toekomst, ná

doorhaling van de huidige inschrijving, opgenomen te worden.

Hierbij is de datum van de reservering nauwelijks terzake doende!

In het algemeen zal dus een reeks buitenlandse kenmerken zoals AB-CDE, (FG-HIJ), AB-CDE niet gelezen moeten worden als een 

doorhaling en later weer inschrijving van AB-CDE, maar vaak zal de bedoeling geweest zijn om FG-HIJ op te nemen ná doorhaling

van AB-CDE. En dat ging dus niet door. 

Oftewel, eigenlijk zou er dan alleen AB-CDE, (FG-HIJ) moeten staan.
Maar ook dát kan weer anders gelezen worden! Namelijk dat de reservering gedaan werd ná het doorhalen van de inschrijving

van AB-CDE. Kortom, uit een reeks met haakjes kan geen eenduidige conclusie worden getrokken! 

Bij een reeks als AB-CDE, (FG-HIJ), KL-MNO zijn gelijksoortige opmerkingen te maken.

Voor de informatie van de buitenlandse kenmerken ben ik echter ook op publicaties van derden aangewezen, maar omdat ik

betreffende de Nederlandse reserveringen i.h.a. wél op de hoogte ben van de feitelijk bedoeling, hoef ik daarbij niet m'n toevlucht

te nemen tot haakjes e.d

Hoewel het natuurlijk wél mogelijk is dat de eerstgenoemde situatie van toepassing is, t.w. doorhaling en weer inschrijving!

Dus is zonder nadere informatie niet duidelijk welke van de genoemde situaties van toepassing is.

Een vergelijkbare onduidelijkheid als gevolg van de beperkingen van databases en spreadsheets is de notatie (PH-…).

Feitelijk staat hier dat er een Nederlands kenmerk toegekend is maar dat de schrijver niet weet wèlk!

Maar helaas, vrijwel altijd bedoelt de schrijver wat anders! En wel, dat een verkoop naar Nederland niet doorging.

Hetgeen een nogal nietszeggende bewering is die eigenlijk van ieder toestel op ieder moment gezegd kan worden.

Behalve natuurlijk van die waarvan de verkoop naar Nederland wél doorging...

Tenslotte wil ik nog even wijzen op het veelverbreide misverstand dat het al of niet opnemen van een kenmerk iets te maken 

zou hebben met het al of niet aanbrengen op het toestel. 

Een kenmerk is opgenomen als er een Bewijs van Inschrijving is uitgereikt.

Dit is vooral duidelijk in de omgekeerde situatie, op amateurbouw toestellen is het kenmerk soms al enige jaren vóór  

de inschrijving aangebracht, soms zelfs voordat het überhaupt gereserveerd is. 

Pas bij uitreiking van het BvI kan het kenmerk dan als opgenomen beschouwd worden. Ook al omdat een niet ingeschreven

vliegtuig, in de zin der wet, geen luchtvaartuig is. En op een "geen luchtvaartuig" kan/mag iedereen naar hartelust 

lettercombinaties schilderen!

En tenslotte kunnen we door 'humoristen' aangebrachte(!) kenmerken uiteraard niet als 'opgenomen'  kenmerken 

beschouwen.

  

  Geblokkeerde inschrijvingskenmerken                                                                                                                                     Top

In het (verre) verleden was een vrij groot aantal lettercombinaties geblokkeerd omdat die in het radioverkeer (de drie-lettercodes) 

voor verwarring konden zorgen. 

In de eerste versie van mijn registerpublicatie, de ARCHIVE-Special van Air Britain, heb ik daar nog een heel hoofdstuk aan gewijd.

In "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuig Registers" was dat niet meer nodig.

Toen was deze blokkering (in augustus 1992, zie hierboven bij de beschrijving van het Derde Register) geheel opgeheven en bleven

alleen nog een paar niet welvoeglijke combinaties geblokkeerd.
Dat is hedentendage nog steeds zo, maar in maart 2007 werden een aantal kenmerken geblokkeerd die hoorden bij luchtvaartuigen

die verongelukt waren met een groot aantal slachtoffers tot gevolg. 

Daarbij is echter niet bepaald consequent gehandeld.

In de opgave hieronder som ik de ongevallen met meer dan tien slachtoffers op en geef d.m.v. (b) achter het aantal slachtoffers aan 

of ze al dan niet geblokkeerd werden.

Zie hiervoor trouwens ook de pagina's "Grootste rampen" in het crasharchief gedeelte van deze site!

           PH-BUF  248 (b)              PH-LKY  28  (b)

           PH-MBH  191 (b)              PH-TBW  26

           PH-LKM  99                   PH-TCR  22

           PH-DCL  61                   PH-DFO  21  (b)

           PH-LKT  58  (b)              PH-LLM  20  (b)

           PH-MBN  58  (b)              PH-CHI  17  (b)

           PH-TDF  45                   PH-ALI  17

           PH-TPJ  45                   PH-AKL  16

           PH-TEN  41                   PH-ALF  15

           PH-TFA  34                   PH-AKG  13

           PH-TER  33                   PH-TSM  11

           PH-DDA  32

 

     Een paar zijn momenteel in gebruik, een paar zijn van voor de oorlog (2e register). maar toch lijkt e.e.a. nogal willekeurig te zijn.

   

Indien een kenmerk meerdere malen werd uitgereikt, dan worden deze in chronologische volgorde behandeld.       Top

Ze worden dus niet genummerd omdat dit een bron van verwarring kan zijn indien later zou blijken dat er nog een tussengevoegd 

moet worden.

Een verwijzing als PH-ABC/2 betekent dat er vanuit een ander register naar de PH-ABC in het Tweede Register wordt verwezen.

           Indien een toestel binnen een register een nieuw kenmerk krijgt toegewezen, dan wordt dat na het vermelden van de doorhaling

           natuurlijk gemeld. Dat nieuwe kenmerk wordt dan echter niet meer gevolgd door de rest van de geschiedenis, díe wordt bij het

           nieuwe kenmerk vermeld.

     

In de loop der tijd is er nogal wat informatie over het Eerste Register gepubliceerd  waarbij de auteurs                        Top

       (inclusief de schrijver dezes!) in hun verlangen de zaak zo compleet mogelijk te presenteren enige eigenlijk historisch niet

       verantwoorde keuzes hebben gemaakt.

Dit, gecombineerd met het feit dat eenmaal gepubliceerde informatie vaak elders voor waar wordt 'geciteerd', levert een situatie waarin 

het moeilijk is onderscheid te maken tussen feit en fictie.

Het betreft hier met name de eerste vijftig Bewijzen van Inschrijving (BvI) van het Eerste Register.

Pas in 1924 werd begonnen met het uitreiken van definitieve BvI's, vóór die tijd werd er gewerkt met "Voorloopige Bewijzen van Inschrijving". 

Helaas is van deze Voorlopige Bewijzen slechts een klein aantal bekend.

Bij de samenstelling van deze gegevens, met name van het Eerste Register, zijn bewust vrijwel alle vroegere publicaties over het 

register genegeerd. Zéker die waarbij geen bronnen dan wel vindplaatsen worden genoemd.

En de lezer kan er dus vanuit gaan dat van de hier gedane beweringen bewijzen voorhanden zijn. 

Zo niet, dan is bij de bewering vermeld waarop deze gebaseerd is.

            Vooral bij het Eerste Register heeft deze werkwijze verrassend veel ‘nieuwe’ gegevens opgeleverd.

Vandaar dat hieronder een toelichting volgt betreffende de geschiedschrijving van dat  register.

   

Pas op 28 mei 1924 verscheen Beschikking No. 341 van de Minister van Waterstaat betreffende "de uitreiking van bewijzen van 

inschrijving, bewijzen van luchtwaardigheid en bewijzen van deugdelijkheid voor burgervliegtuigen en betreffende de uitreiking van

bewijzen van deugdelijkheid voor motoren, bestemd om te worden gebruikt in zodanige vliegtuigen".

Deze beschikking bevatte een aantal algemene voorschriften betreffende (o.a.) de luchtwaardigheid, welke regelingen 

per 15 juni 1924 in werking traden. 

Ter vervanging van bestaande bewijzen kwamen toen nieuwe; hiervoor moesten nieuwe modellen worden gebruikt die ook

in betreffende beschikking waren opgenomen.

Hier moet opgemerkt worden dat de daadwerkelijk gebruikte BvI's in hoge mate afweken van de hier genoemde modellen.

 

(NB. In de beschrijving 1920 van "Dagboek van de Nederlandse Luchtvaart" zijn afbeeldingen van deze diverse eerste BvI modellen opgenomen en

ook wordt meer aandacht besteed aan de verwerving en inschrijving in het N.L.R. van de eerste KLM-toestellen. )

 

Ook deze beschikking moest, blijkens het voorwoord van de Minister van Waterstaat, nog worden beschouwd als "voorlopig, 

in afwachting van het tot stand komen van wettelijke voorschriften terzake".

In november 1928 werd voor het eerst een Luchtvaartwet aan de Tweede Kamer aangeboden.

Maar minister Van der Vegte wilde daarin zóveel tegelijk regelen dat de kamer zich overrompeld voelde, ook al omdat een en 

ander al middels een Nota van Wijziging in de begroting was aangebracht. 

De minister kon z'n voorstel dus weer mee terug nemen.

Eén van die voortvarende voorstellen was bijvoorbeeld de instelling van een Luchtvaartdienst met aan het hoofd een directeur 

met onder deze een technisch en een administratief ambtenaar.

           Het zou nog tot 1930 duren voordat deze Luchtvaartwet eindelijk door het parlement kwam, en er dus een Luchtvaartdienst werd

           ingesteld. Om precies te zijn, de Luchtvaartdienst werd ingesteld bij K.B. van 20 januari 1930, Staatsblad 15.

  

In de periode 1920-1924 werd de register-administratie dus gevoerd aan de hand van voorlopige inschrijvingen,  zodat in 1924

  een nieuwe start gemaakt moest worden.

  Dit is er de reden van dat op diverse BvI's de opmerking staat: "Het Bewijs is op ..... uitgereikt" waarbij dan een datum in 1924

  wordt genoemd.

  Dit betreft nogal eens toestellen waarvan bekend is dat ze voordien al ingeschreven waren.

   

Aangezien op deze BvI's vaak wèl de verlengingen van de geldigheidsduur werden vermeld, vaak mèt de datum waarop dit 

gebeurde, geeft dit een mogelijkheid om terugrekenend de datum van inschrijving te reconstrueren.

Daarvoor is dan wèl nodig dat bekend is met welke perioden het bewijs steeds werd verlengd. 

Helaas is dat een minder constante periode dan we zouden willen.

In genoemde Beschikking No. 341  wordt gesteld: "De termijn welke de inschrijving van een vliegtuig van kracht is, bedraagt 

twee jaar". In de periode na 1924 werd echter frequent van deze twee jaar afgeweken, het is dan ook niet verantwoord om,

terugrekenend met intervallen van twee jaar, de betreffende data van inschrijving te reconstrueren. 

Temeer daar in àlle gevallen waarvan wèl informatie bekend is, (H-NABC BvI 1, H-NABD BvI 2, H-NABH BvI 6, H-NABJ BvI 8, 

H-NABL BvI 10, H-NABN BvI 12, H-NABS BvI 26 en H-NABZ BvI 32) deze methode aantoonbaar onjuist is!

Gelukkig heeft onderzoek over de periode 1920-1930 in andere archieven dan het bewaard gebleven N.L.R. veel nieuwe informatie

opgeleverd, maar toch zullen we moeten accepteren dat we van een aantal vliegtuigen de correcte data van inschrijving, dan wel

doorhaling, niet meer te weten zullen komen.

Oók was het in de begintijd niet vanzelfsprekend dat inschrijvingen altijd netjes doorgehaald werden, het kwam nogal eens voor dat 

ze gewoon verliepen: "VERLOOPEN" staat er dan op het Bewijs van Inschrijving.

  Meer gegevens over deze zo moeilijke zaken worden door mij bijzonder op prijs gesteld.

Hier moet echter met nadruk vermeld  worden dat er ook door mij data benaderd zijn.!

Een exacte datum kan beschouwd worden als correct, d.w.z. afkomstig van een teruggevonden voorlopig BvI of van de 

beschikking tot uitreiking van zo'n voorlopig BvI.

Soms wordt echter alleen een maand of alleen een jaar genoemd, dan is dat een conclusie van de schrijver die gebaseerd 

is op gegevens uit contemporaine documenten zoals BvI/L aanvragen en dergelijke.

In de meeste gevallen is dan ter verantwoording van de gemaakte keuze aanvullende informatie gegeven.

   

In de eerste twee registers kwam op de BvI's ook altijd de rubriek "Vaste Standplaats" voor.                                         Top

            In deze bestanden treft u deze -indien in het N.L.R. ingevuld- ook achter de woonplaats aan.

   

In februari 1929 moest het nationaliteitskenmerk veranderd worden van H-N naar PH.                                                     Top

Dat is in het Eerste Register en in de BvI-opsommingen duidelijk zichtbaar, op een aantal BvI's is het kenmerk al met PH ingevuld.

Dat betreft de BvI's 77, 100, 104, 106, 108.

Helaas werd ook een aantal BvI's (103, 107, 109, 114 t/m 118) slechts gedeeltelijk of zelfs in het geheel niet meer ingevuld.

Dat ze voor de genoemde kenmerken bedoeld waren komt uit een andere officiële bron.

Daarin stonden echter alléén de laatste twee letters van het kenmerk.

Het nationaliteitskenmerk dat dan in het Eerste Register genoemd wordt, is een keuze van mij.

De situatie is trouwens sowieso niet erg overzichtelijk, al in december 1928 (zie Crasharchief 11.12.1928) wordt gewag 

gemaakt van de PH-AEN!

                        In het hoofdstuk over de BvI-nummers van het Eerste Register worden de gegevens hierover gedetailleerd weergegeven.

                 In het Eerste en Tweede Register is enige malen sprake van de Schweriner Industrie Werke GmbH.
                        Dit was de naam van Anthony Fokker's na-oorlogse (1e wereldoorlog!) bedrijf te Schwerin.

   

Vlak na de oorlog veranderde het Fokker-bedrijf een paar maal van naam.                                                                          Top

Het bedrijf heette sedert 21 juli 1919 NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek. Op 1 februari 1947 veranderde de naam als gevolg van 

de voorgenomen fusie met Aviolanda en De Schelde in Verenigde Nederlandsche Vliegtuigenfabrieken Fokker (i.o.).

Begin 1949 bleek dat deze fusie op een mislukking was uitgelopen en de bedrijven gingen per 1 april zelfstandig verder.

Op 21 juli 1949 werd het bedrijf "Koninklijk" en werd de naam dus NV Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker.

In het Tweede Register zijn deze verschillende namen slechts zeer ten dele terug te vinden.

   

In sommige gevallen wordt de naam van de eigenaar op diverse manieren bij de verschillende                                     Top

luchtvaartuigen op het BvI vermeld. Bijvoorbeeld: Schreiner & Co NV, Handel(s)maatschappij Schreiner & Co NV, 

Luchtvaart Handel(s)mij Schreiner & Co NV, Technische Handel(s)mij Schreiner & Co NV, Luchtvaarttechnische 

Handel(s)mij Schreiner & Co NV, àlle voorgaande variaties maar dan begìnnend met NV...

    Terwijl vaststaat dat het steeds hetzelfde bedrijf betreft en niet een dochteronderneming of een of andere werkmaatschappij. 

     In dergelijke gevallen is -soms na overleg met de betrokkene- door mij een keus gemaakt.

In dit specifieke geval is alleen vermeld Schreiner & Co NV. 

   

Vooral in het Derde Register worden erg veel kenmerken behandeld die mogelijk per abuis op officiële                     Top

documenten terecht zijn gekomen. 

Soms is het vrijwel zeker slechts een vergissing, vaak echter kan dat niet meer worden beoordeeld en zal dus de 

mogelijkheid moeten worden opengehouden dat het inderdaad een in eerste instantie beoogd kenmerk is geweest.

Op deze afstand in de tijd kan van een correctie meestal ook niet meer beoordeeld worden wát er eigenlijk gecorrigeerd werd.

Helaas kan aan betrokkenen ook niet meer om opheldering van een en ander worden gevraagd.

Als in de tekst zo'n geval beschreven wordt als een vergissing, dan moet dat worden opgevat als een conclusie van mij.

Er is naar gestreefd om bij twijfel over het waarheidsgehalte van een genoemd feit, die twijfel er ook bij te vermelden.

           Ook worden herhaalde malen kenmerken genoemd die afkomstig zijn uit de luchtvaartpers.

Ook dit wordt er steeds bij vermeld, mèt een opmerking over het al dan niet officieel gereserveerd zijn, en vaak ook een oordeel

mijnerzijds over de mate van betrouwbaarheid.. 

 

De door Reims/Cessna gebouwde toestellen werden in het N.L.R. ingeschreven met slechts een gedeelte                Top

van het constructienummer (c/n). Enkel het volgnummer werd vermeld en niet de erbij horende type-aanduiding. 

Dit had tot gevolg dat bijvoorbeeld de PH-BIK en de PH-COZ hetzelfde c/n zouden hebben.

Teneinde de eenduidigheid te bevorderen werd (in het N.L.R.) in zo'n geval aan één der nummers een 0 (nul) toegevoegd. 

Dus de PH-BIK had c/n 1256 en de PH-COZ 01256. Dit is gebeurd om de volgende 'paren' uit elkaar te houden: PH-BIK/PH-COZ,

PH-CTM/PH-FWI, PH-GDA/PH-IRO, PH-JJM/PH-SKC en PH-VSC/PH-VOV.

In deze bestanden zijn de complete c/n's vermeld en was een dergelijke handelwijze overbodig.

Inmiddels wordt door de registerautoriteit in het TYCODAS automatiseringsysteem ook het complete c/n gebruikt, dus is deze hele 

procedure niet meer van toepassing.

 

Alle gegevens betreffende het eigendom van ieder luchtvaartuig worden compleet vermeld.                                        Top

   Dus alle houders, mede-houders, eigenaren en mede-eigenaren worden opgesomd.
   Bovendien worden van hen meestal ook de woonplaatsen vermeld. In een enkel geval zult u het echter moeten doen met
   alleen de naam!
   Als ik de woonplaats niet  binnen acceptabele tijd aantref in het dossier, dan laat ik het daarbij!   Er zijn grenzen...
   Hierbij moet met enige nadruk nog opgemerkt worden dat de berichtgeving in de luchtvaartpers over deze constructies per definitie
   niet betrouwbaar is!
   In de wekelijks rondgestuurder mutaties, waar die berichgeving altijd op gebaseerd is, worden geen eigenaren genoemd.
   Wél is door de coderingen "HOW" (= Holder/Owner) en "HLD" (= Holder) zichtbaar of de genoemde houder ook, al dan niet, eigenaar is.
   Verandering van eigenaar, terwijl de houder dezelfde blijft, is in deze mutaties echter niet waarneembaar.
   In de registers op deze site zijn die mutaties wél compleet weergegeven!

   

Als de woonplaats op verschillende manieren op de BvI's wordt vermeld -'s-Gravenhage en elders Den Haag-          Top

dan is er gekozen voor één schrijfwijze. 

Dit betreft bijvoorbeeld KLM NV (en ook weer de hiervoor genoemde 'Schreiner varianten') waarvoor de woonplaats opgegeven wordt

als 's-Gravenhage, Den Haag of Scheveningen.

In dit soort gevallen blijkt trouwens de Tweede Wereldoorlog duidelijk een scheiding te zijn, daarvóór is de naamgeving consequent, 

daarna niet meer.

Voor de na-oorlogse periode wordt consequent één schrijfwijze aangehouden.

            Indien het voor u van belang is over de precieze omschrijving te beschikken kunt u hiervoor contact met mij opnemen.

   

Hoewel de Bensen Gyroglider in Nederland niet als een luchtvaartuig wordt aangemerkt, en dus ook geen                Top

BvL nodig heeft, heb ik bij de kandidaten de mij bekende projecten wèl genoemd.

Dit is bedoeld als hommage aan deze pioniers van de Nederlandse zelfbouwbeweging. Omdat informatie over dit onderwerp nogal 

schaars is, doe ik hier een beroep op  de lezers de hier geboden gegevens aan te vullen.

   

Vooral in de eerste tien jaar na de oorlog was er van particulier bezit van zweefvliegtuigen nauwelijks sprake.          Top

De meeste toestellen waren eigendom van de KNVvL en werden aan de clubs verhuurd.

Voor zover mij bekend zijn deze huurders vermeld, maar omdat ik de administratie daarvan niet samenhangend teruggevonden heb,

mag op dit terrein geen compleetheid verondersteld worden.

 

Bij PH-2G9 komt als voorgaand kenmerk voor PR 2.                                                                                                               Top

Hoewel er natuurlijk veel meer andere kenmerken genoemd worden die niet verklaard worden, verdient deze wel enige toelichting.
De zeilvliegers die aangesloten zijn bij de betreffende KNVvL-afdeling krijgen van de KNVvL een soort kenmerk toegewezen.

Feitelijk betreft dit dus een niet-overheidsinstantie die nummers uitreikt voor apparaten die, in de zin der wet, géén luchtvaartuigen zijn.

Hiermee is enigszins vergelijkbaar het RLD-'register' voor grote modelvliegtuigen dat in het begin van de jaren tachtig enige 

tijd ingesteld geweest is. Beide vallen buiten het bestek van het hier gepresenteerde N.L.R. 

   

Engelse zweefvliegtuigen worden aangeduid met een British Gliding Association nummer, gevolgd door                   Top

    een drieletter-kenmerk. Het nummer is niet méér dan het BvL-nummer, de drie letters vormen het eigenlijke kenmerk. 

    Meer recent worden ook deze toestellen voorzien van hun complete kenmerk.

   

 Type-aanduidingen

            Er is zeer veel zorg besteed aan het correct weergeven van de type-aanduiding. Voor zover mogelijk volg ik hierbij de aanduiding

            zoals die op het Type-Certificaat (TC) staat, dat is in feite het 'geboortekaartje' van een vliegtuigtype. 

            En natuurlijk heb ik alle varianten die (ook weer variërend!) gebruikt worden door de (luchtvaart)pers, de PR-afdeling van de 

            fabrikant etc. bewust genegeerd. 

            Hoewel ook vaak als zodanig aangeduid, bestaan types als (bijvoorbeeld) Fokker 50, Fokker 100 formeel helemaal niet en dat

            soort benamingen zult u dan ook niet op deze site aantreffen.

            Helaas bestonden er in de begintijd van de luchtvaart, dus vóór (ca.) de tweede wereldoorlog geen TC's en zal ik me ook moeten

            behelpen met de aanduidingen die destijds gebruikt dan wel sedert die tijd als correct geaccepteerd worden.

            Zie in dit verband ook de artikelen over de "DC3 vs. DC-3" en "F27 en F28 aanduidingen" in de afdeling "Nederlandse

            Luchtvaarthistorie"!  

            Het is niet nodig mij attent te maken op afwijkende schrijfwijzen elders!

   

Natuurlijk is het de bedoeling dat u intensief gebruik maakt van de informatie op deze site.

Gebruikt u echter deze informatie om eigen publicaties samen te stellen, dan is het natuurlijk

vanzelfsprekend dat u de bron vermeldt.

   

Deze site bevat alles wat er te melden valt over de Nederlandse Luchtvaartuigregisters. 

De recente ontwikkelingen op dat terrein worden eigenlijk alleen grondig bijgehouden door Henk Wadman op de site van AIRnieuws 

en door Arno Landewers in het luchvaarthistorische tijdschrift LUCHTVAARTKENNIS

Alle andere publicaties op dit terrein zijn gebaseerd op de wekelijkse rondzendbrief van de IVW.

De genoemde twee bronnen zijn dan ook onmisbaar voor hen die gedetailleerd op de hoogte willen blijven.

Weliswaar staat de volledige registerinformatie het eerst op deze site, de IVW mutaties worden wekelijks aangebracht. 

Maar wèl met een bewuste vertraging van één week; in de meeste gevallen heb ik op de site al wat voor-informatie staan zoals

reservering, BvI-aanvraag, ICAO-TA uitreiking e.d.. Maar bij de feitelijk inschrijving verwijder ik die informatie.

De IVW-mutaties worden opgenomen in de complete registers en zijn dus niet samenhangend, per week, zichtbaar. 

Bovenaan iedere registerpagina is echter aangegeven bij welke kenmerken recent wijzigingen zijn aangebracht, zodat de laatste mutaties 

toch wel relatief eenvoudig zijn te traceren.

Beide bovengenoemde tijdschriften presenteren de mutaties wél per periode, AIRnieuw meestal per 4 weken en LUCHTVAARTKENNIS per 

kwartaal..

En tenslotte wil ik u erop wijzen dat u heel eenvoudig de meest recente informatie over de mutaties van een voorgaande week iedere 

maandag per e-mail kunt ontvangen simpelweg door u daarop te abonneren. Het is gratis!                          Naar contactpagina IVW


Maar er is natuurlijk veel meer interessants over de luchtvaart te melden. Hieronder worden enkele publicaties genoemd die alle 

met enige regelmaat informatie in de sfeer van het registergedeelte op deze site publiceren.

Bij elk blad heb ik aangegeven op welke terreinen er bepaalde onderwerpen min of meer deskundig behandeld worden; naast algemene 

onderwerpen natuurlijk.

Er worden voornamelijk (Nederlandse) amateuruitgaven genoemd. De reden hiervoor is dat deze meestal beter op de hoogte zijn van

wat er zich op deze terreinen afspeelt dan de meer professionele (of zich professioneel noemende) bladen, òf dat deze wat gemakkelijker 

veel aandacht aan luchtvaarthistorie kunnen besteden dan de meer commercieel ingestelde tijdschriften.

                 Hun redacties worden doorgaans door een groot aantal plaatselijke luchtvaartenthousiasten nauwkeurig op de hoogte gehouden

                 van de gebeurtenissen op de Nederlandse vliegvelden. 

                 En bovendien kunnen deze bladen het nieuws, door hun zeer korte productietijd, veel sneller publiceren. 

                 Hierbij moet ik natuurlijk wel aantekenen dat dit soort opmerkingen in de loop der tijd behoorlijk ingehaald is door de internet-ontwikkelingen!

                 Bij ieder vliegveld in Nederland is wel een groep van deze luchtvaartenthousiasten actief, indien u in hun activiteiten geïnteresseerd

                 bent kunt u via de redacties van AIRnieuws en Scramble informatie vragen over een eventuele groep bij­ u in de buurt

                 In het algemeen is hun informatie ook eenvoudig op het internet te vinden..

   

       Aeronews of Belgium

            Civiele en militaire luchtvaart van Belgie

            Postbus 38

            Luchthaven Antwerpen

            B-2100 Antwerpen-Deurne

                        België

   

       Aviation Letter

            Internationale civiele luchtvaart.

            P.O. Box 1469

            Poway, CA 92074-1469

                        Verenigde Staten

   

            AIRnieuws

Civiele luchtvaart met de nadruk op Nederland. Nederlands en Belgisch Luchtvaartuigregister. Fokker productienieuws.

            Postbus 12035

                       3004 GA ROTTERDAM

Helaas bestaat de 'papieren' versie van dit blad niet meer, maar inmiddels is de meeste informatie die normaliter 

daarin gepubliceerd werd weer toegankelijk op de site www.airnieuws.nl.

Deze site (wekelijks), "AIRnieuws" (maandelijks) en "LUCHTVAARTKENNIS" (kwartaalblad) zijn de enige drie bronnen 

voor betrouwbare (achtergrond-) informatie over het Nederlands Luchtvaartuig Register. 

   

Air Britain

Air Britain is een zeer grote Engelse, maar internationaal georiënteerde, vrijwilligers-organisatie die een aantal publicaties op 

diverse terreinen uitgeeft. Civiel èn militair. Registers van praktisch de gehele wereld.

            Kenmerkend is de hoge kwaliteit. Aanbevolen!

                        Air Britain heeft een afdeling in Nederland. Zie hieronder bij Luchtvaartkennis.

 

LUCHTVAARTKENNIS

Is een KNVvL-afdeling die een gelijknamig blad uitgeeft dat vrijwel geheel gericht is op het vastleggen van de luchtvaarthistorie. 

Met het accent op die van Nederland. 

       Luchtvaartkennis is ook de Nederlandse tak van Air Britain.

            Houttuinlaan 16A

                        3447 GM WOERDEN

   

       Scramble

       Nederlandse en internationale militaire vliegtuigen.

            Postbus 75545

                        1118 ZN SCHIPHOL

   

            Spandraad

            Zweefvlieghistorie.

            Begoniastraat 30

            6641 BS BEUNINGEN

     

Dit deel van de website is oorspronkelijk gebaseerd op mijn boek "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuigregisters" dat in 1997 door 

FLASH op de markt werd gebracht. 

De gegevens daarin heb ik up to date gebracht, en worden nu ook regelmatig -vrijwel dagelijks- bijgehouden.

Bij sommigepagina's op deze sites is nog waarneembaar dat ze oorspronkelijk voor een uitgave op papier geschreven zijn. 

Deze signalen zullen na verloop van tijd verdwenen zijn.

 

Dit deel van de site biedt een uitgebreid Nederlands Luchtvaartuig Register maar dat betekent niet dat alles wat een luchtvaartuig 

overkomen is, erin vermeld wordt. Ongevallen, bijvoorbeeld, worden alleen vermeld indien zij mutaties in het register tot gevolg hebben.

Voor meer informatie over ongevallen of incidenten kunt u het andere deel van deze site "Nederlands Crash Archief" raadplegen.

Indien u geïnteresseerd bent in de andere wederwaardigheden van onze civiele luchtvloot, verwijs ik u naar bovengenoemde bronnen. 

 

Er is aan de controle van deze bestanden zeer veel aandacht besteed. 

Maar ik besef terdege dat een werk van deze omvang, met zóveel feitelijke informatie, nooit geheel foutloos kan zijn. 

Bovendien moet er rekening gehouden worden met het feit dat ik voor informatie over het buitenlandse deel van de levensgeschiedenissen 

vaak óók van allerlei -elkaar nogal eens tegensprekende- publicaties afhankelijk ben.

Dat was trouwens in de jaren vóór ca. 1975 ook voor het Nederlandse deel het geval. 

Dat betekent dat ik in de afgelopen decennia ook nauwlettend de in die periode verzamelde gegevens heb moeten controleren t.a.v

van de daarna door mij in het N.L.R, de RvdL en de RLD/NLA/IVW/ILENT archieven aangetroffen informatie.

U wordt dan ook vriendelijk uitgenodigd om de, naar uw mening, onnauwkeurigheden of onvolledigheden aan mij door te geven.

Maar er zijn in de geschiedschrijving van het N.L.R. door de jaren heen nogal wat aperte fouten geslopen en die zijn vaak door 

ongecontroleerd 'citeren' zeer hardnekking geworden.

Daarom stel ik het zeer op prijs als u bij uw opmerkingen de bron  erbij vermeldt!

Op deze plaats wil ik dan ook nog eens iedereen die mij  hierbij behulpaam is (geweest ) nadrukkelijk dankzeggen.

Op de pagina "Bronnen" worden al deze helpers met name genoemd.!

En er komen toch met enige regelmaat nieuwe namen bij!