TOELICHTING OP DE REGISTERS                                        Terug naar

   Laatste wijziging: 27.1.2010                                                                                              INDEX


Hieronder worden allerlei zaken behandeld die voor een juiste interpretatie van de gegevens in het register van belang zijn. Dat betreft uiteraard de registers zelf maar ook bij de presentatie heb ik allerlei keuzes gemaakt en beslissingen genomen die daarbij van belang zijn

 

       OVER DE REGISTERS                 OVER DE PRESENTATIE
       
Nationaliteitsletters                Correcte naam van het register
      
Inschrijvingskenmerk                 Reserveringen
      
Eerste Register                      Blokreserveringen
      
Tweede Register                      Naam registerinstantie
      
Hulpluchtvaartregister Londen        Niet opgenomen inschrijvingskenmerken
      
Derde Register                       Geblokkeerde inschrijvingskenmerken
       
Zweefvliegtuigen                     Inschrijvingskenmerk vaker toegekend
      
Motorzwevers                         Eerste Register
      
Ultra-lichte vliegtuigen             Vaste standplaats
            (ULV's, MLA's)                 
Nationaliteitskenmerk gewijzigd H-N* naar PH-*
      
Ballonnen                            Schweriner Industrie Werke GmbH
      
Handels-, Exportkenmerken            Naamgeving Fokker bedrijf
       Unmanned Aerial Vehicles            
Naamgeving andere bedrijven
            (UAV's)                         
Vergissingen/verschrijvingen
                                           
Constructienummers Reims/Cessna
                                           
Vermelding medehouders/-eigenaren
                                           
Schrijfwijze plaatsnamen
                                           
Bensen gyroglider
                                           
Verhuur door KNVvL
                                           
KNVvL-kenmerken
                                           
BGA nummers

 


 

  Nationaliteitsletters                                                                                                                                                                           Top

Al in 1912 werd door de FAI een Internationale Commissie voor Luchtvaartrecht ingesteld teneinde een ontwerpregeling op te 

stellen voor het vaststellen van nationaliteitsletters.

Deze commissie kwam in mei 1912 en in juni 1913 bijeen en stelde inderdaad beide keren een voorstel op.

In 1912 was het voorstel om aan Nederland de letters PB toe te wijzen, in 1913 was dit veranderd in NL

Het zou nog ruim zes jaar duren voordat deze zaak officieel geregeld werd.

Op 13 oktober 1919 werd in Parijs de "Connection portant réglementation de la Navigation Aérienne" gesloten.

Bij deze Conventie werd in Annex A bepaald dat door Nederland de nationaliteitsletter H zouden worden gevoerd.

Een onderdeel van deze Conventie werd de Commission Internationale de Navigation Aérienne (CINA).

Nederland zou trouwens pas op 24 augustus 1928 toetreden tot deze conventie.

 

Begin 1929 werd het nationaliteitskenmerk veranderd van H in PH. De achtergronden hiervan zijn nooit erg duidelijk geweest, 

daarom zal er hier wat extra aandacht aan worden besteed.

In 1927 werd te Washington het Internationale Telegraafverdrag gesloten. In artikel 14 van het Algemeen Reglement werden aan Nederland als roepletters van luchtvaartuigstations toegewezen de combinaties van vijf letters, aanvangende met PA, PB, PC, PD, PE, PF, PG, PH en PI. Let wel, dit gaat dus niet over het luchtvaartuig maar over het radiostation daarin.

Omdat de luchtvaartuigstations in Nederland onder verschillende departementen ressorteerden (Oorlog, Marine en Waterstaat) werd een verdeling wenselijk geacht. Na overleg was het voorstel om de toewijzing als volgt te doen: Marine PA, Oorlog PB en voor 'burgerlijke luchtvaartuigen' PH. De ander series bleven ongebruikt.

De laatstgenoemde combinatie PH werd voorgesteld nadat de eerder voorgestelde PE op verzet was gestuit bij de directeur van Bureau Luchtvaart de heer De Veer. Die schreef dat er mogelijk gevaar van verwarring bestond met de roepletters GE van Britse luchtvaartuigen omdat "telegrafisch de P makkelijk kan worden verminkt tot G". Hij vervolgde met "De letters PH hebben het voordeel dat de letter H (Holland) al enigszins de nationaliteit aangeeft, zoals ook bij Engelse vliegtuigen (GE), de Australische (GA) en de Canadeesche (GC)". Hij sprak dus een duidelijke voorkeur voor PH uit.

 

In juni 1928 stelde de Commission Internationale de Navigation Aérienne nadere regels op omtrent de nationaliteits- en inschrijvingskenmerken. Een belangrijk besluit was dat de kenmerken overeen moesten komen met de roepnamen van de radiostations. Tegelijk werd verzocht het gebruik van de toegestane series zoveel mogelijk te beperken en de secretaris-generaal mede te delen welke series gebruikt zouden gaan worden. Voor de Nederlandse civiele vliegtuigen werd dat dus de inmiddels vastgestelde PH, voor de marine PA en voor de landmacht PB.

Op 20.11.1928 deelde het Departement van Koloniën aan het Ministerie van Waterstaat mede dat voor Nederlands-Indië gekozen was voor PK en op 20.2.1929 dat voor Suriname en Curaçao gekozen was voor resp. PZ en PJ.

Voor de keuze van de letters K, Z en J werd geen motivering gegeven.

 

Een direct gevolg van de toetreding van Nederland tot de Conventie was de invoering van de Luchtvaartwet op 1 februari 1929. 

Tot dat moment was er weliswaar van alles geregeld op luchtvaartgebied maar ontbrak de wettelijke basis daarvoor. 

Uitvloeisels van de Luchtvaartwet waren: Regeling van het Rijkstoezicht op de Luchtvaart (RTL) op 1 februari 1929, de Luchtverkeersregeling 9 juli 1929, de Douaneregeling 9 juni 1931 en de Regeling Toezicht op het Zweefvliegen 9 juli 1931.

Later, in 1944, werden de functies van de CINA overgenomen door de International Civil Aviation Organization (ICAO), deze handhaafde echter de nationaliteitsletters PH- en die zijn ook nu nog steeds in gebruik.

 

Inschrijvingskenmerk                                                                                                                                                                          Top

In bovengenoemde Conventie van 1919 werd vastgelegd dat het inschrijvingskenmerk uit vier letters zou bestaan, waarvan minstens één een klinker moest zijn. Aangezien echter Haïti en Siam ook nationaliteitsletter H hadden, werd bepaald dat het inschrijvingskenmerk van Nederland zou moeten beginnen met een N, en die van Haïti en Siam met resp. H en S

En dus beginnen alle kenmerken in het Eerste Register met H-N.

Tot begin 1921 werden de kenmerken echter foutief aangebracht, tussen het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk werd geen streepje gezet. Na klachten van het Air Ministry werd dit vanaf augustus 1921 gecorrigeerd.

De vier letters volgend op H- werden onderstreept bij vliegtuigen die geen eigendom van een luchtvaartmaatschappij of de staat waren.

In 1930 werd dit voorschrift afgeschaft.

In het begin van de jaren dertig (9.7.1931, zie boven bij Nationaliteitskenmerk) toen ook de zweefvliegtuigen moesten worden opgenomen, werd gekozen voor een numeriek systeem.

Indien op deze site het woord kenmerk wordt gebruikt, wordt daarmee de combinatie van nationaliteits- en inschrijvingskenmerk bedoeld.

 

Eerste Register                                                                                                                                                                                     Top

13 september 1920 - 28 februari 1929

BvI 1 t/m BvI 114

 

     Het eerste vliegtuig dat in het N.L.R. werd opgenomen was de Fokker F.II H-NABC. In totaal zouden 118 kenmerken
     toegekend worden hoewel deze niet allemaal werden opgenomen.
     De periode van 1 t/m 28 februari 1929 was de overgangsperiode waarin de verandering der nationaliteitsletters van
     H-N naar PH- tot stand werd gebracht. Deze wijziging was noodzakelijk vanwege de toetreding van Nederland tot de
     Internationale Luchtvaartconventie van Parijs van 13 oktober 1919.
     NB. 
     - BvI is de afkorting van Bewijs van Inschrijving.

     - De illustratiepagina's bij het Eerste Register beginnen allemaal met een scan van het desbetreffende  Bewijs van Inschrijving.

     - In de beschrijving 1920 van "Dagboek van de Nederlandse Luchtvaart" zijn afbeeldingen van deze diverse eerste BvI modellen
       opgenomen en ook wordt meer aandacht besteed aan de verwerving en inschrijving in het N.L.R. van de eerste KLM-toestellen. 

 

Tweede Register                                                                                                                                                                                  Top

28 februari 1929 - 1 oktober 1949

BvI 1 t/m BvI 708

 

De eerste 27 vliegtuigen in dit register waren die, welke op dat moment nog in het Eerste Register waren ingeschreven.

Zoals u ziet valt de Tweede Wereldoorlog geheel in het door dit register bestreken tijdsbestek.

Het is dan ook onjuist om te spreken van een voor- of naoorlogs register.

De opzet van het Tweede Register was in beginsel ordentelijk; was het Eerste Register puur alfabetisch, in het tweede

werden bepaalde blokken kenmerken toegewezen aan de diverse categorieën luchtvaartuigen.

 

           Vliegtuigen toegelaten

       voor acrobatie                            PH-A**

     Ballonnen                                   PH-AH*

     Ballonnen (na 1945)                         PH-B*

     Vrachtvliegtuigen                           PH-C*

     Hefschroefvliegtuigen                       PH-H**

     Niet geregelde lijndiensten                 PH-N**

     Vliegtuigen van Prins Bernhard              PH-PB*

     Dominies                                    PH-R*

     Vliegtuigen voor speciale doeleinden        PH-S**

     Geregelde lijndiensten                      PH-T**

     Opleidingsvliegtuigen                       PH-U**

  

Gaandeweg werden echter een aantal buiten deze indeling vallende 'persoonlijke' kenmerken toegelaten.

Sedert 1931 werden ook de zweefvliegtuigen van kenmerken voorzien, ze werden echter niet in het Tweede Register opgenomen.

Zie hieronder bij de toelichting op de zweefvliegtuigen.

 

Hulpluchtvaartregister Londen                                                                                                                                                        Top

7 januari 1944 - 4 februari 1946

BvI L1 t/m BvI L3

 

Tijdens de oorlog werd dit tijdelijke register ingesteld waarin echter slechts drie toestellen werden opgenomen.

Deze drie, PH-AZR, PH-AZS en PH-AZT, worden in dit boek gewoon in de alfabetische volgorde van het tweede

register opgenomen.

                                                                        

Derde Register                                                                                                                                                                                    Top

1 oktober 1949 - heden

 

Als gevolg van het Verdrag van Chicago (Annex 8) moesten alle inschrijvingsbewijzen worden vernieuwd.

Zo ontstond dus het derde -en huidige- register.

Dit register werd gestart met de ruim 200 nog ingeschreven zijnde luchtvaartuigen op 1 oktober 1949.

Het inschrijvingskenmerk veranderde niet en daarom zijn er dus in de hierboven, bij de toelichting op het Tweede Register, genoemde categorieën 200 luchtvaartuigen die in het Derde Register hetzelfde kenmerk kregen.

Vanaf 1954 werd de indeling in categorieën losgelaten en u kunt dan ook zien dat de KLM direct een omvangrijke her-registrering van haar vliegtuigen ondernam. Momenteel is iedereen vrij die kenmerken te kiezen die hij graag zou willen hebben.

Indien ze vrij en nog niet eerder gebruikt zijn dan zal de beheerder vrijwel altijd de verlangde kenmerken -namens de minister- toekennen.

Wèl zijn kenmerk en luchtvaartuig in principe onlosmakelijk met elkaar verbonden, het eenmaal toegekende kenmerk blijft bij het vliegtuig horen, óók als het, om wat voor reden dan ook, een periode niet ingeschreven is geweest.

Sedert de uitgave van mijn boek "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuigregisters" is deze regeling in zoverre veranderd dat hergebruik van een kenmerk toegestaan wordt indien sedert de doorhaling van de vorige inschrijving dertig jaar of meer verstreken is.

     Behalve de ultra-lichte vliegtuigen worden alle luchtvaartuigen in het 'hoofdregister' opgenomen, óók de zweefvliegtuigen (die echter

     wèl numerieke inschrijvingskenmerken krijgen) en ballonnen.
     De nummering in dit hoofdregister, die startte bij de PH-AAA met BvI 1, was omstreeks 2009 al bij de 7200 aangeland.

     In 1970 werd een sprong in de nummering gemaakt van 1656 (PH-NNH) naar 1800 (PH-UCH), dit was om de nummering 

     van de Bewijzen van Luchtwaardigheid (BvL) synchroon te laten lopen met die van de Bewijzen van Inschrijving (BvI).
     In augustus 1992 is er een nieuwe Regeling Nationaliteits- en Inschrijvingskenmerk vastgesteld. Daarvan is vermeldenswaard dat

     besloten werd dat de nummering van de zweefvliegtuigen na PH-999 voortgezet zou worden met PH-1000 enz. 

     Bovendien werd bij de invoering een groot aantal geblokkeerde kenmerken voor toekenning vrijgegeven.

   

Zweefvliegtuigen                                                                                                                                                                                  Top

Vanaf 2 mei 1951 werden ook de zweefvliegtuigen -en later de motorzwevers- in het Derde Register opgenomen en

werden er formeel BvI's voor uitgereikt. Niet opgenomen werden de aanwezige ESG's (op één vergissing na!) en Universal's.

Vóór 1951 werden de zweefvliegtuigen niet in het N.L.R. opgenomen en geschiedde de administratie aan de hand

van bij het luchtvaartuig behorende BvL's.

Helaas zijn er van deze BvL's slechts enkele teruggevonden en daarom is de informatie over de eerste 200 zweefvliegtuigen lang niet

zo compleet als die van de andere besproken luchtvaartuigen.

De over deze tweehonderd gepresenteerde gegevens zijn samengesteld op basis van informatie uit een zeer groot

aantal bronnen, variëren van de luchtvaartpers tot persoonlijke herinneringen. Iedere aanvulling is dus meer dan welkom.

In juni 1993 besloot de beheerder van het N.L.R. de kenmerken PH-103 t/m PH-110, die in 1940 niet meer toegekend werden, 

                 alsnog uit te geven. Wèl aan klassiekers natuurlijk.

 

Motorzwevers                                                                                                                                                                                       Top

Eind 1985 werd er overleg gevoerd over enige aspecten betreffende motorzwevers zoals certificatie, geluidszaken etc.

Hierbij werd ook geopperd om voor de motorzwevers een apart inschrijvingskenmerk in te voeren.

Diverse mogelijkheden werden onderzocht zoals PH-ZZ* en PH-9Z*.

Er werd een voorkeur uitgesproken voor het blok beginnend met PH-9AA en eindigend met PH-9ZZ.

Sinds die tijd is er echter niets meer over gehoord.

     Trouwens, al in 1978 werd de inschrijving van de eerste twee motorzwevers gewijzigd: de PH-ART en de PH-TER kregen toen beide

     een numeriek kenmerk.

   

Ultra-lichte vliegtuigen (ULV's, thans MLA's)                                                                                                                                     Top

Voor deze categorie werd eind 1981 een apart inschrijvingskenmerk vastgesteld. Er zijn toen enige mogelijkheden serieus 

overwogen, ook al omdat niet goed te voorzien was hoeveel ULV's er in de toekomst ingeschreven zouden moeten worden.

Overwogen werd bijvoorbeeld de combinatie cijfer/letter/twee cijfers, dus beginnend met PH-1A01.

Er werd besloten het inschrijvingskenmerk samen te stellen uit twee cijfers met één letter ertussen.

De BvI-nummering loopt momenteel (mei 2007) van 20001 t/m 20840 en dat betekent dat er zo'n 780 stuks

ingeschreven -geweest- zijn.

Na 20129 werd per abuis verder geteld met 20180 en ook het blokje 20567 t/n 20576 werd abusievelijk overgeslagen.

     Vanaf 2004 werden ook de paramoteurs opgenomen, de nummering daarvan startte bij PH-9Z9 en telt terug.

 

Ballonnen                                                                                                                                                                                              Top

Tot midden 1994 werden ballonnen voorzien van een uit drie letters bestaand inschrijvingskenmerk.

Gewoon in het 'hoofdregister' dus. Maar op 19.7.1994 verzocht de heer H. Brink voor zijn ballon, waarmee hij een vlucht rond

de wereld wilde maken, om het kenmerk PH-UNICEF.

     Hiervoor was de RLD bereid, middels een ontheffing, van de regels af te wijken. Dit vormde natuurlijk een precedent en men heeft 

     dan ook bepaald dat deze ontheffing verder alleen verleend zal worden voor charitatieve/ideële doeleinden. 

     Verzoeken op commerciële grondslag zullen afgewezen worden.

   

Handels- en Exportkenmerken                                                                                                                                                         Top

Dan moet hier nog gewag gemaakt worden van twee soorten kenmerken die problemen hebben opgeleverd, de

handelskenmerken van Air Service Holland en de exportkenmerken van Fokker.

Hoewel het natuurlijk kenmerken zijn die door de beheerder van het N.L.R. -namens de minister- zijn uitgereikt,

worden ze alleen intern als officiële kenmerken beschouwd.

Er worden géén BvI's voor uitgereikt en aan buitenlandse instanties wordt medegedeeld dat ze niet in het N.L.R. opgenomen

zijn geweest.

   

Unmanned Aerial Vehicles                                                                                                                                                               Top

     Al in 2007 vroeg het NLR naar de mogelijkheid om lichte onbemande helkopters te gebruiken boven haar eigen terrein in de

     Noordoostpolder. Aangezien deze apparaten zwaarder dan 25 en lichter dan 150 kg zijn, zijn het in de zin der wet luchtvaartuigen 

     en is er niet zozeer sprake van vergunningen maar van ontheffingen van diverse eisen in de Luchtvaartwet. 

     Inmiddels zijn de apparaten er en is er een regeling ontworpen. Binnen het kader van deze site is eigenlijk alleen de situatie t.a.v. 

     het Nederlands Luchtvaartuig Register (N.L.R) interessant.

     De beheerder van het N.L.R. heeft (namens de minister) voorlopig besloten dat voor deze luchtvaartuigen een aparte reeks

     kenmerken zal worden gehanteerd: PH-X1A, PH-X1B enz..

     Máár, ze zullen niet formeel ingeschreven worden, er zullen geen Bewijzen van Inschrijving worden uitgereikt.

     Ze zullen net zo worden geadministreerd als destijds de Export- en Handelskenmerken. Zie de toelichting daarop hierboven en op 

     de desbetreffende pagina's op deze site.

     Nog enige toelichting op de opbouw van deze nieuwe kenmerken.

     X staat voor Experimenteel, 1 staat voor UAV Klasse 1. Dit betreft UAV's de te allen tijde zichtbaar moeten zijn voor de 'operator'. 

     Klasse 2 UAV's mogen ook buiten zijn zichtsafstand opereren.

     Mochten er zich in de toekomst Klasse 2 UAV's aandienen, dan zullen die kenmerken in de PH-X2A enz. krijgen.

     Hierboven gebruikte ik het woord 'voorlopig'.

     Inderdaad, de hierboven geschetste regeling is slechts voorlopig. De toestellen zijn nog eigendom van de fabrikant en de 

     mogelijkheid tot verkoop aan het NLR bestaat, maar dan zullen er eerst nog wel wat zaken geregeld moeten zijn. 

     Met name wat betreft de luchtwaardigheid.

     Als dat geregeld is, dan verdwijnt dit 'Handelarenkenmerk' weer en worden ze met een definitief kenmerk alsnog in het 

     N.L.R opgenomen.

     NB. In de inleiding van de UAS-registratiepagina wordt meer informatie hierover gegeven en wordt de wordingsgeschiedenis

     van dit aparte hoofdstuk van het N.L.R. uitgebreider toegelicht.


OVER DE PRESENTATIE 

 

    Over de juiste benaming van het luchtvaartuigregister moet  ook nog een opmerking gemaakt worden.                      Top

Benamingen als 'Civiel Register', 'Luchtvaartregister', 'Register van burgerluchtvaartuigen', 'Voor-oorlogs register', 'Burgerluchtvaartregister' (!hd) en varianten hiervan, worden weliswaar frequent in de luchtvaartpers gebezigd, maar moeten als niet correct beschouwd worden.

     De juiste benaming is het hier gebezigde Nederlands Luchtvaartuigregister. Afgekort tot N.L.R.

   

    Van ieder ingeschreven luchtvaartuig worden de volgende gegevens vermeld:

   

            Kenmerk        Type-aanduiding         Constructienummer

                    Indien door 'derden' gebouwd: de fabrikant.

     BvI Nr.        Vroegere kenmerken, de meest recente vooraan.

     Datum          Houder(s), Woonplaats/*Vaste standplaats."Naam"

     Eventueel      Eigenaar (-aren).

                    Eventuele opmerkingen over deze mutatie.

     Datum          Doorhaling inschrijving.

                    Volgende kenmerken. Eventueel uiteindelijk lot.

     Eventuele algemene opmerkingen.

   

Zoals uit de tekst hierboven kan worden afgeleid, wordt het N.L.R. in numerieke volgorde (BvI-nummers) bijgehouden. Teneinde de toegankelijkheid te vergroten worden de luchtvaartuigen op deze site op afwijkende wijze gepresenteerd. 

     De eerste twee registers worden zuiver alfabetisch gegeven. Het Derde Register is echter uiteengenomen in diverse overzichtelijke

     delen:

     

            - Hoofdregister

  Alle luchtvaartuigen die niet in de vier hieronder genoemde categorieën thuis horen

     - Zweefvliegtuigen en motorzwevers          

     - Ultra-lichte vliegtuigen                                                  

     - Handelskenmerken (PH-AX* en PH-AY*)

     - Exportkenmerken (PH-EX* en PH-EZ*)

   

     En deze worden gevolgd door een aantal kleinere hoofdstukken die speciale kenmerken/verschijnselen behandelen.

 

Officieel kan in Nederland tegenwoordig een kenmerk niet langer gereserveerd worden dan twee maanden.             Top

Vooraf moet hier nadrukkelijk gesteld worden dat volgens de wet een kenmerk door 'de minister' wordt aangewezen, en dat deze die bevoegdheid gedelegeerd heeft aan de beheerder van het N.L.R!

Dat deze de aanvrager in de gelegenheid stelt om zijn voorkeur voor een bepaald kenmerk uit te spreken en dat hij dat kenmerk dan enige tijd voor hem 'vasthoudt' is niet meer dan een klantvriendelijk gebaar van hem. Hij is op dit terrein niets verplicht.

Het is nuttig dit goed in gedachten te houden bij het lezen van de rest van dit hoofdstukje over reserveringen!

Er blijken hierover nogal eens misverstanden te bestaan.

Bij nieuw te bouwen toestellen wil de fabrikant ook graag een ruime periode tot z'n beschikking hebben om al tijdens het verfproces dat kenmerk ook tegelijk aan te brengen. Ook in dat geval is de beheerder (natuurlijk) bereid het betreffende kenmerk tot de uiteindelijke inschrijving te blokkeren. Dit betreft de hierboven genoemde termijn van twee maanden.

Kortom, het komt erop neer dat hij feitelijk, zonder enige ruggenspraak, het kenmerk van een toestel kan vaststellen!

Echter, de praktijk is natuurlijk anders!

De beheerder is vanzelfsprekend bereid een notitie te maken betreffende een gewenst kenmerk, zoals gezegd, zonder dat daar rechten aan ontleend kunnen worden.

Wél zal een dergelijke 'reservering' jaarlijks verlengd moeten worden. Na ca. één jaar wordt een reservering waarover geen signalen zijn binnengekomen die erop wijzen dat e.e.a. doorgang zal vinden verwijderd. De aanvrager wordt daarvan niet in kennis gesteld.

Let wel, dit is slechts een zeer algemene omschrijving van de door de beheerder meestal toegepaste procedure.

Er is hieromtrent dus niets in regels en voorschriften vastgelegd en, zoals ik al zei, dit hele proces is een service van de beheerder en wordt door hem op een hém welgevallige manier uitgevoerd.

Zo is de hierboven genoemde termijn van één jaar een nogal variërende termijn. Uiteraard zal bijvoorbeeld een blokreservering van de KLM jarenlang geldig blijven want het afleveren van een bestelling van twintig Boeing 747 toestellen gebeurt nu eenmaal niet binnen één jaar.

Bij zweefvliegtuigen is het mogelijk dat bij een reeds voor een zweefvliegtuig gereserveerd kenmerk helemaal nog geen bepaald luchtvaartuig hoort. 

Wèl zal dan aangetoond moeten worden dat er daadwerkelijk een toestel besteld is.

In de praktijk blijkt het bijzonder moeilijk te zijn de informatie over deze kenmerken  -en de daarbij behorende luchtvaartuigen- te achterhalen. Om de informatie echter zo compleet mogelijk te maken heb ik in het 'hoofdregister' alles vermeld wat bij mij over deze reserveringen bekend is.

Omdat de kenmerken voor zweefvliegtuigen numeriek zijn en daardoor bepaalde nummers aantrekkelijker zijn dan andere, werd er in het verleden enige malen misbruik gemaakt van de mogelijkheid tot reservering. Zie bijvoorbeeld PH-439/PH-535/PH-537.

Het vastleggen van kenmerken voor zweefvliegtuigen kan nu alleen indien er een koop- of orderbewijs overlegd kan worden en dit vastleggen gebeurt strikt op volgorde van binnenkomst.

   

Blok-reserveringen worden als zodanig gemeld en behandeld.                                                                                             Top

Indien een gereserveerd blok in z'n geheel opgenomen werd zoals bij de reservering bedoeld was, dan wordt de reservering niet gemeld. Indien het gedeeltelijk opgenomen is, dan worden de niet opgenomen kenmerken en eventuele andere vermeldenswaardige zaken bij de blok-reservering vermeld. Indien binnen een blokreservering kenmerken worden uitgesloten op basis van de zgn. '30-jaar' bepaling en deze dertig jaar wordt gedurende de looptijd overschreden, dan wordt het tóch beschikbaar worden niet meer apart gemeld.

   

In de tekst wordt nogal eens verwezen naar de instantie die het register beheert.                                                            Top

Die heeft echter in de loop der tijd, als gevolg van reorganisaties, diverse namen gehad. 

De Nederlandse Luchtvaart Autoriteit (NLA) was een onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. 

De NLA was per 1 juni 2000 als gevolg van een reorganisatie afgesplitst van de voormalige Rijksluchtvaartdienst (RLD). 

Het onderdeel was gevestigd in Hoofddorp. Op 1 juli 2001 is de NLA opgegaan in de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
De Nederlandse Luchtvaart Autoriteit (NLA) was verantwoordelijk voor de invulling van beleidskaders via nadere regelgeving op het gebied van luchtvaartuigen, operationele zaken, luchtvaarttereinen en vliegend personeel.

Daarnaast was de NLA verantwoordelijk voor de toelating van marktpartijen tot de Nederlandse luchtvaart.

De NLA deed dit op basis van wettelijk vastgestelde taken, zoals certificering, vergunningverlening, examinering, erkenning en bewijzen van bevoegdheid. 

Nagegaan wordt of activiteiten van bedrijven voldoen aan de voorwaarden van de vergunning.

De NLA beheerde ook het luchtvaartuigregister, zoals dat tegenwopordig dus door IVW gebeurt.
Naast de NLA ging in het kader van de reorganisatie van de RLD op 1 mei 2000 de Handhavingsdienst Luchtvaart(HDL) van start.

Het derde onderdeel van de nieuwe organisatie betrof de directie Luchtvaartbeleid. Bij het ontwerp van deze nieuwe organisatiestructuur is ervan uitgegaan dat de drie eenheden helemaal zelfstandig moesten zijn en dat uitvoering en handhaving

hun werk ook nog eens onafhankelijk van het beleid moest kunnen uitvoeren. Belangrijke doelen van de reorganisatie waren functiescheiding, een grotere openheid en een hogere kwaliteit van de overheidsorganisatie.
De NLA en HDL bleven onderdeel van het directoraat-generaal Rijksluchtvaartdienst tot aan de start van de nieuw gevormde Inspectie Verkeer en Waterstaat waar zij in werden opgenomen.

     Samenvattend:  

            Rijksluchtvaartdienst (RLD)                          vóór 1.6.2000

            Nederlandse Luchtvaartautoriteit (NLA)        1.6.2000 - 1.7.2001

            Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW)         na 1.7.2001

   

In alle gevallen waarin een kenmerk niet officieel toegekend/opgenomen is, staat het kenmerk tussen haakjes.         Top

In de tekst zal dan uitgelegd worden wat er aan de hand is geweest. Dat kan dus variëren van een afgewezen reserveringsverzoek tot een bewering in de luchtvaartpers waarvoor ik bij de RLD (nog) geen bewijzen gevonden heb.

In hobbykringen wordt nogal eens gepoogd d.m.v. verschillende typen haakjes en komma's aan te geven waaróm een kenmerk niet opgenomen werd. Deze praktijk wordt ingegeven door de veldlengte van de diverse databases en spreadsheets waarin de informatie moet passen.

Er zijn echter zóveel manieren/redenen mogelijk waarom een kenmerk niet opgenomen werd dat die niet met behulp van deze tekens onderscheiden kunnen worden.

Daarom heb ik ervoor gekozen om d.m.v. haakjes slechts aan te geven dat het kenmerk om de een of andere reden niet opgenomen werd en in een toelichting e.e.a. te verduidelijken.

Dit kan helaas bij buitenlandse toestellen vaak niet toegepast worden. Daar wordt, zoals internationaal gebruikelijk is, de vermelding van het niet opgenomen kenmerk in de reeks kenmerken opgenomen met als leidraad de datum van reserveren.

Feitelijk is dat natuurlijk niet correct, een reservering is per definitie een intentie om in de toekomst, ná doorhaling van de huidige inschrijving, opgenomen te worden.

In het algemeen zal een dus reeks buitenlandse kenmerken zoals AB-CDE, (FG-HIJ), AB-CDE niet gelezen moeten worden als een doorhaling en later weer inschrijving van AB-CDE, maar vaak zal de bedoeling geweest zijn om FG-HIJ op te nemen ná doorhaling van AB-CDE. En dat ging dus niet door. 

Oftewel, eigenlijk zou er dan alleen AB-CDE, (FG-HIJ) moeten staan.
Maar ook dát kan weer anders gelezen worden, nl. dat de reservering gedaan werd ná het doorhalen van de inschrijving van AB-CDE. Kortom, uit een reeks met haakjes kan geen eenduidige conclusie worden getrokken! 

Bij een reeks als AB-CDE, (FG-HIJ), KL-MNO zijn gelijksoortige opmerkingen te maken.

Voor de informatie van de buitenlandse kenmerken ben ik echter ook op publicaties van derden aangewezen, maar omdat ik

betreffende de Nederlandse reserveringen i.h.a. wél op de hoogte ben van de feitelijk bedoeling hoef ik daarbij niet m'n toevlucht

te nemen tot haakjes e.d

Hoewel het natuurlijk wél mogelijk is dat de eerstgenoemde situatie van toepassing is, t.w. doorhaling en weer inschrijving!

Dus is zonder nadere informatie niet duidelijk welke van de twee situaties van toepassing is.

Een vergelijkbare onduidelijkheid als gevolg van de beperkingen van databases en spreadsheets is de notatie (PH-…).

Feitelijk staat hier dat er een Nederlands kenmerk toegekend is maar dat de schrijver niet weet welk inschrijvingskenmerk.

Maar helaas, vrijwel altijd bedoelt de schrijver wat anders! En wel, dat een verkoop naar Nederland niet doorging.

Hetgeen een nogal nietszeggende bewering is die eigenlijk van ieder toestel op ieder moment gezegd kan worden.

Behalve natuurlijk van die waarvan de verkoop naar Nederland wél doorging…

  

Geblokkeerde inschrijvingskenmerken                                                                                                                                     Top

In het (verre) verleden was een vrij groot aantal lettercombinaties geblokkeerd omdat die in het radioverkeer (de drie-lettercodes) voor verwarring konden zorgen. 

In de eerste versie van mijn registerpublicatie, de ARCHIVE-Special van Air Britain, heb ik daar nog een heel hoofdstuk aan gewijd. In "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuig Registers" was dat niet meer nodig.

Toen was deze blokkering (in augustus 1992, zie hierboven bij de beschrijving van het Derde Register) geheel opgeheven en bleven alleen nog een paar niet welvoeglijke combinaties geblokkeerd.
Dat is hedentendage nog steeds zo, maar in maart 2007 werden een aantal kenmerken geblokkeerd die hoorden bij luchtvaartuigen die verongelukt waren met een groot aantal slachtoffers tot gevolg. 

Daarbij is echter niet bepaald consequent gehandeld.

In de opgave hieronder som ik de ongevallen met meer dan tien slachtoffers op en geef d.m.v. (b) achter het aantal slachtoffers aan of ze al dan niet geblokkeerd werden.

Zie hiervoor trouwens ook de pagina's "Grootste rampen" in het crasharchief gedeelte van deze site!

           PH-BUF  248 (b)              PH-LKY  28  (b)

           PH-MBH  191 (b)              PH-TBW  26

           PH-LKM  99                   PH-TCR  22

           PH-DCL  61                   PH-DFO  21  (b)

           PH-LKT  58  (b)              PH-LLM  20  (b)

           PH-MBN  58  (b)              PH-CHI  17  (b)

           PH-TDF  45                   PH-ALI  17

           PH-TPJ  45                   PH-AKL  16

           PH-TEN  41                   PH-ALF  15

           PH-TFA  34                   PH-AKG  13

           PH-TER  33                   PH-TSM  11

           PH-DDA  32

     Een paar zijn momenteel in gebruik, een paar zijn van voor de oorlog (2e register). maar toch lijkt e.e.a. nogal willekeurig te zijn.

   

Indien een kenmerk meerdere malen werd uitgereikt, dan worden deze in chronologische volgorde behandeld.       Top

Ze worden dus niet genummerd omdat dit een bron van verwarring kan zijn indien later zou blijken dat er nog een tussengevoegd moet worden.

Een verwijzing als PH-ABC/2 betekent dat er vanuit een ander register naar de PH-ABC in het Tweede Register wordt verwezen.

           Indien een toestel binnen een register een nieuw kenmerk krijgt toegewezen dan wordt dat na het vermelden van de doorhaling

           natuurlijk gemeld. Dat nieuwe kenmerk wordt dan echter niet meer gevolgd door de rest van de geschiedenis, díe wordt bij het

           nieuwe kenmerk vermeld.

     

In de loop der tijd is er nogal wat informatie over het Eerste Register gepubliceerd  waarbij de auteurs                        Top

       (inclusief de schrijver dezes!) in hun verlangen de zaak zo compleet mogelijk te presenteren enige eigenlijk historisch niet

       verantwoorde keuzes hebben gemaakt.

Dit, gecombineerd met het feit dat eenmaal gepubliceerde informatie vaak elders voor waar wordt 'geciteerd', levert een situatie waarin het moeilijk is onderscheid te maken tussen feit en fictie.

Het betreft hier met name de eerste vijftig Bewijzen van Inschrijving (BvI) van het Eerste Register.

Pas in 1924 werd begonnen met het uitreiken van definitieve BvI's, vóór die tijd werd er gewerkt met "Voorloopige Bewijzen van Inschrijving". Helaas is van deze Voorlopige Bewijzen slechts een klein aantal bekend.

Bij de samenstelling van deze gegevens, met name van het Eerste Register, zijn bewust vrijwel alle vroegere publicaties over het register genegeerd. Zéker die waarbij geen bronnen dan wel vindplaatsen worden genoemd.

En de lezer kan er dus vanuit gaan dat van de hier gedane beweringen bewijzen voorhanden zijn. 

Zo niet, dan is bij de bewering vermeld waarop deze gebaseerd is.

            Vooral bij het Eerste Register heeft deze werkwijze verrassend veel ‘nieuwe’ gegevens opgeleverd.

Vandaar dat hieronder een toelichting volgt betreffende de geschiedschrijving van dat  register.

   

Pas op 28 mei 1924 verscheen Beschikking No. 341 van de Minister van Waterstaat betreffende "de uitreiking van bewijzen van inschrijving, bewijzen van luchtwaardigheid en bewijzen van deugdelijkheid voor burgervliegtuigen en betreffende de uitreiking van bewijzen van deugdelijkheid voor motoren, bestemd om te worden gebruikt in zodanige vliegtuigen".

Deze beschikking bevatte een aantal algemene voorschriften betreffende (o.a.) de luchtwaardigheid, welke regelingen per 15 juni 1924 in werking traden. Ter vervanging van bestaande bewijzen kwamen toen nieuwe; hiervoor moesten nieuwe modellen worden gebruikt die ook in betreffende beschikking waren opgenomen.

Hier moet opgemerkt worden dat de daadwerkelijk gebruikte BvI's in hoge mate afweken van de hier genoemde modellen.

 

(NB. In de beschrijving 1920 van "Dagboek van de Nederlandse Luchtvaart" zijn afbeeldingen van deze diverse eerste BvI modellen opgenomen en ook wordt meer aandacht besteed aan de verwerving en inschrijving in het N.L.R. van de eerste KLM-toestellen. )

 

Ook deze beschikking moest, blijkens het voorwoord van de Minister van Waterstaat, nog worden beschouwd als "voorlopig, in afwachting van het tot stand komen van wettelijke voorschriften terzake".

In november 1928 werd voor het eerst een Luchtvaartwet aan de Tweede Kamer aangeboden.

Maar minister Van der Vegte wilde daarin zóveel tegelijk regelen dat de kamer zich overrompeld voelde, ook al omdat een en ander al middels een Nota van Wijziging in de begroting was aangebracht. De minister kon z'n voorstel dus weer mee terug nemen.

Eén van die voortvarende voorstellen was bijvoorbeeld de instelling van een Luchtvaartdienst met aan het hoofd een directeur met onder deze een technisch en een administratief ambtenaar.

           Het zou nog tot 1930 duren voordat deze Luchtvaartwet eindelijk door het parlement kwam, en er dus een Luchtvaartdienst werd

           ingesteld. Om precies te zijn, de Luchtvaartdienst werd ingesteld bij K.B. van 20 januari 1930, Staatsblad 15.

  

In de periode 1920-1924 werd de register-administratie dus gevoerd aan de hand van voorlopige inschrijvingen,  zodat in 1924

  een nieuwe start gemaakt moest worden.

  Dit is er de reden van dat op diverse BvI's de opmerking staat: "Het Bewijs is op ..... uitgereikt" waarbij dan een datum in 1924

  wordt genoemd.

  Dit betreft nogal eens toestellen waarvan bekend is dat ze voordien al ingeschreven waren.

   

Aangezien op deze BvI's vaak wèl de verlengingen van de geldigheidsduur werden vermeld, vaak mèt de datum waarop dit gebeurde, geeft dit een mogelijkheid om terugrekenend de datum van inschrijving te reconstrueren.

Daarvoor is dan wèl nodig dat bekend is met welke perioden het bewijs steeds werd verlengd. Helaas is dat een minder constante periode dan we zouden willen.

In genoemde Beschikking No. 341  wordt gesteld: "De termijn welke de inschrijving van een vliegtuig van kracht is, bedraagt twee jaar". In de periode na 1924 werd frequent van deze twee jaar afgeweken, het is dan ook niet verantwoord om, terugrekenend met intervallen van twee jaar, de betreffende data van inschrijving te reconstrueren. 

Temeer daar in àlle gevallen waarvan wèl informatie bekend is, (H-NABC BvI 1, H-NABD BvI 2, H-NABH BvI 6, H-NABJ BvI 8, H-NABL BvI 10, H-NABN BvI 12, H-NABS BvI 26 en H-NABZ BvI 32) deze methode aantoonbaar onjuist is.

Gelukkig heeft onderzoek over de periode 1920-1930 in andere archieven dan het bewaard gebleven N.L.R. veel nieuwe informatie opgeleverd, maar toch zullen we moeten accepteren dat we van een aantal vliegtuigen de correcte data van inschrijving dan wel doorhaling niet meer te weten zullen komen.

Oók was het in de begintijd niet vanzelfsprekend dat inschrijvingen altijd netjes doorgehaald werden, het kwam nogal eens voor dat ze gewoon verliepen: "VERLOOPEN" staat er dan op het Bewijs van Inschrijving.

  Meer gegevens over deze zo moeilijke zaken worden door mij bijzonder op prijs gesteld.

Hier moet echter met nadruk vermeld  worden dat er ook door mij data benaderd zijn.!

Een exacte datum kan beschouwd worden als correct, d.w.z. afkomstig van een teruggevonden voorlopig BvI of van de beschikking tot uitreiking van zo'n voorlopig BvI.

Soms wordt echter alleen een maand of alleen een jaar genoemd, dan is dat een conclusie van de schrijver die gebaseerd is op gegevens uit contemporaine documenten zoals BvI/L aanvragen en dergelijke.

In de meeste gevallen is dan ter verantwoording van de gemaakte keuze aanvullende informatie gegeven.

   

In de eerste twee registers kwam op de BvI's ook altijd de rubriek "Vaste Standplaats" voor.                                         Top

            In deze bestanden treft u deze -indien in het N.L.R. ingevuld- ook achter de woonplaats aan.

   

In februari 1929 moest het nationaliteitskenmerk veranderd worden van H-N naar PH.                                                     Top

Dat is in het Eerste Register en in de BvI-opsommingen duidelijk zichtbaar, op een aantal BvI's is het kenmerk al met PH ingevuld.

Dat betreft de BvI's 77, 100, 104, 106, 108.

Helaas werd ook een aantal BvI's (103, 107, 109, 114 t/m 118) slechts gedeeltelijk of zelfs in het geheel niet meer ingevuld.

Dat ze voor de genoemde kenmerken bedoeld waren komt uit een andere officiële bron.

Daarin stonden echter alléén de laatste twee letters van het kenmerk.

Het nationaliteitskenmerk dat dan in het Eerste Register genoemd wordt, is een keuze van mij.

De situatie is trouwens sowieso niet erg overzichtelijk, al in december 1928 (zie Crasharchief 11.12.1928) wordt gewag gemaakt van de PH-AEN!

                        In het hoofdstuk over de BvI-nummers van het Eerste Register worden de gegevens hierover gedetailleerd weergegeven.

   In het Eerste en Tweede register is enige malen sprake van de Schweriner Industrie Werke GmbH.                             Top 

          Dit was de naam van Anthony Fokker's na-oorlogse (1e wereldoorlog!) bedrijf te Schwerin.

   

Vlak na de oorlog veranderde het Fokker-bedrijf een paar maal van naam.                                                                          Top

Het bedrijf heette sedert 21 juli 1919 NV Nederlandsche Vliegtuigenfabriek. Op 1 februari 1947 veranderde de naam als gevolg van de voorgenomen fusie met Aviolanda en De Schelde in Verenigde Nederlandsche Vliegtuigenfabrieken Fokker (i.o.).

Begin 1949 bleek dat deze fusie op een mislukking was uitgelopen en de bedrijven gingen per 1 april zelfstandig verder.

Op 21 juli 1949 werd het bedrijf "Koninklijk" en werd de naam dus NV Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker.

In het Tweede Register zijn deze verschillende namen slechts zeer ten dele terug te vinden.

   

In sommige gevallen wordt de naam van de eigenaar op diverse manieren bij de verschillende                                     Top

luchtvaartuigen op het BvI vermeld. Bijvoorbeeld: Schreiner & Co NV, Handel(s)maatschappij Schreiner & Co NV, 

Luchtvaart Handel(s)mij Schreiner & Co NV, Technische Handel(s)mij Schreiner & Co NV, Luchtvaarttechnische 

Handel(s)mij Schreiner & Co NV, àlle voorgaande variaties maar dan begìnnend met NV...

    Terwijl vaststaat dat het steeds hetzelfde bedrijf betreft en niet een dochteronderneming of een of andere werkmaatschappij. 

     In dergelijke gevallen is -soms na overleg met de betrokkene- door mij een keus gemaakt.

In dit specifieke geval is alleen vermeld Schreiner & Co NV. 

   

Vooral in het Derde Register worden erg veel kenmerken behandeld die mogelijk per abuis op officiële                     Top

documenten terecht zijn gekomen. 

Soms is het vrijwel zeker slechts een vergissing, vaak echter kan dat niet meer worden nagegaan en zal dus de mogelijkheid moeten worden opengehouden dat het inderdaad een in eerste instantie beoogd kenmerk is geweest.

Op deze afstand in de tijd kan van een correctie niet meer beoordeeld worden wát er eigenlijk gecorrigeerd werd.

Helaas kan aan betrokkenen ook niet meer om opheldering van een en ander worden gevraagd.

Als in de tekst zo'n geval beschreven wordt als een vergissing, dan moet dat worden opgevat als een conclusie van mij.

Er is naar gestreefd om bij twijfel over het waarheidsgehalte van een genoemd feit, die twijfel er ook bij te vermelden.

           Ook worden herhaalde malen kenmerken genoemd die afkomstig zijn uit de luchtvaartpers.

Ook dit wordt er steeds bij vermeld, mèt een opmerking over het al dan niet officieel gereserveerd zijn. 

 

De door Reims/Cessna gebouwde toestellen werden in het N.L.R. ingeschreven met slechts een gedeelte                Top

van het constructienummer (c/n). Enkel het volgnummer werd vermeld en niet de erbij horende type-aanduiding. 

Dit had tot gevolg dat bijvoorbeeld de PH-BIK en de PH-COZ hetzelfde c/n zouden hebben.

Teneinde de eenduidigheid te bevorderen werd (in het N.L.R.) in zo'n geval aan één der nummers een 0 (nul) toegevoegd. 

Dus de PH-BIK had c/n 1256 en de PH-COZ 01256. Dit is gebeurd om de volgende 'paren' uit elkaar te houden: PH-BIK/PH-COZ,

PH-CTM/PH-FWI, PH-GDA/PH-IRO, PH-JJM/PH-SKC en PH-VSC/PH-VOV.

In deze bestanden zijn de complete c/n's vermeld en was een dergelijke handelwijze overbodig.

Inmiddels wordt door IVW in hun TYCODAS automatiseringsysteem ook het complete c/n gebruikt dus is deze hele procedure niet meer van toepassing.

           Opmerkelijk is wèl, dat de PH-AIR en de PH-MMJ, die ook hetzelfde c/n hebben (maar van verschillend type), toch zonder 

           verdere maatregelen met hun correcte c/n werden ingeschreven. 

   

Alle gegevens betreffende het eigendom van ieder luchtvaartuig worden compleet vermeld.                                        Top

   Dus alle houders, mede-houders, eigenaren en mede-eigenaren worden opgesomd.
   Bovendien worden van hen ook de woonplaatsen vermeld.

   

Als de woonplaats op verschillende manieren op de BvI's wordt vermeld -'s-Gravenhage en elders Den Haag-          Top

dan is er gekozen voor één schrijfwijze. 

Dit betreft bijvoorbeeld KLM NV (en ook weer de hiervoor genoemde 'Schreiner varianten') waarvoor de woonplaats opgegeven wordt als 's-Gravenhage, Den Haag of Scheveningen.

In dit soort gevallen blijkt trouwens de Tweede Wereldoorlog duidelijk een scheiding te zijn, daarvóór is de naamgeving consequent, daarna niet meer.

Voor de na-oorlogse periode wordt consequent één schrijfwijze aangehouden.

            Indien het voor u van belang is over de precieze omschrijving te beschikken kunt u hiervoor contact met mij opnemen.

   

Hoewel de Bensen Gyroglider in Nederland niet als een luchtvaartuig wordt aangemerkt, en dus ook geen                Top

BvL nodig heeft, heb ik bij de kandidaten de mij bekende projecten wèl genoemd.

Dit is bedoeld als hommage aan deze pioniers

van de Nederlandse zelfbouwbeweging. Omdat informatie over dit onderwerp nogal schaars is, doe ik hier een beroep op 

de lezers de hier geboden gegevens aan te vullen.

   

Vooral in de eerste tien jaar na de oorlog was er van particulier bezit van zweefvliegtuigen nauwelijks sprake.          Top

De meeste toestellen waren eigendom van de KNVvL en werden aan de clubs verhuurd.

Voor zover mij bekend zijn deze huurders vermeld, maar omdat ik de administratie daarvan niet samenhangend teruggevonden heb mag op dit terrein geen compleetheid verondersteld worden.

 

Bij PH-2G9 komt als voorgaand kenmerk voor PR 2.                                                                                                               Top

Hoewel er natuurlijk veel meer andere kenmerken genoemd worden die niet verklaard worden, verdient deze wel enige toelichting.
De zeilvliegers die aangesloten zijn bij de betreffende KNVvL-afdeling krijgen van de KNVvL een soort kenmerk toegewezen.

Feitelijk betreft dit dus een niet-overheidsinstantie die nummers uitreikt voor apparaten die, in de zin der wet, géén luchtvaartuigen zijn.

Hiermee is enigszins vergelijkbaar het RLD-'register' voor grote modelvliegtuigen dat in het begin van de jaren tachtig enige 

tijd ingesteld geweest is. Beide vallen buiten het bestek van het hier gepresenteerde N.L.R. 

   

Engelse zweefvliegtuigen worden aangeduid met een British Gliding Association nummer, gevolgd door                   Top

    een drieletter-kenmerk. Het nummer is niet méér dan het BvL-nummer, de drie letters vormen het eigenlijke kenmerk. 

    Meer recent worden ook deze toestellen voorzien van hun complete kenmerk.

 

Natuurlijk is het de bedoeling dat u intensief gebruik maakt van de informatie op deze site.

Gebruikt u echter deze informatie om eigen publicaties samen te stellen, dan is het natuurlijk

vanzelfsprekend dat u de bron vermeldt.

 

Dit boek bevat alles wat er te melden valt over de Nederlandse Luchtvaartuigregisters. De recente ontwikkelingen op dat terrein worden eigenlijk alleen grondig bijgehouden in AIRnieuws en LUCHTVAARTKENNIS, en deze bladen zijn dan ook onmisbaar voor hen die daarvan op de hoogte willen blijven.

Maar er is natuurlijk veel meer interessants over de luchtvaart te melden. Hieronder worden enkele publicaties genoemd die alle met enige regelmaat informatie in de sfeer van dit boek publiceren.

Bij elk blad heb ik aangegeven op welke terreinen er bepaalde onderwerpen min of meer deskundig behandeld worden; naast algemene onderwerpen natuurlijk.

Er worden voornamelijk (Nederlandse) amateuruitgaven genoemd. De reden hiervoor is dat deze meestal beter op de hoogte zijn van wat er zich op deze terreinen afspeelt dan de meer professionele (of zich professioneel noemende) bladen, òf dat deze wat gemakkelijker veel aandacht aan luchtvaarthistorie kunnen besteden dan de meer commercieel ingestelde tijdschriften.

                 Hun redacties worden doorgaans door een groot aantal plaatselijke luchtvaartenthousiasten nauwkeurig op de hoogte gehouden

                 van de gebeurtenissen op de Nederlandse vliegvelden. En bovendien kunnen deze bladen het nieuws, door hun zeer korte

                 productietijd, veel sneller publiceren. Bij ieder vliegveld in Nederland is wel een groep van deze luchtvaartenthousiasten actief,

                 indien u in hun activiteiten geïnteresseerd bent kunt u via de redacties van AIRnieuws en Scramble informatie vragen over 

                 een eventuele groep bij­ u in de buurt.

   

       Aeronews of Belgium

            Civiele en militaire luchtvaart van Belgie

            Postbus 38

            Luchthaven Antwerpen

            B-2100 Antwerpen-Deurne

                        België

   

       Aviation Letter

            Internationale civiele luchtvaart.

            P.O. Box 1469

            Poway, CA 92074-1469

                        Verenigde Staten

   

            AIRnieuws

Civiele luchtvaart met de nadruk op Nederland. Nederlands en Belgisch Luchtvaartuigregister. Fokker productienieuws.

            Postbus 12035

                       3004 GA ROTTERDAM

Helaas bestaat de 'papieren' versie van dit blad niet meer, maar inmiddels is de meeste informatie die normaliter daarin gepubliceerd werd weer toegankelijk op de (in opbouw zijnde) site www.airnieuws.nl.

 

Air Britain

Air Britain is een zeer grote Engelse, maar internationaal georiënteerde, vrijwilligers-organisatie die een aantal publicaties op diverse terreinen uitgeeft. Civiel èn militair. Registers van praktisch de gehele wereld.

            Kenmerkend is de hoge kwaliteit. Aanbevolen!

                        Air Britain heeft een afdeling in Nederland. Zie hieronder bij Luchtvaartkennis.

 

LUCHTVAARTKENNIS

Is een KNVvL-afdeling die een gelijknamig blad uitgeeft dat vrijwel geheel gericht is op het vastleggen van de luchtvaarthistorie. Met het accent op die van Nederland. 

       Luchtvaartkennis is ook de Nederlandse tak van Air Britain.

            Houttuinlaan 16A

                        3447 GM WOERDEN

   

       Scramble

       Nederlandse en internationale militaire vliegtuigen.

            Postbus 75545

                        1118 ZN SCHIPHOL

   

            Spandraad

            Zweefvlieghistorie.

            Begoniastraat 30

            6641 BS BEUNINGEN

     

Dit deel van de website is gebaseerd op het boek "75 Jaar Nederlandse Luchtvaartuigregisters" dat in 1997 door FLASH op de markt werd gebracht. De gegevens daarin zijn up to date gebracht, en worden ook regelmatig bijgehouden.

In sommige hoofdstukken is nog waarneembaar dat ze oorspronkelijk voor een uitgave op papier geschreven zijn. 

Deze signalen zullen na verloop van tijd verdwenen zijn.

 

Dit deel van de site biedt een uitgebreid Nederlands Luchtvaartuigregister maar dat betekent niet dat alles wat een luchtvaartuig overkomen is erin vermeld wordt. Ongevallen, bijvoorbeeld, worden alleen vermeld indien zij mutaties in het register tot gevolg hebben.

Voor meer informatie over ongevallen of incidenten kunt u het andere deel van deze site "Nederlands Crash Archief" raadplegen.

Indien u geïnteresseerd bent in de andere wederwaardigheden van onze civiele luchtvloot, verwijs ik u naar de luchtvaartpers. Het maandblad AIRnieuws (nu dus www.Airnieuws.nl) is het enige blad dat u maandelijks geheel op de hoogte houdt van de recente stand van zaken betreffende het Nederlands Luchtvaartuigregister èn de verdere luchtvaartzaken die zich op onze civiele vliegvelden afspelen.

 

Er is aan de controle van deze bestanden zeer veel aandacht besteed. Een werk van deze omvang, met zóveel feitelijke informatie, kan echter nooit geheel foutloos zijn. Bovendien moet er rekening gehouden worden met het feit dat ik voor informatie over het buitenlandse deel van de levensgeschiedenissen vaak óók van allerlei -elkaar nogal eens tegensprekende- publicaties afhankelijk ben.

U wordt dan ook vriendelijk uitgenodigd om de, naar uw mening, onnauwkeurigheden of onvolledigheden aan mij door te geven.

Maar er zijn in de geschiedschrijving van het N.L.R. door de jaren heen nogal wat aperte fouten geslopen en die zijn vaak door ongecontroleerd 'citeren' zeer hardnekking geworden.

Daarom stel ik het zeer op prijs als u bij uw opmerkingen de bron  erbij vermeldt!